Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2008:BD5676

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
24-06-2008
Datum publicatie
27-06-2008
Zaaknummer
560867 EJ VERZ 08-1990
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Internationaal recht: bevoegdheid Nederlandse rechter; EEX-Verordening;

Werknemer met de Finse nationaliteit is in dienst van een in Nederland gevestigde vennootschap. Werknemer verbleef ten tijde van het verrichten van zijn werkzaamheden meestentijds in hotels, onder meer in Dubai. Ten tijde van het indienen van het verzoekschrift had werknemer geen vaste woon- of verblijfplaats, maar bevond hij zich in Finland. Bij gebreke van enig aangevoerd feit op grond waarvan naar Fins recht zou kunnen worden aangenomen dat werknemer geacht moet worden in Finland woonplaats te hebben, geldt op grond van artikel 4 EEX dat de bevoegdheid in elke lidstaat wordt geregeld door de wetgeving van die lidstaat, in casu de wetgeving van Nederland. Daaruit volgt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. Bovendien heeft werknemer geen rechtens repectabel en relevant belang bij zijn beroep op onbevoegdheid van de Nederlandse rechter voor wat betreft het verzoek van de werkgever, aangezien hij een zelfstandig tegenverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft ingediend waarin hij uitdrukkelijk kiest voor de Nederlandse rechter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0412
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, locatie ‘s-Hertogenbosch

Zaaknummer : 560867

EJ verz. : 08-1990

Uitspraak : 24 juni 2008

in de zaak van:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Innov-X Systems Europe B.V.,

gevestigd te Vlijmen,

2. de vennootschap naar Amerikaans recht Innov-X Systems Inc.,

gevestigd te Wolburn, Massachusetts, Verenigde Staten van Amerika,

verzoeksters,

verweersters in het tegenverzoek,

gemachtigde: mr. R.E. Gerritsen,

t e g e n :

[verweerder],

zonder woon- en verblijfplaats in Nederland,

verblijvende te [verblijfplaats], Finland,

verweerder,

verzoeker in het tegenverzoek,

gemachtigde: mr. S.E. Bos.

Partijen worden hierna aangeduid als “Innov-X Europe” en “Innov-X Inc.” of als “Innov-X als zij gezamenlijk worden bedoeld, respectievelijk “[verweerder]”.

1. De procedure

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie van de rechtbank, sector kanton, locatie 's-Hertogenbosch, op 6 mei 2008, hebben Innov-X Europe en Innov-X Inc. verzocht om de arbeidsovereenkomst met [verweerder] voorwaardelijk te ontbinden ex artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek.

Zijdens [verweerder] is een verweerschrift ingediend, waarbij tevens een zelfstandig verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst is gedaan.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 juni 2008, bij welke gelegenheid partijen de zaak hebben doen bepleiten door hun gemachtigden voornoemd. Beide partijen hebben ten behoeve van de mondelinge behandeling nog stukken toegezonden.

Na gevoerd debat is de beschikking bepaald op heden.

2. Inleiding

2.1. Tussen partijen staat onder meer het volgende vast.

Innov-X is een onderneming die analytische instrumenten en systemen verkoopt. Zij opereert internationaal. Innov-X Europe is een in 2004 opgerichte, volle dochteronderneming van Innov-X Inc.. Tot statutair directeur van Innov-X Europe is benoemd mevrouw [A], moeder van [verweerder]. Zowel mevrouw [A] als [verweerder] heeft de Finse nationaliteit.

[verweerder] is op 1 mei 2004 in dienst getreden van Innov-X Inc. tegen een salaris van € 917,- bruto per maand.

Op 2 december 2005 is [verweerder] Sales Engineer geworden. Hij heeft daartoe een “Labour Contract” gesloten met Innov-X Europe, die ter zake werd vertegenwoordigd door mevrouw [A]. [verweerder] werd verantwoordelijk voor de verkopen in Finland, Zweden, Noorwegen, Denemarken, Frankrijk, Roemenië en Polen. Het maandelijks salaris bedroeg € 2.000,-, met een commissie van € 300,- voor elk instrument dat in deze landen werd verkocht.

Op 1 juli 2007 is [verweerder] door Innov-X Europe, vertegenwoordigd door mevrouw [A], aangesteld als “Regional Sales Manager”. Het opschrift van het betreffende contract d.d. 5 juli 2007 luidt: “Consulting Agreement”. Als “Place of Employment” is daarin vermeld “Dubai, UAE”. Voorts is daarin vermeld:

“3. Duration:

3.1. Contract is a continuation of Raine’s previous employment at Innov-X Systems Europe, and enters into force on July 1st, 2007.

3.2. Agreement can be terminated for cause at any time. Termination for cause includes (etc.).

4. Consulting Fee:

4.1. The Company will pay the Consultant a consulting fee of € 5,000,- per month. The monthly fee shall be paid latest on the last day of each month. In addition a 3% commission for sales in territory: France, Italy, Pakistan, Middle East, Morocco, Tunisia, Algeria, Greece, Norway and Sweden; and a 6% commission for sales in India. The Consultant is entitled to the same benefits as Employee’s of Innov-X Systems Europe.

