Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2008:BD4501

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
11-02-2008
Datum publicatie
18-06-2008
Zaaknummer
01/839139-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor het voorhanden hebben en verspreiden van kinderporno en drie zedendelicten.

Geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf vanwege de fysieke toestand van verdachte.

Straf: een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde reclasseringscontact/behandeling GGz met een proeftijd van 5 jaren.

De rechtbank motiveert waarom zij geen TBS oplegt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

verkort vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/839139-07

Datum uitspraak: 11 februari 2008

Verkort vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1950,

wonende [adres] te [woonplaats]

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 2 juli 2007 en 28 januari 2008.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij voorlopige dagvaarding als bedoeld in artikel 261 lid 3 Wetboek van Strafvordering van 30 mei 2007. Op 4 december 2007 heeft de officier van justitie de tenlastelegging aangepast conform het bepaalde in artikel 314a Wetboek van Strafvordering. Tenslotte is de tenlastelegging op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van 28 januari 2008 gewijzigd conform het bepaalde in artikel 313 Wetboek van Strafvordering.

Aan verdachte is – met inachtneming van genoemde aanpassing en wijziging – tenlastegelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 01 januari 2006 tot en met 28 maart 2007 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, (telkens) één of meermalen een afbeelding en/of een gegevensdrager, te weten (onder andere):

- DVD 1: Fragment 1: ik zie twee naakte jongens op een bed. Ik zie dat een van de jongens de geschatte leeftijd heeft van 8 tot 12 jaren oud en dat de andere jongen de geschatte leeftijd heeft van 12 tot 16 jaren oud. Ik zie dat de jongens elkaar oraal bevredigen en dat de oudere jongen zijn vinger in de anus van de andere jongen steekt. Vervolgens zie ik dat de jongere jongen, ogenschijnlijk glijmiddel op de penis van de oudere jongen smeert en dat deze jongen vervolgens de jongere jongen met zijn penis anaal penetreert. Ik zie dat de seksuele handelingen de orale bevrediging en het anaal penetreren duidelijk in beeld wordt gebracht;

- DVD 1: Fragment 3: Ik zie twee naakte jongens, buiten, op een deken liggen. Ik zie dat een jongen de geschatte leeftijd heeft van 8 tot 12 jaren oud. Ik zie dat de andere jongen de geschatte leeftijd heeft van 10 tot 14 jaren oud. Ik zie dat de jongens elkaar oraal bevredigen, ik zie dat ze elkaars penis in de mond nemen. Vervolgens zie ik dat de jongens verschillende 'standjes' aannemen waarbij de oudere jongen de jongere anaal penetreert. Het penetreren wordt in close up in beeld gebracht;

- DVD 2: Fragment 2: [bestandsnaam]

Ik zie een volwassen man met ontbloot onderlichaam. Ik zie dat de man voor een soort tafel staat. Ik zie voor de man het naakte onderlichaam van een meisje in de geschatte leeftijd van 1 tot 3 jaren oud. Ik zie dat de man zijn stijve penis tegen de vagina van het meisje duwt. Ik zie dat de man ondertussen masturbeert. Ik zie dat het kind op een opengemaakte luier ligt. Vervolgens zie ik dat de man op een stoel zit en dat hij het meisje op zijn schoot heeft. Ik zie dat zowel de penis van de man als de vagina van het meisje duidelijk in beeld worden gebracht. Ik zie dat de man een handje van het kind pakt en dat hij met dit handje over zijn stijve penis wrijft. Ik zie dat de man met zijn andere hand, met zijn vinger, tussen de schaamlipjes van het kind wrijft. Ik zie dat de man zich vervolgens weer zelf begint af te trekken en daqt hij met een vinger in de vagina van het meisje gaat. Ik zie dat de man het meisje vervolgens wat optilt en dat hij zijn stijve penis tussen de schaamlipjes van het meisje duwt. Ik zie dat de man zich blijft aftrekken, dat hij klaarkomt en dat hij zijn sperma tussen de schaamlipjes van het meisje spuit;

