Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2008:BE8980

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
06-08-2008
Datum publicatie
15-10-2008
Zaaknummer
01/845023-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gelet op de stukken en het verhandelde in de raadkamer, gezien artikel 38s, lid 3, van het Wetboek van Strafrecht, is de rechtbank van oordeel dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel niet langer is vereist, op grond waarvan deze met ingang van 14 augustus 2008 dient te worden beëindigd. Veroordeelde zal vanaf die datum verblijven in het klooster, [naam klooster] te België. De rechtbank bepaalt dat justitie (PI Vught) zorg dient te dragen voor het transport van veroordeelde naar genoemd klooster dan wel de reiskosten dient te dragen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/845023-06

Beslissing tussentijdse beoordeling plaatsing inrichting stelselmatige daders

Beschikking van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, openbare raadkamer belast met de behandeling van strafzaken, naar aanleiding van een tussentijdse beoordeling van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (38s Sr.) inzake:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,

wonende te [adres]

thans verblijvende te: P.I. Vught - Nieuw Vosseveld 2 GEV.

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van bovengenoemde rechtbank van 19 december 2006 is veroordeelde de maatregel opgelegd van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaar, met de bepaling dat de officier van justitie binnen 9 maanden na het onherroepelijk worden van genoemd vonnis de rechtbank zal berichten over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel. Bij beslissing van 7 november 2007 heeft de rechtbank bepaald dat de ISD-maatregel dient te worden voortgezet, met de bepaling dat de zaak voor de achttiende maand van het traject wederom aan de rechtbank wordt voorgelegd teneinde de voortgang van de ISD-maatregel te toetsen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:

* het vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch d.d. 19 december 2006;

* de beslissing van de rechtbank ’s-Hertogenbosch d.d. 7 november 2007 inhoudende de voortzetting van de ISD-maatregel;

* het schrijven van de raadsman van veroordeelde, mr. B.G.M. Frencken, d.d. 9 juli 2008 met bijlagen, inhoudende het verzoek tot beëindiging van de ISD-maatregel.

De rechtbank heeft op 06 augustus 2008 de officier van justitie, de veroordeelde en diens

raadsman mr. B.G.M. Frencken, alsmede de getuige-deskundige [getuige/deskundige] in openbare raadkamer gehoord.

De beoordeling.

De veroordeelde heeft verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik houd mij nog steeds goed aan de huisregels van de PI. Mijn trajectbegeleider, [persoon 1], is zeer tevreden over mij. Hij staat volledig achter mijn voornemen om het klooster in te gaan. Het klooster van de broeders Franciscanen heb ik zelf afgewezen. Het wordt nu een ander klooster in België, te weten [naam klooster]. Dit is een leefgemeenschap van jongvolwassenen in de leeftijd van 25 tot 35 jaar. Ik ben uitgenodigd om daar te komen leven. Ik kan er per direct terecht. Ik heb correspondentie van het klooster ontvangen waarin staat dat ik kan komen wanneer ik wil. Die correspondentie wilde ik in kopie meenemen vandaag, maar dat is helaas niet gelukt. Ik heb goed nagedacht over het intreden in het klooster. Ik realiseer mij dat, mocht ik uittreden uit het klooster, ik geen steun ontvang van de reclassering en de gemeente. Mevrouw [getuige/deskundige] zou met [persoon 1] kunnen afspreken wanneer ik naar het klooster word vervoerd. Ik heb een geldig reisdocument. Het is moeilijk om contact op te nemen met het klooster, aangezien zij niet beschikken over moderne communicatiemiddelen.

De getuige-deskundige [getuige/deskundige] heeft het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Het verblijf van de [verdachte] in de PI verloopt goed. Hij heeft een uitzonderlijk lange periode verlof gehad, te weten 80 uur aaneengesloten. Dat is prima verlopen. De PI heeft de mogelijkheid onderzocht om de intreding in het klooster te laten plaatsvinden in het kader van de extramurale fase, zodat de PI nog toezicht kan uitoefenen op de [verdachte]. Dat is niet mogelijk gebleken, aangezien het klooster in België is. Wij hebben ons vervolgens afgevraagd wat de meerwaarde is dat de [verdachte] nog vier maanden in de PI verblijft. Ik heb contact gehad met [persoon 1]. Wij ondersteunen het verzoek tot beëindiging van de ISD-maatregel teneinde de [verdachte] in de gelegenheid te stellen in het klooster in te treden. We hebben nog niet zwart op wit wanneer hij in het klooster terecht kan.

