Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2008:BF7258

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
08-10-2008
Datum publicatie
08-10-2008
Zaaknummer
01/825625-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak voor medeplegen poging tot moord (vier maal), maar acht jaar gevangenisstraf met aftrek voor medeplegen van poging tot doodslag (vier maal) en openlijke geweldpleging, gepleegd te Veldhoven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/825625-07

Datum uitspraak: 08 oktober 2008

Verkort vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,

wonende te [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd te: P.I. HvB Grave (Unit A + B).

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 24 september 2008.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 1 februari 2008.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 12 november 2007 te Veldhoven, ter uitvoering van het door

verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk (en met

voorbedachten rade) [slachtoffer 1] van het leven te beroven,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat

opzet (en na kalm beraad en rustig overleg), als volgt heeft gehandeld:

hebbende hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- zich, voorzien van een (of meer) vuurwapen(s), naar café "In d'n Olie-fant",

gelegen aan de Kromstraat, begeven, en/of

- (vervolgens) dat/die vuurwapen(s) gericht en/of gericht gehouden op en/of in

de richting van die [slachtoffer 1], en/of

- met dat/die vuurwapen(s) (van/op korte afstand) een of meer kogel(s)

afgevuurd in de richting van en/of op/in/aan de knie en/of de buik en/of

(overige delen van) het lichaam van die [slachtoffer 1], en/of

- meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd en/of lichaam van die (gewond op

de grond liggende) [slachtoffer 1] geschopt en/of getrapt,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.

(artikel 289/287 juncto 45 juncto 47 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 12 november 2007 te Veldhoven, ter uitvoering van het door

verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk (en met

voorbedachten rade) [slachtoffer 2] van het leven te beroven,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat

opzet (en na kalm beraad en rustig overleg), als volgt heeft gehandeld:

hebbende hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- zich, voorzien van een (of meer) vuurwapen(s), naar café "In d'n Olie-fant",

gelegen aan de Kromstraat, begeven, en/of

- (vervolgens) dat/die vuurwapen(s) gericht en/of gericht gehouden op en/of in

de richting van die [slachtoffer 2], en/of

- met dat/die vuurwapen(s) (van/op korte afstand) een of meer kogel(s)

afgevuurd in de richting van en/of op/in/aan het hoofd en/of het lichaam van

die [slachtoffer 2],

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.

(artikel 289/287 juncto 45 juncto 47 Wetboek van Strafrecht)

3.

hij op of omstreeks 12 november 2007 te Veldhoven, ter uitvoering van het door

verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk (en met

voorbedachten rade) [slachtoffer 3] van het leven te beroven,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat

opzet (en na kalm beraad en rustig overleg), als volgt heeft gehandeld:

hebbende hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- zich, voorzien van een (of meer) vuurwapen(s), naar café "In d'n Olie-fant",

gelegen aan de Kromstraat, begeven, en/of

- (vervolgens) dat/die vuurwapen(s) gericht en/of gericht gehouden op en/of in

de richting van die [slachtoffer 3], en/of

- met dat/die vuurwapen(s) (van/op korte afstand) een of meer kogel(s)

afgevuurd in de richting van en/of op/in/aan de nek en/of de kaak en/of

(overige delen van) het lichaam van die [slachtoffer 3],

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.

(artikel 289/287 juncto 45 juncto 47 Wetboek van Strafrecht)

4.

hij op of omstreeks 12 november 2007 te Veldhoven, ter uitvoering van het door

verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk (en met

voorbedachten rade) [slachtoffer 4] van het leven te beroven,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat

opzet (en na kalm beraad en rustig overleg), als volgt heeft gehandeld:

hebbende hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- zich, voorzien van een (of meer) vuurwapen(s), naar café "In d'n Olie-fant",

gelegen aan de Kromstraat, begeven, en/of

- (vervolgens) dat/die vuurwapen(s) gericht en/of gericht gehouden op en/of in

de richting van die [slachtoffer 4], en/of

- met dat/die vuurwapen(s) (van/op korte afstand) een of meer kogel(s)

afgevuurd in de richting van en/of op/in/aan de schouder en/of (overige delen

van) het lichaam van die [slachtoffer 4],

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.

