Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2008:BG5641

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
02-12-2008
Datum publicatie
02-12-2008
Zaaknummer
01/825480-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf van 3 jaar met aftrek voorarrest voor poging tot verkrachting.

De rechtbank zal de maatregel van terbeschikkingstelling in deze zaak niet opleggen, hoewel de deskundigen dit wel hebben geadviseerd. In een andere strafzaak van verdachte is eerder een terbeschikkingstelling met voorwaarden opgelegd. In die zaak zal de rechtbank omzetting van die maatregel bevelen. (Promis-vonnis)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/825480-08

Datum uitspraak: 02 december 2008

Vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

wonende te [adres],

thans gedetineerd te: PI Vught, Vosseveld 2 HvB Regulier te Vught.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 18 november 2008.

De zaak is gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de vordering van de officier van justitie tot omzetting van de TBS met voorwaarden in een TBS met dwangverpleging (parketnummer 01/825368-05).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 17 oktober 2008.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 08 augustus 2008 te Eindhoven, ter uitvoering van het door

hem voorgenomen misdrijf om door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en)

en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] te dwingen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die

bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het

lichaam van [slachtoffer],

- [slachtoffer] (met kracht) van haar fiets heeft afgetrokken/geduwd

en/of

- (vervolgens) [slachtoffer] (met kracht) in een sloot heeft gegooid/geduwd

en/of

- (vervolgens) (met kracht) een fiets tegen/op het lichaam van [slachtoffer]

heeft gegooid

en/of

- (vervolgens) [slachtoffer] verder de sloot en/of bossages heeft

ingeduwd/getrokken

en/of

- (vervolgens) [slachtoffer] op dreigende toon de woorden heeft toegevoegd:

"Je moet verder kruipen", althans woorden van soortgelijke aard en/of

strekking,

en/of

- (vervolgens) [slachtoffer] op dreigende toon de woorden heeft toegevoegd:

"Je moet jezelf uitkleden", althans woorden van soortgelijke aard en/of

strekking,

en/of

- (vervolgens) zichzelf (gedeeltelijk) heeft uitgekleed

en/of

- (vervolgens) over het lichaam van [slachtoffer] heen is gebogen

en/of

- (vervolgens) [slachtoffer] meermalen (met kracht) (met gebalde vuist)

in/tegen haar gezicht, in elk geval haar lichaam, heeft geslagen en/of gestompt

en/of

- (vervolgens) de keel/nek van [slachtoffer] heeft dichtgeknepen en/of

dichtgeknepen gehouden,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

(artikel 242 jo 45 van het Wetboek van Strafrecht)

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De processtukken.

De voor deze strafzaak relevante processtukken zijn:

* Het proces-verbaal van de regiopolitie Brabant-Oost, Gezamenlijke Recherche, Cluster Eindhoven, met dossiernummer PL2233/08-007289, afgesloten d.d. 10 augustus 2008, aantal doorgenummerde bladzijden: 47 (hierna verder genoemd: p.v.);

* Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 18 november 2008.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

Verdachte heeft het tenlastegelegde feit bekend.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen op grond van de volgende bewijsmiddelen:

- de aangifte [slachtoffer]];

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 18 november 2008.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

op 08 augustus 2008 te Eindhoven, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om door geweld [slachtoffer] te dwingen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer],

- [slachtoffer] met kracht van haar fiets heeft getrokken/geduwd en

- (vervolgens) [slachtoffer] met kracht in een sloot heeft gegooid/geduwd en

- (vervolgens) (met kracht) een fiets tegen/op het lichaam van [slachtoffer] heeft gegooid en

- (vervolgens) [slachtoffer] verder de sloot en/of bosschages heeft ingeduwd/getrokken

en

- (vervolgens) [slachtoffer] op dreigende toon de woorden heeft toegevoegd: "Je moet verder kruipen", en

- (vervolgens) [slachtoffer] op dreigende toon de woorden heeft toegevoegd: "Je moet jezelf uitkleden", en

- (vervolgens) zichzelf gedeeltelijk heeft uitgekleed en

- (vervolgens) over het lichaam van [slachtoffer] heen is gebogen en

- (vervolgens) [slachtoffer] meermalen met kracht met gebalde vuist in/tegen haar gezicht heeft geslagen en/of gestompt en

- (vervolgens) de keel van [slachtoffer] heeft dichtgeknepen en dichtgeknepen gehouden,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

10, 24c, 27, 36f, 45, 242 Wetboek van Strafrecht.

