Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2008:BD6914

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-07-2008
Datum publicatie
15-07-2008
Zaaknummer
01/825108-07
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2010:BM2356, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak voor oplichting donateurs voedselbank te Helmond en veroordeling in verband met verduistering vlees en geld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/825108-07

Datum uitspraak: 15 juli 2008

Verkort vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956,

wonende te [woonplaats], [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 1 juli 2008.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 29 mei 2008.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

zij op meerdere, althans een, tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de

periode van 01 januari 2004 tot en met 20 februari 2007 in de gemeente Helmond

en/of elders in Nederland (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een

valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige

kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

de volgende donateurs:

- [donateur 1] en/of

- [donateur 2] en/of

- [donateur 3] en/of

- [donateur 4] en/of

- [donateur 5]

heeft/hebben bewogen tot de afgifte van

-(een) hoeveelhe(i)d(en) vlees en/of

-(een) fles(sen) wijn, althans enig(e) goed(eren) en/of

- een/enige geldbedrag(en) ten behoeve van mevrouw [slachtoffer 1], en hebbende verdachte en/of haar mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk

en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid voornoemd vlees en/of

voornoemde wijn, althans enig(e) goed(eren) en/of voornoemd(e) geldbedrag(en) voor mevrouw [slachtoffer 1], aangenomen van voornoemde donateurs, althans van een bedrijf en/of bedrijven en/of (een) pers(o)on(en), die in de

veronderstelling was/waren en/of de bedoeling had/hadden dat dat vlees en/of die wijn, althans dat goed/die goederen, ten goede zou(den) komen aan de cliënten van de Stichting "Voedselbank Zuid" en/of dat dat/die geldbedrag(en)

ten goede zouden komen aan mevrouw [slachtoffer 1], waardoor [donateur 1] en/of [donateur 2] en/of [donateur 3] en/of [donateur 4] en/of [donateur 5], (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(artikel 326 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

zij op meerdere, althans een, tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 01 januari 2004 tot en met 20 februari 2007 in de gemeente Helmond en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) hoeveelhe(i)d(en) vlees en/of (een) fles(sen) wijn, althans enig(e) goed(eren), en/of een/enige geldbedrag(en) (ten behoeve van mevrouw [slachtoffer 1]), in elk geval

enig(e) goed(eren) en/of enig(e) geldbedrag(en), dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [donateur 1] en/of [donateur 2] en/of [donateur 3] en/of [donateur 4] en/of [donateur 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

haar mededader(s), en welk(e) goed(eren) en/of welk(e) geldbedrag(en) verdachte en/of haar mededader(s) uit hoofde van haar/hun persoonlijke dienstbetrekking van/als oprichters en/of feitelijk leidinggevenden van de

Stichting "Voedselbank Zuid", in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had(den), hebbende voornoemd(e) perso(o)n(en) en/of bedrijf en/of bedrijven het/de goed(eren) en/of (enig) geldbedrag(en) als donatie ten behoeve van de

cliënten van de Stichting "Voedselbank Zuid" en/of mevrouw [slachtoffer 1] gedaan, aan verdachte en/of haar mededader(s) doen toekomen, wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend;

(artikel 322/321 Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

zij op meerdere, althans een, tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 01 januari 2004 tot en met 20 februari 2007 in de gemeente Helmond en/of elders in Nederland (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een) hoeveelhe(i)d(en) vlees en/of (een) fles(sen) wijn en/of een/enige geldbedrag(en), in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan [donateur 1] en/of [donateur 2] en/of [donateur 3] en/of [donateur 4] en/of [donateur 5] en/of [slachtoffer 1] en/of Stichting "Voedselbank Zuid", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar

mededader(s);

(artikel 311/310 Wetboek van Strafrecht)

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vordering worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsbeslissing.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte primair is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.

De raadsvrouwe heeft – kort gezegd – ter terechtzitting met betrekking tot het subsidiair tenlastegelegde feit aangevoerd dat zowel ten aanzien van het vlees, als de wijn en het geld niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte deze goederen en dit geld opzettelijk zich wederrechtelijk heeft toegeëigend, omdat alles ten goede is gekomen aan de cliënten of vrijwilligers van de Voedselbank of de Voedselbank zelf.

Ten aanzien van de flessen wijn die door [donateur 3] aan de Voedselbank zijn geleverd acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat er sprake is van wederrechtelijke toe-eigening door verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] Omdat de wijn volgens de regels van de Voedselbank niet aan cliënten uitgedeeld mocht worden, heeft medeverdachte [medeverdachte 1] deze wijn geleverd aan een restaurant in Beek en Donk. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij daarvan op de hoogte was. In ruil voor de wijn hebben vrijwilligers van de voedselbank bij het betreffende restaurant gegeten. Aldus is de gehele partij wijn ten goede gekomen aan de Voedselbank. Mede gelet op het feit dat het bestuur van de Voedselbank door haar opstelling achteraf impliciet toestemming heeft gegeven voor het op deze wijze vervreemden van de wijn kan niet worden gezegd dat er sprake is van wederrechtelijke toe-eigening door verdachte en/of haar medeverdachte. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging.