(artikel 289/287 juncto 45 juncto 47 Wetboek van Strafrecht)

5. (Primair)

hij op of omstreeks 12 november 2007 te Veldhoven ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1],

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet (terwijl

die [slachtoffer 1] op de grond lag en/of door een ander in bedwang althans vast werd

gehouden) met een (terras)stoel op/tegen het hoofd en/of lichaam van die

[slachtoffer 1], heeft geslagen en/of een (terras)stoel in de richting van die [slachtoffer 1]

heeft gegooid,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

(artikel 302 juncto 45 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 12 november 2007 te Veldhoven met een ander of anderen, op

of aan de openbare weg, de Kromstraat, in elk geval op of aan een openbare weg

en/of ten aanschouwen van, althans zichtbaar voor publiek, openlijk in

vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1], welk geweld bestond

uit het dichtdrukken/afknellen en/of dichtgedrukt/afgekneld houden van de keel

van die [slachtoffer 1] en/of het in een wurggreep houden van die [slachtoffer 1] en/of het (met

een (terras)stoel) slaan tegen het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer 1] en/of

het met een (terras)stoel gooien in de richting van die [slachtoffer 1].

(artikel 141 Wetboek van Strafrecht)

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsoverweging.

Uit het onderzoek ter terechtzitting en de stukken in het dossier blijkt het volgende. Op 12 november 2007 ontstaat in Veldhoven bij het café “In d’n Olie-fant” een vechtpartij tussen het latere slachtoffer [slachtoffer 1] en verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1]. Omstanders halen de vechtende partijen uit elkaar, waarna [slachtoffer 1] het café binnengaat en het latere slachtoffer [slachtoffer 2] belt. Deze komt even later, samen met de latere slachtoffers [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4], naar het café. Intussen vertrekken verdachte en medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] gezamenlijk naar de woning van verdachte [medeverdachte 2], naar zeggen van verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] om een pistool op te halen. In de woning laadt medeverdachte [medeverdachte 2] het wapen met 12 kogels. Verdachte stopt het pistool bij zich. Vervolgens rijden zij met z’n drieën weer terug naar voornoemd café. Aldaar aangekomen lopen medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] naar de ingang van het café. Verdachte blijft achteraf staan met het pistool. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] dagen [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] uit om naar buiten te komen. Kort daarna volgt het schietincident. Verdachte schiet tweemaal in de richting van [slachtoffer 1]. Kogels treffen [slachtoffer 1] in zijn knie en buik. [medeverdachte 2] pakt vervolgens het wapen af van verdachte en schiet daarmee op [slachtoffer 3]. Een kogel raakt [slachtoffer 3] in zijn nek. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] vluchten weg. [medeverdachte 2] schiet ook meerdere keren in hun richting. Een kogel raakt [slachtoffer 2] net boven zijn linkeroor, een kogel verwondt [slachtoffer 4] aan de schouder. [medeverdachte 2], [medeverdachte 1] en verdachte vertrekken gezamenlijk in een auto.

De vraag moet worden beantwoord of er sprake is geweest van voorbedachten rade bij verdachte om voormelde slachtoffers van het leven te beroven. Naar het oordeel van de rechtbank is voorbedachte rade niet komen vast te staan. Uit het onderzoek ter terechtzitting en uit het dossier komt naar voren dat verdachte samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] naar de woning van [medeverdachte 2] is gegaan om een pistool op te halen om daarmee in de lucht te schieten. Niet is gebleken dat zij op enig moment een kalm en weloverwogen besluit hebben genomen om de personen waarmee zij die avond onenigheid hadden van het leven te beroven.

Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van medeplegen van een poging tot doodslag. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij met medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] naar zijn woning is gegaan om een pistool op te halen om daarmee in de lucht te schieten. Met dat doel heeft verdachte het wapen bij zich gestoken. Vast staat dat verdachte en de medeverdachten daarna zijn terug gereden naar het café. Vervolgens heeft er een rolverdeling tussen verdachte en de medeverdachten plaatsgevonden. Verdachte [verdachte] is achteraf blijven staan met het pistool en de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn naar de ingang van het café gelopen. Laatstgenoemden hebben de latere slachtoffers, onder wie [slachtoffer 1], uitgedaagd om naar buiten te komen. Daarna heeft verdachte [verdachte] niet in de lucht geschoten maar in de richting van [slachtoffer 1] die op hem af liep. [slachtoffer 1] is door de kogels getroffen en gewond op de grond blijven liggen. Vast staat dat verdachte [verdachte] en de medeverdachte [medeverdachte 1] het slachtoffer later bij het verlaten van de plaats van het incident nog een schop na hebben gegeven. Na het schieten door verdachte heeft medeverdachte [medeverdachte 2] het pistool van verdachte afgepakt en daarmee geschoten in de richting van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] die wegvluchtten. Na het incident zijn verdachte en de medeverdachten gezamenlijk in een auto weggegaan. Uit het vorenstaande vloeit naar het oordeel van de rechtbank voort dat tussen verdachte en de medeverdachten sprake is geweest van een dusdanige bewuste en nauwe samenwerking dat verdachte kan worden beschouwd als een medepleger. Verdachten zijn samen met een vooraf bepaald doel in een schietpartij beland en zijn ook samen weer vertrokken.

