Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2008:BD6909

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
14-07-2008
Datum publicatie
14-07-2008
Zaaknummer
01/845139-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bedreiging van een beveiligingsambtenaar via verbalisanten die verdachte hebben aangehouden. Verdachte heeft bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat het slachtoffer over de bedreiging zou worden geïnformeerd. Gelet op de omstandigheden valt te verwachten dat het slachtoffer door de politie wordt geïnformeerd over de geuite bedreiging en verdachte heeft kennelijk dat risico geaccepteerd. (promis)

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 285
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NBSTRAF 2008/433
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/845139-08

Datum uitspraak: 14 juli 2008

Vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

wonende te [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd te: [detentieplaats]

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 30 juni 2008.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 22 mei 2008.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 16 maart 2008 te 's-Hertogenbosch opzettelijk en

wederrechtelijk een stoel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan Novadic-Kentron, in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

(artikel 350 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij in of omstreeks de periode van 16 maart 2008 tot en met 17 maart 2008 te

's-Hertogenbosch, althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch, [slachtoffer 1]

heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling, althans met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene

veiligheid van personen of goederen ontstaat,immers heeft verdachte

opzettelijk ten overstaan van (verbalisant) [verbalisant 1] en/of

(verbalisant) [verbalisant 2] dreigend gezegd/geschreeuwd dat hij die

[slachtoffer 1] neer zou steken, althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking, zulks terwijl die woorden in voormelde periode en plaats ter kennis

van voornoemde [slachtoffer 1] zijn gebracht, waardoor voornoemde [slachtoffer 1] toen en daar

is bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling, althans met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene

veiligheid van personen of goederen ontstaat;

(artikel 285 Wetboek van Strafrecht)

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vordering worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan

Ten aanzien van feit 1:

De rechtbank acht op grond van de ter zitting afgelegde bekennende verklaring van verdachte 1 ter zake van het onder 1 ten laste gelegde en het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1]2 wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan.

Ten aanzien van feit 2:

Vaststaande feiten.

Op 16 maart 2008 is verdachte door de politie aangehouden te ’s-Hertogenbosch. Verdachte is door de politie vervoerd naar het politiebureau te ’s-Hertogenbosch. Tijdens het vervoer naar het politiebureau horen de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] verdachte schreeuwen 3. Op 17 maart 2008 deelt verbalisant [verbalisant 3] te ’s-Hertogenbosch aan [slachtoffer 1] mee dat verdachte op weg naar het politiebureau heeft gezegd dat hij [slachtoffer 1] neer zou steken en dit zou doen op het moment dat hij weer vrij zou komen en dat ze hem beter lang konden opsluiten. [slachtoffer 1] doet aangifte van bedreiging door verdachte4.

Het standpunt van de verdediging.

De verdachte heeft ter terechtzitting aangevoerd dat hij de ten laste gelegde woorden niet heeft geschreeuwd in de politieauto. Verdachte heeft niet gezegd “ik steek hem neer”, maar wel “ik laat hem in de steek”. Door het taalprobleem van verdachte moeten de verbalisanten zijn woorden verkeerd hebben begrepen. Verdachte was wel boos en geëmotioneerd.

De raadsman van verdachte heeft voorts nog aangevoerd dat, indien de rechtbank bewezen vindt dat de ten laste gelegde woorden door verdachte zijn gebruikt, verdachte niet het opzet had, ook niet in voorwaardelijke vorm, [slachtoffer 1] daadwerkelijk te bedreigen.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht de ten laste gelegde bedreiging wettig en overtuigend bewezen.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht bewezen dat verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] verdachte tijdens het vervoer naar het politiebureau horen schreeuwen dat hij de beveiliger [slachtoffer 1] zou neersteken. Naast deze woorden horen zij hem ook schreeuwen dat hij dit zou doen als hij weer buiten kwam en dat zij hem beter lang konden opsluiten”5. Blijkens de aangifte van [slachtoffer 1]6 en de verklaring van N. [getuige 1] heeft verdachte zich bovendien kort voor het vervoer naar het politiebureau, na het vernielen van de stoel, dreigend richting [slachtoffer 1] opgesteld.