4.2. Consultant pays all taxes and other fees (social security, pension etc) himself.

4.3. (..)

5. Competition Clause: While this agreement is in place, Consultant may not perform services for any competing account. Competing account is defined as any manufacturer, distributor, agent or reseller or XRF analyzers, any oil analyzers or on-line analyzers.

7. (..)

8. Holidays:

Consultant will receive 28 days of paid vacation plus standard holidays recognized in the Netherlands during his consulting agreement.

9. Consultant to Devote Full Time to Company:

10.1 (..)

10.2 The Consultant will devote his entire productive time (defined to mean not less than 40 hours per week) and energies to the business of the Company, and, during his employment, will not engage in any other business activity which would conflict with or detract from his consultation with the Company.

10.3 (..)

10.4 The Consultant undertakes to perform his work in accordance with the instructions given to him by the Company.

10.5 (..)

(..)

15. Other

This agreement shall be governed by and interpreted in accordance with the laws of The Netherlands.

[verweerder] is thans 25 jaar oud.

2.2. Innov-X grondt het verzoek op de stelling dat, indien zou worden geoordeeld dat er een arbeidsovereenkomst tussen partijen zou hebben bestaan en deze nog niet tot een rechtsgeldig einde zou zijn gekomen, er gewichtige redenen zijn om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, bestaande in veranderingen in de omstandigheden, welke van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen.

2.3. Ter toelichting op deze stellingname heeft Innov-X, kort weergegeven, het volgende aangevoerd.

In december 2007 heeft Innov-X besloten haar wereldwijd opererende verkooporganisatie te herstructureren, waaraan uitvoering is gegeven onder andere door benoeming van [de heer B] als global sales manager en [de heer C] als regional sales manager.

Tussen Innov-X en mevrouw [A] is een geschil gerezen wegens het door haar gevoerde beleid en omdat zij de herstructurering niet wenst te aanvaarden, alsmede omdat is gebleken dat zij haar familieleden bevoordeeld heeft ten koste van de onderneming. Niet alleen dat zij hoge beloningen en vergoedingen aan [verweerder] toekende. Zij heeft ook, als Managing Director van Innov-X Europe, op 8 juli 2007 een onderneming naar het recht van de Verenigde Arabische Emiraten opgericht, “Innov-X Systems Middle East”, waarbij Innov-X Europe voor alle verrichtingen financieel garant zou staan. Mevrouw [A] en [verweerder] zijn benoemd tot “negotiators and legal representatives” en “managers” met “full powers” en aan hen zijn “Power of Attorney” met “full powers” toegekend. Met deze onderneming heeft [verweerder] een “employment contract for sponsored staff” gesloten, waarbij aan hem een salaris wordt toegekend van Dh 10.980 per maand. Dit had niet de instemming van het moederbedrijf. Er is een ongewenste “nepotistische” situatie ontstaan.

Er is aldus een niet naar behoren te kwalificeren rechtsverhouding ontstaan die niet meer is te duiden als een arbeidsovereenkomst naar Nederlands recht.

Als tot het oordeel zou worden gekomen dat met [verweerder] een arbeidsrelatie naar Nederlands recht bestaat kent deze in ieder geval een diffuus en onduidelijk rechtskarakter. Uit de gesloten contracten blijkt dat er geen sprake is van goed werknemerschap. Alles was er op gericht om [verweerder] in een bevoordeelde positie te brengen ten koste van de onderneming.

Sinds het geschil met mevrouw [A] is gerezen meent [verweerder] zich eveneens obstructief gedrag te kunnen veroorloven tegen de herstructurering. Hoewel in organisatorische zin ondergeschikt aan de heer [C] heeft [verweerder] zich aan de zijde van zijn moeder geschaard en weigert hij samen te werken met de heer [C]. [verweerder] heeft op ongebreidelde wijze uiting gegeven aan zijn kritiek. Zijn houding grenst aan insubordinatie.

Op 28 februari 2008 heeft de heer [B] met [verweerder] een gesprek gevoerd. [verweerder] gaf aan de nieuwe situatie niet te zullen accepteren. [verweerder] is een bedenktijd van twee weken gegeven om zijn loyaliteit jegens Innov-X uit te spreken. Dat heeft hij echter nagelaten. In april 2008 heeft de heer [de heer D] een gesprek met [verweerder] gevoerd en is hij, in afwachting van een definitieve beëindiging van de overeenkomst, ontheven van zijn verplichtingen.

Na onderzoek van de door [verweerder] ingeleverde laptop is gebleken dat hij alle daarop opgeslagen informatie had verwijderd en een back-up had gemaakt op een aparte geheugenmodule.

