Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2008:BD6481

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
08-07-2008
Datum publicatie
08-07-2008
Zaaknummer
01/825185-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis-vonnis.

Verdachte heeft in één nacht twee jonge vrouwen beroofd en hen beide onzedelijk betast. Een van de slachtoffers bevond zich in een treincoupé. Verdachte heeft ontkend de vier strafbare feiten te hebben gepleegd. De rechtbank motiveert uitvoerig hoe zij tot bewezenverklaring van de feiten komt.

Opgelegde straf: gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 6 maanden vorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met aftrek van voorarrest. Tevens dient verdchte het slachtoffer uit de trein een bedrag aan schadevergoeding te betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/825185-08

Datum uitspraak: 08 juli 2008

Vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te Bonaire op [geboortedatum] 1987,

wonende te [woonplaats] [adres]

thans gedetineerd te: P.I. Breda - HvB De Boschpoort.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 24 juni 2008.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 15 mei 2008.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 15 maart 2008 te Tilburg en/of Boxtel en/of Eindhoven

en/of Deurne, in ieder geval op het treintraject van Tilburg naar Deurne, in

elk geval in Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of

bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] heeft

gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of

mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1],

hebbende verdachte - tijdens een treinreis, in een treincoupe -

- de borsten van [slachtoffer 1] betast en/of

- de vagina en/of de schaamstreek van [slachtoffer 1] betast en/of

- zijn tong in de mond van [slachtoffer 1] gebracht en/of gehouden en/of

- [slachtoffer 1] op de mond gezoend en bestaande dat geweld of die andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere

feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte een mes, althans een scherp en/of

puntig voorwerp, tegen de keel/hals van [slachtoffer 1] heeft gehouden en/of

(daarbij) heeft gezegd "Ik wil jouw identiteitspasje ook omdat ik je zo altijd

weet te vinden", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking

en/of (vervolgens) (onverhoeds) de riem van de broek van [slachtoffer 1] heeft

opengemaakt en/of (vervolgens) (onverhoeds) de borsten en/of vagina en/of

schaamstreek van [slachtoffer 1] heeft betast en/of (onverhoeds) [slachtoffer 1]

heeft (getong)zoend en/of (aldus) voor [slachtoffer 1] een bedreigende situatie

heeft doen ontstaan;

(artikel 242 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 maart 2008 te Tilburg, en/of Boxtel en/of Eindhoven

en/of Deurne, in ieder geval op het treintraject van Tilburg naar Deurne, in

elk geval in Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of

bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] -

tijdens een treinreis, in een treincoupe - heeft gedwongen tot het plegen

en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het

betasten van haar borsten en/of het betasten van haar vagina en/of

schaamstreek en/of het (meermalen) zoenen op de mond en/of het tongzoenen van

[slachtoffer 1] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of

die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit het houden van

een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, tegen de keel/hals van die

[slachtoffer 1] en/of het (daarbij) zeggen van de woorden: "Ik wil jouw

identiteitspasje ook omdat ik je zo altijd weet te vinden", althans woorden

van gelijke dreigende aard en/of strekking

en/of het (vervolgens) (onverhoeds) openmaken van de riem van de broek van die

[slachtoffer 1] en/of het (vervolgens) (onverhoeds) betasten van de borsten en/of

vagina en/of schaamstreek van [slachtoffer 1] en/of het (onverhoeds) (tong)zoenen

van [slachtoffer 1];

(artikel 246 Wetboek van Strafrecht)

2.

