Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2008:BD8612

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
22-07-2008
Datum publicatie
25-07-2008
Zaaknummer
01/994063-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft ernstig misbruik gemaakt van het vertrouwen dat benadeelden in hem stelden. Enkele van deze personen hadden hun gelden aan verdachte toevertrouwd om hem in de gelegenheid te stellen daarmee een pensioenvoorziening te creëren. Door toedoen van verdachte is die voorziening ernstig in waarde verminderd;

Door het handelen van verdachte zoals bewezen is verklaard is een omvangrijke financiële benadeling ontstaan voor diverse personen tot een totaalbedrag van ten minste ruim € 83.000,--;

Door zijn handelen heeft verdachte de branche waarin hij werkzaam was ernstig in diskrediet gebracht waardoor het imago van de branche schade heeft opgelopen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/994063-05

Datum uitspraak: 22 juli 2008

Verkort vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1946,

wonende te [postcode] [woonplaats], [adres]

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van

15 februari 2007, 29 oktober 2007 en 8 juli 2008.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 11 januari 2007. Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1. hij -handelend onder de naam H & P Adviseurs- op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 1996 tot en met 28 juli 2005 te Cuijk en/of Eindhoven, in ieder geval in Nederland, opzettelijk meerdere hoeveelheden geld ten belope van f 126.868,- (euro 57.580), in elk geval een of meer hoeveelheden/heid geld, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] respectievelijk de erfgenamen van voornoemde perso(o)n(en), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en welk geld verdachte uit hoofde van zijn beroep van/als verzekeringstussenpersoon en/of tegen geldelijke vergoeding, als premiebetaling(en) voor een (levens)verzekering (Participatieplan, polisnummer 7227999) onder zich had, onder gehoudenheid dit over te dragen/maken aan Hooge Huys Levensverzekeringen N.V. (later opgevolgd door REAAL Levensverzekeringen N.V.), in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

(artikel 322 van het wetboek van strafrecht)

2. hij -handelend onder de naam H & P Adviseurs- op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot en met 28 juli 2005 te Cuijk en/of Eindhoven, in ieder geval in Nederland, opzettelijk een hoeveelheid geld groot f 45.000,- (euro 20.420), in elk geval een hoeveelheid geld, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [benadeelde partij 3] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk geld verdachte uit hoofde van zijn beroep van/als verzekeringstussenpersoon en/of tegen geldelijke vergoeding, als premiebetaling voor een lijfrente, althans een verzekering, (polisnummer 1493645) onder zich had, onder gehoudenheid dit over te dragen/maken aan Aegon Levensverzekering N.V., in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

(artikel 322 van het wetboek van strafrecht)

3. hij -handelend onder de naam H & P Adviseurs- op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 1997 tot en met 31 augustus 2005 te Cuijk en/of Venlo, in ieder geval in Nederland, opzettelijk meerdere hoeveelheden geld ten belope van f 302.062,75,- (euro 137.070,09), in elk geval een of meer hoeveelheden/heid geld, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [benadeelde partij 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en welk geld verdachte uit hoofde van zijn beroep van/als verzekeringstussenpersoon en/of tegen geldelijke vergoeding, als premiebetaling(en) voor een (levens)verzekering (Participatie Sparen, polisnummer 7254032) onder zich had, onder gehoudenheid dit over te dragen/maken aan Hooge Huys Levensverzekeringen N.V. (later opgevolgd door REAAL Levensverzekeringen N.V.), in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

(artikel 322 van het wetboek van strafrecht)

4. hij -handelend onder de naam H & P Adviseurs- op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 9 april 2004 tot en met 31 augustus 2005 te Cuijk en/of Venlo , in ieder geval in Nederland, opzettelijk een hoeveelheid geld groot euro 24.500, in elk geval een hoeveelheid geld, dat/die geheel of ten dele toebehoorde aan [benadeelde partij 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk geld verdachte uit hoofde van zijn beroep van/als verzekeringstussenpersoon en/of tegen geldelijke vergoeding, als premiebetaling voor een (levens)verzekering (polisnummer 1549405) onder zich had, onder gehoudenheid dit over te dragen/maken aan Aegon Levensverzekering N.V.,

in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

(artikel 322 van het wetboek van strafrecht)

5. hij -handelend onder de naam H & P Adviseurs- op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 1998 tot en met 30 november 2005 te Cuijk en/of Venlo, in ieder geval in Nederland, opzettelijk meerdere hoeveelheden geld ten belope van euro 42.000 of daaromtrent, in elk geval een of meer hoeveelheden/heid geld, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [benadeelde partij 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en welk geld verdachte uit hoofde van zijn beroep van/als verzekeringstussenpersoon en/of tegen geldelijke vergoeding danwel als opdrachtgever, als premiebetaling(en) voor een lijfrente, althans een verzekering, (Participatie Sparen, polisnummer 7278024) onder zich had, onder gehoudenheid dit over te dragen/maken aan Hooge Huys Levensverzekeringen N.V. (later opgevolgd door REAAL Levensverzekeringen N.V.), in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

(artikel 322 van het wetboek van strafrecht)

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vordering worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijsoverweging.

