Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2008:BD6531

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
03-03-2008
Datum publicatie
08-07-2008
Zaaknummer
01/889103-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Politierechter sluit niet rechtmatig in de databank opgenomen dna-profiel van verdachte uit van het bewijs, maar gebuikt voor bewijs wel later op rechtmatige wijze verkregen dna-profiel van verdachte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ’S-HERTOGENBOSCH

Parketnummer: 01/889103-05

PROCES-VERBAAL TERECHTZITTING

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de politierechter in bovengenoemde rechtbank op 3 maart 2008.

Tegenwoordig zijn:

mr. M.L.W.M. Viering, politierechter,

mr. C. Potter, officier van justitie en

mr. C.M.C. van Bussel, griffier.

De politierechter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de politierechter te zijn genaamd:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,

wonende te [woonplaats] [adres]

Als raadsman is ter terechtzitting verschenen mr. J.M. Jonkergouw, advocaat te Vught.

De politierechter vermaant verdachte oplettend te zijn op hetgeen hij zal horen en deelt hem mede dat hij niet tot antwoorden verplicht is.

De officier van justitie draagt de zaak voor.

De politierechter deelt mondeling mede de korte inhoud van:

1. een dossier van de regiopolitie Brabant Noord/Divisie CRTMC, met kenmerk 25-056146, afgesloten d.d. 12 januari 2006, aantal doorgenummerde bladzijden: 88.

Dit dossier bevat een verzameling wettig opgemaakte processen-verbaal die in de onderhavige zaak in het kader van het opsporingsonderzoek zijn opgemaakt alsmede (eventueel) andere bescheiden.

2. een aanvullend dossier van de regiopolitie Brabant Noord/Divisie CRTMC, met kenmerk

27-044191, afgesloten d.d. 27 juni 2005, aantal doorgenummerde bladzijden: 23.

Dit dossier bevat een verzameling wettig opgemaakte processen-verbaal die in de onderhavige zaak in het kader van het opsporingsonderzoek zijn opgemaakt alsmede (eventueel) andere bescheiden.

3. een uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 6 februari 2008 betreffende verdachte.

De verdachte verklaart:

Ik maak gebruik van mijn zwijgrecht.

De officier van justitie verklaart:

In de databank is nu wel rechtmatig DNA opgeslagen welke afkomstig is uit het dossier met parketnummer 01/857095-05. In onderhavige zaak betrof het een setje van 4 sporen. Spoor BPA500 is er voor in de plaats gekomen.

De verdachte verklaart:

Ik zoek werk in de ploegendienst. Ik heb nu een uitkering. Ik wil mijn leven beteren en mijn vrouw en kinderen gelukkig maken.

De officier van justitie voert het woord, leest de vordering voor en legt die aan de politierechter over.

De officier van justitie eist een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden.

Aan de verdachte en de raadsman wordt de gelegenheid gegeven te reageren op hetgeen door de officier van justitie is aangevoerd.

De raadsman verklaart:

Ik acht het openbaar ministerie om twee redenen niet ontvankelijk.

Ten eerste is er sprake van onrechtmatig verkregen bewijs. Verdachte is aangehouden na een match met betrekking tot een DNA-spoor. De rechter-commissaris heeft destijds beslist dat dit spoor ten onrechte in de databank zat. Verdachte werd in vrijheid gesteld. Op 5 maart 2007 is er een nieuw DNA-profiel. Het openbaar ministerie verzoekt om onderzoek betreffende een specifiek bloedspoor. Dit is geen toeval. Het openbaar ministerie maakt misbruik van onrechtmatig verkregen voorkennis. Er is geen nader onderzoek verricht en verdachte is niet nader ondervraagd. Het NFI heeft het rapport niet vernietigd, waardoor het nieuwe onderzoek is besmet.

Subsidiair verzoek ik u het resultaat van het NFI-onderzoek van het bewijs uit te sluiten en verdachte vrij te spreken.

Ten tweede is er sprake schending van de redelijke termijn gezien het tijdsverloop. We zijn nu 2 jaar verder.

Subsidiair verzoek ik om strafvermindering.

De woorden “oprotten” zijn niet bedreigend. Zeker niet als deze 11 minuten later worden geroepen en vele kilometers verder.

Verdachte heeft een bijstandsuitkering en een gezin.

Ik verzoek u verdachte een werkstraf op te leggen.

Aan de officier van justitie wordt de gelegenheid gegeven te reageren op hetgeen door de verdediging is aangevoerd.