A. hij op of omstreeks 15 maart 2008 te Tilburg en/of Boxtel en/of Eindhoven

en/of Deurne, in ieder geval op het treintraject van Tilburg naar Deurne, in

elk geval in Nederland, in een spoortrein die in beweging was, met het oogmerk

om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een

gsm-toestel, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk

geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte het

slachtoffer een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp tegen haar

keel/hals heeft gehouden;

(artikel 317 wetboek van Strafrecht)

en/of

B. hij op of omstreeks 15 maart 2008 te Tilburg en/of Boxtel en/of Eindhoven

en/of Deurne, in ieder geval op het treintraject van Tilburg naar Deurne, in

elk geval in Nederland, in een spoortrein die in beweging was, heeft

weggenomen een identiteitskaart en/of een bankpas, in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit

van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld

hierin bestond(en) dat verdachte het slachtoffer een mes, althans een scherp

en/of puntig voorwerp tegen haar keel/hals heeft gehouden;

(artikel 312 Wetboek van Strafrecht)

3.

hij op of omstreeks 15 maart 2008 te Eindhoven, door geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden

van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het betasten van haar

borst(en)en/of haar vagina en/of schaamstreek en/of haar bovenbeen en

bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit het (met kracht) knijpen in

de keel van [slachtoffer 2] en/of het (met kracht) aan de nek van die

[slachtoffer 2] draaien en/of haar gezicht vast te houden en/of haar dreigend de

woorden toe te voegen - zakelijk weergegeven - dat zij stil moest zijn, omdat

hij anders haar nek zou breken, althans woorden van gelijke dreigende aard

en/of strekking;

(artikel 246 Wetboek van Strafrecht)

4.

hij op of omstreeks 15 maart 2008 te Eindhoven met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen en/of heeft gedwongen tot de

afgifte van een handtas (met inhoud) en/of een sleutelbos, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal en/of afpersing werd

voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met

geweld tegen [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal en/of

afpersing voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit

van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld

hierin bestond(en) dat hij hij, verdachte,(met kracht) in de keel van die

[slachtoffer 2] heeft geknepen en/of (met kracht) aan de nek van [slachtoffer 2]

heeft gedraaid en/of haar gezicht vastgehouden en/of haar dreigend de woorden

toegevoegd - zakelijk weergegeven - dat zij stil moest zijn, omdat hij anders

haar nek zou breken, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of

strekking;

(artikel 312 / 317 Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vordering worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Met betrekking tot de geldigheid van de dagvaarding overweegt de rechtbank het volgende. In het ten laste gelegde van feit 2 onder B ontbreekt de vermelding van het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. Hierover is geen verweer gevoerd namens verdachte. De rechtbank ziet echter geen aanleiding om de dagvaarding op dit punt ambtshalve nietig te verklaren, gelet op het gebruik van het woord “diefstal” in de zevende regel van boven in voornoemd feit en gelet op de samenhang met feit 4 dat hetzelfde verwijt inhoudt en waarin het bestanddeel wel in de tenlastelegging is opgenomen. De rechtbank leest in feit 2B het kennelijk abusievelijk weggevallen oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.

Vaststaande feiten.

Op 15 maart 2008 bevond [slachtoffer 1] zich in een treincoupé van een in beweging zijnde trein op het treintraject van Tilburg naar Deurne. De trein was om 00:06 uur vanuit Tilburg vertrokken. Bij haar is in de treincoupé onder meer haar identiteitsbewijs weggenomen1. Verdachte is om ongeveer 23:15 uur met de trein vanuit Rotterdam richting Weert vertrokken en miste om 00:34 uur de aansluiting in Eindhoven2. Verdachte bevond zich op 15 maart 2008 om 00:33 uur op het station Eindhoven3. Bij verdachte is later op 15 maart 2008 in de fouillering in zijn sok een identiteitsbewijs op naam van [slachtoffer 1] aangetroffen4.

Op 15 maart 2008 is bij [slachtoffer 2] op de [adres 1] in Eindhoven omstreeks 2:15 uur een handtas met inhoud en een sleutelbos weggenomen5. Verdachte is op 15 maart 2008 om ongeveer 2:41 uur vanuit de [adres 1] richting de [adres 2] te Eindhoven gelopen6. Bij verdachte zijn op 15 maart 2008 in de fouillering onder meer pasjes op naam van [slachtoffer 2] en een fietssleutel aangetroffen7.

