Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2008:BD5722

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
25-06-2008
Datum publicatie
01-07-2008
Zaaknummer
01/889010-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

- Een gevangenisstraf van 2 jaar voor overtreding van artikel 48 van de Douanewet en deelname aan een criminele organisatie.

Verdachte heeft zich samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan Carnetfraude teneinde de douanewetgeving te ontduiken. Op de Carnets TIR, met betrekking tot de transporten van kippenvlees, werd een valse bestemming opgegeven. Vervolgens werd de Carnet TIR bij de douane geldig gemaakt. De goederen werden in werkelijkheid afgezet binnen de landen van de EG. Deze constructie diende er toe om de verschuldigde douanerechten te omzeilen.

-Verwerping niet ontvankelijkheidsverweer. In het kader van een onderzoek naar de activiteiten van de criminele organisatie kan het noodzakelijk zijn om criminele activiteiten voor een bepaalde duur in stand te houden. Geen enkele wettelijke regeling staat hieraan in de weg, mits deze opsporingsmethode geen gevaar oplevert ingevolge artikel 126ff van het Wetboek van Strafvordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘S-HERTOGENBOSCH

Parketnummer : 01/889010-06

Uitspraak d.d. : 25 juni 2008

TEGENSPRAAK overeenkomstig artikel 279 Wetboek van Strafvordering

VONNIS

van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch

meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

naam : [achternaam]

voornamen : [voornamen]

geboren op : (geboortedatum) 1963 te [geboorteplaats]

adres : [adres]

plaats : [Postcode] [woonplaats]

1. Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 18 oktober 2007, 06 december 2007, 27 en 28 mei 2008 en 04 en 11 juni 2008.

2. De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:

1.

hij op of omstreeks 29 september 2005 te Breda (Hazeldonk), althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, middels een ingevuld en ondertekend carnet TIR, voorzien van het nummer [nummer X], bij een douanekantoor van vertrek opzettelijk onjuiste en/of onvolledige aangifte heeft gedaan, althans laten doen, van een extern douanevervoer, te weten van het vervoer van een hoeveelheid kippenvlees dat in de EG zou aanvangen, te weten in Nederland, en dat buiten de EG zou eindigen, te weten Roemenië, wetende dat dit vervoer in werkelijkheid zou eindigen binnen de EG, te weten in Nederland, en aldus een ingevolge wettelijke bepalingen, te weten de Douanewet en/of het communautair douanewetboek (verordening EG nr. 2913/92) en/of de toepassingsverordening Communautair douanewetboek (verordening EG nr. 2454/93 1), vereiste aangifte opzettelijk onjuist of onvolledig heeft gedaan, althans laten doen, welk feit ertoe strekte dat te weinig rechten bij invoer zou worden geheven;

(zaak 19 in samenhang met zaak 14; artikel 48 lid 1a Douanewet)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

[medeverdachte 1] op of omstreeks 29 september 2005 te Breda (Hazeldonk), althans in Nederland, middels een ingevuld en ondertekend carnet TIR, voorzien van het het nummer [nummer X], bij een douanekantoor van vertrek opzettelijk onjuiste en/of onvolledige aangifte heeft gedaan van een extern douanevervoer, te weten van het vervoer van een hoeveelheid kippenvlees dat in de EG zou aanvangen, te weten in Nederland, en dat buiten de EG zou eindigen, te weten Roemenië, wetende dat dit vervoer in werkelijkheid zou eindigen binnen de EG, te weten in Nederland, en aldus een ingevolge wettelijke bepalingen, te weten de Douanewet en/of het Communautair douanewetboek (verordening EG nr. 2913/92) en/of de toepassingsverordening Communautair douanewetboek (verordening EG nr. 2454/93 1), vereiste aangifte opzettelijk onjuist of onvolledig heeft gedaan, welk feit ertoe strekte dat te weinig rechten bij invoer zou worden geheven, zijnde hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in of omstreeks de periode van 1 september 2005 tot en met 1 oktober 2005 te Valkenswaard en/of Waalre, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam geweest bij het plegen van vorenomschreven feit, althans hebbende hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s) toen en daar opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen verschaft tot het plegen van vorenomschreven misdrijf, immers hebbende hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s), toen en daar zich de beschikkingsmacht verworven over een hoeveelheid niet ingeklaard kippenvlees en/of geregeld dat [medeverdachte 1] dat vervoer zou verrichten en/of er (mede) voor zorg gedragen dat de gegevens welke noodzakelijk waren voor het opmaken en/of invullen van het carnet TIR en het/de bijbehorende CMR('s), werden verstrekt aan [medeverdachte 1];

(zaak 19 in samenhang met zaak 14; artikel 48 lid 1a Douanewet juncto 48

Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2005 tot en met 12 juni 2006 te Valkenswaard en/of Waalre, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een carnet TIR voorzien van het nummer [nummer X] en/of een door [bedrijf 1] aan [bedrijf 2] gerichte factuur, gedateerd op 9-12-2005, zijnde deze carnet TIR en/of factuur (een) geschrift(en) dat/die bestemd is/zijn om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, althans valselijk heeft laten opmaken en/of laten vervalsen, hebbende hij, verdachte tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, toen daar opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid (zakelijk weergegeven) op dat carnet TIR vermeld, althans laten vermelden dat een transport van 1667 cartons zou plaats vinden van Nederland naar Roemenië en/of op die factuur vermeld, althans laten vermelden,

dat deze factuur betreffende carnet [nummer X] betrekking had op het laden in Breda in week 39 in het lossen in Roemenië, met het oogmerk om dat carnet TIR en/of die factuur als echt en onvervalst te gebruiken of door een ander of anderen te doen gebruiken, en/althans opzettelijk gebruik heeft gemaakt, althans heeft laten maken, van dat valse en/of vervalste carnet TIR en/of die valse en/of vervalste factuur als ware deze echt en onvervalst en/althans opzettelijk dat valse en/of vervalste carnet TIR en/of die valse en/of vervalste factuur voorhanden heeft gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat dat/die geschrift(en) bestemd was/waren voor zodanig gebruik;

(zaak 19 in samenhang met zaak 14; artikel 225 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 24 november 2005 te Duiven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, middels een ingevuld en ondertekend carnet TIR, voorzien van het nummer [nummer Y], bij een douanekantoor van vertrek opzettelijk onjuiste en/of onvolledige aangifte heeft gedaan, althans laten doen, van een extern douanevervoer, te weten van het vervoer van een hoeveelheid kippenvlees dat in de EG zou aanvangen, te weten in Nederland, en dat buiten de EG zou eindigen, te weten Bulgarije, wetende dat dit vervoer in werkelijkheid zou eindigen binnen de EG, te weten in Slowakije, en aldus een ingevolge wettelijke bepalingen, te weten de Douanewet en/of het Communautair douanewetboek (verordening EG nr. 2913/92) en/of de toepassingsverordening Communautair douanewetboek (verordening EG nr. 2454/93 1), vereiste aangifte opzettelijk onjuist of onvolledig heeft gedaan, althans laten doen, welk feit ertoe strekte dat te weinig rechten bij invoer zou worden geheven;

(zaak 21; artikel 48 lid 1a Douanewet)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

