Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2008:BD9804

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
12-08-2008
Datum publicatie
12-08-2008
Zaaknummer
01/825702-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis-uitspraak.

Gemotiveerde vrijspraak voor kortgezegd een XTC-laboratorium in Sterksel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/825702-07

Datum uitspraak: 12 augustus 2008

Vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954,

wonende te [woonplaats] [adres]

Het onderzoek van de zaak.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 29 juli 2008.

Het onderzoek heeft plaatsgevonden op basis van onderstaande tenlastelegging, aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 14 maart 2008. Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

Primair.

hij op of omstreeks 28 december 2007 te Sterksel, gemeente Heeze-Leende, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen opzettelijk heeft/hebben bereid en/of bewerkt/verwerkt en/of vervaardigd en/of vervoerd/verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad, ongeveer vijftien kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of MDEA, zijnde MDMA en/of MDEA (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan

wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

(artikel 2 B/D/C Opiumwet)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 28 december 2007 te Sterksel, gemeente Heeze-Leende, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, vervaardigen, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren van (zogenoemde XTC-)pillen, bevattende MDMA en/of MDEA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of MDEA, zijnde MDMA en/of MDEA (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen:

voorwerpen en/of stoffen, te weten

- een gecombineerde roestvaststalen drukreactie/destillatatieketel en/of

- een groot aantal kunststof jerrycans (gevuld met 1400 liter zoutzuur) en/of

- een groot aantal gascilinders (met inhoud monomethylamine, zoutzuur en waterstof) en/of

- vier, althans een diepvrieskast(en) en/of

- dertien, althans een aantal jerrycans (met een restant piperonilmethylketon) en/of

- ongeveer 2700 liter, althans een grote hoeveelheid aceton en/of

- ongeveer 1200 liter, althans een grote hoeveelheid methylalcohol,

voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);

(artikel 10a Opiumwet)

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de officier van justitie:

Het standpunt van de raadsman van verdachte.

Gedurende het politieonderzoek naar cliënt is diens echtgenote telefonisch afgeluisterd. De weergave van een gesprek tussen de echtgenote van verdachte en haar toenmalige advocaat bevindt zich in het strafdossier. Aan het bevel van de officier van justitie tot vernietiging is dus ten onrechte geen uitvoering gegeven. De verdediging is van mening dat dit een zodanig ernstige schending van de procesorde is, dat de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in het geding komt. De verdediging refereert zich in deze aan het oordeel van de rechtbank.

Het standpunt van de officier van justitie.

De door de raadsman genoemde bewoordingen omtrent de inhoud van het genoemde tapgesprek zijn zodanig algemeen dat dit geen schending van de procesorde oplevert en

de officier van justitie dus kan worden ontvangen in haar vordering.

De rechtbank overweegt het navolgende.

Mocht de rechtbank al aanleiding vinden aan te nemen dat door de weergave in algemene termen van de inhoud van het gesprek tussen een geheimhouder en zijn cliënt (de echtgenote van verdachte, tevens medeverdachte) de procesorde is geschonden, dan kan deze verdachte daarop geen beroep doen, omdat verdachte door de geschetste omstandigheden in de strafzaak tegen een medeverdachte niet in zijn belangen is geschaad.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman en oordeelt dat de officier van justitie in haar vordering kan worden ontvangen.

Redenen tot schorsing van de vervolging heeft de rechtbank niet geconstateerd.

De processtukken.

De voor deze strafzaak relevante processtukken zijn:

* Het proces-verbaal van de regiopolitie Brabant Zuid-Oost, Gezamenlijke Recherche Eindhoven plus, dossiernummer PL2233/07-012473, afgesloten d.d. 13 februari 2008, aantal doorgenummerde pagina’s: 190 [hierna verder genoemd: p.v.];

* Het deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut, met als kenmerk 07160649/07012473/Sterksel/JV, d.d. 25 april 2008, aantal doorgenummerde pagina’s: 13 met bijlage [hierna verder genoemd: rapport NFI];

* Het aanvullend proces-verbaal van het Korps Landelijke Politiediensten, dienst nationale recherche, unit operationele expertise, team forensische opsporing, groep LFO, met zaaknummer: 07160649/07012473/STERKSEL/JV/aanvullend, afgesloten d.d. 24 april 2008, aantal doorgenummerde pagina’s: 25 met bijlagen [hierna verder genoemd: aanvullend p.v. LFO];

* De fotomap van het Korps Landelijke Politiediensten, dienst nationale recherche, aantal doorgenummerde pagina’s: 44 [hierna verder genoemd: fotomap LFO];

* Het BOB-dossier in de betreffende strafzaak;

* Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 29 juli 2008.