Op 15 maart 2008 droeg verdachte een wijde zwarte jas met een plastic uitstraling, een blauwe broek met opgenaaide en anders gekleurde stukken en een zwart wollen mutsje8.

Standpunt van de officier van justitie.

Volgens de officier van justitie kunnen alle vier de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

De officier van justitie noemt als bewijsmiddelen voor de feiten 1 en 2 onder meer kort gezegd het uiterlijk en de kleding van verdachte die passen bij het signalement dat beide aangeefsters opgeven, de verklaring van de conducteur aan wie [slachtoffer 1] heeft verteld wat haar in de trein overkomen is, de verklaring van de moeder van aangeefster [slachtoffer 1] over het bellen door een man met de telefoon van aangeefster [slachtoffer 1], prints van camerabeelden gemaakt op het station Eindhoven waarop een man te zien is met kleding als omschreven in het signalement gegeven door [slachtoffer 1] en het aantreffen van de ID-kaart van [slachtoffer 1] bij verdachte.

De officier van justitie noemt als bewijsmiddelen voor de feiten 3 en 4 onder meer kort gezegd de aanhouding van verdachte nabij de plaats waarover aangeefster [slachtoffer 2] verklaard heeft te zijn overvallen, het aantreffen bij verdachte van pasjes op naam van [slachtoffer 2], de beschrijving die verdachte geeft over het meisje dat hij heeft aangewezen en de kennelijk leugenachtige verklaring van verdachte over de fietssleutel.

Standpunt van de verdediging.

A)

Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting de ten laste gelegde feiten ontkend. Hij heeft verklaard dat hij op 15 maart 2008 in Eindhoven een jongen, [persoon 1], die hij vaag kende, heeft ontmoet. Hij heeft tegen een vergoeding een meisje aangewezen aan [persoon 1] waarna die [persoon 1] een tijdje is weg geweest. Daarna kwam [persoon 1] terug met een witte tas en gaf hij verdachte een aantal spullen uit die tas, waaronder de ID-kaart op naam van [slachtoffer 1].

B)

Ten aanzien van feit 1 is aangevoerd dat de verfeitelijking van de bedreiging met geweld middels de woorden “Ik wil jouw identiteitspasje omdat ik je zo altijd weet te vinden” onjuist is omdat op het moment dat de dreiging werd geuit er nog geen sprake was van een (begin van een) zedendelict.

C)

Volgens de verdediging is de vagina noch schaamstreek van [slachtoffer 1] betast nu de dader een inlegkruisje voelde en zijn hand wegtrok.

D)

Ten aanzien van de feiten 1 en 2 is door de verdediging vrijspraak bepleit. Weliswaar is de ID-kaart van aangeefster bij verdachte aangetroffen maar daartegenover staat dat er een negatieve fotobewijsconfrontatie is, geen DNA bewijs voorhanden is en verdachte als verklaring voor het bezit van de ID-kaart heeft gegeven dat hij deze van [persoon 1] heeft gekregen. Die [persoon 1] heeft er op aangedrongen dat verdachte de kaart in zijn sok zou stoppen.

Het oordeel van de rechtbank

Aangeefster [slachtoffer 1], die zich als hierboven beschreven in een treincoupé bevond op 15 maart 2008 tussen 00:06 en 00:28 uur, kreeg op enig moment gezelschap van een jongen. Zij voelde plotseling een scherp en/of puntig voorwerp tegen haar linkerhalsslagader. De jongen vroeg naar haar bankpas en toen hij haar identiteitspasje zag, pakte hij de beide pasjes. Hij zei daarbij: “ik wil jouw identiteitspasje ook omdat ik je zo altijd weet te vinden”. Aangeefster heeft de aandacht van de jongen afgeleid waarop hij het mes cq. scherp en/of puntig voorwerp (verder te noemen het mes) weghaalde. De jongen kuste haar op haar mond en zat aan haar borsten. Zij zag dat hij haar broekriem los begon te maken, hetgeen lukte. Hij ging in haar slip en toen hij met zijn vingers tegen haar inlegkruisje kwam, trok hij zijn hand weg. De jongen zei dat hij haar GSM wilde hebben en zette daartoe weer het mes tegen haar slagader waarop zij haar GSM heeft afgegeven. Hij wilde nog een kus hebben voordat zij de trein zou verlaten. Na enig verzet is hij met zijn tong in haar mond geweest. De jongen zei dat zij niets mocht vertellen en dat hij haar anders wist te vinden. De jongen heeft haar ID-kaart, GSM en bankpas meegenomen.