[medeverdachte 2] op of omstreeks 24 november 2005 te Duiven, althans in Nederland, middels een ingevuld en ondertekend carnet TIR, voorzien van het het nummer [nummer Y], bij een douanekantoor van vertrek opzettelijk onjuiste en/of onvolledige aangifte heeft gedaan van een extern douanevervoer, te weten van het vervoer van een hoeveelheid kippenvlees dat in de EG zou aanvangen, te weten in Nederland, en dat buiten de EG zou eindigen, te weten Bulgarije, wetende dat dit vervoer in werkelijkheid zou eindigen binnen de EG, te weten in Slowakije, en aldus een ingevolge wettelijke bepalingen, te weten de Douanewet en/of het Communautair douanewetboek (verordening EG nr. 2913/92) en/of de toepassingsverordening Communautair douanewetboek (verordening EG nr. 2454/93 1), vereiste aangifte opzettelijk onjuist of onvolledig heeft gedaan, welk feit ertoe strekte dat te weinig rechten bij invoer zou worden geheven, zijnde hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in of omstreeks de periode van 1 november 2005 tot en met 28 november 2005 te Valkenswaard en/of Waalre, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam geweest bij het plegen van vorenomschreven feit, althans hebbende hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s) toen en daar opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen verschaft tot het plegen van vorenomschreven misdrijf, immers hebbende hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s), toen en daar zich de beschikkingsmacht verworven over een hoeveelheid niet ingeklaard kippenvlees en/of geregeld dat [medeverdachte 2] dat vervoer zou verrichten en/of er (mede) voor zorg gedragen dat de gegevens welke noodzakelijk waren voor het opmaken en/of invullen van het carnet TIR en het/de bijbehorende CMR('s) werden verstrekt aan, althans laten verstrekken aan [medeverdachte 2];

(zaak 21; artikel 48 lid 1a Douanewet juncto 48 Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2005 tot en met 12 juni 2006 te Valkenswaard en/of Waalre, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een CMR voorzien van het nummer 147108 en/of een door [bedrijf 3] aan [bedrijf 10] gerichte factuur gedateerd op 3-12-05, zijnde deze CMR en/of factuur (een) geschrift(en) dat/die bestemd is/zijn om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, althans valselijk heeft laten opmaken en/of laten vervalsen,hebbende hij, verdachte tezamen en in vereniging met zijn mededader(s),

althans alleen, toen daar opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid (zakelijk weergegeven) op die CMR vermeld, althans laten vermelden, dat 1563 kartons door [bedrijf 10] aan [bedrijf 3] werden geleverd en/of op die factuur vermeld, althans laten vermelden, dat op 24-11-2005 te Barneveld werd geladen en dat aansluitend werd gelost in Sofia, met het oogmerk om die CMR en/of factuur als echt en onvervalst te gebruiken of door een ander of anderen te doen gebruiken,

en/althans opzettelijk gebruik heeft gemaakt, althans heeft laten maken, van die valse en/of vervalste CMR en/of factuur als ware deze echt en onvervalst en/althans

opzettelijk die valse en/of vervalste CMR en/of factuur voorhanden heeft gehad,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat dat/die geschrift(en) bestemd was/waren voor zodanig gebruik;

(zaak 21; artikel 225 Wetboek van Strafrecht)

3.

hij op of omstreeks 5 december 2005 te Duiven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, middels een ingevuld en ondertekend carnet TIR, voorzien van het nummer [nummer 3], bij een douanekantoor van vertrek opzettelijk onjuiste en/of onvolledige aangifte heeft gedaan, althans laten doen, van een extern douanevervoer, te weten van het vervoer van een hoeveelheid kippenvlees dat in de EG zou aanvangen, te weten in Nederland, en dat buiten de EG zou eindigen, te weten Bulgarije, wetende dat dit vervoer in werkelijkheid zou eindigen binnen de EG, te weten in Tsjechië, en aldus een ingevolge wettelijke bepalingen, te weten de Douanewet en/of

het Communautair douanewetboek (verordening EG nr. 2913/92) en/of de toepassingsverordening Communautair douanewetboek (verordening EG nr. 2454/93 1), vereiste aangifte opzettelijk onjuist of onvolledig heeft gedaan, althans laten doen, welk feit ertoe strekte dat te weinig rechten bij invoer zou worden geheven;

(zaak 22; artikel 48 lid 1a Douanewet)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

[medeverdachte 2] op of omstreeks 5 december 2005 te Duiven, althans in Nederland, middels een ingevuld en ondertekend carnet TIR, voorzien van het het nummer [nummer 3], bij een douanekantoor van vertrek opzettelijk onjuiste en/of onvolledige aangifte heeft gedaan van een extern douanevervoer, te weten van het vervoer van een hoeveelheid kippenvlees dat in de EG zou aanvangen, te weten in Nederland, en dat buiten de EG zou eindigen, te weten Bulgarije, wetende dat dit vervoer in werkelijkheid zou eindigen binnen de EG, te weten in Tsjechië, en aldus een ingevolge wettelijke bepalingen, te weten de Douanewet en/of het Communautair douanewetboek (verordening EEG nr. 2913/ 92) en/of de toepassingsverordening Communautair douanewetboek (verordening EG nr. 2454/93 1), vereiste aangifte opzettelijk onjuist of onvolledig heeft gedaan, welk feit ertoe strekte dat te weinig rechten bij invoer zou worden geheven, zijnde hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in of omstreeks de periode van 1 november 2005 tot en met 8 december 2005 te Valkenswaard en/of Waalre, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam geweest bij het plegen van vorenomschreven feit, althans hebbende hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s) toen en daar opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen verschaft tot het plegen van vorenomschreven misdrijf, immers hebbende hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s), toen en daar zich de beschikkingsmacht verworven over een hoeveelheid niet ingeklaard kippenvlees en/of geregeld dat [medeverdachte 2] dat vervoer zou verrichten en/of er (mede) voor zorg gedragen dat de gegevens welke noodzakelijk waren voor het opmaken en/of invullen van het carnet TIR en het/de bijbehorende CMR('s) werden verstrekt aan [medeverdachte 2];

(zaak 22; artikel 48 lid 1a Douanewet juncto 48 Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2005

tot en met 12 juni 2006 te Valkenswaard en/of Waalre, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een door [bedrijf 3] aan [bedrijf 4] gerichte factuur, zijnde deze factuur een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen,

valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, althans valselijk heeft laten opmaken en/of laten vervalsen, hebbende hij,

verdachte tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, toen daar opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid (zakelijk weergegeven) op die factuur vermeld, althans laten vermelden,

dat op 5-12-2005 te Barneveld werd geladen en dat aansluitend werd gelost in Sofia, met het oogmerk om die factuur als echt en onvervalst te gebruiken of door een ander of anderen te doen gebruiken, en/althans opzettelijk gebruik heeft gemaakt, althans heeft laten maken, van die valse en/of vervalste factuur als ware deze echt en onvervalst en/althans opzettelijk die valse en/of vervalste factuur voorhanden heeft gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat dat geschrift bestemd was voor zodanig gebruik;

(zaak 22; artikel 225 Wetboek van Strafrecht)

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2005 tot en met 12 juni 2006 te Oss en/of Waalre en/of Valkenswaard en/of elders in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie bestond uit een samenwerkingsverband van hem, verdachte en een of meer natuurlijke perso(o)n(en), te weten [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 5] en/of een of meer anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk overtreding van de artikelen 46 en/of 48 en/of 50 van de Douanewet en/of 225 Wetboek van Strafrecht.