Het vertrouwen van Innov-X in een vruchtbare samenwerking met [verweerder] is ernstig aangetast. Er is thans sprake van een onwerkbare situatie. Voor zover de rechtsverhouding met [verweerder] een andere is dan een arbeidsovereenkomst, dient de rechtsbetrekking met hem als opgezegd te worden beschouwd, zulks met in achtneming van een opzegtermijn van één maand.

2.4. [verweerder] heeft tegen het verzoek, kort weergegeven, het navolgende tot verweer aangevoerd.

De kantonrechter is niet bevoegd om kennis te nemen van het verzoek van Innov-X Europe en Innov-X Inc., aangezien [verweerder] geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft. Bovendien verricht hij zijn werkzaamheden gewoonlijk vanuit Dubai en niet vanuit Nederland.

Voor het geval de kantonrechter wel bevoegd is voert [verweerder] gemotiveerd verweer en verzoekt hij afwijzing van het verzoek en subsidiair, in geval van inwilliging ervan, toekenning van een vergoeding van € 150.000,- netto en vergoeding van advocaatkosten ad € 10.000,- alsmede een immateriële schadevergoeding van € 10.000,- netto.

Volgens [verweerder] is er wel degelijk sprake van een arbeidsovereenkomst met Innov-X. Innov-X heeft gehandeld in strijd met de vereisten van goed werkgeverschap door [verweerder] zonder enige plausibele uitleg van de ene op de andere dag uit zijn functie te ontheffen. De ontstane situatie is volledig aan Innov-X te wijten, aldus [verweerder].

2.5. [verweerder] verzoekt voorts zelf onvoorwaardelijk ontbinding van de arbeidsovereenkomst per 1 augustus 2008 wegens veranderingen in de omstandigheden, welke van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen.

Naast hetgeen hij daartoe als verweer op het verzoek van Innov-X aanvoert, voert hij daartoe, kort weergegeven, het volgende aan.

[verweerder] is onbekend met een opzegging van de arbeidsovereenkomst. Indien de arbeidsovereenkomst niet eindigt als gevolg van inwilliging van het verzoek van Innov-X, loopt de arbeidsovereenkomst tussen partijen nog door. [verweerder] heeft er inmiddels geen vertrouwen meer in dat de samenwerking nog op vruchtbare wijze kan worden voortgezet.

Hij verzoekt toekenning van een vergoeding van € 150.000,- netto en vergoeding van advocaatkosten ad € 10.000,- alsmede een immateriële schadevergoeding van € 10.000,- netto.

3. De beoordeling

De bevoegdheid

3.1. Ten aanzien van de bevoegdheid van de kantonrechter om kennis te nemen van het verzoek van Innov-X Europe en Innov-X Inc. en van het verzoek van [verweerder] wordt het volgende overwogen.

3.1.1. [verweerder] had ten tijde van zijn werkzaamheden als Regional Sales Manager geen vaste woon- of verblijfplaats. Hij verbleef voor een belangrijk deel van die tijd in hotels die gelegen waren in verschillende landen ter wereld.

Ten tijde van de indiening van het verzoek door Innov-X bevond [verweerder] zich te Finland. Zowel in Nederland als in Finland geldt de EEX-Verordening Brussel I (Verordening nr. 44/2001; hierna: “de Verordening”).

Ingevolge artikel 20 van de Verordening kan de vordering (waaronder tevens is te verstaan een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst) van de werkgever slechts worden gebracht voor de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de werknemer woonplaats heeft.

Om vast te stellen of [verweerder] woonplaats heeft in Nederland dient, ingevolge artikel 59 lid 1 van de Verordening, het intern recht van Nederland te worden toegepast. Op grond van artikel 1:10 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: “BW”) bevindt de woonplaats van een natuurlijk persoon zich te zijner woonstede en bij gebreke van woonstede ter plaatse van zijn werkelijk verblijf. Toepassing van dit artikel in dit geval leidt tot de conclusie dat [verweerder] geen woonplaats in Nederland heeft.

Ingevolge artikel 59 lid 2 van de Verordening dient voor de vaststelling of een partij een woonplaats heeft in een andere lidstaat, het recht van die lidstaat te worden toegepast. Dat zou in dit geval het Finse recht zijn.

[verweerder] heeft echter niet aangevoerd dat hij, al dan niet naar Fins recht, woonplaats te Finland heeft. Kennelijk verbleef [verweerder] het afgelopen jaar meestentijds in hotels, onder meer in Dubai, heeft hij geen vaste woon- of verblijfplaats, is hij woningzoekende nu hij door de op non-actiefstelling “op straat is komen te staan” (aldus het verweerschrift), en verblijft hij thans slechts tijdelijk bij zijn moeder in Finland. Bij gebreke van enig aangevoerd feit op grond waarvan naar Fins recht zou kunnen worden aangenomen dat [verweerder] geacht moet worden in Finland woonplaats te hebben, is artikel 4 van de Verordening van toepassing, waarin is bepaald dat, indien de verweerder geen woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, de bevoegdheid in elke lidstaat wordt geregeld door de wetgeving van die lidstaat. In dit geval geldt dan de wetgeving van Nederland.