Ten aanzien van het door [donateur 2] aan de Voedselbank gedoneerde vlees overweegt de rechtbank het volgende. [donateur 2] leverde wekelijks vlees in wisselende hoeveelheden aan de Voedselbank. Dit vlees was bestemd om uit te delen aan de cliënten van de Voedselbank. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft een deel van het gedoneerde vlees aan een restaurant in Beek en Donk geleverd en aldus hierover beschikt als heer en meester. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij ervan op de hoogte was dat een deel van het door [donateur 2] geschonken vlees aan het restaurant geleverd werd. De verklaring van verdachte dat het gedoneerde vlees geheel ten goede aan de Voedselbank of cliënten van de Voedselbank is gekomen, acht de rechtbank niet geloofwaardig, met name gelet op de hoeveelheid vlees die feitelijk aan het restaurant is geleverd. Volgens de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] bij de politie (p. 284 en 285) is in 2006 ongeveer 680 tot 920 kg vlees niet uitgedeeld aan de cliënten van de Voedselbank maar aan het restaurant in Beek en Donk gegeven. De medeverdachte heeft verklaard dat hij en verdachte in ruil voor het vlees gratis bij dit restaurant konden eten, dat zij dit in 2006 7 à 8 keer hebben gedaan, dat zij van de mogelijkheid om gratis te eten ook enkele malen gebruik hebben gemaakt met een aantal cliënten en vrijwilligers van de Voedselbank en eenmaal met een tv-ploeg, alsmede dat hij voor diverse cliënten heeft geregeld dat ze aan de afhaalbalie gratis eten meekregen. Als al aangenomen kan worden dat aldus een deel van het vlees ten goede is gekomen aan de (cliënten van de) Voedselbank, staat niettemin naar het oordeel van de rechtbank vast dat het overgrote deel van het door de medeverdachte aan het restaurant geleverde vlees niet voor dit doel is aangewend, zulks gelet op de omvangrijke hoeveelheid aan het restaurant geleverde vlees. Daarmee staat vast dat een deel van het vlees niet ten goede is gekomen aan (cliënten van) de Voedselbank en dat verdachten zich dit deel wederrechtelijk hebben toegeëigend.

Ten aanzien van het geld gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden. [donateur 4] heeft blijkens zijn bij de politie afgelegde verklaring geld dat bestemd was voor mevrouw [slachtoffer 1] overgemaakt op de bankrekening van de Voedselbank die op naam stond van [persoon 1] met daarbij de vermelding “[naam 1]”. Het betreft een bedrag van 2200 euro. Verdachte zou er voor zorgen dat dat geld bij mevrouw [slachtoffer 1] terecht kwam, dan wel te haren gunste zou worden aangewend. Uit de door mevrouw [slachtoffer 1] bij de politie en rechter-commissaris afgelegde verklaringen blijkt dat zij maar een deel van het geld dat voor haar bedoeld was van verdachte heeft gekregen. In haar verklaring bij de politie van 21 februari 2007 (p. 300 en 301) heeft verdachte toegegeven dat zij maar ongeveer de helft van het door [donateur 4] geschonken geld aan mevrouw [slachtoffer 1] heeft gegeven en een ander deel aan derden heeft verstrekt. De rechtbank is van oordeel dat verdachte aldus over een deel van het geld dat bestemd was voor mevrouw [slachtoffer 1] heeft beschikt als heer en meester. Daarmee staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat verdachte een deel van het geld zich wederrechtelijk heeft toegeëigend. Uit de bewijsmiddelen blijkt niet dat medeverdachte [medeverdachte 1] daarbij betrokken of daarvan op de hoogte was, zodat de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte deze feiten samen met medeverdachte [medeverdachte 1] heeft gepleegd.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

op tijdstippen gelegen in de periode van 1 september 2005 tot en met 1 februari 2007 in de gemeente Helmond:

- telkens tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk een hoeveelheid vlees dat toebehoorde aan een ander dan aan verdachte en haar mededader, en welk goed verdachte en haar mededader anders dan door misdrijf onder zich hadden, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend, en

- telkens opzettelijk een geldbedrag (ten behoeve van mevrouw [slachtoffer 1]) dat toebehoorde aan een ander dan aan verdachte, en welk geldbedrag verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te haren laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 27, 47, 57, 321.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

* Vrijspraak van het primair tenlastegelegde feit;

* Bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde feit;

* Gevangenisstraf van 17 dagen met aftrek van voorarrest;

* Werkstraf van 60 uur, subsidiair 30 dagen hechtenis.

De op te leggen straf(fen) en/of maatregel(en).

Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dienen te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank enerzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte:

- de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank anderzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden die tot matiging van de straf hebben geleid:

- verdachte werd terzake strafbare feiten niet eerder tot straf veroordeeld;

- verdachte is onvoldoende gestuurd en gecontroleerd door het bestuur van de Voedselbank, terwijl er sprake was van een grote omvang van de feitelijke werkzaamheden en een hoge werkbelasting en voorts verdachte diverse malen aan het bestuur heeft laten weten dat zij en medeverdachte [medeverdachte 1] het niet meer aan konden en hulp wilden;

- verdachte is zelf getroffen door de gevolgen van de door haar gepleegde strafbare feiten in die zin dat zij ernstig heeft geleden onder omvangrijke media-aandacht, waarbij verdachte meer is verweten dan door de officier van justitie is tenlastegelegd en uiteindelijk door de rechtbank bewezen is verklaard.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. subsidiair:

medeplegen van verduistering, meermalen gepleegd

en

verduistering, meermalen gepleegd

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

T.a.v. primair:

Vrijspraak, achtende de rechtbank het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen.

T.a.v. subsidiair:

Gevangenisstraf voor de duur van 15 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.L.W.M. Viering, voorzitter,

mr. R.M.L. Heemskerk-Pleging en mr. F.P.E. Wiemans, leden,

in tegenwoordigheid van mr. E. de Dooij, griffier,

en is uitgesproken op 15 juli 2008.

8

Parketnummer: 01/825108-07

[verdachte]