(artikel 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3. De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4. De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie

De raadsman bepleit dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk dient te worden verklaard ten aanzien van haar strafvordering vanwege schending van de beginselen van de goede procesorde.

Immers zijn er door het openbaar ministerie bijzondere opsporingsmiddelen aangewend terwijl achteraf onvoldoende is gebleken van een concrete verdenking jegens verdachte.

Daarnaast is het verweer van de raadsman gestoeld op het feit dat het openbaar ministerie de onderhavige organisatie onnodig lang heeft laten voortbestaan en mede gelet op het bepaalde in artikel 126 ff van het Wetboek van Strafvordering niet adequaat heeft ingegrepen op het moment dat “bekend” was dat de organisatie zich bezig hield met het plegen van strafbare feiten.

De rechtbank is van oordeel dat het strafdossier voldoende blijk geeft van omstandigheden die de inzet van bijzondere opsporingsmiddelen door het openbaar ministerie jegens verdachte rechtvaardigden, waaronder relevante CIE informatie. Of deze verdenking achteraf gezien al dan niet stand heeft gehouden doet naar het oordeel van de rechtbank hier niet aan af.

De rechtbank heeft voorts geconstateerd dat het voorbereidend onderzoek enige tijd in beslag heeft genomen, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank in beginsel inherent is aan een omvangrijk onderzoek als het onderhavige. De rechtbank is van oordeel dat het strafdossier in deze blijk geeft van een voortvarende werkwijze van het openbaar ministerie. Deze werkwijze was er - zo stelt de rechtbank vast - primair op gericht om de criminele organisatie en het geheel van hun activiteiten in beeld te brengen. In het kader van een dergelijk onderzoek kan het noodzakelijk zijn om criminele activiteiten als de onderhavige voor een bepaalde duur in stand te houden. De rechtbank is van oordeel dat geen enkele wettelijke regeling hieraan in de weg staat, mits deze opsporingsmethode geen gevaar oplevert ingevolge artikel 126ff van het Wetboek van Strafvordering. Het transport betrof evenwel gezond kippenvlees. Het betreft hier bovendien een bepaling die niet beoogd enig belang van de verdachte te beschermen, zodat verdachte hier niet met vrucht een beroep op kan doen.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat het openbaar ministerie deze situatie niet dusdanig lang heeft laten voortbestaan dat dit een vormverzuim oplevert waaraan consequenties dienen te worden verbonden.

Gelet op het hiervoor overwogene zijn de rechtbank geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan en kan deze derhalve in de vervolging worden ontvangen.

6. Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7. Bewijsoverwegingen

7.1 Standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 28 mei 2008 gevorderd dat het onder 1, 2 en 3 subsidiair, alsmede het onder 4 ten laste gelegde zal worden bewezen verklaard.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde aangezien de bewijsmiddelen onvoldoende blijk geven van gedragingen die voor wat betreft verdachte kunnen worden aangemerkt als medeplegen dan wel van medeplichtigheid in de zin van de wet.

De raadsman bepleit tevens vrijspraak van het onder 4 ten laste gelegde nu de onderhavige organisatie hoofdzakelijk was gericht op activiteiten waar verdachte geen aandeel in heeft gehad, te weten de handel in verdovende middelen en verdachte derhalve - gelet op de jurisprudentie in deze - niet kan worden aangemerkt als deelnemer ingevolge artikel 140 wetboek van Strafrecht.

7.2 Bewijsmiddelen en overwegingen van de rechtbank

De overtuiging van de rechtbank dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen. De hieronder vermelde bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Medeverdachte [medeverdachte 4] (verder te noemen [medeverdachte 4]) verklaart dat hij rond februari 2005 op de hoogte werd gesteld van een trucje dat medeverdachte [medeverdachte 6] (verder te noemen [medeverdachte 6]) hanteerde met betrekking tot transporten kipfilet onder Carnets TIR. Op de Carnets TIR werd een valse bestemming opgegeven. De Carnet TIR werd vervolgens bij de douane geldig gemaakt. De goederen werden in werkelijkheid afgezet binnen de landen van de EG. Deze constructie diende er toe om de verschuldigde douanerechten te omzeilen. Om de fraude compleet te maken werd er volgens [medeverdachte 4] een factuur ingediend voor transportkosten naar Roemenië of Bulgarije.

[medeverdachte 4] verklaart verder dat hij en [medeverdachte 7] (verder te noemen verdachte) besloten dit trucje voort te zetten. In een gesprek tussen [medeverdachte 4], [medeverdachte 1] (verder te noemen [medeverdachte 1]) en verdachte werd afgesproken dat verdachte de benodigde vennootschappen zou oprichten, [medeverdachte 1] het transport zou verzorgen en [medeverdachte 4] verantwoordelijk zou zijn voor de verkoop. Het was - zo verklaart [medeverdachte 4] - voor iedereen duidelijk dat hun activiteiten niet legaal waren omdat de invoerrechten ontdoken zouden worden.

Blijkens de verklaring van [medeverdachte 4] kwam verdachte vervolgens met [bedrijf 4] op de proppen. [bedrijf 4] werd volgens [medeverdachte 4] de verkopende onderneming van het via infraplan ingekochte kippenvlees. Op de Carnets TIR werd als ontvanger vermeld een vennootschap in Bulgarije genaamd [bedrijf 3], als ook een bedrijf gevestigd in Roemenië, te weten TPF Romania. Het bedrijf in Bulgarije als ook dat in Roemenië werden volgens de verklaring van [medeverdachte 4] door verdachte

gecreëerd. Deze bedrijven deden dienst als zogenaamde klanten in die landen.

Medeverdachte [medeverdachte 5] (verder te noemen [medeverdachtete 5]) droeg - blijkens de verklaring van [medeverdachte 4] - zorg voor het afstempelen van de Carnets TIR. De Carnets TIR werden opgestuurd naar een contactpersoon in Bulgarije, genaamd [contactpersoon 1] (verder te noemen [contactpersoon 1]).

Enige tijd later kwamen ze afgestempeld en wel weer terug bij de eigenaar, die ze daarna bij SCT inleverde. [contactpersoon 1] kreeg hiervoor betaald via money transfers.

Medeverdachte [medeverdachte 3] (verder te noemen [medeverdachte 3]) had volgens [medeverdachte 4] als taak dat hij de zaken waarnam bij zijn afwezigheid en van verdachte en de transporten kipfilet met Carnets TIR begeleide. [medeverdachte 3] heeft [medeverdachte 4] ook een keer om geld gevraagd voor het verzorgen money transfers.

Uit het proces verbaal komt tevens naar voren dat [medeverdachte 3] op 04 november 2005 is opgenomen in de bedrijfsadministratie van TPF-Holland in de functie van inkoop, planning en logistiek1.

De fraude zoals hierboven omschreven heeft volgens [medeverdachte 4] plaatsgevonden tussen februari 2005 en januari 2006 2 3 4 5 6.

Verdachte verklaart dat hij medio april 2005 door [medeverdachte 4] was benaderd voor het opzetten van een bedrijfsstructuur voor de im/export van vlees, hetgeen hij vervolgens ook gedaan heeft. Verdachte heeft - zo verklaart hij - voor deze bedrijfsstructuur bedrijven aangekocht in Nederland, Duitsland en Bulgarije, waaronder [bedrijf 10], [bedrijf 2], [bedrijf 4] en [bedrijf 3]. In de meeste gevallen stond hij ook als aandeelhouder te boek7.

