Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2008:BG0618

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
20-10-2008
Datum publicatie
20-10-2008
Zaaknummer
01/825202-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De Stichting Meerzicht heeft opzettelijk nagelaten tijdig informatie te verstrekken ten behoeve van een haalbaarheidsonderzoek, aan welk feit verdachte - die voorzitter van de stichting was - feitelijk leiding heeft gegeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/825202-06

Datum uitspraak: 20 oktober 2008

Verkort vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,

wonende te [woonplaats], [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 6 oktober 2008.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 15 mei 2008.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

Stichting Meerzicht in of omstreeks de periode van 10 september 2005 tot en met 07 december 2005 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, in strijd met een haar bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten de inlichtings verplichtingen van de Wet op de reintegratie arbeidsgehandicapten (Wet REA), opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl de Stichting Meerzicht en/of verdachte(n) wist(en), althans redelijkerwijze moest(en) vermoeden dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van Stichting Meerzicht of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten subsidies en/of tegemoetkomingen in de kosten van apparatuur en/of scholing ten behoeve van de Stichting Meerzicht en/of haar (toekomstige) werknemers, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft de

Stichting Meerzicht nagelaten het UWV ervan in kennis te stellen van het feit dat zij geen werknemer(s) in dienst hadden genomen en/of nagelaten informatie te verstrekken ten behoeve van een haalbaarheidsonderzoek (uit te voeren door het IMK in opdracht van het UWV) hetgeen in strijd is met de voorwaarden voor subsidieverstrekking in het kader van de Wet op de reintegratie arbeidsgehandicapten (Wet REA), aan welk feit (of tot welke verboden gedraging) de verdachte en/of zijn mededader(s) feitelijk leiding heeft/hebben

gegeven en/of tot welk feit (of tot welke verboden gedraging) de verdachte en/of zijn mededader(s) opdracht heeft/hebben gegeven;

(artikel 227b jo 51 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 10 september 2005 tot en met 07 december 2005 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten de inlichtingsverplichtingen van de Wet op de reintegratie arbeidsgehandicapten (Wet REA), opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of (een) ander(en), terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijze moest(en) vermoeden dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten subsidies en/of tegemoetkomingen in de kosten van apparatuur en/of scholing ten behoeve van de Stichting Meerzicht en/of haar (toekomstige) werknemer(s), dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft verdachte nagelaten het UWV er van in kennis te stellen van het feit dat zij

geen werknemer(s) in dienst hadden genomen en/of nagelaten informatie te verstrekken ten behoeve van een haalbaarheidsonderzoek (uit te voeren door het IMK in opdracht van het UWV) hetgeen in strijd is met de voorwaarden voor subsidieverstrekking in het kader van de Wet op de reintegratie arbeidsgehandicapten (Wet REA);

(artikel 227b Wetboek van Strafrecht)

2.

hij in of omstreeks de periode van 01 september 2005 tot en met 10 mei 2006 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk vijf, althans een of meer, brailleleesregel(s) en/of een View-plus braille printer en/of vijf, althans een of meer mengpan(e)el(en) en/of zes, althans een of meer personal computer(s) (laptops) en/of een (kleuren)kopieermachine, in elk geval enig(e)

goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan Freedom Scientific Benelux BV en/of

Fast Well Automation BV en/of Firma Danka en/of BNP Paribas, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk(e) goed(eren) verdachte en/of zijn mededader(s) anders dan door misdrijf, te weten in het kader van een huurkoopovereenkomst en/of leaseovereenkomst, althans enige overeenkomst en/of onder gehoudenheid dat de huur- en/of lease- en/of koopsom zou worden voldaan, onder zich had(den), (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;(incident 1 en 2 en aanvullende

aangifte)

( artikel 321 Wetboek van Strafrecht)

3.

hij in of omstreeks de periode van 14 oktober 2005 tot en met 13 maart 2006 te Eindhoven en/of Maassluis, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, Ice-systems en/of [benadeelde partij 1] heeft bewogen tot de afgifte van 2, althans een, personal computer(s) en/of een monitor en/of een portable computer en/of een computer

en/of een printer, in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid namens de Stichting Meerzicht een bestelling voor voornoemde goederen bij Ice-systems geplaatst en/of bij de daadwerkelijke levering van voornoemde goederen gemeld dat de betaling zou worden voldaan op het moment dat Stichting Meerzicht de subsidies van het UWV zou hebben ontvangen (terwijl zij op dat moment niet voldeden aan de voorwaarden waaronder het UWV tot subsidieverstrekking kon en mocht overgaan), waardoor Ice-systems en/of [benadeelde partij 1] werd

bewogen tot bovenomschreven afgifte;(incident 3)