Ter terechtzitting heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte zich de aan hem, door de in de dagvaarding genoemde personen, ter beschikking gestelde premies niet wederrechtelijk heeft toegeëigend. Hij heeft deze gelden, in overleg met de inleggers, belegd. Het is echter misgelopen bij de uitbetaling van die bedragen. Verdachte heeft de gelden derhalve niet verduisterd en moet daarom van alle ten laste gelegde feiten worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt hierover het navolgende.

Uit de verklaringen van de aangevers, de door hen overgelegde kwitanties en andere documenten blijkt dat zij aanzienlijke geldbedragen aan verdachte hebben afgedragen om die gelden bij verzekeringsmaatschappijen in (levens)verzekeringspolissen en/of lijfrenteverzekeringen onder te brengen.

Van de zijde van de verzekeringsmaatschappijen is verklaard dat een groot deel van deze premiebetalingen nooit is afgedragen. Verschillende polissen op naam van de aangevers, die door tussenkomst van verdachte door de maatschappijen aan de aangevers zouden zijn afgegeven, zijn niet bij de maatschappijen bekend.

Verdachte heeft erkend dat hij gefingeerde polissen heeft opgemaakt. Bovendien heeft hij aan de inleggers fictieve waardeoverzichten verstrekt waarop was vermeld dat de aan hem toevertrouwde gelden waren belegd en dat die beleggingen een positief rendement hadden. Verdachte heeft verklaard dat hij de premiebetalingen met medeweten van de aangevers buiten de officiële kanalen om bij de maatschappijen heeft ondergebracht.

Deze stellingname van verdachte is op geen enkele wijze onderbouwd. Verdachte heeft geen schriftelijke stuk of andere bewijs van de doorstortingen/beleggingen overgelegd. Dat die betalingen zijn gedaan is ook niet getraceerd kunnen worden in de administraties van de betreffende verzekeringsmaatschappijen. Ook zijn verklaring dat hij een deel van het geld (f 100.000,-) aan “derden in nood” zou hebben geleend is niet onderbouwd. Verdachte heeft ook hiervan hij geen enkel bewijs ingebracht. Dat verdachte een bedrag van € 24.500, dat hem door aangeefster [benadeelde partij 5] was toevertrouwd, meer dan een jaar “ín een bureaula zou hebben laten liggen” omdat de verzekeringsmaatschappijen geen geschikte verzekeringsvorm voor haar hadden, acht de rechtbank evenmin aannemelijk.

Uit de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden concludeert de rechtbank dat de verklaring van verdachte over de besteding van de aan hem toevertrouwde gelden ongeloofwaardig is. Verdachte heeft de hem in goed vertrouwen ter beschikking gestelde bedragen niet doorgestort naar de verzekeringsmaatschappijen ten behoeve van een (levens)verzekering of lijfrentepolis. Daarmee heeft hij het betreffende geldbedragen op een andere dan de door de inleggers beoogde wijze gebruikt en heeft hij zich als heer en meester over die gelden gedragen.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich de hem toevertrouwde gelden op wederrechtelijke wijze heeft toegeëigend. Dat verdachte een deel van die gelden later aan de inleggers heeft terugbetaald doet daaraan niet af. Het door de raadsman gevoerde verweer wordt verworpen.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

1. - handelend onder de naam H & P Adviseurs - op tijdstippen in de periode van 1 januari 1996 tot en met 28 juli 2005 te Cuijk en/of Eindhoven, opzettelijk meerdere hoeveelheden geld ten belope van f 94.012,-- (euro 42.660,79), die toebehoorden aan [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] respectievelijk de erfgenamen van voornoemde personen, welk geld verdachte uit hoofde van zijn beroep van verzekeringstussenpersoon als premiebetalingen voor een levensverzekering (Participatieplan, polisnummer 7227999) onder zich had, onder gehoudenheid dit over te dragen/maken aan Hooge Huys Levensverzekeringen N.V. (later opgevolgd door REAAL Levensverzekeringen N.V.), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2. - handelend onder de naam H & P Adviseurs - op een tijdstip in de periode van 1 januari 2001 tot en met 28 juli 2005 te Cuijk en/of Eindhoven, opzettelijk een hoeveelheid geld groot f 45.000,--(euro 20.420,--), dat toebehoorde aan [benadeelde partij 3] welk geld verdachte uit hoofde van zijn beroep van verzekeringstussenpersoon als premiebetaling voor een lijfrente (polisnummer 1493645) onder zich had, onder gehoudenheid dit over te dragen/maken aan Aegon Levensverzekering N.V., wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