De bewijsmotivering.

Vaststaande feiten.

Op 28 december 2007 is in een schuur op een groot perceel grond, [adres 1] te Sterksel, in gebruik bij en eigendom van verdachte en zijn echtgenote een laboratorium aangetroffen1. Hierbij hebben verbalisanten ook MDMA en/of MDEA aangetroffen2. In de directe nabijheid van de schuur zijn vaten met chemicaliën en jerrycans aangetroffen die bij een dergelijk laboratorium gebruikt kunnen worden3.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gerequireerd tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde.

De officier van justitie is van mening dat het niet anders kan dan dat verdachte strafrechtelijk verwijtbaar betrokken is geweest bij het bestaan van het xtc-laboratorium op het perceel dat bij hem en zijn echtgenote in gebruik is. Hiertoe heeft zij aangevoerd dat door verbalisanten direct bij aankomst bij de schuur op het perceel van verdachte een sterke anijsgeur, hen ambtshalve bekend als de geur die vrijkomt bij de productie van synthetische drugs, wordt geroken. Dan wordt het xtc-laboratorium ontdekt. Dit betreft een omvangrijk laboratorium met mogelijk grote gevaarzetting. De verklaring van verdachte dat hij niets wist van de aanwezigheid van het laboratorium is naar de mening van het openbaar ministerie niet geloofwaardig. Verdachte kwam in de tenlastegelegde periode dagelijks in de buurt van de betreffende schuur. Rondom het perceel van verdachte staat een groot hek en bij de ingang van het perceel is een grote poort geplaatst, die alleen kan worden geopend met een afstandbediening. Verdachte gedraagt zich zenuwachtiger dan voorheen en als zijn echtgenote vraagt of er iets aan de hand is, moet zij zich nergens mee bemoeien en haar mond houden. Voor het afdakje bij de schuur stond een hoeveelheid hooi, waarachter meerdere vaten en jerrycans met chemische inhoud stonden. Het lijkt erop dat verdachte extra hooi voor de paarden heeft besteld, teneinde die vaten en jerrycans aan het zicht te kunnen onttrekken. Bij de aanhouding van verdachte schreeuwt hij zijn echtgenote nog toe dat zij niets wist en dat [persoon 1] de schuur huurde. Voor de verhuur van de schuur aan [persoon 1] is door verdachte een huurcontract opgesteld. Het lijkt dat dit contract is opgesteld om de werkelijke gang van zaken in de schuur te kunnen verhullen. [persoon 1] heeft ter zitting verklaard dat hij van mening was dat hij alleen de kelder van de woning had gehuurd en dat deze geschikt zou worden gemaakt om als muziekstudio te fungeren. Verdachte is zelfs tweemaal bedreigd door mannen die spullen voor [persoon 1] naar de schuur op zijn perceel kwamen brengen. Deze mannen zouden verdachte bedreigd hebben, maar verdachte heeft hiervan geen aangifte gedaan bij de politie.

Gelet op de omvang en de professionaliteit van het aangetroffen xtc-laboratorium moet verdachte hebben gemerkt dat er iets niet in de haak was met hetgeen zich in zijn schuur plaatsvond. Het gaat om het grootschalig runnen van productie van xtc.

Het openbaar ministerie is van mening dat verdachte juridisch verantwoordelijk is voor het aantreffen van het xtc-laboratorium in zijn schuur.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank is van oordeel dat uit de processtukken en de behandeling ter terechtzitting geen wettig bewijs voorhanden is dat de stellig ontkennende verklaring van verdachte kan weerleggen. De rechtbank spreekt verdachte vrij van het hem tenlastegelegde.

Voor alle duidelijkheid merkt de rechtbank nog het volgende op.

Gelet op de locatie alwaar het XTC-laboratorium is aangetroffen4 – het perceel dat werd bewoond door verdachte – ligt het begrijpelijkerwijs in eerste instantie voor de hand om te veronderstellen, dat verdachte direct of indirect wetenschap had van het bestaan van dat laboratorium. Zoals gezegd, is deze wetenschap op wettige wijze niet gebleken uit het dossier en evenmin tijdens het onderzoek ter terechtzitting. De rechtbank heeft daarbij uit te gaan van het wettelijk bewijsstelsel en niet van vermoedens en na ontdekking van het feit door derden of door medeverdachten getrokken conclusies. Verdachte en zijn twee medeverdachten hebben ieder voor zich de eigen betrokkenheid ontkend. De officier van justitie heeft in de strafzaken tegen de twee medeverdachten gevorderd deze vrij te spreken ter zake van het medeplegen en de medeplichtigheid. De gehoorde getuigen, waaronder buurtbewoners, hebben voor de bewijsvoering geen relevante mededelingen gedaan.