(artikel 326 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 14 oktober 2005 tot en met 13 maart 2006 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk 2, althans een personal computer(s) en/of een monitor en/of een portable computer en/of een computer en/of een printer, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Ice-systems en/of [benadeelde partij 1], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), welk(e) goed(eren) verdachte en / of zijn mededader(s) anders dan door misdrijf, te weten op basis van een (koop/huur(koop)) overeenkomst en/of onder gehoudenheid de goederen te betalen, onder zich had(den), (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;(incident 3)

(artikel 321 Wetboek van Strafvordering)

4.

hij in of omstreeks 30 augustus 2005 tot en met 31 januari 2006 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een arbeidsovereenkomst tussen CV No Vision en [betrokkene 1] - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk in voornoemde arbeidsovereenkomst opgenomen en/of getekend voor het feit dat [betrokkene 1] voornoemd vanaf 1 september 2005 een dienstverband heeft als 'sales

medewerker', zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;(incident 4)

(artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht)

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsbeslissing.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 3 primair en feit 4 is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Meer in het bijzonder overweegt de rechtbank daartoe het navolgende.

t.a.v. feit 3 primair:

Met de raadsman oordeelt de rechtbank dat uit de processtukken en het verhandelde ter terechtzitting niet kan worden gesteld dat verdachte de genoemde voorwerpen mede heeft besteld met het oogmerk om zich en/of anderen te bevoordelen.

t.a.v. feit 4:

Met de officier van justitie en de raadsman oordeelt de rechtbank dat uit de processtukken en het verhandelde ter terechtzitting niet is gebleken dat er sprake is geweest van een – kort gezegd - valselijk opgemaakte arbeidsovereenkomst tussen CV No Vision en [betrokkene 1].

Partiële vrijspraak. (feit 1 primair)

De rechtbank constateert dat het UWV bij de subsidietoekenning aan de Stichting Meerzicht

een afwijkende procedure heeft gevolgd die onduidelijkheden met zich mee heeft gebracht.

Uit het schrijven van het UWV aan de Stichting Meerzicht d.d. 4 juli 2005 blijkt dat het UWV tot een voorwaardelijk besluit tot vergoeding is overgegaan met als primaire voorwaarde dat Stichting Meerzicht zeven visueel gehandicapte medewerkers voor

minstens zes maanden in loondienst neemt en houdt, aansluitend aan een proefperiode

van drie maanden ingaande op 10 juni 2005.

Uit de verklaringen van [betrokkene 2] (blz. 130 UWV-dossier) en [betrokkene 3] (blz. 143 UWV-dossier) leidt de rechtbank af dat er aansluitend aan eerdergenoemde proefperiode van drie maanden, eindigend op 10 september 2005, een verlenging met eenzelfde termijn heeft plaatsgevonden. Genoemde [betrokkene 3] verklaart dit nogmaals uitdrukkelijk ten overstaan van de rechter-commissaris op 13 november 2007. Uit het schrijven van het UWV aan de Stichting Meerzicht d.d. 24 april 2006 (blz. 242 UWV-dossier) blijkt dat de termijn is verlengd tot 7 december 2005.

Op 22 september 2005 heeft de Stichting Meerzicht een aangetekende brief verzonden aan het UWV (blz. 101 UWV-dossier) met als bijlagen brieven van [betrokkene 4], [betrokkene 5], [betrokkene 6] en [betrokkene 7], zijnde medewerkers van de Stichting Meerzicht, waaruit het UWV had kunnen afleiden dat de Stichting Meerzicht nog geen dienstverband met hen was aangegaan (blz. 107, 109, 111 en 113 UWV-dossier).

Gelet op het voorgaande concludeert de rechtbank dat niet kan worden gesteld dat de Stichting Meerzicht opzettelijk heeft nagelaten het UWV tijdig in kennis te stellen van het feit dat zij geen werknemers in dienst had genomen en dat verdachte dan ook van dit onderdeel van de tenlastelegging dient te worden vrijgesproken.

Bewijsoverweging. (feit 1 primair)

De rechtbank acht uit de navolgende bewijsmiddelen vast komen te staan dat de Stichting

Meerzicht onvoldoende medewerking aan het haalbaarheidsonderzoek van het IMK heeft verleend:

*een schrijven van het UWV aan de Stichting Meerzicht d.d. 4 juli 2005 (het voorwaardelijk

besluit tot vergoeding) waarin uitdrukkelijk wordt gesteld dat de Stichting haar mede-

werking dient te verlenen aan de toetsing door een bedrijfseconomisch adviseur (blz. 62-63

UWV-dossier);