Als signalement geeft aangeefster op: een Molukker, zwart dun snorretje, katoenen ijsmuts met band, baggyjas en broek, wijde kleding, jas groot en zwart plasticachtig, 2 grote jaszakken, wijde broek met tekeningen in brons er op9.

Het verweer van de verdediging onder C slaagt niet. Volgens de rechtbank is voldoende komen vast te staan dat de vagina en/of schaamstreek van [slachtoffer 1] is betast, nu de dader met een hand in haar slip is gegaan en een inlegkruisje heeft gevoeld.

Het verweer onder B slaagt naar het oordeel van de rechtbank evenmin. Volgens aangeefster [slachtoffer 1] zijn de dreigende woorden dat de jongen haar identiteitskaart wilde omdat hij haar zo altijd wist te vinden vóór het plegen van de zedendelicten geuit. De rechtbank is echter van oordeel dat deze opmerking ook later tot de bedreigende sfeer heeft bijgedragen als gevolg waarvan aangeefster de ontuchtige handelingen waaronder het tongzoenen heeft geduld. De rechtbank heeft daarbij eveneens gelet op de verklaring van aangeefster dat de jongen nadat hij haar getongzoend had tegen haar zei dat zij niets mocht vertellen en dat hij haar wist te vinden.

De kleding die [slachtoffer 1] beschrijft, is naar het oordeel van de rechtbank vergelijkbaar met de kleding die verdachte droeg, zoals onder meer te zien is op de print van de camerabeelden op het NS-station te Eindhoven10. De verbalisanten die verdachte hebben aangehouden hebben daarover het volgende verklaard zakelijk weergegeven11. Zij hadden een melding gekregen van een verkrachting in de trein door een man van mogelijk Molukse afkomst, met een mutsje en een snorretje en moedervlek op bovenlip, een ¾ zwarte jas met plastic uiterlijk, een broek met opgenaaide en getekende stukken. Zij hoorden later van een melding van een aanranding met beroving op de [adres 1] in Eindhoven en zijn die richting op gegaan. Zij treffen een man aan die vanuit de [adres 1] kwam gelopen en die verrast reageerde en kennelijk wilde afleiden door naar een coffeeshop te vragen. Verbalisanten zagen dat de man licht getint was, een klein snorretje had, gekleed was in een wijde zwarte jas die een

plastic uitstraling had en een zwart wollen mutsje. Zijn broek was blauw van kleur en was bezet met opgenaaide en anders gekleurde stukken.

Aangeefster [slachtoffer 1] heeft aan onder meer de hoofdconducteur, die in de betreffende trein werkzaam was, verteld wat haar in de treincoupé is overkomen. Zij heeft hem onder meer verteld dat een donkere man haar onder haar kleding heeft betast, een mes of iets scherps op haar keel heeft gezet en om haar portemonnee, haar mobiele telefoon en haar pincode heeft gevraagd12.

