Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2008:BD3545

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
06-06-2008
Datum publicatie
10-06-2008
Zaaknummer
558260
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Op grond van informatie van de bedrijfsarts mocht werkneemster er van

uitgaan dat zij gedurende acht weken tot rust mocht komen en

zelf geen gesprek met de werkgever hoefde aan te gaan.

Loonbetaling is ten onrechte stopgezet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0365
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, locatie ‘s-Hertogenbosch

Zaaknummer : 558260

Rolnummer : 3501/08

Uitspraak : 6 juni 2008

in de zaak van:

[eiseres]

wonende te Leiden,

eiseres,

gemachtigde: mr. W.F. van Gelderen,

advocaat te Utrecht,

t e g e n :

de besloten vennootschap VION RETAIL NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Boxtel,

gedaagde,

gemachtigde: mw. mr. C.H.Pannekoek,

advocaat te Breda.

1. De procedure

Nadat een dag was bepaald voor de behandeling van deze zaak, heeft eisende partij, verder te noemen “[eiseres]”, gedaagde partij, verder te noemen “Vion Retail Nederland “, doen dagvaarden.

De mondelinge behandeling, waarvoor partijen op voorhand een aantal producties hebben toegezonden, heeft op 3 juni 2008 plaatsgevonden.

Vion Retail Nederland is bij die gelegenheid verschenen en heeft verweer gevoerd tegen de vordering van [eiseres].

Partijen hebben bij gelegenheid van de mondelinge behandeling hun standpunten toegelicht.

Daarop is vonnis bepaald op heden.

2. HET GESCHIL

2.1. [eiseres] vordert, zakelijk weergegeven, dat de kantonrechter bij wege van kort geding ex artikel 1:254 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, uitvoerbaar bij voorraad, Vion Retail Nederland zal veroordelen tot betaling van het loon met ingang van maart 2008, vermeerderd met de wettelijke verhoging, buitengerechtelijke kosten en rente en kosten als vermeld in de dagvaarding.

[eiseres] legt daaraan ten grondslag dat zij met ingang van 29 juli 1991 bij Vion Retail Nederland in dienst is, waarbij Vion Retail Nederland op onterechte gronden de loonbetaling met ingang van 7 maart 2008 heeft stopgezet.

2.2. Vion Retail Nederland heeft, kort weergegeven, het verweer gevoerd dat zij op terechte gronden de loonbetaling heeft stopgezet, nu [eiseres] op aantoonbare wijze de reïntegratieverplichtingen niet nakomt.

2.3 Voor de toelichting van partijen op de door hen ingenomen standpunten zij verwezen naar de inhoud van de processtukken. Voor zover relevant voor de beoordeling van dit geschil komen de stellingen van partijen hierna bij de beoordeling aan de orde.

3. DE BEOORDELING

3.1 In een procedure als de onderhavige, waarin wordt verzocht om een voorlopige voorziening, kan een dergelijke vordering slechts worden toegewezen, indien met een redelijke mate van zekerheid kan worden aangenomen dat de kantonrechter, oordelend in de bodemprocedure, zal beslissen dat het gevorderde voor toewijzing vatbaar is.

3.2 [eiseres] is met ingang van 29 juli 1991 bij Vion Retail Nederland, dan wel diens rechtsvoorgangster, in dienst getreden. [eiseres] is thans werkzaam in de functie van verkoopster tegen een salaris van € 711,52 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag en andere emolumenten.

[eiseres] is derhalve bijna 17 jaar bij Vion Retail Nederland in dienst.

In ieder geval vanaf 2006 is er sprake van een relatief hoog ziekteverzuim van [eiseres].

Dit hoog ziekteverzuim en het volgens Vion Retail Nederland door [eiseres] zich niet steeds nauwgezet houden aan de regels die gelden omtrent ziekmelding en omgang met ziekteverzuim, gaven Vion Retail Nederland aanleiding om eind 2007 [eiseres] uit te nodigen voor een gesprek over die situatie.

Uiteindelijk heeft dit geleid tot een gesprek op 4 januari 2008.

In dat gesprek hebben volgens Vion Retail Nederland de heren [A] en [B] namens Vion Retail Nederland aan [eiseres] duidelijk proberen te maken dat het veelvuldig en het langdurige ziekteverzuim zorgt voor een onwerkbare situatie binnen de onderneming van Vion Retail Nederland en hebben zij aan [eiseres] een beëindigingsvoorstel voorgelegd.

Volgens Vion Retail Nederland heeft [eiseres] toen verklaard dat ze een dergelijk gesprek wel verwacht had. Nadat het beëindigingsvoorstel op schrift was gesteld door Vion Retail Nederland, heeft [eiseres] zich op 7 januari 2008 wederom ziek gemeld vanwege migraineklachten. Enige dagen daarna heeft [eiseres] haar werkzaamheden hervat, waarna [eiseres] op 21 januari 2008 wederom vanwege ziekte is uitgevallen.

Op 24 januari 2008 heeft Vion Retail Nederland een schrijven ontvangen van de gemachtigde van [eiseres] met het verzoek aan Vion Retail Nederland het streven naar beëindiging van het dienstverband met [eiseres] te heroverwegen.

