Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2008:BE9744

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
04-09-2008
Datum publicatie
04-09-2008
Zaaknummer
01/825377-07
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2010:BM9469, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vier jaar gevangenisstraf waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaren voor het plegen van ontucht met vier kinderen jonger dan 16 jaar.

De deskundige heeft in zijn rapport enkele kritische kanttekeningen geplaatst bij de studioverhoren, maar heeft tegelijkertijd aangegeven dat er belangrijke omstandigheden zijn die pleiten voor de juistheid van de afgelegde verklaringen van de slachtoffers.

Gelet op het feit dat verdachte bereid en in staat is zijn pedofiele verlangens om te zetten in strafbare gedragingen is de rechtbank van oordeel dat de strafrechtelijke reactie mede tot doel moet hebben te voorkomen dat verdachte nieuwe slachtoffers maakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/825377-07

Datum uitspraak: 04 september 2008

Verkort vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [woonplaats] op [geboortedatum] 1948,

wonende te [woonplaats] [adres]

thans gedetineerd te: P.I. Breda - HvB De Boschpoort.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 21 augustus 2008.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 31 oktober 2007.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2006 tot en met 23 juni 2007 te

Eindhoven, met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] 1997), die toen de

leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en)

heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 1], hebbende verdachte

- een of meerdere malen zijn, verdachtes, penis in de mond van [slachtoffer 1]

geduwd/gebracht en/of gehouden en/of

- een of meerdere malen [slachtoffer 1] bewogen om zijn, verdachtes, penis vast te

pakken/te betasten en/of (vervolgens) op en neer gaande bewegingen te maken

(aftrekken) en/of

- een of meerdere malen de penis van [slachtoffer 1] in zijn, verdachtes, mond

geduwd/gebracht en/of gehouden en/of

- een of meerdere malen de penis van [slachtoffer 1] vastgepakt/betast en/of

(vervolgens) op en neer gaande bewegingen heeft gemaakt (aftrekken).

artikel 244 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2006 tot en met 23 juni 2007 te

Eindhoven, met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] 1997), die toen de

leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer

ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit dat verdachte:

- een of meerdere malen zijn, verdachtes, penis in de mond van [slachtoffer 1] heeft

geduwd/gebracht en/of gehouden;

- een of meerdere malen [slachtoffer 1] heeft bewogen om zijn, verdachtes, penis

vast te pakken/te betasten en/of (vervolgens) op en neer gaande bewegingen te

maken (aftrekken);

- een of meerdere malen de penis van [slachtoffer 1] in zijn, verdachtes, mond heeft

geduwd/gebracht en/of gehouden;

- een of meerdere malen de penis van [slachtoffer 1] heeft vastgepakt/betast en/of

(vervolgens) op en neer gaande bewegingen heeft gemaakt (aftrekken).

artikel 247 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2006 tot en met 23 juni 2007 te

Eindhoven, met [slachtoffer 2] geboren op [geboortedatum] 1994, die de leeftijd van

twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een

of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede

bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 2]

hebbende verdachte:

- een of meerdere malen een vinger en/of zijn, verdachtes, penis in de anus

[slachtoffer 2] geduwd/gebracht en/of gehouden en/of

- een of meerdere malen zijn, verdachtes, penis in de mond [slachtoffer 2] heeft

geduwd/gebracht en/of gehouden en/of

- een of meerdere malen [slachtoffer 2] heeft bewogen om zijn, verdachtes, penis

vast te pakken/te betasten en/of (vervolgens) op en neer gaande bewegingen te

maken (aftrekken) en/of

- een of meerdere malen de penis [slachtoffer 2] in zijn, verdachtes, mond heeft

geduwd/gebracht en/of gehouden en/of

- een of meerdere malen de penis [slachtoffer 2] heeft vastgepakt/betast en/of

(vervolgens) op en neergaande bewegingen heeft gemaakt (aftrekken).

(artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2006 tot en met 23 juni 2007 te

Eindhoven, met [slachtoffer 2] geboren op [geboortedatum] 1994, die toen de leeftijd

van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige

handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit dat verdachte:

- een of meerdere malen een vinger en/of zijn, verdachtes, penis in de anus

[slachtoffer 2] geduwd/gebracht en/of gehouden en/of

- een of meerdere malen zijn, verdachtes, penis in de mond [slachtoffer 2] heeft

geduwd/gebracht en/of gehouden en/of

- een of meerdere malen [slachtoffer 2] heeft bewogen om zijn, verdachtes, penis

vast te pakken/te betasten en/of (vervolgens) op en neer gaande bewegingen te

maken (aftrekken) en/of

- een of meerdere malen de penis [slachtoffer 2] in zijn, verdachtes, mond heeft

geduwd/gebracht en/of gehouden en/of

- een of meerdere malen de penis [slachtoffer 2] heeft vastgepakt/betast en/of

(vervolgens) op en neergaande bewegingen heeft gemaakt (aftrekken).