3. - handelend onder de naam H & P Adviseurs - op tijdstippen in de periode van 1 september 1997 tot en met 31 augustus 2005 te Cuijk en/of Venlo, opzettelijk meerdere hoeveelheden geld ten belope van f 185.600,-- (euro 84.221,61), die toebehoorden aan [benadeelde partij 4], welk geld verdachte uit hoofde van zijn beroep van verzekeringstussenpersoon als premiebetalingen voor een verzekering (Participatie Sparen, polisnummer 7254032) onder zich had, onder gehoudenheid dit over te dragen/maken aan Hooge Huys Levensverzekeringen N.V. (later opgevolgd door REAAL Levensverzekeringen N.V.), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

4. - handelend onder de naam H & P Adviseurs - op een tijdstip in de periode van 9 april 2004 tot en met 31 augustus 2005 te Cuijk, opzettelijk een hoeveelheid geld groot euro 24.500-- dat toebehoorde aan [benadeelde partij 5], welk geld verdachte uit hoofde van zijn beroep van verzekeringstussenpersoon als premiebetaling voor een verzekering (polisnummer 1549405) onder zich had, onder gehoudenheid dit over te dragen/maken aan Aegon Levensverzekering N.V., wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

5. - handelend onder de naam H & P Adviseurs - op tijdstippen in de periode van 1 januari 1998 tot en met 30 november 2005 te Cuijk en/of Venlo, opzettelijk meerdere hoeveelheden geld ten belope van euro 41.212,20, dat toebehoorde aan [benadeelde partij 6], welk geld verdacht uit hoofde van zijn beroep van verzekeringstussenpersoon, als premiebetalingen voor een verzekering, (Participatie Sparen, polisnummer 7278024) onder zich had, onder gehoudenheid dit over te dragen/maken aan Hooge Huys Levensverzekeringen N.V. (later opgevolgd door REAAL Levensverzekeringen N.V.), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 24c, 36f, 57, 321 en 322 van het Wetboek van Strafrecht.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

ten aanzien van het de onder 1 tot en met 5 tenlastegelegde feiten:

* 12 maanden gevangenisstraf waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

* Toewijzing van de vordering van de benadeelde partij Erven [benadeelde partijen 1 en 2] tot een bedrag van € 6.352,92 vermeerder met de wettelijke rente en tevens oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

* Toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] tot een bedrag van € 82.831,60 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

* Toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] tot een bedrag van € 24.500,= en tevens oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De op te leggen straf(fen) en/of maatregel(en).

Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dienen te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden.

ten bezware van verdachte:

- de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- verdachte heeft ernstig misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de benadeelden in hem stelden. Enkele van deze personen hadden hun gelden aan verdachte toevertrouwd om hem in de gelegenheid te stellen daarmee een pensioenvoorziening te creëren. Door toedoen van verdachte is die voorziening ernstig in waarde verminderd;

- de bewezen verklaarde feiten zijn door verdachte gedurende een langere periode volgens een terugkerend patroon gepleegd;

- door het handelen van verdachte zoals hiervoor bewezen is verklaard is een omvangrijke financiële benadeling ontstaan voor diverse personen tot een totaalbedrag van ten minste ruim € 83.000,--;

- door zijn handelen heeft verdachte de branche waarin hij werkzaam was ernstig in diskrediet gebracht waardoor het image van de branche schade heeft opgelopen.

strafmatigend:

- verdachte werd niet eerder veroordeeld;

- verdachte heeft een groot deel van de door hem verduisterde gelden aan de benadeelden terugbetaald.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

Met betrekking tot een deel van de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank bepalen dat dat deel van die straf niet zal worden tenuitvoergelegd mits verdachte zich tot het einde van de hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

De vordering van de benadeelde partij Erven [benadeelde partijen 1 en 2].

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade een bedrag van € 6.352,92, bestaande uit niet uitgekeerde bedragen door verdachte, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 juli 2005 tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige gedeelte van haar vordering, aangezien dit niet van zo eenvoudige aard zijn dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. De benadeelde partij kan deze onderdelen van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op € 540,-- terzake van kosten rechtsbijstand overeenkomstig het liquidatietarief kantonzaken. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4].