Medeverdachte [medeverdachtete 5] verklaart dat hij in april 2005 samen met [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 4] is gegaan. Verdachte was hier ook bij aanwezig.

Verdachte was eigenaar van een bedrijf genaamd [bedrijf 10]. [medeverdachtete 5] is toen bij dit bedrijf in dienst getreden. Zijn werkzaamheden bestonden uit het versturen van CarnetsTIR naar Bulgarije, het onderhouden van contacten met [contactpersoon 1] en het overmaken van money-transfers naar Bulgarije. Eind augustus is hij samen met [medeverdachte 3] naar deze [contactpersoon 1] in Bulgarije gegaan. De reis had ten doel om nieuwe afspraken te maken met [contactpersoon 1].

Verdachte - zo verklaart [medeverdachtete 5] - was de figuur achter [medeverdachte 4] en regelde de financiën. [medeverdachte 4] was de man van de handel en [medeverdachte 1] was verantwoordelijk voor het transport. In de tijd dat [medeverdachte 1] met vakantie was verzorgde [persoon 1] (verder te noemen [persoon 1]) de transportwerkzaamheden. [medeverdachte 3] tenslotte droeg zorg voor de bescherming van [medeverdachte 4] en verdachte.

De groep van [medeverdachte 4] bestond volgens de verklaring van [medeverdachtete 5] uit [medeverdachte 4], verdachte, Uwe en [medeverdachte 3]. [medeverdachte 1] werd eveneens in dit verhaal betrokken 8.

Medeverdachte [medeverdachte 1] verklaart dat hij in november of december 2004 werd benaderd door [medeverdachte 6] om vlees te vervoeren. Vanaf januari/februari 2005 is verdachte meer op de voorgrond getreden. [medeverdachte 1] heeft toen - volgens zijn verklaring - van [medeverdachte 4], [medeverdachte 6], [medeverdachte 3] en van verdachte opdrachten gekregen om transporten kippenvlees onder Carnet TIR te rijden.

[medeverdachte 1] verklaart verder dat hij voorafgaande aan het transport van [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] of verdachte te horen kreeg waar hij zijn vracht moest ophalen en moest lossen. De papieren werden nadat de goederen in Nederland of Duitsland waren gelost ingeleverd bij iemand van [bedrijf 10]. Meestal nam verdachte de papieren aan. Verdachte gaf aan wat er op de vervoerspapieren moest worden gezet. Hij vertelde [medeverdachte 1] ook hoe de factuur moest worden opgemaakt. Met name welke plaats van bestemming op de facturen diende te worden vermeld. [medeverdachte 1] - zo verklaart hij - had met verdachte afgesproken om per vracht € 2500,- in rekening te brengen.

[medeverdachte 1] heeft volgens zijn verklaring [medeverdachte 3] voor het eerst ontmoet ergens in mei 2005 bij [medeverdachte 4] op kantoor in Oss. [medeverdachte 3] was meer de bodygard van de organisatie. Zijn rol was overigens omvangrijker dan bodygard alleen. Hij mocht - zo verklaart [medeverdachte 1] - net als [medeverdachte 4] en verdachte in een mooie BWW X5 rijden met een Duits kenteken. [medeverdachte 3] wist ook van de gang van zaken binnen het bedrijf. Als er besloten moest worden waar er gelost werd, gaven [medeverdachte 4] en verdachte meestal de doorslag. [medeverdachte 3] had echter volgens [medeverdachte 1] wel degelijk een stem hierin. [medeverdachte 3] regelde ook alles als verdachte en [medeverdachte 4] met vakantie waren.

Bij afwezigheid van [medeverdachte 4] en verdachte diende [medeverdachte 1] - zo verklaart hij - contact op te nemen met [medeverdachte 3]. Hij heeft [medeverdachte 3] in dit kader ook een keer langs de kant van de weg getroffen. [medeverdachte 3] was daar toen om de papieren op te halen. Met papieren bedoelt [medeverdachte 1] de CMR, veterinair document en de Carnet TIR.

[medeverdachte 1] verklaart voorts dat [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] en verdachte precies van elkaar wisten wat ze deden en dat ze elkaar ook bij afwezigheid vervingen. [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] en verdachte waren gelijkwaardig aan elkaar. Ze hadden alle drie iets in te brengen met betrekking tot de zaak. Verdachte was de gezagvoerder van de bedrijven. Hij hield zich in het algemeen bezig met de hele papierwinkel en het financiële gedeelte van de organisatie.

Met name hield hij zich bezig met het opmaken en vervalsen van de facturen, de Carnets TIR en de overige papieren. Onder verdachte stond [medeverdachte 4].

[medeverdachte 4] was de uitvoerder van de organisatie. Hij hield zich bezig met de vleeshandel en onderhield contacten met diverse klanten 9 10 11 12 13 14 15 16.

Uit het proces verbaal komt naar voren dat het Carnet TIR met nummer [nummer 4] op 29 september 2005 werd aangeboden door/namens (bedrijf 1) bij ambtenaren van het douanekantoor Breda/Hazeldonk. Het Carnet TIR was opgemaakt voor het vervoer van bevroren kippenvlees van Nederland naar Roemenië. De goederen zouden het grondgebied van de Eurpeese Gemeenschap moeten hebben verlaten via het Hongaarse douanekantoor Röske17. Het desbetreffende douanekantoor meldde echter dat zij noch de zending noch de daarop betrekking hebbende Carnet TIR aangeboden hebben gekregen18.

Uit het proces verbaal komt tevens naar voren dat onderzoek heeft uitgewezen dat de Hongaarse douanestempel op het in het desbetreffende Carnet TIR aanwezige souche, vals bleek te zijn 19.

[medeverdachte 1] verklaart ten aanzien van dit transport dat het desbetreffende Carnet TIR door hem is ingevuld en ondertekend in opdracht van de firma [bedrijf 10]. Met [bedrijf 10] bedoelt hij (medeverdachte), [medeverdachte 3] en verdachte. [medeverdachte 1] heeft het vlees geladen bij [bedrijf 5] te Breda en aangeboden bij de douane om vervolgens te lossen bij de [bedrijf 6].

[medeverdachte 4] verklaart ten aanzien van het onderhavige transport dat hij degene is geweest [medeverdachte 1] hiertoe opdracht heeft gegeven. De bestemming Roemenië op het Carnet TIR was niet in overeenstemming met de werkelijkheid. De goederen zijn daar nooit naartoe vervoerd. In werkelijkheid werd het vlees afgeleverd bij [bedrijf 6].

Uit het proces verbaal blijkt dat een Carnet TIR met nummer [nummer 5] op naam van Transportonderneming [medeverdachte 7] te Baak met eindbestemming Bulgarije voor een partij bevroren kippenvlees op 24 november 2005, door de douane te Duiven is aanvaard en geldig gemaakt 22.