De op te leggen straf.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie vordert een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar, met aftrek van voorarrest.

De officier van justitie vordert toewijzing van de gehele vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] ten bedrage van € 3.112,--, bestaande uit materiele schade € 1.812,-- en immateriële schade € 1.300,--, met daarbij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ingevolge artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman verzet zich niet tegen de eis van de officier van justitie.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het door verdachte gepleegde

strafbare feit in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft de rechtbank bij de strafoplegging in het bijzonder rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte,

blijkens een hem

betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister, eerder met justitie in aanraking

is geweest voor zedendelicten, te weten in 2003 en 2006, waarbij aan verdachte respectievelijk een langdurige gevangenisstraf en de maatregel van TBS met voorwaarden is opgelegd. Deze veroordelingen hebben hem er kennelijk niet van weerhouden wederom een zedendelict te plegen door een vrouw te trachten te verkrachten.

De rechtbank heeft voorts rekening gehouden met het feit dat verdachte de verantwoorde-lijkheid buiten zichzelf legt. Naar zijn oordeel is de begeleiding door de reclassering tekort geschoten, waardoor hij weer cocaïne is gaan gebruiken en in desperate toestand het feit heeft gepleegd.

Ter terechtzitting is evenwel aannemelijk geworden dat verdachte zelf niet voldoende openheid heeft betracht en zijn terugval in het gebruik van cocaïne en alcohol tegenover zijn begeleiders heeft verzwegen.

Bij de strafoplegging heeft de rechtbank voorts rekening gehouden met de mate van het leed

dat aan het slachtoffer is aangedaan, dat mede tot uitdrukking komt in de door haar

opgestelde schriftelijke slachtofferverklaring, te weten een ernstige aantasting van de

lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer, alsmede dat verdachte zich om het lot

van het slachtoffer kennelijk volstrekt niet heeft bekommerd.

Daarnaast heeft de rechtbank bij haar beslissing in het voordeel van verdachte rekening gehouden met de uitgebrachte psychiatrische rapportage van dr. E.D.M. Masthoff van 9 november 2008 en de aanvullende psychologische rapportage van P.M.F. Brookhuis van 12 november 2008 omtrent de geestvermogens van verdachte. In genoemde rapporten staat dat het door verdachte gepleegde strafbare feit in verminderde mate aan hem kan worden toegerekend. De rechtbank neemt deze conclusie van de deskundigen over.

De rechtbank zal dezelfde straf opleggen als de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat deze straf passend is. Hoewel door de hiervoor genoemde deskundigen geadviseerd is om aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling op te leggen, zal de rechtbank hiertoe niet overgaan, omdat verdachte reeds liep in een terbeschikkingstelling met voorwaarden en de officier van justitie in die zaak een vordering tot omzetting van de maatregel heeft ingediend. Bij beslissing van heden zal de rechtbank die omzetting bevelen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer].

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente t.a.v. de materiële schade vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening en t.a.v. de immateriële schade vanaf datum vonnis tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening t.a.v. de materiële schade en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum vonnis tot de dag der algehele voldoening t.a.v. de immateriële schade.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

poging tot verkrachting

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregel.

Gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht.

Maatregel van schadevergoeding van EUR 3.112,00 subsidiair 45 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] van een bedrag van EUR 3.112,00 (zegge: drieduizend eenhonderdtwaalf euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 45 dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente over de materiele schade ad EUR 1.812,00 met ingang van 8 augustus 2008 tot de dag der algehele voldoening en over de immateriële schade ad EUR 1.300,00 met ingang van 2 december 2008 tot de dag der algehele voldoening.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van een bedrag van EUR 3.112,00 (zegge: drieduizend eenhonderdtwaalf euro), vermeerderd met de wettelijke rente over de materiele schade ad EUR 1.812,00 met ingang van 8 augustus 2008 tot de dag der algehele voldoening en over de immateriële schade ad EUR 1.300,00 met ingang van 2 december 2008 tot de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.L.W.M. Viering, voorzitter,

mr. J.W.H. Renneberg en mr. J.G. Vos, leden,

in tegenwoordigheid van L.M.E. de Roo, griffier,

en is uitgesproken op 2 december 2008.

1 P.v. verklaring [slachtoffer], pagina’s 22 t/m 25