3.1.2. Een verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst is een verzoekschrift dat ingevolge artikel 261 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: “Rv”) onder het regime van Titel 3 van Boek 1 van dat Wetboek valt. Op het onderhavige verzoekschrift van Innov-X Europe en Innov-X Inc. is dan van toepassing artikel 3 Rv. Daaruit volgt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft, aangezien een van de verzoekers, Innov-X Europe, in Nederland woonplaats heeft.

3.1.3. Overigens is het volgende naar het oordeel van de kantonrechter eveneens van betekenis.

[verweerder] is niet alleen voor de kantonrechter verschenen om diens bevoegdheid te betwisten en, subsidiair, verweer te voeren tegen het verzoek van Innov-X, doch heeft ook een zelfstandig (tegen)verzoek bij de kantonrechter ingediend om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Kennelijk is hij van oordeel dat de Nederlandse rechter wel bevoegd is om te oordelen over de vraag of de arbeidsovereenkomst dient te worden ontbonden, maar is hij van mening dat, als het verzoek daartoe door Innov-X wordt ingediend, de Nederlandse rechter toch niet bevoegd is. Duidelijk is aldus in ieder geval wel dat beide partijen wensen dat de Nederlandse rechter uitspraak doet over de vraag of de (mogelijk bestaande) arbeidsovereenkomst tussen hen moet eindigen – hetgeen zij beiden verlangen -, en, zo ja, of er aanleiding bestaat voor het toekennen van een vergoeding aan [verweerder]. Bij deze stand van zaken ontbreekt naar het oordeel van de kantonrechter een rechtens respectabel en (dus) relevant belang bij het beroep van [verweerder] op onbevoegdheid van de Nederlandse rechter voor wat betreft het verzoek van Innov-X Europe en Innov-X Inc.. Nu [verweerder] zelf uitdrukkelijk voor de Nederlandse rechter heeft gekozen ter beoordeling van zijn geschil met Innov-X, valt niet in te zien waarom niet tevens op het verzoek van Innov-X zou mogen worden beslist. Het beroep op onbevoegdheid van de Nederlandse rechter dient derhalve niet te worden gehonoreerd.

3.1.4. De Nederlandse rechter is daarom bevoegd om kennis te nemen van het verzoek van Innov-X Europe en Innov-X Inc..

3.1.5. De Nederlandse rechter is tevens bevoegd kennis te nemen van het verzoek van [verweerder] op grond van artikel 19 aanhef en sub 1 van de Verordening, nu Innov-X Europe is gevestigd in Nederland.

3.1.6. Ingevolge artikel 7:685 lid 3 BW wordt het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst gedaan aan de ingevolge de artikel 99, 100, en 107 tot en met 109 Rv bevoegde kantonrechter.

Aangezien [verweerder] geen woonplaats heeft in Nederland en hij zijn arbeid ook niet gewoonlijk in Nederland verricht of heeft verricht, en partijen ook geen forumkeuze hebben gemaakt als bedoeld in artikel 108 Rv, dient ten aanzien van het verzoek van Innov-X Europe en Innov-X Inc. voor de relatieve bevoegdheid te worden aangeknoopt bij de restbepaling van artikel 109 Rv. Ingevolge deze bepaling is de kantonrechter te ’s-Hertogenbosch relatief bevoegd, aangezien Innov-X Europe is gevestigd te Vlijmen.

Ingevolge artikel 99 Rv is de kantonrechter te ’s-Hertogenbosch eveneens relatief bevoegd om kennis te nemen van het verzoek van [verweerder].

Het toepasselijke recht

3.2. Innov-X Europe, Innov-X Inc. en [verweerder] hebben in hun overeenkomsten gekozen voor de toepasselijkheid van Nederlands recht. Op grond van artikel 3 van het Europees verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (“EVO”) is deze keuze rechtsgeldig.

De ontvankelijkheid

3.3. [verweerder] heeft aangevoerd dat hij een arbeidsrelatie heeft met Innov-X Europe en geen enkele directe relatie met Innov-X Inc., zodat Innov-X Inc. geen belang heeft bij het verzoek en zij daarin niet ontvankelijk dient te worden verklaard.

Van de zijde van Innov-X Inc. is daarop niet gereageerd. Kennelijk legt Innov-X Inc. zich neer bij het standpunt van [verweerder] dat er, niettegenstaande de “labour agreement” die zij in mei 2004 hebben gesloten, geen directe relatie meer tussen haar en [verweerder] bestaat.

Innov-X Inc. zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard in haar verzoek.

3.4. Zo zal ook ten aanzien van het tegenverzoek van [verweerder] ervan worden uitgegaan dat hij verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met Innov-X Europe (en niet van een arbeidsovereenkomst met Innov-X Inc.).