Medeverdachte [medeverdachte 7] (verder te noemen [medeverdachte 7]) verklaart dat hij door verdachte is benaderd om het transport van kippenvlees te doen. Over het onderhavige transport verklaart hij dat hij de desbetreffende partij op 24 november 2005 had geladen bij (bedrijf) te Barneveld waarna hij naar de douane in Duiven is gereden om het Carnet TIR met nummer [nummer 5] geldig te maken 23.

[medeverdachte 7] verklaart verder dat hij er van op de hoogte was dat de lading niet de bestemming zou volgen die op het Carnet TIR stond aangegeven. [medeverdachte 7] heeft de lading uiteindelijk gelost bij het afleveradres Sladkovicovo te Slowakije.

Na verloop van tijd heeft hij volgens zijn verklaring het terugzendstrookje van het

desbetreffende Carnet TIR, voorzien van een Hongaarse douanestempel gezonden aan de Douane Zuid/kantoor Heerlen, alwaar de zuivering plaatsvindt van de Carnets TIR die in Nederland geldig zijn gemaakt24.

Uit het proces verbaal komt naar voren dat dit stempel vals was 25.

Naderhand heeft [medeverdachte 7] - volgens zijn verklaring - een tweetal facturen opgemaakt waarvan er een is gericht aan [bedrijf 10] en betrekking heeft op een transport van Barneveld naar Sofia BG met carnetnummer [nummer 5] op 24 november 2005 en de ander is opgemaakt ten behoeve van [bedrijf 4] en ziet op het transport van Oss naar Sladkovicovo op 29 november 2005 onder [nummer 6].

Medeverdachte [medeverdachte 4] verklaart ten aanzien van het Carnet TIR met nummer [nummer 5] het volgende. Om de verschuldigde invoerrechten te omzeilen stond de bestemming van de goederen onjuist op het desbetreffende Carnet TIR vermeld. De bestemming van de goederen was immers gelegen binnen de EG 27.

Uit het proces verbaal komt naar voren dat door de douane te Duiven op 05 december 2005 een Carnet TIR met nummer [nummer 3], geldig gemaakt door/namens [bedrijf 7], is aanvaard voor een partij bevroren kippenvlees, met als eindbestemming Bulgarije 28.

Medeverdachte [medeverdachte 8] (verder te noemen [medeverdachte 8]) verklaart dat hij chauffeur is en vanaf 2003 directeur van [bedrijf 7]. Het bedrijf vervoert goederen nationaal en internationaal. [medeverdachte 8] heeft zeker 30 transporten gedaan met een Carnet TIR. In november 2005 is hij volgens zijn verklaring in contact gekomen met verdachte. Verdachte is eigenaar van het bedrijf [bedrijf 2].

[medeverdachte 4] die hij al kent vanaf 1993 heeft verdachte aan hem voorgesteld. Verdachte vroeg - zo verklaart [medeverdachte 8] - of hij de beschikking had over Carnets TIR. Twee Carnets TIR die [medeverdachte 8] op de naam van [bedrijf 7] had aangevraagd, heeft hij vervolgens aan verdachte gegeven. Deze heeft hij tot op heden niet teruggekregen. Hierdoor zijn de Carnets TIR niet aangezuiverd. Daarnaast heeft hij zes Carnets TIR afgegeven die hij had geleend van het bedrijf [bedrijf 8].

[medeverdachte 7] verklaart dat hij degene moet zijn geweest die deze lading heeft vervoerd en bij de douane geldig heeft gemaakt. Zoals blijkt uit de bijbehorende CMR heeft hij de goederen geladen bij (bedrijf) te Barneveld en is hij vervolgens doorgereden naar Tsjechië alwaar hij op 06 december 2005 is aangekomen.

[medeverdachte 7] verklaart verder dat hij In [vestigingsplaats] door de Tsjechische douane is gecontroleerd.

31.

Uit het proces verbaal blijkt dat er tijdens de controle een aantal documenten aan de Tsjechische Douane zijn overhandigd waaronder een bespreekverslag gedateerd 03 december 2005, gericht aan [persoon 2] en ondertekend door [persoon 3]. In het verslag staat vermeld dat er geladen moet worden bij (bedrijf) met als eindbestemming Sofia. Als losadres staat vermeld, Kladno, Czech Republic. Verder staan in het spreekverslag de nieuwe CMR gegevens vermeld waaronder het afleveradres, te weten [bedrijf 9] te Kladno. Daarnaast werd er een CMR overhandigd met nummer 523504.32

[medeverdachte 7] verklaart dat hij het CMR met nummer 523504 heeft opgemaakt naar aanleiding van het bovenstaande bespreekverslag 33.

Verder verklaart [medeverdachte 4] dat [medeverdachte 7] de lading begin december naar Tsjechië heeft vervoerd. De desbetreffende lading is bij de douane te Duiven aangeboden om te doen lijken alsof Bulgarije de eindbestemming was van de goederen. Verdachte was volgens de verklaring van [medeverdachte 4] de contactpersoon van [medeverdachte 7]. Verdachte en [medeverdachte 4] hebben [medeverdachte 7] voorafgaande aan de transporten gesproken en hem uitgelegd wat er ging gebeuren.

[medeverdachte 7] was er derhalve van op de hoogte wat er aan de hand was, als ook dat de bestemming op het onderhavige Carnet TIR niet gevolgd zou worden34.

7.3 Bewijsmotivering van de rechtbank

Gelet op de inhoud van de bewijsmiddelen - in onderling verband en samenhang bezien - is de rechtbank van oordeel dat verdachte op een actieve wijze betrokken is geweest bij het door [medeverdachte 4] geschetste fraudepatroon ten aanzien van Carnets TIR.

Dit oordeel is met name gebaseerd op de verklaringen van medeverdachten over de rol van verdachte ten aanzien van de ten laste gelegde feiten, alsmede over zijn wetenschap hieromtrent. Hieruit blijkt dat verdachte zich naast boekhoudkundige en financiële werkzaamheden tevens heeft bezig gehouden met werkzaamheden die het fraudepatroon aantoonbaar ondersteunen, te weten het oprichting van binnenlandse en buitenlands vennootschappen, het innen van vervoersdocumenten, het verzorgen van Carnets TIR en het instrueren van de vervoerders ten aanzien van het lossen van de goederen en het opmaken van de papieren, waaronder de facturen.

Uit het hiervoor overwogene volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte een belangrijke rol heeft gespeeld ten aanzien van het criminele samenwerkingsverband, dat gericht was op het ontduiken van de douanewetgeving.

De rechtbank verwerpt hiermee de verweren van de raadsman.