In september en december 2007 zijn inlichtingen van de zijde van de CIE (Criminele Inlichtingen Eenheid) ontvangen5. Het opsporingsonderzoek, dat blijkens het dossier niet eerder operationeel is geworden dan op 28 december 2007 met de inzet van twee opsporingsambtenaren, heeft zich in het bijzonder geconcentreerd op het op 28 december 2007 aangetroffen, toen niet in werking zijnde6, XTC-laboratorium, dat zich bevond in de "schuur", staande op een perceel van niet geringe omvang. Het is in dit geval niet aan de rechtbank zich een oordeel aan te matigen over de omvang en de intensiteit van het opsporingsonderzoek. Het is de rechtbank echter niet gebleken, dat onderzoek is gedaan naar bijvoorbeeld de toelevering van de voor de produktie van XTC benodigde middelen, de aflevering van de eindprodukten, én de daarmee noodzakelijkerwijs gepaard gaande communicatie tussen personen en bewegingen van personen rondom het betreffende perceel en de wijdere omgeving daarvan.

Dit alles brengt mee, dat, gelet op de inhoud van het aan de rechtbank aangeboden strafdossier, waarin zich de verslaglegging bevindt met betrekking tot de statische situatie, waarin het XTC-laboratorium zich op 28 december 2007 bevond, en gelet op de ter terechtzitting afgelegde verklaringen de rechtbank niet de vraag kan beantwoorden welke personen strafrechtelijk aansprakelijk zijn voor het inrichten en in bedrijf houden van het laboratorium en in welke gradatie.

Al met al behoort de verdachte te worden vrijgesproken van alle onderdelen van de tenlastelegging.

De strafmotivering.

De eis van de officier van justitie.

Ten aanzien van het primair tenlastegelegde vordert de officier van justitie een gevangenisstraf van zes jaren met aftrek van het voorarrest en deels onttrekking aan het verkeer, deels verbeurdverklaring en deels teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen goederen.

De officier van justitie maakt kenbaar dat een vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig is gemaakt.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de maatregel die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank vastgesteld dat een strafbaar feit is begaan.

Beslag.

De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit voorwerpen zijn met betrekking tot welke het feit is begaan.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen aan verdachte nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen goederen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is met name gegrond op het artikel:

Wetboek van Strafrecht art. 36b.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte primair en subsidiair is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

BESLISSING:

Vrijspraak, achtende de rechtbank het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen.

Onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen, te weten:

* 3 zakjes vuilniszakken met krimpfolie (nr.2);

* 1 paar roze huishoudhandschoenen (nr.3);

* 1 stuk ducktape (mengketel) (nr.7);

* 1 rol vuilniszakken (nr.8);

* 1 stuk ducktape (jerrycan) (nr.9);

* 1 rol schilderstape (nr.10);

* 1 fles fanta (in laboratorium) (nr.11);

* 1 blik cola (in laboratorium) (nr.12);

* 1 sealbag (nr.13);

* 2 sealbags (nr.14);

* 1 rol ducktape (nr.15);

* 1 stuk ducktape (accu) (nr.16);

* 1 rol ducktape (nr.17);

* 1 sealbag (nr.18);

* 1 stuk ducktape (aansluiting ketel) (nr.20);

* 1 looplamp (nr.21);

* 1 rol vuilniszakken (op vriezer) (nr.22);

* 1 touw (aan jerrycan) (nr.23);

* 1 stuk ducktape (afvoerbuis) (nr.24) en

* 1 tie wrap (slang ventilator) (nr.25).

Teruggave inbeslaggenomen goederen, te weten:

* 1 navigatiesysteem (nr.1);

* 1 zaklantaarn (nr.4);

* 2 plantenpotten (nr.5);

* 1 rol met plastic zakken (nr.6) en

* 1 spuitbus met kruipolie (nr.19).

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.F. van Hoorn, voorzitter,

mr. P.J.H. Van Dellen en mr. W. Overbosch, leden,

in tegenwoordigheid van M.J.H. Rijnbeek, griffier,

en is uitgesproken op 12 augustus 2008.

Mr. W. Overbosch is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Zie p.v. pagina’s 51 en 161

2 Zie p.v. pagina 59 en 161 en rapport NFI pagina’s 3, 4, 5 en 6

3 Zie p.v. pagina 162

4 Zie p.v. pagina 161

5 Zie p.v. pagina 50

6 Zie p.v. pagina’s 51 en 52

??

??

7

Parketnummer: 01/825702-07

[verdachte]