Voorvraag met betrekking tot het verzoek van [verweerder]

3.5. Ten aanzien van het voorwaardelijk verzoek van Innov-X Europe dient er in deze procedure van te worden uitgegaan dat er sprake is van een thans nog bestaande arbeidsovereenkomst, nu zij ontbinding verzoekt voor het geval daarvan sprake is.

[verweerder] heeft onvoorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht. Aangezien Innov-X heeft bestreden dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen partijen, dient ten aanzien van zijn verzoek eerst te worden onderzocht of daarvan sprake is.

3.6. Bij de beantwoording van de vraag of tussen Innov-X Europe en [verweerder] een arbeidsovereenkomst (naar Nederlands recht) geldt is van belang hetgeen partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond, en de wijze waarop zij feitelijk aan de overeenkomst uitvoering hebben gegeven en aldus daaraan inhoud hebben gegeven (vide onder meer HR 13 juli 2007, JAR 2007, 231).

3.7. Innov-X Europe en [verweerder] hebben een “Labour Contract” gesloten dat per 2 december 2005 is ingegaan. In dit contract wordt eveneens gesproken over [verweerder] als “employee”. Niet is gesteld of gebleken dat deze overeenkomst op enig moment is geëindigd.

Het contract d.d. 5 juli 2007 heeft weliswaar als opschrift “Consulting Agreement”, maar het is tevens aangeduid als “a continuation of Raine’s previous employment at Innov-X Systems Europe”. Voorts wordt een maandelijkse fee betaald , mag [verweerder] geen werkzaamheden voor een concurrent verrichten, heeft hij recht op vakantiedagen, dient hij “his entire productive time (defined to mean not less than 40 hours per week) and energies to the business of the Company” te wijden, en mag hij zich niet inlaten met enige andere zakelijke activiteit die met “his consultation with the Company” zou conflicteren. Ten slotte dient hij zijn werkzaamheden te verrichten in overeenstemming met de instructies die hem door de onderneming worden gegeven, waaruit een gezagsverhouding blijkt. Het betalen van de “fee” kan als het betalen van loon worden aangemerkt. Dit alles wijst erop dat partijen het continueren althans het sluiten van een arbeidsovereenkomst voor ogen stond.

De omstandigheden dat het opschrift van de overeenkomst “Consulting Agreement” luidt, dat [verweerder] tevens commissies ontving, en dat hij alle belastingen en sociale premies zelf dient te betalen, doen daaraan onvoldoende af.

De wijze waarop partijen uitvoering hebben gegeven aan hun overeenkomst leidt niet tot de conclusie dat er tussen Innov-X Europe en [verweerder] sprake zou zijn van een andere rechtsverhouding dan een arbeidsovereenkomst. Innov-X Europe en Innov-X Inc. voeren juist aan dat de heer [C] de nieuwe ‘baas’ van [verweerder] zou zijn en dat zijn houding grenst aan insubordinatie. Kennelijk ging ook Innov-X ervan uit dat er een gezagsverhouding bestond tussen haar en [verweerder].

Alle omstandigheden - waaronder hetgeen partijen blijkens de tekst van de overeenkomst bij het sluiten ervan voor ogen heeft gestaan en de wijze waarop zij feitelijk aan de overeenkomst uitvoering hebben gegeven en aldus daaraan inhoud hebben gegeven - in aanmerking genomen, is de kantonrechter van oordeel dat tussen Innov-X Europe en [verweerder] sprake is van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 BW.

3.8. Nergens uit blijkt dat de arbeidsovereenkomst tussen Innov-X Europe en [verweerder] (rechtsgeldig) is geëindigd, zodat er van wordt uitgegaan dat deze thans nog bestaat.

De ontbindingsverzoeken

3.9. Daar beide partijen ontbinding van de arbeidsovereenkomst (in het geval van Innov-X: indien daarvan sprake is en deze thans nog bestaat) verzoeken is er geen beletsel om de ontbinding uit te spreken. (Gesteld noch gebleken is dat het verzoek verband houdt met een van de opzegverboden van artikel 7:647, 648, 670 en 670a BW of met enig ander verbod tot opzegging van de arbeidsovereenkomst.) De arbeidsovereenkomst zal (in het geval van Innov-X: indien daarvan sprake is en deze thans nog bestaat) worden ontbonden per 1 augustus 2008.

Dient aan [verweerder] een vergoeding te worden toegekend?

3.10. Vervolgens is, zowel met betrekking tot het verzoek van Innov-X Europe als met betrekking tot het verzoek van [verweerder], aan de orde de vraag of er gronden zijn om aan [verweerder] ten laste van Innov-X Europe een vergoeding toe te kennen en, zo ja, tot welk bedrag. Daarbij is van belang of van het verstoord raken van de arbeidsverhouding, aan [verweerder] een zodanig verwijt kan worden gemaakt dat de gevolgen van het verlies van de dienstbetrekking geheel of gedeeltelijk voor zijn rekening moeten worden gelaten, dan wel of aan Innov-X Europe een verwijt daarvan moet worden gemaakt.