Verder is van belang dat de door verdachte [verdachte] en zijn medeverdachte [medeverdachte 2] afgevuurde kogels in de richting van de vier slachtoffers fatale gevolgen voor hen hadden kunnen hebben. De gedragingen moeten naar uiterlijke verschijningsvorm beschouwd worden als te zijn gericht op de dood van de slachtoffers, waarbij ook bewust de aanmerkelijke kans is aanvaard dat de slachtoffers dodelijk getroffen zouden worden.

Gelet op al het vorenstaande - in onderling verband en samenhang gezien - acht de rechtbank het medeplegen van verdachte van een poging tot doodslag op de slachtoffers [slachtoffer 1] (feit 1), [slachtoffer 2] (feit 2), [slachtoffer 3] (feit 3) en [slachtoffer 4] (feit 4) wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 5 primair is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

1.

op 12 november 2007 te Veldhoven, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met anderen met dat

opzet als volgt heeft gehandeld:

hebbende hij, verdachte en/of zijn mededaders

- zich, voorzien van een vuurwapen, naar café "In d'n Olie-fant", gelegen aan de Kromstraat, begeven, en

- vervolgens dat vuurwapen gericht op en/of in de richting van die [slachtoffer 1], en

- met dat vuurwapen op korte afstand kogels afgevuurd in de richting van de knie en de buik van die [slachtoffer 1], en

- meermalen tegen het hoofd en/of lichaam van die (gewond op de grond liggende) [slachtoffer 1] geschopt en/of getrapt,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.

2.

op 12 november 2007 te Veldhoven, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander met dat

opzet als volgt heeft gehandeld:

hebbende hij, verdachte, en zijn mededader

- zich, voorzien van een vuurwapen, naar café "In d'n Olie-fant", gelegen aan de Kromstraat, begeven, en

- vervolgens dat vuurwapen gericht in de richting van die [slachtoffer 2], en

- met dat vuurwapen kogels afgevuurd in de richting van het lichaam van

die [slachtoffer 2],

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.

3.

op 12 november 2007 te Veldhoven, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk [slachtoffer 3] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander met dat

opzet als volgt heeft gehandeld:

hebbende hij, verdachte, en zijn mededader

- zich, voorzien van een vuurwapen, naar café "In d'n Olie-fant", gelegen aan de Kromstraat, begeven, en

- vervolgens dat vuurwapen gericht op die [slachtoffer 3], en

- met dat vuurwapen op korte afstand een kogel afgevuurd in de richting van de nek en/of

het lichaam van die [slachtoffer 3],

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.

4.

op 12 november 2007 te Veldhoven, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk [slachtoffer 4] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander met dat

opzet als volgt heeft gehandeld:

hebbende hij, verdachte, en zijn mededader

- zich, voorzien van een vuurwapen, naar café "In d'n Olie-fant", gelegen aan de Kromstraat, begeven, en

- vervolgens dat vuurwapen gericht in de richting van die [slachtoffer 4], en

- met dat vuurwapen kogels afgevuurd in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 4],

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid.

5. Subsidiair

op 12 november 2007 te Veldhoven met een ander, op of aan de openbare weg, de Kromstraat, ten aanschouwen van, althans zichtbaar voor publiek, openlijk in

vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1], welk geweld bestond

uit het dichtdrukken/afknellen en/of dichtgedrukt/afgekneld houden van de keel

van die [slachtoffer 1] en het in een wurggreep houden van die [slachtoffer 1] en het (met

een (terras)stoel) slaan tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en het met een (terras)stoel gooien in de richting van die [slachtoffer 1].