Aangeefster [slachtoffer 2] fietste op 15 maart 2008 omstreeks 2:15 uur vanaf de [adres 2] in Eindhoven naar de [adres 3] en moest bij de [adres 4] afstappen. Zij voelde dat zij door een man van achteren werd vastgepakt. Zij voelde een hand op haar gezicht en deels op haar nek. De andere hand voelde zij om haar buik. Hij zei: “Blijf stil”. Hij draaide hard om haar nek. Hij zei dat zij stil moest zijn en dat hij anders haar nek zou breken. De man vroeg onder meer naar geld. Toen hij hoorde dat zij geen geld had, voelde zij dat hij met zijn linkerhand haar gezicht bleef vasthouden. Zij voelde dat hij zijn rechterhand onder haar truitje bracht en zij voelde zijn hand op haar borst. Zij voelde dat hij met zijn rechterhand naar haar spijkerrokje ging. Hij wreef over haar vagina en zij droeg stevige panty’s. Zij voelde dat hij op en neer wreef van haar vagina naar de binnenkant van haar linkerbovenbeen. Toen een jongen en een meisje in hun richting keken rende de man weg. De man heeft haar sleutelbos meegenomen en haar witte handtas. Zij herkent de door de politie getoonde bibliotheekpas van Florence, een Turks bankbiljet, een NS pas, een Italiaans sofinummer-pas, een visitekaartje, een Italiaans identiteitsbewijs, een TU Eindhoven-collegepas en een oud recept13.

Verdachte heeft een beschrijving gegeven van het meisje dat hij in het centrum van Eindhoven had uitgezocht. Zij droeg volgens verdachte een spijkerminirok met zwarte panty’s14.

De rechtbank bezigt verdachtes ontkennende verklaring over het wederrechtelijke bezit van de fietssleutel15 (deze zou bij de fiets horen die hij van zijn neef had geleend) tot het bewijs, omdat die verklaring kennelijk leugenachtig is en is afgelegd om de waarheid te bemantelen. Dat oordeel vindt zijn grondslag in het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten16 waaruit naar voren komt dat aangeefster [slachtoffer 2] een fietssleutel heeft getoond die identiek was aan de sleutel uit de fouillering van verdachte en in het proces-verbaal van bevindingen waaruit naar voren komt dat een AXA sleutel in

principe uniek is en dat het bijna onmogelijk is dat een sleutel past op twee willekeurige sloten17.

De verklaring die de verdediging onder de verweren A en D geeft voor het bezit van de pasjes op naam van beide aangeefsters, acht de rechtbank ongeloofwaardig. Verdachte heeft daartoe onvoldoende aanknopingspunten gegeven en heeft ook overigens niet consistent verklaard. Zo heeft verdachte bij zijn verhoor inverzekeringstelling18 toegegeven dat hij die avond van 15 maart 2008 spullen bij een vrouw heeft weggenomen, terwijl hij later19 heeft verklaard dat hij niets heeft gedaan. Verder heeft verdachte tegenover verbalisanten gesproken over een onbekende man van wie hij de goederen had gekregen20, terwijl hij later over die man heeft verklaard dat hij [persoon 1] heet en dat hij een bekende is21.

In dezelfde nacht hebben twee slachtoffers afzonderlijk van elkaar aangifte gedaan van een feitencomplex, inhoudende kort gezegd een beroving met toepassing van geweld en ontuchtige handelingen. Dat het feitencomplex vrijwel identiek is en het gaat om de opvallende combinatie van berovingen en zedendelicten draagt bij aan de overtuiging van de rechtbank dat verdachte de vier ten laste gelegde feiten heeft begaan.

Op grond van de hierboven vermelde feiten en omstandigheden die zijn vervat in de uitgewerkte bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1.