artikel 247 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2006 tot en met 23 juni 2007 te

Eindhoven, met [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum] 1994, die de leeftijd van twaalf

jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of

meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede

bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3],

hebbende verdachte

- een of meerdere malen de penis [slachtoffer 3] in zijn, verdachtes, mond

gebracht en/of gehouden en/of

- een of meerdere malen de penis [slachtoffer 3] vastgepakt/betast en/of

(vervolgens) op en neer gaande bewegingen gemaakt (aftrekken).

(artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2006 tot en met 23 juni 2007 te

Eindhoven, met [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum] 1994, die toen de leeftijd van

zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige

handeling(en) heeft gepleegd, hierin bestaande dat verdachte:

- een of meerdere malen de penis [slachtoffer 3] in zijn, verdachtes, mond heeft

gebracht en/of gehouden en/of

- een of meerdere malen de penis [slachtoffer 3] heeft vastgepakt/betast en/of

(vervolgens) op en neer gaande bewegingen heeft gemaakt (aftrekken).

(artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht)

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2006 tot en met 23 juni 2007 te

Eindhoven ontucht heeft gepleegd met zijn pupil en/of met de aan zijn zorg

en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, te weten met

[slachtoffer 4), geboren op (geboortedatum) 1999, immers heeft hij verdachte:

- een of meerdere malen die [slachtoffer 4] bewogen om zijn, verdachtes, penis vast te

pakken/te betasten en/of (vervolgens) op en neer gaande bewegingen te maken

(aftrekken) en/of

- een of meerdere malen de penis van die [slachtoffer 4] vastgepakt/betast en/of

(vervolgens) op en neer gaande bewegingen heeft gemaakt (aftrekken).

[artikel 249 van het Wetboek van Strafrecht]

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2006 tot en met 23 juni 2007 te

Eindhoven, met [slachtoffer 4] (geboren op (geboortedatum) 1999), die toen de

leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer

ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit dat verdachte

- een of meerdere malen die [slachtoffer 4] heeft bewogen om zijn, verdachtes, penis vast

te pakken/te betasten en/of (vervolgens) op en neergaande bewegingen te maken

(aftrekken) en/of

- een of meerdere malen de penis van die [slachtoffer 4] heeft vastgepakt/betast en/of

(vervolgens) op en neer gaande bewegingen heeft gemaakt (aftrekken).

[artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht]

5.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2006 tot en met 23 juni 2007 te

Eindhoven, met [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum] 1998), die toen de

leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer

ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit dat verdachte

- een of meerdere malen [slachtoffer 5] heeft bewogen om zijn, verdachtes, penis

vast te pakken/te betasten en/of (vervolgens) op en neer gaande bewegingen te

maken (aftrekken) en/of

- een of meerdere malen de penis van [slachtoffer 5] heeft vastgepakt/betast

en/of (vervolgens) op en neergaande bewegingen heeft gemaakt (aftrekken).

artikel 247 Wetboek van Strafrecht;

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsbeslissing.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 1 primair en 3 primair is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van de onder 4 primair en subsidiair tenlastegelegde feiten overweegt de rechtbank dat alleen [slachtoffer 1] over deze feiten heeft verklaard. De rechtbank acht zijn verklaring echter te onduidelijk om te komen tot het wettig vereiste van overtuiging, zodat verdachte ook van deze feiten zal worden vrijgesproken.

Overwegingen omtrent het bewijs.

Door de verdediging is gesteld dat de verklaringen van de minderjarige aangevers/slachtoffers uitsluitend betrouwbaar zijn voor zover deze verklaringen worden bevestigd door de bekennende verklaring van verdachte. De raadsman heeft onder andere verwezen naar verschillen tussen de verklaringen en de mogelijkheid dat de aangevers/slachtoffers in hun getuigenverklaringen zijn beïnvloed door, bij voorbeeld, hun ouders. Verder heeft hij gewezen op de door prof. dr. Bullens vastgestelde beperkingen/onjuistheden in de studioverhoren van een aantal van de gehoorde minderjarige getuigen.

De rechtbank verwerpt dit verweer en acht de afgelegde verklaringen betrouwbaar.