3.11. Innov-X Europe en Innov-X Inc. hebben [verweerder] het verwijt gemaakt dat hij heeft samengespannen met zijn moeder in het opstellen van lucratieve contracten ten behoeve van hem. Dat is echter onvoldoende onderbouwd. Uit de als productie 4 bij het verweerschrift/zelfstandig verzoek overgelegde emailbericht van de heer [E] – CEO van Innov-X Inc. - d.d. 28 juni 2007 aan [verweerder] met cc. aan mevrouw [A] blijkt dat de heer [E] op de hoogte was van de inhoud van de overeenkomst die met [verweerder] zou worden gesloten. Hij presenteert alle relevante gegevens van de overeenkomst, inclusief het basissalaris en de commissie, als “Here’s a summary of the plan, if it sounds right, I can send it to Fatma.” Uit deze zin blijkt eerder dat de heer [E] het voorstel voor de inhoud van de overeenkomst heeft gedaan.

De omstandigheid dat [verweerder] een verhuisvergoeding van € 10.000,- heeft ontvangen terwijl hij niet daadwerkelijk is verhuisd naar Dubai en daar op kosten van Innov-X Europe in hotels verbleef, vormt eveneens onvoldoende reden om een verwijt te maken aan [verweerder]. Volgens [verweerder] ging de voorgenomen koop van een appartement in Dubai op het laatste moment niet door. Innov-X Europe heeft ook steeds zijn onkostendeclaraties in verband met het verblijf in hotels betaald. Het had op de weg van Innov-X gelegen aan [verweerder] duidelijk te maken dat deze gang van zaken niet acceptabel was. Dat heeft zij kennelijk nagelaten. Dan kan [verweerder] daar geen verwijt van worden gemaakt.

3.12. Van het feit dat mevrouw [A] nadien een onderneming onder de paraplu van Innov-X Europe in de Verenigde Arabische Emiraten heeft opgericht, van welke onderneming [verweerder] tot managing director is benoemd, kan evenmin aan [verweerder] een verwijt worden gemaakt. Nergens uit blijkt dat Innov-X als gevolg daarvan benadeeld is of dat [verweerder] daarbij het oogmerk had om Innov-X te benadelen. Uit de door [verweerder] overgelegde producties 15, 16 en 17 – emails van de heer [E] – blijkt dat de heer [E] wist van het plan om een Innov-X-onderneming in de Verenigde Arabische Emiraten op te richten. Indien Innov-X Inc. de wijze waarop inhoud is gegeven aan de structuur van de in de V.A.E. opgerichte onderneming niet aanvaardbaar vindt had zij eerder en beter de vinger aan de pols moeten houden bij het oprichtingsproces. Nergens uit blijkt dat [verweerder] ter zake een verwijt moet worden gemaakt.

3.13. [verweerder] heeft bestreden dat hij insubordinerend gedrag vertoonde, dan wel daaraan grenzend gedrag. Volgens [verweerder] heeft hij geen verzet gevoerd tegen het feit dat de heer [C] hiërarchisch zijn baas werd. Hij zou, nadat hij was ingelicht over de benoeming van de heer [C], slechts hebben gevraagd wat de benoeming van de heer [C] in de praktijk voor hem zou betekenen. Op die vragen kreeg hij geen antwoord, aldus [verweerder].

3.14. Uit de door Innov-X Europe en Innov-X Inc. als producties 7a tot en met 7f overgelegde series emailberichten blijkt niet van verzet of insubordinatie van [verweerder]. Daaruit blijkt slechts dat [verweerder] (te) laat was met het inleveren van verkoopcijfers, dat er kritiek bestond op het contract dat [verweerder] had gesloten met betrekking tot een Navy System, en dat Innov-X een beter inzicht wilde hebben in de wijze waarop hij zijn tijd besteedde.

3.15. In het door Innov-X Europe en Innov-X Inc. als productie 8 overgelegde memorandum d.d. 8 april 2008 verklaart de heer [B] dat [verweerder] zich in februari 2008 arrogant jegens hem gedroeg toen hij – de heer [B] – hem meedeelde dat hij hem wilde spreken en daartoe zijn schema diende aan te passen. Tevens verklaart de heer [B] onder meer dat [verweerder] kritiek had op de benoeming van de heer [C], omdat hij meende dat de heer [C] zijn werk zou overnemen. [verweerder] zou tevens beledigd zijn geweest omdat hij niet was gehoord over deze benoeming. [verweerder] betwijfelde de kwalificaties van de heer [C], alsmede die van de heer [B], en liet blijken dat het niet vanzelf sprak dat hun gezag door hem werd aanvaard, aldus de heer [B]. Vervolgens heeft de heer [B] [verweerder] twee weken de tijd gegeven om na te denken over de vraag of hij, kort gezegd, loyaal zou zijn aan de onderneming en het gezag van de heer [C] zou accepteren. Na het verstrijken van die twee weken reageerde [verweerder] niet op vragen en op verzoeken om een onderhoud, aldus de heer [B].