_ DVD 2: Fragment [bestandsnaam]

Ik zie een naaakte jongen in de geschatte leeftijd van 6 tot 8 jaren oud. Ik zie dat de jongen op een bed ligt en dat zijn handen achter de rug zijn vastgebonden, dan wel zijn gekneveld. Ik zie dat dit ook geldt voor de voeten van de jongen en dat de handen en de voeten vervolgens aan elkaar zijn vastgebonden. Ik zie vervolgens dat er een volwassen man in beeld komt. Ik zie dat de man zijn stijve penis uit zijn broek haalt. Ik zie dat de man, de jongen op ruwe wijze in een positie brengt. Ik zie dat de man het hoofd vn de jongen vastpakt en dat de penis van de man in de mond van de jongen wordt gebracht;

bevattende één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, (telkens) heeft verspreid en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad;

(artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht)

2.

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2006 tot en met 31 december 2006 in de gemeente Eindhoven, althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] 1994), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft/hebben gepleegd, bestaande uit of mede bestaande uit:

- het betasten van het lichaam en/of de penis van [slachtoffer 1] en/of

- het laten betasten van zijn, verdachtes penis, door [slachtoffer 1];

(artikel 247 van Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2006 tot en met 31 december 2006 in de gemeente Eindhoven, althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, een of meermalen door giften of beloften van geld of goed of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding, te weten:

- de uitlating doen "Ik maak je familie dood" en/of

- geven van een geldbedrag aan (een) (mede)verdachte(n) en/of (waarna), een persoon, [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum] 1994 waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft/hebben bewogen ontuchtige handelingen, te weten

- betasten van het lichaam en/of de penis van [slachtoffer 1] en/of

- laten betasten van zijn, verdachtes penis, door [slachtoffer 1] en/of

- [slachtoffer 1] naakt laten rondlopen,

te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden;

artikel 248a Wetboek van Strafrecht

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2005 tot en met 31 december 2006 te Eindhoven, althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, met [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum] 1991), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft/hebben gepleegd, bestaande uit:

- het aftrekken van de penis van [slachtoffer 2] en/of

- het (laten) aftrekken van zijn, verdachtes penis, door [slachtoffer 2] en/of

- het strelen van het lichaam van [slachtoffer 2] en/of

- het brengen/houden van de penis van [slachtoffer 2] in de mond van verdachte;

artikel 247 van Wetboek van Strafrecht;

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2005 tot en met 31 december 2006 in de gemeente Eindhoven, althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, een of meermalen door giften of beloften van geld of goed of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding, te weten:

geven van een geldbedrag aan (een) (mede)verdachte(n) en/of (waarna), een persoon, [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum] 1991 waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft/hebben bewogen ontuchtige handelingen, te weten

- het aftrekken van de penis van [slachtoffer 2] en/of

- het (laten) aftrekken van zijn, verdachtes penis, door [slachtoffer 2] en/of

- het strelen van het lichaam van [slachtoffer 2] en/of

- het brengen/houden van de penis van [slachtoffer 2] in de mond van verdachte,

te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden;

artikel 248a Wetboek van Strafrecht

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2005 tot en met 31 december 2006 in de gemeente(n) Eindhoven en/of Gemert-Bakel, althans in het arrondissement

's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, met [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum] 1992), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 3], hebbende verdachte

- zijn penis in de mond van [slachtoffer 3] gebracht/gehouden en/of

- de penis van [slachtoffer 3] vastgehouden/gevoeld en/of [slachtoffer 3] afgetrokken en/of

- zich (laten) aftrekken van zijn, verdachtes penis, door [slachtoffer 3];

artikel 245 Wetboek van Strafrecht;

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2005 tot en met 31 december 2006 in de gemeente(n) Eindhoven, en/of Gemert-Bakel, althans in het arrondissement

's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, een of meermalen door giften of beloften van geld of goed of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding, te weten

- geven van een geldbedrag aan (een) (mede)verdachte(n) en/of (waarna), een persoon, [slachtoffer 3], geboren op [geboortedatum] 1992 waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft/hebben bewogen ontuchtige handelingen, te weten:

- brengen/houden van zijn, verdachte's penis in de mond van [slachtoffer 3] en/of

- vasthouden/voelen van de penis van [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 3] aftrekken en/of

- (laten) aftrekken van zijn, verdachtes penis, door [slachtoffer 3],

te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden;

artikel 248a Wetboek van Strafrecht.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De geldigheid van de dagvaarding.