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

De verdediging heeft ter terechtzitting aangevoerd dat verdachte door het slachtoffer [slachtoffer 1] werd aangevallen, waarop hij zich genoodzaakt zag om te schieten teneinde zichzelf te verdedigen. Volgens de verdediging is er sprake van noodweer danwel noodweerexces en dient verdachte te ontslagen worden van alle rechtsvervolging.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe het navolgende. Na een eerdere ruzie die avond tussen [slachtoffer 1] en verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] bij voornoemd café is verdachte samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] naar het huis van [medeverdachte 2] gereden om een pistool op te halen. Volgens de lezing van verdachte was het de bedoeling om met het wapen in de lucht te schieten en wilde hij de personen laten schrikken. In het bezit van dat wapen zijn verdachten met z’n drieën terug naar het café gereden. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zijn vervolgens, blijkens verklaringen, provocerend voor de deur van het café gaan staan, waarop de latere slachtoffers [slachtoffer 2], [slachtoffer 1], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] naar buiten zijn gekomen. Kort daarna is het schietincident gevolgd, waarbij verdachte als eerste heeft geschoten op [slachtoffer 1]. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het vorenstaande dat verdachte zelf bewust de confrontatie met voormelde personen heeft opgezocht en kan er geen sprake zijn van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding. De omstandigheid dat [slachtoffer 1] in de richting van verdachte liep en verdachte dreigde aan te vallen, zoals verdachte tot zijn verweer heeft aangevoerd, maakt dat niet anders. Derhalve is was geen sprake van een noodweersituatie en gaat tevens het beroep op noodweerexces niet op.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 24c, 27, 36f, 45, 47, 57, 60a, 141, 287.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

Ten aanzien van de feiten 1, 2, 3, 4 en 5 primair een gevangenisstraf voor de duur van 15 jaren, met aftrek van het voorarrest. Met betrekking tot de benadeelde partijen:

- [slachtoffer 1]: toewijzing van de immateriële schade ten bedrage van € 5.000,= alsmede toewijzing van de materiele schade voor wat betreft de reiskosten ten bedrage van € 297,60, voor het overige de niet-ontvankelijk verklaring van de vordering, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, hoofdelijk;

- [slachtoffer 3]: toewijzing van de immateriële schade ten bedrage van € 7.500,= alsmede toewijzing van de materiele schade voor wat betreft de reiskosten en kleding ten bedrage van in totaal € 751,28, voor het overige de niet-ontvankelijk verklaring van de vordering, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, hoofdelijk;

- [slachtoffer 4]: toewijzing van de immateriële schade ten bedrage van € 2.000,= alsmede toewijzing van de materiele schade voor wat betreft de reiskosten en kleding ten bedrage van in totaal € 611,81, voor het overige de niet-ontvankelijk verklaring van de vordering, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, hoofdelijk.

De op te leggen straf en maatregelen.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte:

- de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- verdachte werd terzake van strafbare feiten soortgelijk aan de door hem gepleegde feiten blijkens een hem betreffend uittreksel uit het algemeen documentatieregister reeds eerder veroordeeld. Verdachte heeft daaruit kennelijk geen enkele lering getrokken;

- het zeer gewelddadige karakter van de door verdachte en/of zijn mededaders gepleegde strafbare feiten. Het schietincident op 12 november 2007 buiten op straat, vlak voor het café “In den Olie-fant” heeft grote onrust veroorzaakt in Veldhoven en omgeving en de rechtsorde ernstig geschokt. Verdachte en/of zijn mededaders heeft/hebben met een vuurwapen op een viertal personen geschoten waarmee zij die avond onenigheid hadden. Deze personen zijn daarbij ernstig gewond geraakt. Slechts bij toeval zijn zij niet dodelijk getroffen door de kogels. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij er niet voor is teruggeschrokken om dergelijk zwaar geweld tegen zijn medeburgers te gebruiken. Verdachte heeft zich volstrekt niet om het lot van de slachtoffers bekommerd. Gebleken is dat twee slachtoffers als gevolg van het opgelopen letsel nog steeds ernstig nadeel ondervinden in hun gezondheid en functioneren. Daarbij komt dat de ervaring leert dat slachtoffers van dit soort feiten nog lang kampen met ernstige psychische problemen. Overigens moet het incident ook bijzonder beangstigend zijn geweest voor de omstanders die daarvan getuige zijn geweest.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt, te meer verdachte terzake de feiten 1, 2, 3 en 4 zal worden veroordeeld voor het medeplegen van een poging tot doodslag en niet voor het al dan niet medeplegen van een poging tot moord.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1).

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de immateriële schade ten bedrage van € 2.000,= bij wijze van voorschot, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum vonnis tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum vonnis tot de dag der algehele voldoening ten aanzien van de immateriële schade.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van haar vordering, aangezien deze niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. De benadeelde partij kan dat deel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Motivering van de hoofdelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] (feit 3).