Nadat Vion Retail Nederland was gebleken dat [eiseres] bij de bedrijfsarts had aangegeven dat de ziekte voor een groot gedeelte verband hield met een arbeidsconflict, heeft zij [eiseres] voor een gesprek uitgenodigd. Tot een dergelijk gesprek is het niet gekomen.

Uiteindelijk is Vion Retail Nederland tot de slotsom gekomen dat [eiseres] door de weigering op gesprek te komen op aantoonbare wijze haar reïntegratieverplichtingen niet nakomt, op grond waarvan zij heeft besloten tot stopzetting van de loonbetaling. [eiseres] stelt zich op het standpunt dat zij niet in staat was tot het voeren van een gesprek en daarom niet hoefde te verschijnen. Zij voelde zich daarin gesteund door de bedrijfsarts.

3.3 Uit hetgeen [eiseres] ter comparitie heeft medegedeeld valt naar het oordeel van de kantonrechter genoegzaam af te leiden dat het relatief hoog ziekteverzuim werd veroorzaakt vanwege een toenemend scala aan psychische klachten. Na het gesprek van [eiseres] met haar werkgeefster op 4 januari 2008 kwam daar nog bij de wetenschap dat Vion Retail Nederland streefde naar een beëindiging van het dienstverband.

Als onweersproken is aangevoerd dat dit uiteindelijk eind januari 2008 heeft geleid tot een opname van [eiseres] gedurende 3 ½ week in een psychiatrische kliniek. In diezelfde periode is [eiseres] in kennis gesteld van een schrijven van de arbo-arts aan de huisarts van [eiseres], waarin ondermeer het voorstel stond om de komende 8 weken aan [eiseres] een zogenaamde time out periode toe te kennen, waarin zij zoveel mogelijk met rust diende te worden gelaten en in welke periode de gemachtigden van partijen zouden moeten trachten om afspraken te maken ten aanzien van de toekomst. [eiseres] heeft de inhoud van dit schrijven aldus opgevat dat zij 8 weken lang geen reïntegratieverplichting had jegens haar werkgever.

Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van deze zaak heeft Vion Retail Nederland verklaard dat zij aanvankelijk geen kennis had genomen van laatstgemelde brief van de arbo-arts en dat zij ook niet eerder had vernomen dat [eiseres] gedurende enige tijd opgenomen is geweest in een psychiatrische kliniek.

3.4 Dat [eiseres] gedurende de laatste maanden onafgebroken arbeidsongeschikt is geweest, is naar het oordeel van de kantonrechter in confesso. [eiseres] verklaart dat haar psychische problematiek thans door het gebruik van medicijnen onder controle is, doch dat inmiddels bij haar baarmoederhalskanker is geconstateerd waaraan zij binnenkort moet worden geopereerd. Voorts is de kantonrechter van oordeel dat [eiseres] op grond van de brief van de bedrijfsarts van 8 februari 2008 er van mocht uitgaan dat zij acht weken lang “tot rust mocht komen en dat: de juristen van beide partijen “met elkaar in deze periode in overleg dienden te gaan om tot een oplossing van het arbeidsconflict te komen. Of dit is gebeurd, is in het midden gebleven.

Vastgesteld kan worden dat er sprake is van een duidelijk communicatieprobleem tussen partijen, waaraan zou dienen te worden gewerkt. Aan wie deze communciatieproblematiek in hoofdzaak val te verwijten, valt in het kader van de onderhavige procedure niet in rechte vast te stellen.

3.5 Het vorenstaande geeft de kantonrechter aanleiding om vast te stellen dat thans met een redelijke mate van zekerheid kan worden aangenomen dat de kantonrechter, oordelend in een bodemprocedure, zal bepalen dat de stopzetting van de loonbetaling ongegrond is geweest.

Dit dient te leiden tot een veroordeling van Vion Retail Nederland tot het door betalen van het loon.

Nu de stopzetting van de salarisbetalingen en de vaststelling door Vion Retail Nederland dat er sprake was van het mogelijk niet nakomen van haar reïntegratieverplichtingen door [eiseres] grotendeels het gevolg is geweest van eerdergenoemde communicatieproblemen en niet kan worden vastgesteld welke partij daar in overwegende mate debet aan is, acht de kantonrechter onvoldoende grond aanwezig voor het mede toewijzen van de gevorderde wettelijke verhoging en de buitengerechtelijke kosten.

Wel zal Vion Retail Nederland als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden verwezen in de kosten van de procedure.

4. DE BESLISSING

De kantonrechter:

Rechtdoende bij wege van kort geding:

Veroordeelt Vion Retail Nederland om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te voldoen het salaris van € 656,79 bruto per vier weken, vermeerderd met eventuele tussentijdse verhogingen op grond van de arbeidsovereenkomst, met ingang van de periode maart 2008 tot aan het moment waarop de dienstbetrekking rechtsgeldig zal eindigen, een en ander vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf datum van opeisbaarheid tot de daadwerkelijke betaling.

Veroordeelt Vion Retail Nederland in de kosten van het geding aan de zijde van [eiseres] tot aan deze uitspraak begroot op € 793,44 , waarin begrepen een bedrag van € 500,-- als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met B.T.W. belast).

Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Ontzegt het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. M.H.Kobussen, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 juni 2008, in tegenwoordigheid van de griffier.