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

Bewijsoverwegingen.

T.a.v. feit 1

De raadsman heeft betoogd dat niet valt uit te sluiten dat de personen met een geschatte leeftijd tussen de 12 en 16 jaar, omschreven in de onder feit 1 genoemde afbeeldingen, in werkelijkheid 18 jaar of ouder zijn.

Gezien de inhoud en wijze van totstandkoming van de door [verbalisant 1] op 8 april 2007 respectievelijk 3 juni 2007 opgemaakte processen-verbaal, waaruit blijkt dat genoemde [verbalisant] zedengecertificeerd is en bovendien ruime ervaring heeft met het beschrijven van kinderpornografische afbeeldingen, ziet de rechtbank geen enkele aanleiding om aan diens bevindingen omtrent de geschatte leeftijden te twijfelen. De rechtbank verwerpt derhalve het verweer van de raadsman.

De officier van justitie acht naast het bezit van kinderporno tevens het verspreiden ervan bewezen en verwijst hierbij naar het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van

5 oktober 2005 (NJ 2005, 558).

De verdediging betwist dat er sprake is geweest van verspreiding.

De rechtbank overweegt dat in het door de officier van justitie genoemd arrest sprake is van een ander zogenaamd file sharing programma dan in de onderhavige strafzaak, te weten KazaA Lite, en dat meergenoemd arrest voorts een opsomming bevat van de uit de bewijsmiddelen blijkende feiten en omstandigheden op basis waarvan het Gerechtshof heeft bewezenverklaard dat in die zaak (tevens) sprake was van het verspreiden van kinderporno. De rechtbank stelt vast dat [verdachte] gebruik heeft gemaakt van het file sharing programma [Bestandsnaam] . Uit het eindproces-verbaal, meer bepaald de processen-verbaal van [verbalisant 1] en uit het verhandelde ter terechtzitting is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende duidelijk gebleken dat gebruikmaking van het programma [Bestandsnaam] leidt tot (een aanmerkelijke kans op) verspreiding van kinderporno.

Aangezien verdachte ter terechtzitting van 28 januari 2008 heeft verklaard dat hij een dvd met kinderpornografie aan [medeverdachte 1] heeft gegeven, acht de rechtbank desalniettemin het verspreiden van kinderporno bewezen.

T.a.v. feiten 3 en 4

Voor wat betreft het bewezenverklaarde medeplegen van - kort gezegd - ontuchtige handelingen in de hierna bewezenverklaarde periodes overweegt de rechtbank dat verdachte vanaf enig tijdstip binnen die periodes niet langer geheel zelfstandig ontuchtige handelingen met slachtoffers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft gepleegd en dat mede- verdachte [medeverdachte 1] vanaf enig tijdstip binnen die periodes genoemde slachtoffers naar verdachtes huis is gaan brengen teneinde ontuchtige handelingen te laten plaatsvinden. De rechtbank oordeelt dat er eerst vanaf dat moment sprake is geweest van bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte 1] gericht op het plegen van ontuchtige handelingen. Hoewel niet vast is komen te staan op welk tijdstip deze

samenwerking binnen de tenlastgelegde periodes is aangevangen acht de rechtbank wel

bewezen dat het medeplegen van de ontuchtige handelingen op enig tijdstip binnen de tenlastegelegde periodes is aangevangen.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

1.

op tijdstippen in de periode van 1 januari 2006 tot en met 28 maart 2007 te Eindhoven telkens een afbeelding en/of een gegevensdrager, te weten onder andere:

- DVD 1: Fragment 1: ik zie twee naakte jongens op een bed. Ik zie dat een van de jongens de geschatte leeftijd heeft van 8 tot 12 jaren oud en dat de andere jongen de geschatte leeftijd heeft van 12 tot 16 jaren oud. Ik zie dat de jongens elkaar oraal bevredigen en dat de oudere jongen zijn vinger in de anus van de andere jongen steekt. Vervolgens zie ik dat de jongere jongen, ogenschijnlijk glijmiddel op de penis van de oudere jongen smeert en dat deze jongen vervolgens de jongere jongen met zijn penis anaal penetreert. Ik zie dat de seksuele handelingen de orale bevrediging en het anaal penetreren duidelijk in beeld wordt gebracht;

- DVD 1: Fragment 3: Ik zie twee naakte jongens, buiten, op een deken liggen. Ik zie dat een jongen de geschatte leeftijd heeft van 8 tot 12 jaren oud. Ik zie dat de andere jongen de geschatte leeftijd heeft van 10 tot 14 jaren oud. Ik zie dat de jongens elkaar oraal bevredigen, ik zie dat ze elkaars penis in de mond nemen. Vervolgens zie ik dat de jongens verschillende 'standjes' aannemen waarbij de oudere jongen de jongere anaal penetreert. Het penetreren wordt in close-up in beeld gebracht;

- DVD 2: Fragment [Bestandsnaam].

Ik zie een volwassen man met ontbloot onderlichaam. Ik zie dat de man voor een soort tafel staat. Ik zie voor de man het naakte onderlichaam van een meisje in de geschatte leeftijd van 1 tot 3 jaren oud. Ik zie dat de man zijn stijve penis tegen de vagina van het meisje duwt. Ik zie dat de man ondertussen masturbeert. Ik zie dat het kind op een opengemaakte luier ligt. Vervolgens zie ik dat de man op een stoel zit en dat hij het meisje op zijn schoot heeft. Ik zie dat zowel de penis van de man als de vagina van het meisje duidelijk in beeld worden gebracht. Ik zie dat de man een handje van het kind pakt en dat hij met dit handje over zijn stijve penis wrijft. Ik zie dat de man met zijn andere hand, met zijn vinger, tussen de schaamlipjes van het kind wrijft. Ik zie dat de man zich vervolgens weer zelf begint af te trekken en dat hij met een vinger in de vagina van het meisje gaat. Ik zie dat de man het meisje vervolgens wat optilt en dat hij zijn stijve penis tussen de schaamlipjes van het meisje duwt. Ik zie dat de man zich blijft aftrekken, dat hij klaarkomt en dat hij zijn sperma tussen de schaamlipjes van het meisje spuit;

- DVD 2: Fragment 3a: [Bestandsnaam].

Ik zie een naakte jongen in de geschatte leeftijd van 6 tot 8 jaren oud. Ik zie dat de jongen op een bed ligt en dat zijn handen achter de rug zijn vastgebonden, dan wel zijn gekneveld. Ik zie dat dit ook geldt voor de voeten van de jongen en dat de handen en de voeten vervolgens aan elkaar zijn vastgebonden. Ik zie vervolgens dat er een volwassen man in beeld komt. Ik zie dat de man zijn stijve penis uit zijn broek haalt. Ik zie dat de man, de jongen op ruwe wijze in een positie brengt. Ik zie dat de man het hoofd van de jongen vastpakt en dat de penis van de man in de mond van de jongen wordt gebracht;

bevattende één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, bij welke vorenbedoelde afbeeldingen telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, telkens heeft verspreid en/of in bezit heeft gehad;

2.

in de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2006 in de gemeente Eindhoven,

tezamen en in vereniging met anderen, met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] 1994), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het betasten van het lichaam en de penis van [slachtoffer 1];

3.