op 15 maart 2008 op het treintraject van Tilburg naar Deurne,

door geweld of andere feitelijkheden en bedreiging met een andere

feitelijkheid [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van

handelingen die mede bestonden

uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 1],

hebbende verdachte - tijdens een treinreis, in een treincoupé -

- de borsten van [slachtoffer 1] betast en

- de vagina en/of de schaamstreek van [slachtoffer 1] betast en

- zijn tong in de mond van [slachtoffer 1] gebracht en gehouden en

- [slachtoffer 1] op de mond gezoend en bestaande dat geweld of die andere

feitelijkheden en die bedreiging met andere feitelijkheden hierin dat verdachte

een scherp en/of puntig voorwerp, tegen de keel/hals van [slachtoffer 1] heeft gehouden en

daarbij heeft gezegd "Ik wil jouw identiteitspasje ook omdat ik je zo altijd

weet te vinden",

en vervolgens onverhoeds de riem van de broek van [slachtoffer 1] heeft

opengemaakt en de borsten en schaamstreek van [slachtoffer 1] heeft betast en

onverhoeds [slachtoffer 1] heeft (getong)zoend en aldus voor [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

2.

A. op 15 maart 2008 op het treintraject van Tilburg naar Deurne,

in een spoortrein die in beweging was, met het oogmerk

om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen

tot de afgifte van een gsm-toestel toebehorende aan [slachtoffer 1],

welk geweld hierin bestond dat verdachte het slachtoffer een scherp en/of

puntig voorwerp tegen haar keel/hals heeft gehouden;

en

B. op 15 maart 2008 op het treintraject van Tilburg naar Deurne, in een

spoortrein die in beweging was, met het oogmerk van wederrechtelijk

toe-eigening heeft weggenomen een identiteitskaart en een bankpas, toebehorende aan [slachtoffer 1],

welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen [slachtoffer 1], gepleegd met

het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond

dat verdachte het slachtoffer een scherp en/of puntig voorwerp tegen haar keel/hals heeft gehouden;

3.

op 15 maart 2008 te Eindhoven, door geweld en bedreiging met geweld

[slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen,

bestaande uit het betasten van haar borst en haar vagina en haar bovenbeen en

bestaande dat geweld en die bedreiging met geweld uit het met kracht aan de nek

van [slachtoffer 2] draaien en haar gezicht vast te houden en haar dreigend de woorden toe te voegen - zakelijk weergegeven - dat zij stil moest zijn, omdat hij anders haar nek zou breken;

4.

op 15 maart 2008 te Eindhoven met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen een handtas (met inhoud) en een sleutelbos, toebehorende aan

[slachtoffer 2], welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met

geweld tegen [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal

gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld

hierin bestonden dat hij, verdachte, met kracht aan de nek van [slachtoffer 2]

heeft gedraaid en haar gezicht heeft vastgehouden en haar dreigend de woorden heeft

toegevoegd - zakelijk weergegeven - dat zij stil moest zijn, omdat hij anders

haar nek zou breken.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 24c, 27, 36f, 57, 242, 246, 310

312, 317.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gerequireerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten en heeft de oplegging gevorderd van een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De officier van justitie heeft daarnaast de toewijzing gevorderd van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] tot het gevorderde bedrag en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Namens verdachte zijn geen concrete opmerkingen gemaakt ten aanzien van een mogelijke straf. Wel is subsidiair aangevoerd dat de door de benadeelde partij gevorderde immateriële schade aan de hoge kant is.

De op te leggen straf(fen) en/of maatregel(en).

Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dienen te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte:

- de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- verdachte heeft in één nacht twee jonge vrouwen beroofd en hen beiden onzedelijk betast. Een van de slachtoffers bevond zich in een treincoupé, een plek waar iemand zich veilig zou moeten kunnen voelen. De slachtoffers is leed aangedaan, te weten een ernstige aantasting van lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer en verdachte heeft hun angst ingeboezemd;

- de feiten versterken daarnaast de algemene gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving;

- verdachte heeft niet laten blijken inzicht te hebben in de ernst van zijn handelen en in het leed dat hij de slachtoffers heeft aangedaan.

Evenals de officier van justitie weegt de rechtbank in verdachtes voordeel mee dat hij ter zake strafbare feiten soortgelijk aan de onderliggende strafbare feiten niet eerder tot straf is veroordeeld en dat verdachte nog betrekkelijk jong is.