In het voegingsformulier waarmee [benadeelde partij 4] zich als benadeelde partij heeft gesteld is aangegeven dat [benadeelde partij 4] in totaal ƒ 302.062,75 – via verdachte – heeft gestort bij het Hooge Huys. Het Hooge Huys heeft ƒ 116.462,75 aan [benadeelde partij 4] uitgekeerd. Dit betekent dat [benadeelde partij 4] een nadeel heeft geleden van ƒ 185.600,-- [= € 84.221,61] terzake nooit ontvangen uitkeringen. Bij het verhoor door de rechter-commissaris op 3 april 2008 zijn een aantal kwitanties overgelegd waaruit zou volgen dat door verdachte een bedrag van € 32.035,55 aan [benadeelde partij 4] terug is betaald. Op al deze kwitanties staat de handtekening van [benadeelde partij 4] vermeld. [benadeelde partij 4] betwist ten aanzien van vier van de kwitanties dat deze door hem afgegeven zijn. Daardoor is de vaststelling of [benadeelde partij 4] deze bedragen van verdachte heeft terugontvangen, niet eenvoudig van aard. Ook de vaststelling van het door [benadeelde partij 4] geclaimde rendementverlies is niet zodanig eenvoudig van aard dat dit onderdeel van de vordering zich leent voor de behandeling in deze strafzaak.

Verder is nog in geschil een bedrag van ƒ 50.000,= dat verdachte aan [benadeelde partij 4] zou hebben terugbetaald. Hiervan heeft verdachte geen kwitanties overgelegd, zodat deze terugbetaling niet aannemelijk is geworden.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen acht de rechtbank, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, een bedrag van [afgerond] € 52.186,-- [€ 84.221,61 minus

€ 32.035,55] toewijsbaar.

In de overige onderdelen van de vordering zal [benadeelde partij 4] niet ontvankelijk worden verklaard aangezien dit deel van de vordering niet van zo eenvoudige aard zijn dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. De benadeelde partij kan deze onderdelen van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5].

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 7].

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, aangezien verdachte niet is vervolgd voor de feiten waardoor de benadeelde partij stelt te zijn benadeeld. De door de benadeelde partij gevorderde schade is derhalve geen rechtstreeks gevolg van het bewezen verklaarde.

De rechtbank zal de kosten van verdachte en benadeelde partij [benadeelde partij 7] als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering compenseren aldus dat elke partij haar eigen kosten draagt.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

ten aanzien van het onder 1, 2, 3, 4 en 5 bewezen verklaarde telkens

Verduistering, gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn beroep onder zich heeft [artikel 322 juncto artikel 321 van het Wetboek van Strafrecht].

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

ten aanzien van het onder 1, 2 , 3, 4 en 5 bewezen verklaarde

* Gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde tevens

Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van de erven [benadeelde partij 1] van een bedrag van € 6.352,92 (zegge: zesduizend driehonderd tweeënvijftig euro en tweeënnegentig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 28 dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 juli 2005 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij Erven [benadeelde partijen 1 en 2]:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij Erven [benadeelde partijen 1 en 2], van een bedrag van

€ 6.352,92 (zegge:zesduizend driehonderd tweeënvijftig euro en tweeënnegentig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juli 2005 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden begroot op

€ 540,-- (zegge: vijfhonderd veertig euro).

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

ten aanzien van het onder 3 bewezen verklaarde tevens

Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 4] van een bedrag van € 52.186,-- (zegge: tweeënvijftigduizend eenhonderd zesentachtig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 229 dagen hechtenis.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4]:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 4], van een bedrag van € 52.186,-- (zegge: tweeënvijftigduizend eenhonderd zesentachtig euro).

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet ontvankelijk is.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

ten aanzien van het onder 4 bewezen verklaarde tevens

Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 5] van een bedrag van € 24.500,-- (zegge: vierentwintigduizend vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 108 dagen hechtenis. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5]:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 5], van een bedrag van € 24.500,-- (zegge: vierentwintigduizend vijfhonderd euro).

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 7]:

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij mevrouw [benadeelde partij 7] in

haar vordering, nu haar vordering betrekking heeft op een niet-tenlastegelegd

feit.

Compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten

draagt.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. G.A.F.M. Wouters, voorzitter,

mr. K. Visser en mr. A.M. Kooijmans-de Kort, leden,

in tegenwoordigheid van H.A. van Neerven, griffier,

en is uitgesproken op 22 juli 2008.

10

Parketnummer: 01/994063-05

[verdachte]