3.16. Volgens [verweerder] was hij ziek op het moment waarop de heer [C] hem had gezegd (“no is not an option”), begin april 2008, een tussenstop in Frankfurt te maken om met hem te spreken. [verweerder] heeft echter niet weersproken dat hij in de betreffende week een tussenstop in Frankfurt heeft gemaakt en dat er op zich genomen voldoende tijd was om toen met de heer [C] te spreken. [verweerder] heeft onvoldoende duidelijk gemaakt waarom er geen gesprek meer met de heer [C] of de heer [B] heeft plaatsgevonden, ondanks de verzoeken daartoe.

Uit het memorandum van de heer [B], uit de gang van zaken zoals deze blijkt uit de overgelegde emailberichten en uit de door Innov-X als productie 18 overgelegde verklaring van de heer [C] d.d. 22 mei 2008, blijkt wel dat [verweerder] zich, voor een werknemer, zeer grote vrijheden permitteerde en dat hij in menig opzicht zijn eigen gang ging. Dat komt evenwel in belangrijke mate voor rekening en risico van Innov-X Europe, die aan hem een grote vrijheid van handelen heeft gegeven en die hem kennelijk nimmer duidelijke instructies heeft gegeven.

Uit de genoemde stukken blijkt echter wel dat [verweerder] zich niet zomaar wenste neer te leggen bij de beslissing van Innov-X dat hij onder het gezag van de heer [C] zou vallen. [verweerder] heeft erkend dat hij “kritische” vragen heeft gesteld over de nieuwe koers van Innov-X. Begrijpelijk is dat Innov-X [verweerder] een termijn heeft gegeven om zich te beraden over de vraag of hij het gevoerde beleid loyaal kan ondersteunen. [verweerder] heeft daarop kennelijk niets laten horen, waarna Innov-X hem op 18 april 2008 op non-actief heeft gesteld.

3.17. De kantonrechter is, het voorgaande in aanmerking genomen, van oordeel dat beide partijen een verwijt treft van het onherstelbaar verstoord raken van de arbeidsrelatie. Er is dan grond voor toekenning van een vergoeding aan [verweerder], waarvan de hoogte behoort te worden bepaald met inachtneming van het feit dat aan beide partijen een verwijt is te maken.

3.18. Bij de vaststelling van de hoogte van die vergoeding wordt, op basis van de in Nederland daarvoor gebruikelijk toegepaste kantonrechtersformule, rekening gehouden met de duur van het dienstverband, de leeftijd van [verweerder] en het door hem laatstelijk genoten salaris, met dien verstande dat volgens die formule, in het geval dat aan geen van beide partijen een verwijt van de reden van de ontbinding is te maken, als ontbindingsvergoeding (verkort weergegeven) een maand salaris per gewerkt jaar (afgerond op een geheel jaar) wordt toegekend.

Onder ‘salaris’ dient in dit geval tevens te worden begrepen het structurele deel van de commissies waarop [verweerder] recht had. Gelet op het korte dienstverband van [verweerder] is daar weinig zinvols over te zeggen. Niet bestreden is dat [verweerder] in 2007 een commissie heeft ontvangen van omstreeks € 40.000,- en dat hij in 2008 waarschijnlijk een (beduidend) hoger bedrag aan commissie zou ontvangen. De commissie zou echter volgend jaar weer lager hebben kunnen liggen. De commissie over 2007 betreft de periode vanaf juli. Als structurele commissie zou daarom een bedrag van tenminste € 60.000,- per jaar kunnen worden aangehouden.

Uitgaande van deze gegevens en van een duur van het dienstverband van, afgerond, 3 jaar, zou aan [verweerder], op basis van deze formule, maximaal een vergoeding toekomen van € 30.000,- bruto.

3.19. [verweerder] heeft verzocht voor het bepalen van de hoogte van de vergoeding niet aan te sluiten bij de kantonrechtersformule, omdat hij in 2008 zeer veel meer zou gaan verdienen aangezien hij in 2008, naast zijn basissalaris, waarschijnlijk een bonus zou hebben ontvangen van € 190.000,-. Voorts zou Innov-X Europe ernstig verwijtbaar jegens hem hebben gehandeld en zou het voor [verweerder] zeer moeilijk zijn om zich weer te begeven op de markt waarop Innov-X actief is. Het zou daarom enige tijd duren voordat hij weer een gelijkwaardige functie heeft. Bovendien is hij door de op non-actiefstelling feitelijk op straat komen te staan, aangezien hij voorheen voortdurend in hotels verbleef en hij dus nu woonruimte voor zichzelf moet gaan zoeken. Aldus [verweerder].