7.4 Bewezenverklaring

Op grond van voormelde bewijsmiddelen en overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 primair, alsmede het onder 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 29 september 2005 te Breda (Hazeldonk), tezamen en in vereniging met anderen, middels een ingevuld en ondertekend carnet TIR, voorzien van het nummer

[nummer X], bij een douanekantoor van vertrek opzettelijk onjuiste aangifte heeft gedaan van een extern douanevervoer, te weten van het vervoer van een hoeveelheid kippenvlees dat in de EG zou aanvangen, te weten in Nederland, en dat buiten de EG zou eindigen, te weten Roemenië, wetende dat dit vervoer in werkelijkheid zou eindigen binnen de EG, te weten in Nederland, en aldus een ingevolge wettelijke bepalingen, te weten de Douanewet en/of het Communautair douanewetboek (verordening EG nr. 2913/92) en/of de toepassingsverordening Communautair douanewetboek (verordening EG nr. 2454/93 1), vereiste aangifte opzettelijk onjuist heeft gedaan, welk feit ertoe strekte dat te weinig rechten bij invoer zou worden geheven;

2.

hij op 24 november 2005 te Duiven, tezamen en in vereniging met anderen, middels een ingevuld en ondertekend carnet TIR, voorzien van het nummer [nummer Y], bij

een douanekantoor van vertrek opzettelijk onjuiste aangifte heeft gedaan van een extern douanevervoer, te weten van het vervoer van een hoeveelheid kippenvlees dat in de EG zou aanvangen, te weten in Nederland, en dat buiten de EG zou eindigen, te weten Bulgarije, wetende dat dit vervoer in werkelijkheid zou eindigen binnen de EG, te weten in Slowakije, en aldus een ingevolge wettelijke bepalingen, te weten de Douanewet en/of het Communautair douanewetboek (verordening EG nr. 2913/92) en/of de toepassingsverordening Communautair douanewetboek (verordening EG nr. 2454/93 1), vereiste aangifte opzettelijk onjuist heeft gedaan, welk feit ertoe strekte dat te weinig rechten bij invoer zou worden geheven;

3.

hij op 5 december 2005 te Duiven, tezamen en in vereniging met anderen, middels een ingevuld en ondertekend carnet TIR, voorzien van het nummer [nummer 3], bij

een douanekantoor van vertrek opzettelijk onjuiste aangifte heeft gedaan van een extern douanevervoer, te weten van het vervoer van een hoeveelheid kippenvlees dat in de EG zou aanvangen, te weten in Nederland, en dat buiten de EG zou eindigen, te weten Bulgarije, wetende dat dit vervoer in werkelijkheid zou eindigen binnen de EG, te weten in Tsjechië, en aldus een ingevolge wettelijke bepalingen, te weten de Douanewet en/of het Communautair douanewetboek (verordening EG nr. 2913/92) en/of de toepassingsverordening Communautair douanewetboek (verordening EG nr. 2454/93 1), vereiste aangifte opzettelijk onjuist heeft gedaan, welk feit ertoe strekte dat te weinig rechten bij invoer zou worden geheven;

4.

hij in of omstreeks de periode van 01 maart 2005 tot en met 12 juni 2006 te Oss

en/of Waalre en/of Valkenswaard en/of elders in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie bestond uit een samenwerkingsverband van hem, verdachte en een of meer natuurlijke personen, te weten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] en een of meer anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk overtreding van de artikelen 46 en/of 48 en/of 50 van de Douanewet en/of 225 Wetboek van Strafrecht.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8. Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert op de navolgende misdrijven:

Ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde

Medeplegen van opzettelijk een ingevolge wettelijke bepalingen vereiste aangifte onjuist doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig rechten bij invoer worden geheven.

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 48 van de Douanewet juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van het onder 2 primair ten laste gelegde

Medeplegen van opzettelijk een ingevolge wettelijke bepalingen vereiste aangifte onjuist doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig rechten bij invoer worden geheven.

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 48 van de Douanewet juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van het onder 3 primair ten laste gelegde

Medeplegen van opzettelijk een ingevolge wettelijke bepalingen vereiste aangifte onjuist doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig rechten bij invoer worden geheven.

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 48 van de Douanewet juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht

9. De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu niet is gebleken van enige omstandigheid die verdachtes strafbaarheid opheft.

10. De straffen en/of maatregelen

10.1 De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij gelegenheid van de terechtzitting op 28 mei 2008 met betrekking tot de op te leggen straf gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 primair, alsmede van het onder 4 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren en 6 maanden, met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

De officier van justitie heeft bij het bepalen van de gevorderde straf de door het openbaar ministerie (landelijk) gehanteerde gedragslijn bij economische delicten geraadpleegd, waarbij het toegebrachte financiële nadeel als uitgangspunt wordt genomen. Een financieel nadeel van € 500.000,- impliceert volgens deze gedragsregel in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar. In dit kader verwijst de officier van justitie tevens naar een uitspraak van de rechtbank Alkmaar die bij een fraudebedrag van € 450.000,- een gevangenisstraf voor de duur van een jaar heeft bepaald. De officier van justitie heeft op grond van de bevindingen uit het financiele rapport het totale benadelingsbedrag gesteld op € 1.700.00 waarvan € 1.100.000 ,- ten nadele van verdachte kan worden gebracht vanwege van fraude ten aanzien van de verkoop van rond de 666.000 kilogram kippenvlees. Het een en ander impliceert volgens de gedragslijn van het openbaar ministerie een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren.

Tevens heeft de officier van justitie in het nadeel van verdachte er rekening mee gehouden dat er door verdachte en de zijnen stelselmatig werd gefraudeerd in georganiseerd verband, alsmede met de (aanzienlijke) rol van verdachte binnen het gehele kader van strafbare gedragingen. Verdachte wordt door de officier van justitie als hoofdverdachte aangemerkt. Voorts heeft de officier van justitie in het nadeel van verdachte rekening gehouden met zijn strafverleden dat blijk geeft van soortgelijke strafbare feiten. Tenslotte heeft de officier van justitie rekening gehouden met het bepaalde in artikel 63 van het wetboek van Strafrecht.

10.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van de gevorderde straf aangevoerd dat in tegenstelling tot de handelwijze van de officier van justitie bij het bepalen van de strafmaat het fraudebedrag in aanmerking dient te worden genomen dat betrekking heeft op de ten laste gelegde (drie) transporten. De door de officier van justitie gevorderde straf wordt dan ook door de raadsman (te) hoog bevonden.

Tevens verzoekt de raadsman de rechtbank bij het bepalen van de mogelijk op te leggen straf in aanmerking te nemen de duur van de overleveringshechtenis die verdachte aansluitend aan de voorlopige hechtenis heeft doorgebracht in Duitsland. Tot slot merkt de raadsman op dat de onderhavige strafzaak zowel in relationeel als in financieel opzicht reeds een grote impact op verdachte heeft gehad.

10.3 De overwegingen van de rechtbank

Ten laste van verdachte is fraude ten aanzien van drie Carnets TIR bewezen verklaard, hetgeen door de rechtbank bij het bepalen van de straf als uitgangspunt wordt genomen. Daarnaast acht de rechtbank bewezen dat verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die stelselmatig fraude pleegde ten aanzien van CarnetsTIR.

Door zijn handelswijze heeft verdachte een aanzienlijke bijdrage geleverd aan de totstandkoming van de Carnetfraude. De rechtbank rekent verdachte zwaar aan dat hij hierdoor op laakbare wijze inbreuk heeft gemaakt op het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer in handelsdocumenten als de onderhavige moet kunnen worden gesteld.

Een handelwijze als die van verdachte werkt ontwrichtend op het systeem van een gemeenschappelijke economische ordening die in Europees verband wordt nagestreefd en kan als resultaat hebben dat voor zeer grote bedragen aan rechten wordt ontdoken, alsmede dat bonafide bedrijven, die wel aan de verplichtingen voldoen, oneerlijke concurrentie wordt aangedaan. Voorts betrekt de rechtbank bij het bepalen van de strafmaat dat verdachte mede de initiator van de Carnetfraude is geweest.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met de omstandigheid dat de verdachte blijkens het uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten, alsmede met zijn persoonlijke omstandigheden zoals die zijn gebleken tijdens het onderzoek ter terechtzitting. Tenslotte heeft de rechtbank er in het voordeel van verdachte rekening mee gehouden dat de strafbare feiten dateren van 2005/2006 en het derhalve “oude feiten” betreft. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat met het oog op een juiste normhandhaving een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in deze een gepaste bestraffing vormt.