*een schrijven van IMK Intermediair aan de Stichting Meerzicht d.d. 21 oktober 2005

waarin wordt verzocht om, in verband met de afhandeling van een haalbaarheidsonderzoek

van het bedrijf, onder meer een zo recent mogelijke balans en resultaatrekening te

verstrekken (blz. 116 UWV-dossier);

*een schrijven van het UWV aan de Stichting Meerzicht d.d. 21 oktober 2005 waarin de

Stichting wordt verzocht om aan IMK Intermediair onder meer een recente balans en

resultaatrekening te verstrekken ten behoeve van het instellen van een haalbaarheids-

onderzoek (blz. 119 UWV-dossier);

*een schrijven van Stichting Meerzicht aan IMK/H. Vos d.d. 9 november 2005 waarin

geen enkele mededeling wordt gedaan omtrent een (recente) balans en resultaatrekening

(blz. 121 UWV-dossier);

*een schrijven van IMK-intermediair aan het UWV d.d. 18 november 2005 waaruit

ondermeer kan worden afgeleid dat de Stichting Meerzicht een openingsbalans per maart

2005 heeft verstrekt en geen (tussentijdse) resultatenrekening. In dit schrijven retourneert

IMK Intermediair haar opdracht aan het UWV, omdat het door het ontbreken van tussen-

tijdse cijfers niet mogelijk is om een bedrijfseconomische analyse, noodzakelijk voor een

haalbaarheidsonderzoek, van de Stichting Meerzicht te maken (blz. 123 UWV-dossier);

*de verklaring van [betrokkene 7] afgelegd ten overstaan van de rechter-commissaris d.d.

16 november 2007, inhoudende: ‘Ik heb een brief aan de Stichting Meerzicht gestuurd,

waarin ik de stichting om stukken vroeg. Aanvankelijk kreeg ik geen reactie van de

stichting. Ik heb gebeld naar de stichting. Ik heb gevraagd om een recente balans en

resultatenrekening. Ik wilde tussentijdse cijfers en had daarover contact met [medeverdachte 1].

Ik heb tegen [medeverdachte 1] gezegd dat ik alleen een simpel overzicht wilde hebben, maar dat

wilde zij niet verstrekken. Ik heb de opdracht teruggegeven aan het UWV, omdat ik zonder

de tussentijdse cijfers geen haalbaarheidsonderzoek kon doen.’

Gelet hierop acht de rechtbank dan ook bewezen dat de Stichting Meerzicht opzettelijk heeft nagelaten tijdig informatie te verstrekken ten behoeve van een haalbaarheidsonderzoek, aan welk feit verdachte - die voorzitter van de stichting was - feitelijk leiding heeft gegeven.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte:

1 primair:

Stichting Meerzicht in de periode van 10 september 2005 tot en met 07 december 2005 te Eindhoven in strijd met een haar bij wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten de inlichtings verplichtingen van de Wet op de reintegratie arbeidsgehandicapten (Wet REA), opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl de Stichting Meerzicht en/of verdachte(n) wist(en) dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van Stichting Meerzicht’s recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten subsidies en/of tegemoetkomingen in de kosten van apparatuur en/of scholing ten behoeve van de Stichting Meerzicht en/of haar (toekomstige) werknemers, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft de

Stichting Meerzicht nagelaten informatie te verstrekken ten behoeve van een haalbaarheidsonderzoek (uit te voeren door het IMK in opdracht van het UWV) hetgeen in strijd is met de voorwaarden voor subsidieverstrekking in het kader van de Wet op de reintegratie arbeidsgehandicapten (Wet REA), tot welke verboden gedraging de verdachte feitelijk leiding heeft gegeven.

2.

in de periode van 01 september 2005 tot 10 mei 2006 te Eindhoven tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk vijf brailleleesregels en een View-plus braille printer en vijf mengpanelen en zes personal computers (laptops) en een kleurenkopieermachine toebehorende aan Freedom Scientific Benelux BV en/of Fast Well Automation BV en/of Firma Danka en/of BNP Paribas, welke goederen verdachte en zijn mededaders anders dan door misdrijf, te weten in het kader van een huurkoopovereenkomst en/of leaseovereenkomst, althans enige overeenkomst en onder gehoudenheid dat de huur- en/of lease- en/of koopsom zou worden voldaan, onder zich hadden, telkens wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

3 subsidiair:

in de periode van 14 oktober 2005 tot en met 13 maart 2006 te Eindhoven tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk 2 personal computers en een monitor en een portable computer en een computer en een printer toebehorende aan Ice-systems en/of [benadeelde partij 1], welke goederen verdachte en zijn mededaders anders dan door misdrijf,

te weten op basis van een koopovereenkomst en onder gehoudenheid de goederen te betalen, onder zich hadden, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 27, 36f, 47, 51, 57, 227b en 321.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

t.a.v. feit 4: vrijspraak.

t.a.v. feit 1 primair, feit 2 en feit 3 primair:

een gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren.

t.a.v. de vordering van benadeelde partij Fast Well Office Automation BV.:

toewijzing van een bedrag ad EUR 10.380,= met daarbij de oplegging van de schade-vergoedingsmaatregel en niet-ontvankelijkverklaring van het hoger gevorderde bedrag (niet eenvoudig van aard).

t.a.v. de vorderingen van benadeelde partijen Freedom Scientific Benelux BV. en [benadeelde partij 1]/Ice-System: niet-ontvankelijkverklaring (niet eenvoudig van aard).