De rechtbank acht het hoogst onwaarschijnlijk dat er sprake is van miscommunicatie. Gelet op de door verdachte geuite aanvullende zin “dit zou hij doen als hij weer buiten kwam en wij konden hem beter lang opsluiten” en hetgeen daaraan bij Novadic Kentron is voorafgegaan, staat voor de rechtbank onomstotelijk vast dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde bedreiging heeft geuit.

De vraag is voorts of verdachte opzet had op het overbrengen van deze woorden aan [slachtoffer 1]. De rechtbank is van oordeel dat verdachte door onder de hiervoor genoemde omstandigheden deze bedreigende woorden ten overstaan van twee politieambtenaren te gebruiken, bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat [slachtoffer 1] over de bedreiging zou worden geïnformeerd. Verdachte heeft zich kort daarvoor agressief jegens [slachtoffer 1] opgesteld bij de drugsopvang van Novadic Kentron, waar [slachtoffer 1] werkzaam is als beveiligingsmedewerker. Verdachte kon alleen nog bij de drugsopvang terecht. Het is dan, ook voor verdachte, zonder meer te verwachten dat [slachtoffer 1] door de verbalisanten wordt geïnformeerd over de door verdachte geuite bedreiging en verdachte heeft kennelijk dat risico geaccepteerd.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

1.

op 16 maart 2008 te 's-Hertogenbosch opzettelijk en wederrechtelijk een stoel, toebehorende aan Novadic-Kentron, heeft beschadigd.

2.

in de periode van 16 maart 2008 tot en met 17 maart 2008 te 's-Hertogenbosch, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk ten overstaan van (verbalisant) [verbalisant 1] en (verbalisant) [verbalisant 2] dreigend geschreeuwd dat hij die [slachtoffer 1] neer zou steken, zulks terwijl die woorden in voormelde periode en plaats ter kennis van voornoemde [slachtoffer 1] zijn gebracht, waardoor voornoemde [slachtoffer 1] toen en daar is bedreigd met zware mishandeling.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 38m, 38n lid 1, 57, 285, 350.

De sanctieoplegging.

De eis van de officier van justitie.

Ten aanzien van de feiten 1 en 2:

- oplegging van de ISD-maatregel voor de duur van 2 jaar, met aftrek van de reeds ondergane voorlopige hechtenis;

- tussentijdse beoordeling van de ISD-maatregel na 9 maanden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman pleit voor een gevangenisstraf overeenkomstig het reeds ondergane voorarrest.

De raadsman vindt het opleggen van een ISD-maatregel niet aan de orde. Verdachte is niet gemotiveerd voor een dergelijke maatregel. Hij wenst naar Turkije te vertrekken en daar hulp te krijgen, omdat hij wel inziet dat er iets moet veranderen. Gelet hierop zal deze maatregel geen effect hebben.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank is van oordeel dat de maatregel tot plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders dient te worden opgelegd. Daartoe wordt het navolgende overwogen.

Ten aanzien van de bewezenverklaarde misdrijven geldt dat het feiten betreft waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten.

Verdachte is blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële documentatie en het onderzoek ter terechtzitting in de vijf jaren voorafgaand aan het bewezenverklaarde ten minste drie maal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf veroordeeld en het bewezenverklaarde is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen. Voorts moet er, mede gelet op het hierna te noemen rapport, ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan.

De veiligheid van personen of goederen eist het opleggen van de maatregel omdat verdachte telkenmale nieuwe strafbare feiten pleegt en het meermalen opleggen van vrijheidsstraffen hem daarvan kennelijk niet weerhoudt.