In de periode van 1 september 2005 tot en met 31 december 2006 in het arrondissement

's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een ander, met [slachtoffer 2]

(geboren op [geboortedatum] 1991), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit:

- het aftrekken van de penis van [slachtoffer 2] en

- het laten aftrekken van zijn, verdachtes, penis door [slachtoffer 2] en

- het strelen van het lichaam van [slachtoffer 2] en

- het brengen/houden van de penis van [slachtoffer 2] in de mond van verdachte;

4.

in de periode van 1 mei 2005 tot en met 31 december 2006 in het arrondissement

's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met anderen, met [slachtoffer 3] (geboren op [geboortedatum] 1992), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 3], hebbende verdachte

- zijn penis in de mond van [slachtoffer 3] gebracht en

- de penis van [slachtoffer 3] vastgehouden/gevoeld en [slachtoffer 3] afgetrokken en

- zich laten aftrekken door [slachtoffer 3].

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 23, 24, 24a, 24c, 27, 36b,

36c, 47, 57, 240b, 245 en 247 van het Wetboek van Strafrecht.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

Gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek van voorarrest en terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege.

Onttrekking aan het verkeer van de in het beslagdossier genoemde voorwerpen voorzien van de nummers 1, 2 en 8 tot en met 11 en teruggave aan verdachte van de in het beslagdossier genoemde voorwerpen voorzien van de nummers 3 tot en met 7.

Van de vordering ter terechtzitting van de officier van justitie is een kopie aan dit vonnis gehecht.

De op te leggen straffen en maatregel.

Bij de beslissing over de straffen en de maatregel die aan verdachte dienen te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder diens draagkracht.

De rechtbank is van oordeel dat het ten aanzien van verdachte bewezenverklaarde, in verhouding tot andere strafbare feiten, zeer ernstige feiten betreffen. Bovendien heeft verdachte zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan het ten aanzien van hem bewezenverklaarde. Het mag bekend worden verondersteld dat zowel het verzamelen en verspreiden van kinderpornografische afbeeldingen als ook het plegen van ontuchtige handelingen met minderjarigen zeer nadelige gevolgen kan hebben voor de betrokken slachtoffers. Er is immers sprake van een grote inbreuk op de lichamelijke integriteit en de persoonlijke levenssfeer van deze (zeer) jeugdige personen. Verdachte zou zich van de nadelige effecten voor de slachtoffer en van het leed dat hij deze personen aandoet zeker bewust moeten zijn. Immers is verdachte, blijkens een uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 12 december 2007, in het verleden meermalen veroordeeld voor zedenmisdrijven, waaronder ook meermalen voor het plegen van ontuchtige handelingen met minderjarigen en het seksueel binnendringen bij een minderjarige. Toch ziet verdachte de ernst van het door hem aan zijn slachtoffers aangedane leed kennelijk niet dan wel onvoldoende in.

Desalniettemin zal de rechtbank, anders dan door de officier van justitie gevorderd, aan verdachte niet de maatregel van terbeschikkingstelling opleggen noch zal zij verdachte veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De redenen hiervoor zijn de navolgende.

T.a.v. de gevorderde terbeschikkingstelling:

Op 28 september 2007 heeft drs. J.M.C. Lensen, psycholoog, een rapport omtrent verdachte uitgebracht. De in dit rapport vermelde conclusie luidt, zakelijk weergegeven:

Betrokkene is lijdende aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens, namelijk een persoonlijkheidsstoornis NAO met borderline en ontwijkende trekken, een ontwikkelingsachterstand en een dysthyme stoornis. Ondergetekende adviseert om betrokkene enigszins verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren indien het tenlastegelegde bewezen wordt geacht.