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, aan materiële schade een bedrag van € 250,=, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening, en aan immateriële schade een bedrag van € 5.000,= bij wijze van voorschot, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum vonnis tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening ten aanzien van de materiële schade en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum vonnis tot de dag der algehele voldoening ten aanzien van de immateriële schade.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige gedeelte van haar vordering, aangezien deze niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. De benadeelde partij kan dat deel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Motivering van de hoofdelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] (feit 4).

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, aan materiële schade een bedrag van € 200,=, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening, en aan immateriële schade een bedrag van € 2.000,= bij wijze van voorschot, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum vonnis tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening ten aanzien van de materiële schade en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum vonnis tot de dag der algehele voldoening ten aanzien van de immateriële schade.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige gedeelte van haar vordering, aangezien deze niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. De benadeelde partij kan dat deel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Motivering van de hoofdelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

DE UITSPRAAK

T.a.v. feit 5 primair:

Vrijspraak, achtende de rechtbank het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen.

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1:

medeplegen van poging tot doodslag

T.a.v. feit 2:

medeplegen van poging tot doodslag

T.a.v. feit 3:

medeplegen van poging tot doodslag

T.a.v. feit 4:

medeplegen van poging tot doodslag

T.a.v. feit 5 subsidiair:

het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf(fen) en/of maatregel(en).

T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3, feit 4, feit 5 subsidiair:

Gevangenisstraf voor de duur van 8 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. feit 1:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 2000,00 subsidiair 40 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van een bedrag van EUR 2000,=

(zegge: tweeduizend euro) aan immateriële schade bij wijze van voorschot, te

vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 oktober 2008 tot aan de dag der

algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 40

dagen hechtenis.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde

betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot

betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van EUR 2000,=

(zegge: tweeeduizend euro) aan immateriële schade bij wijze van voorschot, te

vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 oktober 2008 tot aan de dag der

algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet

ontvankelijk is.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd

voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot

vergoeding van deze schade.

T.a.v. feit 3:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 5250,00 subsidiair 56 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] van een bedrag van EUR 5250,=

(zegge: vijfduizendtweehonderdvijftig euro), zijnde een bedrag van EUR 250,=

aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 november

2007 tot aan de dag der algehele voldoening, en een bedrag van EUR 5000,= aan

immateriële schade bij wijze van voorschot, te vermeerderen met de wettelijke

rente vanaf 8 oktober 2008 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke

van betaling en verhaal te vervangen door 56 dagen hechtenis.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde

betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot

betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] van een bedrag van EUR 5250,=

(zegge: vijfduizendtweehonderdvijftig euro), zijnde een bedrag van EUR 250,=

aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 november

2007 tot aan de dag der algehele voldoening, en een bedrag van EUR 5000,= aan

immateriële schade bij wijze van voorschot, te vermeerderen met de wettelijke

rente vanaf 8 oktober 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet

ontvankelijk is.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd

voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot

vergoeding van deze schade.

T.a.v. feit 4:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 2200,00 subsidiair 41 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] van een bedrag van EUR 2200,=

(zegge: tweeduizendtweehonderd euro), zijnde een bedrag van EUR 200,= aan

materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 november

2007 tot aan de dag der algehele voldoening, en een bedrag van EUR 2000,= aan

immateriële schade bij wijze van voorschot, te vermeerderen met de wettelijke

rente vanaf 8 oktober 2008 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke

van betaling en verhaal te vervangen door 41 dagen hechtenis.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde

betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot

betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] van een bedrag van EUR

2200,= (zegge: tweeduizendtweehonderd euro), zijnde een bedrag van EUR 200,=

aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 november

2007 tot aan de dag der algehele voldoening, en een bedrag van EUR 2000,= aan

immateriële schade bij wijze van voorschot, te vermeerderen met de wettelijke

rente vanaf 8 oktober 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet

ontvankelijk is.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd

voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot

vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.A. van Biesbergen, voorzitter,

mr. R.M.L. Heemskerk-Pleging en mr. M.J. Smit, leden,

in tegenwoordigheid van mr. B.J. van Vugt-Jansen, griffier,

en is uitgesproken op 8 oktober 2008.

mr. M.J. Smit is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

14

Parketnummer: 01/825625-07

[verdachte]