De op te leggen straffen.

Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dienen te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder de draagkracht.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank enerzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte:

- de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- verdachte heeft mede ernstig misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de overheid en de andere benadeelden in hem cq. in de Stichting Meerzicht, een stichting met op papier ideële motieven, stelden;

- bij het plegen van de strafbare feiten vervulde verdachte een leidinggevende rol.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank anderzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheid die tot matiging van de straf heeft geleid:

- sedert het tijdstip waarop de door verdachte gepleegde strafbare feiten hebben plaatsgehad is inmiddels geruime tijd verstreken, terwijl verdachte voor zover thans bekend in deze periode geen nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf

welke vrijheidsbeneming meebrengt. De rechtbank acht hierbij een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf overeenkomstig de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht passend en geboden.

Met betrekking tot een deel van de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank bepalen dat dat deel van die straf niet zal worden tenuitvoergelegd mits verdachte zich tot het einde van de hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

Voorts acht de rechtbank een geldboete van na te melden hoogte op zijn plaats.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank minder bewezen acht dan de officier van justitie en de rechtbank voorts van oordeel is dat de op te leggen straf de aard en ernst van het bewezenverklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De vordering van de benadeelde partij Fast Well Office Automation BV.

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, een bedrag ad EUR 10.380,=, zijnde het bedrag van de zes geleverde

laptops exclusief BTW.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

Verdachte zal, als de in het ongelijk gestelde partij, verwezen worden in de door de benadeelde partij terzake haar voeging in deze strafzaak gemaakte kosten, als na te melden.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de gevorderde BTW (EUR 1.972,=) en indirecte kosten (EUR 2.548,89), aangezien deze posten niet van zo eenvoudige aard zijn dat zij zich lenen voor behandeling in het strafgeding. De benadeelde partij kan deze onderdelen van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

De vordering van de benadeelde partij Freedom Scientific Benelux BV.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, aangezien deze niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

De benadeelde partij kan deze onderdelen van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal de kosten van partijen compenseren aldus dat elke partij haar eigen kosten draagt.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] / ICE-Systems.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, aangezien deze niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

De benadeelde partij kan deze onderdelen van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal de kosten van partijen compenseren aldus dat elke partij haar eigen kosten draagt.

DE UITSPRAAK

t.a.v. feit 3 primair, feit 4:

Vrijspraak, achtende de rechtbank het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen.

Verklaart het tenlastegelegde onder feit 1 primair, feit 2 en feit 3 subsidiair bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

t.a.v. feit 1 primair:

in strijd met een haar bij wettelijk voorschrift opgelegde verplichting opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, terwijl dat feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, en terwijl zij weet dat die gegevens van belang zijn voor de vaststelling van haar recht op een verstrekking of tegemoetkoming dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging.

t.a.v. feit 2:

medeplegen van verduistering, meermalen gepleegd.

t.a.v. feit 3 subsidiair:

medeplegen van verduistering.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen en maatregel.

t.a.v. feit 1 primair, feit 2 en feit 3 subsidiair:

*Gevangenisstraf voor de duur van 100 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht waarvan 49 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

*Geldboete van EUR 2.500,= subsidiair 42 dagen hechtenis.

t.a.v. feit 2:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 10.380,= subsidiair 81 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer Fast Well Office Automation BV. van een bedrag van EUR 10.380,= (zegge: tienduizenddriehonderdtachtig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 81 dagen hechtenis. Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Fast Well Office Automation BV. van een bedrag van EUR 10.380,= (zegge: tienduizenddriehonderdtachtig euro).

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de

tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat zij dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededader(s) is betaald.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

t.a.v. feit 2:

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij Freedom Scientific Benelux BV., in haar vordering.

Bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt.

t.a.v. feit 3 subsidiair:

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] / ICE-Systems, in haar vordering.

Bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgelijke rechter kan aanbrengen.

Compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. N.M. Spelt, voorzitter,

mr. E.M.J. Raeijmaekers en mr. S. van Lokven, leden,

in tegenwoordigheid van D.A. Koopmans, griffier,

en is uitgesproken op 20 oktober 2008.