De officier van justitie voert aan:

Het nieuwe bewijs is niet onrechtmatig verkregen. Het eerste spoor is vernietigd. De zaak was nog niet afgerond, omdat er 4 sporen waren gevonden. Er is op een ander spoor ingezet waarop een match tot stand kwam.

Ik ben van mening dat het tijdsverloop niet zo ernstig is dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk dient te worden verklaard, doch een strafvermindering kan plaatsvinden.

De raadsman verklaart:

Ik blijf van mening dat het openbaar ministerie heeft gebruik gemaakt van onrechtmatig verkregen voorkennis.

Aan verdachte en de raadsman wordt het recht gelaten het laatst te spreken.

De politierechter verklaart het onderzoek gesloten en zegt terstond mondeling vonnis te zullen geven.

De politierechter spreekt het vonnis uit ter openbare terechtzitting.

AANTEKENING VAN HET MONDELING VONNIS

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 6 februari 2008. Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 26 juni 2005 te Grave tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid rookartikelen, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke

diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk

geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn medededader(s), na het plegen van die diefstal, met een

bivakmuts over zijn/hun hoofd(en) en met gebalde vuist(en) opzettelijk

dreigend op [slach[slachtoffer 2]] die zich in de omgeving van zijn/hun auto bevond,

is/zijn toegerend en [slachtoffer 2] heeft/hebben toegevoegd "oprotten hier";

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 26 juni 2005 te Grave tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in/uit een aan de [adres 1] gelegen supermarkt heeft weggenomen

een hoeveelheid rookartikelen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming door

met behulp van een auto en/of anderzins meerdere, althans een, deur(en) van

die supermarkt stuk te maken en/of een of meer in die supermarkt aanwezige

ladekast(en) en/of vitrine(s) stuk te breken;

De geldigheid van de dagvaarding.

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de politierechter.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de politierechter bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

De raadsman heeft ter terechtzitting aangevoerd dat de officier van justitie niet ontvankelijk verklaard dient te worden wegens misbruik van voorkennis, alsmede wegens overschrijding van de redelijke termijn.

De politierechter gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Er zijn in de onderhavige zaak vier bloedsporen veiliggesteld, te weten BPA500#1, BPA501#1, BPA502#1 en BPA503#1. Het spoor met nummer BPA502#1 is op 2 augustus 2005 opgenomen in de DNA databank. Op 16 augustus 2005 is geconstateerd dat er een match was tussen dit spoor en het DNA-profiel van verdachte dat met ingang van 3 februari 2004 in de databank was opgenomen. De opname van het DNA-profiel van verdachte vond plaats in het kader van de strafzaak met parketnummer 06/080469-03. In laatstgenoemde strafzaak is verdachte op 9 juni 2004 vrijgesproken door de rechtbank Zutphen. Het op 3 februari 2004 opgenomen DNA-profiel van verdachte had daarna verwijderd dienen te worden, doch dat is niet gebeurd.

De op 16 augustus 2005 geconstateerde match tussen het DNA-profiel van verdachte en bloedspoor BPA502#1 dient naar het oordeel van de politierechter uitgesloten te worden van het bewijs nu op die datum het DNA-profiel van verdachte niet rechtmatig in de databank was opgenomen.

Op 5 maart 2007 is opnieuw het DNA-profiel van verdachte in de databank opgenomen. Dit DNA-profiel is rechtmatig verkregen in een andere strafzaak. Thans rijst de vraag of de eerdere onrechtmatigheid ook gevolgen moet hebben voor de match die op 17 juli 2007 is gevonden tussen het bloedspoor met nummer BPA500#1 en het op 5 maart 2007 in de databank opgenomen DNA-profiel. De politierechter beantwoordt deze vraag ontkennend.

Bloedspoor BPA500#1 is op 16 juli 2007 op verzoek van de officier van justitie in de databank opgenomen. Gelet op het feit dat de onderhavige strafzaak op dat moment nog niet was opgelost en het bloedspoor BPA500#1 op de plaats delict rechtmatig is verkregen, is de opname in de databank rechtmatig. Dit geldt eens te meer nu er op 16 juli 2007 ook andere aanwijzingen waren dan de eerder verkregen onrechtmatige match die in de richting van verdachte wezen als mogelijke dader. In het CIE-rapport van 13 juli 2005 wordt verdachte immers in verband gebracht met de ramkraak op 26 juni 2005 te Grave en de Audi A8 die daarbij gebruikt zou zijn. In deze omstandigheden wordt de eerder geconstateerde onrechtmatigheid in voldoende mate gecompenseerd door de op 16 augustus 2005 gevonden match uit te sluiten van het bewijs.