De rechtbank zal de gevangenisstraf bepalen voor de duur 2 jaren.

Naar het oordeel van de rechtbank is een dergelijke straf in overeenstemming met de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd, alsmede met de persoon van verdachte zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het bovenstaande in aanmerking acht de rechtbank deze strafoplegging meer passend dan hetgeen door de officier van justitie is gevorderd en door de verdediging is bepleit.

11. Toepasselijke wetsartikelen

Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht artikel: 10, 27, 47, 57, 91, 140.

Douanewet artikel: 48.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 primair, alsmede het onder 4 ten laste gelegde zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verstaat dat het aldus bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten opleveren en verklaart verdachte ter zake strafbaar;

veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren;

beveelt dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Vonnis gewezen door mrs. F. Oelmeijer, A.J.M. Huisman-Kreijn en Y.J.C.A. Roeffen, rechters, van wie mr. F. Oelmeijer voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P.C.W. Gubbels-Willems als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 25 juni 2008.

1 Proces verbaal van verhoor met bijlagen, opgemaakt door [inspecteur van politie], inspecteur van politie en [inspecteur van de politie], inspecteur van politie bij de Regiopolitie Brabant-Noord, divisie Centrale Recherche, behorende bij proces verbaal dossiernummer 26-011843 (fotokopiepagina 12 055).

2 Proces verbaal van verhoor met bijlagen d.d. 15 september 2006, opgemaakt door [brigadier van de politie] brigadier van politie en [buitengewoon opsporingsambtenaar], buitengewoon opsporingsambtenaar bij de Regiopolitie Brabant-Noord, divisie Centrale Recherche, behorende bij proces verbaal dossiernummer 26-004359 (fotokopiepagina 21 1082 t/m 21 1086).

3 Proces verbaal van verhoor met bijlagen d.d. 16 augustus 2006, opgemaakt door [hoofdagent van de politie], hoofdagent van politie en [buitengewoonopsporingsambtenaar], buitengewoon opsporingsambtenaar bij de Regiopolitie Brabant-Noord, proces verbaal nummer 26-039071 (fotokopiepagina 03 053 t/m 03 060).

4 Proces verbaal van verhoor met bijlagen d.d. 17 augustus 2006, opgemaakt door [hoofdagent van de politie], hoofdagent van politie en [buitengewoon opsporingsambtenaar], buitengewoon opsporingsambtenaar bij de Regiopolitie Brabant-Noord, proces verbaal nummer 26-039920 (fotokopiepagina 03 061 t/m 03 068).

5 Proces verbaal van verhoor met bijlagen d.d. 18 augustus 2006, opgemaakt door [hoofdagent van de politie], hoofdagent van politie en [buitengewoon opsporingsambtenaar], buitengewoon opsporingsambtenaar bij de Regiopolitie Brabant-Noord, proces verbaal nummer 26-040373 (fotokopiepagina 03 095 t/m 03 097).

6 Proces verbaal van verhoor met bijlagen d.d. 18 augustus 2006, opgemaakt door [hoofdagent van de politie], hoofdagent van politie en [buitengewoon opsporingsambtenaar], buitengewoon opsporingsambtenaar bij de Regiopolitie Brabant-Noord, proces verbaal nummer 26-044379 (fotokopiepagina 03 163 t/m 03 170).

7 Proces verbaal van verhoor met bijlagen d.d. 16 augustus 2006, opgemaakt door [hoofdagent van de politie], hoofdagent van politie en [hoofdagent van de politie], hoofdagent van politie bij de Regiopolitie Brabant-Noord, proces verbaal nummer 26-037896 (fotokopiepagina 02 100 t/m 02 106).

8 Proces verbaal van verhoor met bijlagen d.d. 11 oktober 2006, opgemaakt door [brigadier van de politie], brigadier van politie en [hoofdagent van de politie], hoofdagent van politie, bij de Regiopolitie Brabant-Noord, proces verbaal nummer 26-030148 (fotokopiepagina 06 036 t/m 06 041).

9Proces verbaal van verhoor met bijlagen d.d. 19 juni 2006, opgemaakt door [buitengewoon opsporingsambtenaar], buitengewoon opsporingsambtenaar en [brigadier van de politie], brigadier van politie, bij de Regiopolitie Brabant-Noord, proces verbaal nummer 26-029782 (fotokopiepagina 04 035 t/m 04 040).

10 Proces verbaal van verhoor met bijlagen d.d. 20 juni 2006, opgemaakt door [buitengewoon opsporingsambtenaar], buitengewoon opsporingsambtenaar en [brigadier van de politie], brigadier van politie, bij de Regiopolitie Brabant-Noord, proces verbaal nummer 26-030148 (fotokopiepagina 04 050 t/m 04 053).

11 Proces verbaal van verhoor met bijlagen d.d. 21 juni 2006, opgemaakt door [buitengewoon opsporingsambtenaar], buitengewoon opsporingsambtenaar en [brigadier van de politie], brigadier van politie, bij de Regiopolitie Brabant-Noord, proces verbaal nummer 26-030260 (fotokopiepagina 04 054 t/m 04 056).

12 Proces verbaal van verhoor met bijlagen d.d. 6 juli 2006, opgemaakt door [buitengewoon opsporingsambtenaar], buitengewoon opsporingsambtenaar en [hoofdagent van de politie], hoofdagent van politie, bij de Regiopolitie Brabant-Noord, proces verbaal nummer 26-032609 (fotokopiepagina 04 122 t/m 04 126).

13Proces verbaal van verhoor met bijlagen d.d. 17 juli 2006, opgemaakt door [buitengewoon opsporingsambtenaar], buitengewoon opsporingsambtenaar en [hoofdagent van de politie], hoofdagent van politie, bij de Regiopolitie Brabant-Noord, proces verbaal nummer 26-034397 (fotokopiepagina 04168 t/m 04 173).

14 Proces verbaal van verhoor met bijlagen d.d. 17 juli 2006, opgemaakt door [buitengewoon opsporingsambtenaar], buitengewoon opsporingsambtenaar en [hoofdagent van de politie], hoofdagent van politie, bij de Regiopolitie Brabant-Noord, proces verbaal nummer 26-034410 (fotokopiepagina 04 174 t/m 04 176).

15 Proces verbaal van verhoor met bijlagen d.d. 1 september 2006, opgemaakt door [buitengewoon opsporingsambtenaar], buitengewoon opsporingsambtenaar en [brigadier van de politie], hoofdagent van politie, bij de Regiopolitie Brabant-Noord, proces verbaal nummer 26-042538 (fotokopiepagina 04 259 t/m 04 265).

16 Proces verbaal van verhoor met bijlagen d.d. 19 juli 2006, opgemaakt door [buitengewoon opsporingsambtenaar], buitengewoon opsporingsambtenaar en [hoofdagent van de politie], hoofdagent van politie, bij de Regiopolitie Brabant-Noord, proces verbaal nummer 26-034863 (fotokopiepagina 04196 t/m 04 199).