Verder baseert de rechtbank dit oordeel op de rapporten van Novadic Kentron Eindhoven d.d. 3 april 2008 en 26 juni 2008. Uit deze rapporten blijkt dat verdachte al vele jaren verslaafd is aan harddrugs en dat er sprake is van psychische problematiek en agressieregulatieproblematiek. Vele pogingen om van zijn verslavingsprobleem af te komen zijn niet gelukt. Verdachte weet zich niet te conformeren aan afspraken in een vrijwillig of toezicht kader. Gezien zijn delictverleden wordt het recidiverisico hoog ingeschat. Om de risico’s te verminderen is een specifieke vorm van risicomangement noodzakelijk, gericht op het beheersen van agressie, op abstinentie van drugs, op het behandelen van de psychische problematiek, het doorbreken van het leefpatroon en op het voorkomen dat betrokkene weer dakloos wordt.

Gezien de problematiek achten rapporteurs een langdurige behandeling in een klinische forensische setting geïndiceerd, een en ander binnen een strak juridisch kader.

De rechtbank verenigt zich met de inhoud van het rapport en de gronden waarop het berust.

De rechtbank is van oordeel dat de maatregel tot plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders van groot belang is, zowel voor de maatschappij als voor verdachte zelf, nu de maatregel er mede toe strekt een bijdrage te leveren aan de oplossing van de verslavingsproblematiek van verdachte. De rechtbank is niet gebleken van redenen waarom deze maatregel niet zou moeten worden opgelegd.

Om de beëindiging van de recidive van verdachte en het leveren van een bijdrage aan de oplossing van zijn problematiek alle kansen te geven en voorts ter optimale bescherming van de maatschappij is het van groot belang dat voldoende tijd wordt genomen om het (behandel) traject te doen slagen.. Daarom zal de rechtbank de maatregel voor de maximale termijn van twee jaren opleggen en de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht niet in mindering brengen op de duur van de maatregel.

De raadsman heeft aangevoerd dat een ISD-maatregel geen effect zal hebben nu verdachte niet gemotiveerd is.

De rechtbank is van oordeel dat een gebrek aan motivatie bij verdachte op dit moment niet hoeft uit te sluiten dat verdachte in de toekomst wel gemotiveerd zal zijn en geen reden is om de ISD-maatregel niet op te leggen. Verdachtes, niet nader onderbouwde voornemen om in Turkije hulp te zoeken, draagt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende bij aan de oplossing van zijn problematiek en aan de beveiliging van de maatschappij.

De rechtbank acht het noodzakelijk dat negen maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de maatregel een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel zal plaatsvinden en zal aldus beslissen.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander

toebehoort, beschadigen

T.a.v. feit 2:

bedreiging met zware mishandeling

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

T.a.v. feit 1, feit 2:

Plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaar

Beslist tot een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting

van de tenuitvoerlegging van de maatregel.

Bepaalt dat het openbaar ministerie de rechtbank uiterlijk negen maanden na

aanvang van de tenuitvoerlegging van de maatregel op de voet van artikel 38s

lid 1, laatste zin, van het Wetboek van Strafrecht, aan de rechtbank bericht

over de noodzaak van de voortzetting van deze tenuitvoerlegging.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. K. Visser, voorzitter,

mr. M. Lammers en mr. F. van Laanen, leden,

in tegenwoordigheid van L. Scholl, griffier,

en is uitgesproken op 14 juli 2008.

1 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 30 juni 2008

2 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 1] par. 1.1.2, pag. 1-2

3 Proces-verbaal van bevindingen par. 0.1.2, pag. 1-2

4 proces-verbaal aangifte [slachtoffer 1], par. 2.1.2, pag. 1-2

5 Proces-verbaal bevindingen par. 0.1.2, pag. 2

6 Proces-verbaal aangifte [slachtoffer 1] par. 1.1.2, pag. 1

7 Proces-verbaal verklaring [getuige 1] pag. 1.1.3, pag. 1

??

??

8

Parketnummer: 01/845139-08

[verdachte]