Ook anderszins is niet gebleken van enig handelen van de zijde van het openbaar ministerie op grond waarvan geoordeeld zou moeten worden dat er sprake is van ernstige inbreuken op beginselen van een goede procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte afbreuk is gedaan aan diens recht op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM.

Ten aanzien van de overschrijding van de redelijke termijn merkt de politierechter op dat de termijn die beoordeeld dient te worden aanvangt op de dag dat verdachte in verzekering is gesteld, te weten 10 januari 2006. Derhalve is thans meer dan twee jaar verstreken en bedraagt de overschrijding van de redelijke termijn bijna twee maanden. Deze overschrijding is niet dusdanig groot dat zij gevolgen heeft voor de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.

De politierechter zal de overschrijding compenseren door middel van strafvermindering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting zijn derhalve geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

Bewijsbeslissing.

De politierechter is, zoals blijkt uit de overwegingen omtrent de ontvankelijkheid, van oordeel dat de laatste DNA-match rechtmatig is geschied en als bewijs kan worden meegenomen.

Verdachte heeft met anderen met gebruikmaking van een eerder gestolen Audi A8 een ramkraak gepleegd waarbij, blijkens de DNA-match, bloed van verdachte op het klapdeurtje van de toonbank van de Jumbo supermarkt is aangetroffen.

Anders dan de raadsman stelt is het woord “oprotten” in de omstandigheden van het geval wel bedreigend. De mannen droegen zo kort na de overval nog bivakmutsen, renden en er werd tegenover de getuige een vuist gebald.

Gebezigde bewijsmiddelen en andere gronden voor de bewezenverklaring.

De inhoud van het procesdossier voor zover hierna is aangeduid.

* proces-verbaal van aangifte (blz. 22 en 24)

* proces-verbaal van bevindingen (videobeelden) (blz. 25 t/m 27)

* verklaring van [persoon 1] (blz. 19 en 20)

* technisch onderzoek (blz. 29 t/m 31)

* verklaring getuige [slachtoffer 2] (blz. 49 en 50)

* deskundigenrapport NFI d.d. 17 juli 2007, met bijlage

De hiervoor vermelde en voor het bewijs gebruikte bescheiden worden in fotokopie aan dit proces-verbaal gehecht. Alles wat overbodig is voor de bewezenverklaring is door de politierechter doorgestreept. Deze fotokopieën maken deel uit van het proces-verbaal.

De bewezenverklaring.

De politierechter acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat

hij op 26 juni 2005 te Grave tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid rookartikelen, toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd gevolgd van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en zijn medededaders, na het plegen van die diefstal, met een bivakmuts over zijn/hun hoofd(en) en met gebalde vuist(en) opzettelijk dreigend op [slachtoffer 2] die zich in de omgeving van zijn/hun auto bevond, is/zijn toegerend en [slachtoffer 2] heeft/hebben toegevoegd "oprotten hier".

Hetgeen primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard is naar het oordeel van de politierechter niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak vermelde feit.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit of van de verdachte uitsluiten.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 27, 63, 310, 312

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De op te leggen straf.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de politierechter gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan.

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De politierechter is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

Bij de strafoplegging zal de politierechter in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheid ten bezware van verdachte:

- verdachte werd terzake van een strafbaar feit soortgelijk aan het door hem gepleegde feit blijkens een hem betreffend uittreksel uit het algemeen documentatieregister reeds eerder veroordeeld.

Bij de strafoplegging zal de politierechter anderzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheid die tot matiging van de straf heeft geleid:

- de redelijke termijn is overschreden. Derhalve zal de politierechter een kortere gevangenisstraf opleggen dan 8 maanden, die op zichzelf recht zou doen aan de ernst van de gepleegde feiten.

UITSPRAAK

Verklaart het primair tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

primair

diefstal, gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

T.a.v. primair:

Gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht

De politierechter deelt de verdachte mede, dat hij binnen 14 dagen hoger beroep kan instellen tegen dit vonnis en maakt hem opmerkzaam op het recht ter terechtzitting van dat rechtsmiddel afstand te doen.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de politierechter en de griffier is vastgesteld en getekend.