17 Proces verbaal van bevindingen met bijlagen d.d. 24 april 2006, opgemaakt door [ambtenaar van de belastingdienst en buitengewoon opsporingsambtenaar], ambtenaar van de Belastingdienst en buitengewoon opsporingsambtenaar bij de Regiopolitie Brabant-Noord, divisie Centrale Recherche, behorende bij proces verbaal dossiernummer 26-023079 (fotokopiepagina 19 106 t/m 19 108).

18 Proces verbaal van bevindingen met bijlagen d.d.14 juli 2006, opgemaakt door [ambtenaar van de belastingdienst en buitengewoon opsporingsambtenaar], ambtenaar van de Belastingdienst en buitengewoon opsporingsambtenaar bij de Regiopolitie Brabant-Noord, divisie Centrale Recherche, behorende bij proces verbaal dossiernummer 26-023079 (fotokopiepagina 19 182 t/m 19 183).

19 Proces verbaal van bevindingen d.d. 21 april 2006, opgemaakt door [ambtenaar van de belastingendienst], ambtenaar van de Belastingdienst bij de Douane Zuid, behorende bij proces verbaal dossiernummer 26-023079 (fotokopiepagina 19 201).

20 Proces verbaal van verhoor met bijlagen d.d. 22 juni 2006, opgemaakt door [brigadier van de politie], brigadier van politie en [brigadier van de politie] brigadier van politie, bij de Regiopolitie Brabant-Noord, divisie Centrale Recherche, behorende bij proces verbaal dossiernummer 26-023079 (fotokopiepagina 19 1212 t/m 19 1216).

21 Proces verbaal van verhoor met bijlagen d.d. 17 augustus 2006, opgemaakt door [brigadier van de politie] brigadier van politie en [buitengewoonopsporingsambtenaar], buitengewoon opsporingsambtenaar bij de Regiopolitie Brabant-Noord, divisie Centrale Recherche, behorende bij proces verbaal dossiernummer 26-023079 (fotokopiepagina 19 1146 t/m 19 1153).

22 Proces verbaal van ambtshandeling in zake controle vleestransport Slowakije met bijlagen d.d. 5 april 2006, opgemaakt door [buitengewoon opsporingsambtenaar], buitengewoon opsporingsambtenaar bij FIOD/ECD, behorende bij proces verbaal dossiernummer 26-004359 (fotokopiepagina 21 166 t/m 21 170).

23 Proces verbaal van verhoor met bijlagen d.d. 26 juni 2006, opgemaakt door [buitengewoonopsporingsambtenaar], buitengewoon opsporingsambtenaar en [brigadier van de politie], brigadier van politie bij de Regiopolitie Brabant-Noord, divisie Centrale Recherche, behorende bij proces verbaal dossiernummer 26-004359 (fotokopiepagina 21 1161 t/m 21 1162).

24 Proces verbaal van verhoor met bijlagen d.d. 27 juni 2006, opgemaakt door [buitengewoon opsporingsambtenaar], buitengewoon opsporingsambtenaar en [brigadier van de politie], brigadier van politie bij de Regiopolitie Brabant-Noord, divisie Centrale Recherche, behorende bij proces verbaal dossiernummer 26-004359 (fotokopiepagina 21 1163 t/m 21 1167).

25 Proces verbaal van verhoor met bijlagen d.d. 27 juni 2006, opgemaakt door [buitengewoonopsporingsambtenaar], buitengewoon opsporingsambtenaar en [brigadier van de politie], brigadier van politie bij de Regiopolitie Brabant-Noord, divisie Centrale Recherche, behorende bij proces verbaal dossiernummer 26-004359 (fotokopiepagina 21 1163 t/m 21 1167).

26 Proces verbaal van verhoor met bijlagen d.d. 27 juni 2006, opgemaakt door [buitengewoonopsporingsambtenaar], buitengewoon opsporingsambtenaar en [brigadier van de politie], brigadier van politie bij de Regiopolitie Brabant-Noord, divisie Centrale Recherche, behorende bij proces verbaal dossiernummer 26-004359 (fotokopiepagina 21 1163 t/m 21 1167).

27 Proces verbaal van verhoor d.d.15 september 2006, opgemaakt door [brigadier van de politie] brigadier van politie en [buitengewoon opspor[ambtenaar van de belastingdienst en buitengewoon opsporingsambtenaar], buitengewoon opsporingsambtenaar bij de Regiopolitie Brabant-Noord, divisie Centrale Recherche, behorende bij proces verbaal dossiernummer 26-004359 (fotokopiepagina 21 1082 t/m 21 1086).

28 Proces verbaal van ambtshandeling in zake controle vleestransport met bijlagen d.d. 13 april 2006, opgemaakt door [buitengewoon opsporingsambtenaar], buitengewoon opsporingsambtenaar bij FIOD/ECD, behorende bij proces verbaal dossiernummer 26-008148 (fotokopiepagina 22 285 t/m 21 294).

29 Proces verbaal van verhoor d.d.12 juli 2006, opgemaakt door [brigadier van de politie], brigadier van politie en [hoofdagent van de politie], hoofdagent van politie bij de Regiopolitie Brabant-Noord, divisie Centrale Recherche, proces verbaal nummer 26-033494 (fotokopiepagina 08 025 t/m 08 028).

30 Proces verbaal van verhoor d.d.12 juli 2006, opgemaakt door [brigadier van de politie], brigadier van politie en [hoofdagent van de politie], hoofdagent van politie bij de Regiopolitie Brabant-Noord, divisie Centrale Recherche, proces verbaal nummer 26-03554 (fotokopiepagina 08 029 t/m 08 031).

31 Proces verbaal van verhoor met bijlagen d.d. 27 juni 2006, opgemaakt door [buitengewoon opsporingsambtenaar], buitengewoon opsporingsambtenaar en [brigadier van de politie], brigadier van politie bij de Regiopolitie Brabant-Noord, divisie Centrale Recherche, behorende bij proces verbaal dossiernummer 26-008148 (fotokopiepagina 22 1266 t/m 22 1270).

32 Proces verbaal van ambtshandeling inzake controle vleestransport Tsjechië d.d. 13 aprl 2006 met bijlagen, opgemaakt door [buitengewoon opsporingsambtenaar], ambtenaar van de belastingdienst FIOD/ECD eindhoven, behorende bij het proces verbaal dossiernummer 26-008148 (fotokopiepagina 22 285 t/m 22 294).

33 Proces verbaal van verhoor met bijlagen d.d. 27 juni 2006, opgemaakt door [buitengewoonopsporingsambtenaar], buitengewoon opsporingsambtenaar en [brigadier van de politie], brigadier van politie bij de Regiopolitie Brabant-Noord, divisie Centrale Recherche, behorende bij proces verbaal dossiernummer 26-008148 (fotokopiepagina 22 1266 t/m 22 1270).

34 Proces verbaal van verhoor met bijlagen d.d. 6 oktober 2006, opgemaakt door [buitengewoonopsporingsambtenaar], buitengewoon opsporingsambtenaar en [brigadier van de politie], brigadier van politie bij de Regiopolitie Brabant-Noord, divisie Centrale Recherche, behorende bij proces verbaal dossiernummer 26-008148 (fotokopiepagina 22 1165 t/m 22 1173).