Prof. dr. Bullens heeft in zijn rapportage weliswaar enkele kritische kanttekeningen geplaatst bij de verhoren, maar heeft tegelijkertijd aangegeven dat er belangrijke omstandigheden zijn die pleiten voor de juistheid van de afgelegde verklaringen, zoals (onder meer) het ontbreken van een motief bij de minderjarigen om een onjuiste verklaring af te leggen, de genuanceerde mening van de gehoorde minderjarige getuigen over de verdachte, het gegeven dat de verklaringen van de getuigen constant en consistent zijn gebleken, de wijze waarop de getuigen hun verklaring hebben afgelegd (o.a. het non-verbaal ondersteunen/bevestigen van de eigen verklaring) en het tijdens het studioverhoor op punten corrigeren van de verhoorders. De rechtbank deelt de bevindingen en conclusies op dit punt van de deskundige, en neemt die over. Tevens acht de rechtbank van groot belang dat de slachtoffers/getuigen gelijkluidend hebben verklaard over de gebeurtenissen die zij samen hebben meegemaakt. Dit maakt naar het oordeel van de rechtbank ook het overige deel van ieders verklaring meer geloofwaardig, ook waar het gaat om misbruik in de woning van verdachte en ook waar het betreft het seksueel misbruik van [slachtoffer 1]. Verdachte heeft daartegenover slechts een geschreven verklaring opgesteld en heeft in de kern geweigerd vragen van derden (politie en de rechter-commissaris) te beantwoorden. Ook bagatelliseert hij zijn rol en legt de reden voor zijn handelen volstrekt buiten zichzelf. Deze weinig geloofwaardige houding van verdachte ten opzichte van zijn eigen handelen sterkt de rechtbank in de overtuiging dat verdachte de tenlastegelegde en bewezenverklaarde seksuele handelingen heeft gepleegd.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

1. subsidiair

in de periode van 1 augustus 2006 tot en met 23 juni 2007 te Eindhoven, met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] 1997), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit dat verdachte:

- meerdere malen [slachtoffer 1] heeft bewogen om zijn, verdachtes, penis vast te pakken/te betasten en (vervolgens) op en neer gaande bewegingen te maken (aftrekken);

- meerdere malen de penis van [slachtoffer 1] heeft vastgepakt/betast en (vervolgens) op en neer gaande bewegingen heeft gemaakt (aftrekken).

2. primair

in de periode van 1 augustus 2006 tot en met 23 juni 2007 te Eindhoven, met [slachtoffer 2] geboren op [geboortedatum] 1994, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam [slachtoffer 2] hebbende verdachte:

- meerdere malen een vinger in de anus [slachtoffer 2] geduwd/gebracht en/of gehouden en

- meerdere malen [slachtoffer 2] heeft bewogen om zijn, verdachtes, penis vast te pakken/te betasten en (vervolgens) op en neer gaande bewegingen te maken (aftrekken) en

- meerdere malen de penis [slachtoffer 2] in zijn, verdachtes, mond heeft geduwd/gebracht en/of gehouden en

- meerdere malen de penis [slachtoffer 2] heeft vastgepakt/betast en (vervolgens) op en neergaande bewegingen heeft gemaakt (aftrekken).

3. subsidiair

in de periode van 1 augustus 2006 tot en met 23 juni 2007 te Eindhoven, met [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum] 1994, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hierin bestaande dat verdachte:

- meerdere malen de penis [slachtoffer 3] in zijn, verdachtes, mond heeft gebracht en/of gehouden en

- meerdere malen de penis [slachtoffer 3] heeft vastgepakt/betast en (vervolgens) op en neer gaande bewegingen heeft gemaakt (aftrekken).

5.

in de periode van 1 augustus 2006 tot en met 23 juni 2007 te Eindhoven, met [slachtoffer 5] (geboren op [geboortedatum] 1998), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit dat verdachte

- [slachtoffer 5] heeft bewogen om zijn, verdachtes, penis vast te pakken/te betasten en (vervolgens) op en neer gaande bewegingen te maken (aftrekken) en

- de penis van [slachtoffer 5] heeft vastgepakt/betast en (vervolgens) op en neergaande bewegingen heeft gemaakt (aftrekken).

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 57, 245, 247.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

* Vrijspraak van de onder 1 primair, 3 primair en 4 primair tenlastegelegde feiten;

* Bewezenverklaring van de onder 1 subsidiair, 2 primair, 3 subsidiair, 4 subsidiair en 5 tenlastegelegde feiten;

* Gevangenisstraf van 4 jaar met aftrek van voorarrest;

* Toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1], voor een bedrag van € 1.050,-- als voorschot, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

* Toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] voor een bedrag van € 1.050,-- als voorschot, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

* Toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] voor een bedrag van € 1.085,47 als voorschot, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

* Niet-ontvankelijkverklaring van de vordering van [slachtoffer 3]

De op te leggen straf(fen) en/of maatregel(en).

Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dienen te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank houdt ten bezware van verdachte rekening met de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Tevens houdt de rechtbank rekening met de mate van het leed dat aan de slachtoffers is aangedaan, te weten een ernstige aantasting van hun lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer, alsmede met het feit dat verdachte zich om het lot van de slachtoffers kennelijk volstrekt niet heeft bekommerd. Bovendien waren de slachtoffers door hun jeugdige leeftijd weinig weerbaar en bevonden zij zich in een afhankelijke positie ten opzichte van verdachte. Verdachte heeft van die situatie ernstig misbruik gemaakt.

Verdachte is in 1988 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk voor ontucht met iemand jonger dan 16 jaar. Voordien heeft verdachte een boek geschreven over het thema pedofilie (Wat doe jij met mijn kind?, Utrecht/Antwerpen 1981), dat, afgaande op het telefoongesprek dat gevoerd is tussen (persoon) en verdachte (p. 112 dossier), deels autobiografisch is. Thans wordt verdachte door de rechtbank veroordeeld voor seksuele delicten met vier kinderen die jonger zijn dan 16 jaar.

Gelet op het feit dat verdachte bereid en in staat is zijn pedofiele verlangens om te zetten in strafbare gedragingen is de rechtbank van oordeel dat de strafrechtelijke reactie op het handelen van verdachte mede tot doel moet hebben te voorkomen dat verdachte nieuwe slachtoffers maakt. Verdachte heeft iedere medewerking aan persoonlijkheidsonderzoeken geweigerd. Om die reden heeft ook de observatie in het Pieter Baan Centrum niet kunnen leiden tot de beoordeling of verdachte lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling dan wel ziekelijke stoornis van de geestvermogens. De rechtbank beschikt evenmin over oudere rapportages over verdachte. Op grond van de door verdachte in het verleden en thans gepleegde strafbare feiten en de wijze waarop hij zichzelf in het verleden heeft geafficheerd als pedofiel acht de rechtbank het waarschijnlijk dat verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Nu echter iedere inhoudelijke rapportage betreffende de persoon van verdachte ontbreekt, is het voor de rechtbank niet mogelijk dit met voldoende zekerheid vast te stellen. De rechtbank zal daarom geen TBS opleggen.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

Met betrekking tot een deel van de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank bepalen dat dat deel van die straf niet zal worden tenuitvoergelegd mits verdachte zich tot het einde van de hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken en de bijzondere voorwaarde van verplicht reclasseringscontact naleeft. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan. Tevens kan dit contact benut worden om toezicht en controle uit te oefenen op het gedrag van verdachte.

De rechtbank zal de proeftijd bepalen op 5 jaren, aangezien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum vonnis tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum vonnis tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum vonnis tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum vonnis tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

De benadeelde partij heeft wel een schadevergoedingsformulier ingezonden, maar daarop geen bedrag ingevuld. Naar het oordeel van de rechtbank is aldus geen sprake van een vordering waarop een beslissing moet worden genomen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4].

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van het feit waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft.

De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van de verdachte. Deze kosten worden begroot op nihil.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1 subsidiair:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd

T.a.v. feit 2 primair:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd

T.a.v. feit 3 subsidiair:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd

T.a.v. feit 5:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

T.a.v. feit 1 primair, feit 3 primair, feit 4 primair, feit 4 subsidiair:

Vrijspraak, achtende de rechtbank het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen.

T.a.v. feit 1 subsidiair, feit 2 primair, feit 3 subsidiair, feit 5:

Gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaren

en de bijzondere voorwaarde:

dat veroordeelde zich gedurende voornoemde proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen hem te geven door of namens de Reclassering Nederland, Regio 's-Hertogenbosch, Eekbrouwersweg 6, 5233 VG te 's-Hertogenbosch, zolang deze instelling zulks noodzakelijk acht.

Verleent aan de Reclassering voornoemd de opdracht als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. feit 1 subsidiair:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 1.052,00 subsidiair 21 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van een bedrag van EUR 1.052,-- (zegge: duizendtweeënvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 september 2008, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 21 dagen hechtenis. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], van een bedrag van EUR 1.052,-- (zegge: duizendtweeënvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 september 2008.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

T.a.v. feit 2 primair:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 1.052,00 subsidiair 21 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] van een bedrag van EUR 1.052,-- (zegge: duizendtweeënvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 september 2008, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 21 dagen hechtenis. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van EUR 1.052,-- (zegge: duizendtweeënvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 september 2008.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

T.a.v. feit 4 primair, feit 4 subsidiair:

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 4] in haar vordering.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. drs. W.A.F. Damen, voorzitter,

mr. M.L.W.M. Viering en mr. R.M.L. Heemskerk-Pleging, leden,

in tegenwoordigheid van mr. E. de Dooij, griffier,

en is uitgesproken op 4 september 2008.