De rechtbank is echter van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

Wel ziet de rechtbank aanknopingspunten om met betrekking tot de op te leggen gevangenisstraf te bepalen dat een deel van 6 maanden van die straf niet zal worden ten uitvoer gelegd mits verdachte zich tot het einde van de hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering, de post parkeerkosten en telefoonkosten en de immateriële schade tot een bedrag van € 750,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening te aanzien van de materiële schade en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum vonnis tot de dag der algehele voldoening ten aanzien van de immateriële schade.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening ten aanzien van de materiële schade en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum vonnis tot de dag der algehele voldoening ten aanzien van de immateriële schade.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de gevorderde immateriële schade, voor zover deze het bedrag van € 750,- te boven gaat, aangezien de vordering in zoverre niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

De benadeelde partij kan deze onderdelen van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1 primair:

verkrachting

T.a.v. feit 2:

A. afpersing

en

B. diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om

die diefstal gemakkelijk te maken

T.a.v. feit 3:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid

T.a.v. feit 4:

diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

T.a.v. feit 1 primair, feit 2, feit 3, feit 4:

Gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2

jaren

T.a.v. feit 1 primair, feit 2:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 773,00 subsidiair 15 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van een bedrag van EUR 773,- (zegge:

zevenhonderddrieënzeventig euro), bestaande uit EUR 23,-, vermeerderd met de

wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot de dag der algehele

voldoening, voor materiële schade, en EUR 750,-, vermeerderd met de wettelijke

rente vanaf de datum van het vonnis tot de dag der algehele voldoening, voor

immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15

dagen hechtenis.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde

betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij :

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte

mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1], van een bedrag van

EUR 773,- (zegge: zevenhonderddrieënzeventig euro), bestaande uit EUR 23,-,

vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot de dag

der algehele voldoening, voor materiële schade, en EUR 750,-, vermeerderd met

de wettelijke rente vanaf de datum van het vonnis tot de dag der algehele

voldoening, voor immateriële schade.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering ter zake het overige deel niet

ontvankelijk is. Bepaalt dat de benadeelde partij dat deel slechts bij de

burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd

voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot

vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.H.J. Evers, voorzitter,

mr. J.W.H. Renneberg en mr. R.M.L. Heemskerk-Pleging, leden,

in tegenwoordigheid van mr. H.J.G. de Bruijn- van der Sluijs, griffier,

en is uitgesproken op 8 juli 2008.

De voorzitter is niet in staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], dossierpagina 57 ev.

2 Proces-verbaal van verhoor van verdachte dossierpagina 123 en een geschrift zijnde een print van de NS-reisplanner, dossierpagina 172.

3 Print van een videocamera op het station Eindhoven, dossierpagina 178 in combinatie met de pleitnota van de raadsvrouwe van verdachte op pagina 2.

4 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 33.

5 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2], dossierpagina 106 ev.

6 Proces-verbaal van aanhouding, dossierpagina 22.

7 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 33 en kennisgeving van inbeslagneming dossierpagina 34 ev.

8 Proces-verbaal van aanhouding, dossierpagina 22 en de foto’s op dossierpagina 184, 185, 186 en 187.

9 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1], dossierpagina 57 ev.

10 Zie voetnoot 3.

11 Proces-verbaal van aanhouding, dossierpagina 22.

12 Proces-verbaal van bevindingen telefonisch verhoor [hoofdconducteur] hoofdconducteur, dossierpagina 100.

13 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2], dossierpagina 106 ev. In combinatie met de kennisgeving van inbeslagneming dossierpagina 34 ev.

14 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, dossierpagina 135.

15 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, dossierpagina 129.

16 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 130.

17 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 139.

18 Dossierpagina 27.

19 Dossierpagina 124.

20 Dossierpagina 130.

21 Dossierpagina 140.

??

??

14

Parketnummer: 01/825185-08

[verdachte]