Betrokkene heeft geen doorleefde spijt aangaande het ten laste gelegde en het ontbreekt hem nagenoeg aan zelfinzicht en empathie. Aldus zou hij gemakkelijk in de verleiding kunnen komen om in herhaling te vervallen. Het sociale isolement van betrokkene en zijn onvermogen zichzelf seksueel te bevredigen kan in de toekomst gemakkelijk aanleiding geven om soortgelijke strafbare feiten te plegen. Anderzijds is het zo dat betrokkene vanwege zijn spierziekte lichamelijk steeds verder achteruit gaat, waardoor het moeilijker en uiteindelijk wellicht onmogelijk zal worden om nog ontuchtige handelingen te plegen. Om de kans op een recidive te minimaliseren is een behandeling vanuit de GGzE onder toezicht van de reclassering ten zeerste aan te bevelen. De persoonlijkheidsproblematiek en ontwikkelingsachterstand van betrokkene zijn in het verleden al therapieresistent gebleken, dus van een inzichtgevende therapie valt geen heil meer te verwachten. Daarom zou de behandeling vooral gedragstherapeutisch van aard moeten zijn. Genoemde behandeling zou plaats kunnen vinden als bijzondere voorwaarde bij het voorwaardelijk strafdeel van een gecombineerde straf.

Op 16 september 2007 heeft de P. Zonneveld, psychiater, een rapport omtrent verdachte uitgebracht. De in dit rapport vermelde conclusie luidt, zakelijk weergegeven:

Bij betrokkene is sprake van pedofilie, autistische stoornis NAO, een persoonlijkheidsstoornis NAO, een laaggemiddelde intelligentie en spierdystrophie.

Ondergetekende adviseert betrokkene verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

Zonder begeleiding en toezicht is de kans aanwezig dat betrokkene op middellange termijn opnieuw terugvalt in seksueel grensoverschrijdend gedrag. Ondergetekende heeft overwogen te adviseren betrokkene de maatregel van TBS met voorwaarden op te leggen vanwege de sterke kans op recidivering, maar vanwege de aard van de tenlastelegging adviseert ondergetekende betrokkene een verplicht reclasseringstoezicht op te leggen met een proeftijd en begeleiding vanuit een forensische poli. Veranderbaarheid is bij betrokkene niet te verwachten. Begeleiding zal vooral gericht dienen te zijn op risicohantering en ontwikkelen van protectieve factoren.

Advies: voorwaardelijke straf met een lange proeftijd en de voorwaarde dat hij zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering en meewerkt aan begeleiding van een forensische poli.

De rechtbank neemt deze conclusies en adviezen en de gronden waarop zij berusten over en maakt deze tot de hare.

Daarnaast is in opdracht van de officier van justitie door de reclassering op 9 november 2007 een maatregelrapport in het kader van TBS met voorwaarden opgemaakt. De in dit rapport vermelde conclusie luidt, zakelijk weergegeven:

De reclassering is van mening dat zij, kijkende naar de behaalde begeleidingsresultaten in het verleden, de gebleken behandelresistentie van betrokkenes problematiek, zijn huidige huisvesting tegenover een kindercentrum en zijn weigering om mee te werken aan voorwaarden die het recidiverisico inperken, geen invulling kan geven aan het juridisch kader TBS met voorwaarden. Gezien het hoge recidiverisico en de onmogelijkheid om invulling te geven aan een TBS-maatregel met voorwaarden, is onderzoek naar de mogelijkheid van een op te leggen strakker juridisch kader noodzakelijk.

Het bovenstaande rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank niet de conclusie – zoals kennelijk door de officier van justitie getrokken – dat derhalve de maatregel van TBS met dwangverpleging nog de enige optie is, te minder nu geen van de gedragsdeskundigen deze maatregel adviseert. Naar het oordeel van de rechtbank is reclasseringstoezicht in het kader van een voorwaardelijke gevangenisstraf een reële en te verkiezen optie, te meer daar verdachte ter terechtzitting heeft aangegeven bereid te zijn om hieraan mee te werken en er bovendien reeds een intakegesprek bij de GGzE en diverse gesprekken met een sociaal-psychisch verpleegkundige hebben plaatsgevonden. De motivatie van verdachte om niet te recidiveren lijkt kennelijk gelegen in eigenbelang (de angst om zijn woning te verliezen) en niet in inzicht in het kwalijke van zijn handelen. Dat doet naar het oordeel van de rechtbank echter niet af aan de begeleidbaarheid van verdachte.