Hiervoor is reeds overwogen dat Innov-X Europe en [verweerder] beiden een verwijt treft van de reden van de ontbinding van de arbeidsovereenkomst. In het verwijt dat Innov-X Europe ter zake valt te maken is geen grond gelegen om een extra hoge vergoeding aan [verweerder] toe te kennen.

De hoogte van de ten behoeve van de bepaling van de vergoeding aan te houden commissie is hiervoor afdoende besproken.

Dat het voor [verweerder] zeer moeilijk zou zijn om een gelijkwaardige functie elders te vinden is onvoldoende aannemelijk, aangezien hij jong en goed opgeleid is en inmiddels ervaring heeft met internationale ‘sales’.

Dat hij nu op zoek moet naar huisvesting is evenmin een reden om de vergoeding op een hoger niveau vast te stellen.

3.20. Er is daarom onvoldoende reden om de kantonrechtersformule in het geheel niet toe te passen en een zeer veel hogere vergoeding toe te kennen dan op basis van die formule zou worden toegekend. Bij het vaststellen van de hoogte van de vergoeding zal wel in enige mate worden rekening gehouden met het – niet betwiste – feit dat [verweerder] waarschijnlijk niet zeer snel een gelijkwaardige functie (met een gelijkwaardig beloningspakket) elders zal hebben gevonden, alsmede met de omstandigheid dat hem eerder reeds een vergoeding is aangeboden van € 40.000,-.

Alles bijeen genomen zal de vergoeding worden vastgesteld op een bedrag van € 35.000,- bruto. Er is geen grond voor het netto toekennen van dit bedrag, zoals door [verweerder] verzocht. Het is aan partijen om, eventueel in overleg met de fiscus, vast te stellen op welke wijze met deze vergoeding in fiscale zin dient te worden omgegaan.

3.21. Naast de toekenning van deze vergoeding is er onvoldoende grond voor toekenning van een vergoeding wegens immateriële schade.

3.22. Aangezien de heer Lortie in zijn emailbericht van 17 april 2008 aan [verweerder] een bedrag heeft aangeboden van € 40.000,- als “lump-sum payment” indien er een beëindigingsovereenkomst werd gesloten, en er bij deze beschikking een lager bedrag zal worden toegekend, is er onvoldoende reden om aan [verweerder] een separate vergoeding voor advocaatkosten toe te kennen. De aangeboden vergoeding was redelijk en [verweerder] had deze kunnen accepteren.

Ten slotte

3.23. Gelet op het voornemen de arbeidsovereenkomst (in het geval van Innov-X: indien daarvan sprake is en deze thans nog bestaat) te ontbinden en aan [verweerder] een vergoeding als voormeld toe te kennen, zullen Innov-X Europe en [verweerder], conform artikel 7:685 lid 9 BW, eerst nog in de gelegenheid worden gesteld hun verzoek desgewenst in te trekken.

Zowel ten aanzien van het verzoek van Innov-X Europe als ten aanzien van het verzoek van [verweerder] en zowel bij intrekking als bij handhaving van hun verzoek acht de kantonrechter termen aanwezig de proceskosten te compenseren in die zin dat beide partijen de eigen kosten dragen.

4. De beslissing

De kantonrechter:

verklaart zich bevoegd om kennis te nemen van het verzoek van Innov-X Europe en Innov-X Inc.;

verklaart Innov-X Inc. niet ontvankelijk in haar verzoek;

stelt Innov-X Europe en [verweerder] tot en met 30 juli 2008 in de gelegenheid hun verzoek in te trekken door middel van een schriftelijke verklaring ter griffie van de rechtbank, sector kanton, locatie 's-Hertogenbosch;

compenseert de proceskosten zo, dat ieder van partijen de eigen kosten draagt;

beslist, voor het geval Innov-X Europe haar verzoek niet tijdig intrekt, thans reeds als volgt:

- ontbindt, voor het geval er sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen Innov-X Europe en [verweerder] en deze thans nog bestaat, deze arbeidsovereenkomst met ingang van 1 augustus 2008;

- kent in dat geval aan [verweerder] ten laste van Innov-X Europe een vergoeding toe van € 35.000,- bruto en veroordeelt in dat geval Innov-X Europe, voor zoveel nodig, tot betaling van dit bedrag aan [verweerder];

beslist, voor het geval [verweerder] zijn verzoek niet tijdig intrekt, thans reeds als volgt:

- ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen Innov-X Europe en [verweerder] per 1 augustus 2008;

- kent aan [verweerder] ten laste van Innov-X Europe een vergoeding toe van € 35.000,- bruto, en veroordeelt Innov-X Europe, voor zoveel nodig, tot betaling van dit bedrag aan [verweerder].

Aldus gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2008 door mr. J.H. Wiggers, kantonrechter te 's-Hertogenbosch.

Zaaknummer: 560867 blad 11

beschikking