De officier van justitie heeft het navolgende aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Veroordeelde is gemotiveerd om in het klooster in te treden. Volgens de PI is dit het beste alternatief. De rechtbank stond daar op de vorige zitting positief tegenover. Veroordeelde heeft inmiddels een uitnodiging ontvangen van [naam klooster]. Het Openbaar Ministerie staat positief tegenover het verzoek van de verdediging. Ik verzoek de ISD-maatregel te beëindigen met ingang van de datum waarop veroordeelde terecht kan in het klooster.

De raadsman heeft het navolgende aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

De PI en het Openbaar Ministerie staan achter mijn verzoek tot beëindiging van de ISD-maatregel van mijn cliënt. Ik realiseer mij dat de rechtbank de ISD-maatregel niet met ingang van heden kan beëindigen. De rechtbank zou mevrouw [getuige/deskundige] kunnen verzoeken er mee aan de slag te gaan en deze week de datum van intreding in het klooster aan de rechtbank door te geven. De rechtbank kan vervolgens per die datum de ISD-maatregel beëindigen. Ik heb mij ingezet om de extramurale fase te laten plaatsvinden in een Nederlands klooster. Dat is niet gelukt, maar dat lag niet aan mijn cliënt. Mijn cliënt is thans een heel ander persoon dan toen hij de ISD-maatregel kreeg opgelegd. Hij heeft zelf het initiatief genomen tot intreding in een klooster.

De getuige-deskundige [getuige/deskundige] heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Tijdens de onderbreking van de zitting door de rechtbank heb ik telefonisch contact opgenomen met [persoon 1]. Hij vertelde dat hij de correspondentie van het klooster heeft gezien. Het was te donker om te kopiëren. Voorts vertelde hij dat het klooster een fax heeft en een website. Wij kunnen derhalve contact opnemen met het klooster om de datum van intreding af te spreken. [Persoon 1] en een andere medewerker van de PI zullen met de [verdachte] naar België reizen. Ik denk dat ik een week nodig heb om een en ander te regelen. Donderdag 14 augustus 2008 zou de ISD-maatregel beëindigd kunnen worden.

De officier van justitie, de raadsman en de veroordeelde hebben geen bezwaar tegen een beëindiging van de ISD-maatregel met ingang van 14 augustus 2008.

Gelet op de stukken en het verhandelde in de raadkamer, gezien artikel 38s, lid 3, van het Wetboek van Strafrecht, is de rechtbank van oordeel dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel niet langer is vereist, op grond waarvan deze met ingang van 14 augustus 2008 dient te worden beëindigd. Veroordeelde zal vanaf die datum verblijven in het klooster, genaamd [naam klooster] te België. De rechtbank bepaalt dat justitie (PI Vught) zorg dient te dragen voor het transport van veroordeelde naar genoemd klooster dan wel de reiskosten dient te dragen.

De rechtbank beslist derhalve als na te melden.

De beslissing.

De rechtbank beëindigt de ISD-maatregel met ingang van 14 augustus 2008.

Veroordeelde zal vanaf die datum verblijven in het klooster, genaamd [naam klooster] te België.

De rechtbank bepaalt dat justitie (PI Vught) zorg dient te dragen voor het transport van veroordeelde naar genoemd klooster dan wel de reiskosten dient te dragen.

Deze beslissing is gegeven door:

mr. K. Visser, voorzitter,

mr. C.B.M. Bruens en mr. S.J.W. Hermans, leden,

in tegenwoordigheid van mr. H. Pol-Wildeman, griffier,

en is uitgesproken ter openbare raadkamer van 6 augustus 2008.

4

Parketnummer: 01/845023-06

[verdachte]