T.a.v. de gevorderde onvoorwaardelijke gevangenisstraf:

Als gevolg van de progressieve spierziekte van Becker, waaraan verdachte lijdende is, zal een onvoorwaardelijke gevangenisstraf hoogstwaarschijnlijk plaatsing in het penitentiair ziekenhuis te Scheveningen betekenen. Hoewel de rechtbank onderkent dat de door verdachte gepleegde strafbare feiten en de gevolgen daarvan voor de slachtoffers zeer ernstig kunnen zijn, is zij van mening dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf de verdachte vanwege zijn fysieke toestand onevenredig zwaar zal treffen. Derhalve zal de rechtbank aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur opleggen.

Met betrekking tot de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank bepalen dat die straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, mits verdachte zich gedurende een hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken en de hierna te melden bijzondere voorwaarde naleeft. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan. In navolging van bovengenoemd rapport van psychiater Zonneveld zal de rechtbank een langere proeftijd, te weten van 5 jaar opleggen, aangezien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van personen en omdat is gebleken dat verdachte zich gedurende de aan hem in het verleden opgelegde proeftijden niet schuldig heeft gemaakt aan dergelijke misdrijven.

Omdat de rechtbank van belang acht dat verdachte ook rechtstreeks gevolgen ondervindt van zijn strafbare handelen, zal de rechtbank tevens een geldboete van na te melden hoogte opleggen.

t.a.v. beslag.

De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen in beslag genomen voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, omdat – zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit voorwerpen zijn met betrekking tot welke de feiten zijn begaan en de voorwerpen bovendien van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

De rechtbank zal daarentegen de teruggave gelasten van andere in het dictum nader te noemen in beslag genomen voorwerpen aan verdachte nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van die in beslag genomen goederen.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

t.a.v. feit 1:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben en verspreiden, meermalen gepleegd;

t.a.v. feit 2 primair:

medeplegen van met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;

t.a.v. feit 3 primair:

medeplegen van met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt

ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;

t.a.v. feit 4 primair:

medeplegen van met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

T.a.v. feit 1, feit 2 primair, feit 3 primair, feit 4 primair:

Gevangenisstraf voor de duur van 2 jaar voorwaardelijk met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht met een proeftijd van 5 jaren en bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen, hem te geven door of namens de Reclassering Nederland, Regio 's-Hertogenbosch, Eekbrouwersweg 6, 5233 VG 's-Hertogenbosch, zolang deze instelling zulks noodzakelijk acht, ook indien dit inhoudt een behandeling bij de Geestelijke Gezondheidszorg Eindhoven en de Kempen (GGzE).

Verleent aan de Reclassering voornoemd de opdracht als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. feit 1, feit 2 primair, feit 3 primair, feit 4 primair:

Geldboete van EUR 2400,00 subsidiair 42 dagen hechtenis, desgewenst te voldoen in 24 termijnen van elk EUR 100,00 per maand.

T.a.v. feit 1:

Onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen goederen, te weten: 2 computers, 14 foto's, 42 videobanden, 28 cd-roms, 9 dvd 's en 98 diskettes (zijnde de in het beslagdossier genoemde voorwerpen voorzien van de nummers 1, 2 en 8 tot en met 11).

Teruggave van de in beslag genomen goederen, te weten: 2 boeken, 1 adresboekje,

1 telefoon Siemens (type A50), 1 telefoon Siemens (type A55) en 1 telefoon Nokia (zijnde de in het beslagdossier genoemde voorwerpen voorzien van de nummer 3 tot en met 7).

Opheffing van het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden. Deze voorlopige hechtenis is op 5 juni 2007 reeds geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. H.M.H. de Koning, voorzitter,

mr. J.M.P. Willemse en mr. I.L. Rijnbout, leden,

in tegenwoordigheid van mr. J.J. Schreurs, griffier,

en is uitgesproken op 11 februari 2008.

13

Parketnummer: 01/839139-07

[verdachte]