Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2008:BD3201

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
23-05-2008
Datum publicatie
04-06-2008
Zaaknummer
AWB 07/2758, AWB 07/2759, AWB 07/2776, AWB 07/2780
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eisers, niet zijnde de aanvrager(s), hebben beroep ingesteld tegen weigering een kapvergunning te verlenen.

Belang van eisers, allen inwoners van de straat waar de desbetreffende bomen staan, is parallel aan belang aanvrager. Verwijzing naar uitspraken van de Afdeling van 17 mei 2006, LJN AX2089, 28 februari 2007, LJN AZ9540 en 21 november 2007, LJN BB8396. De door eisers gestelde feiten en omstandigheden - welke onder meer de uitoefening van het eigendomsrecht c.q. gebruiksrecht, alsmede het woongenot, van eisers rechtstreeks raken - leveren naar het oordeel van de rechtbank een voldoende rechtstreeks belang op. Eisers worden als belanghebbenden aangemerkt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH

Sector bestuursrecht

Zaaknummers: AWB 07/2758

AWB 07/2759

AWB 07/2776

AWB 07/2780

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 mei 2008

inzake

De heer en mevrouw [eisers 1] (AWB 07/2758),

te [woonplaats],

eisers 1,

gemachtigde mr. F.J.J. van West de Veer,

en

[eiseres 2] (AWB 07/2759),

te [woonplaats],

eiseres 2,

gemachtigde mr. H. Martens,

en

[eiser 3] (AWB 07/2776),

te [woonplaats],

eiser 3,

gemachtigde mr. A.W.M. den Braber,

en

[eiser 4] (AWB 07/2780),

te [woonplaats],

eiser 4,

gemachtigde mr. J.C. Blonk,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waalre,

verweerder,

gemachtigden E.A. Otten-Van der Werf en C.A.J.M. van de Mortel.

Procesverloop

Bij besluit van 27 april 2006 heeft verweerder aan de gemeente Waalre kapvergunning verleend voor het kappen van 35 lindebomen en 4 esdoorns in de Alexanderstraat te Waalre.

Tegen dit besluit is, door anderen dan eisers, bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 22 september 2006 heeft verweerder dit bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit is, door anderen dan eisers, beroep ingesteld.

Bij uitspraak van deze rechtbank van 26 april 2007 is het beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak is, door anderen dan eisers, hoger beroep ingesteld.

Bij uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 22 juni 2007 is het hoger beroep gegrond verklaard, het besluit op bezwaar van 22 september 2006 vernietigd en is het primaire besluit van 26 april 2006 geschorst tot zes weken na het nemen van de nieuw te nemen beslissing op het bezwaar.

Bij besluit van 10 juli 2007 (hierna: het bestreden besluit) heeft verweerder onder verwijzing naar voornoemde uitspraak van de Afdeling een nieuw besluit genomen, inhoudende de herroeping van het besluit van 27 april 2006, de weigering van de aangevraagde kapvergunning, alsmede meegedeeld dat tot uitvoering zal worden overgegaan van een besluit van 4 januari 2005, aangevuld bij besluit van 24 januari 2006.

Eisers hebben tegen dit besluit beroep ingesteld.

De beroepen zijn gelijktijdig behandeld ter zitting van 20 mei 2008. Aldaar is wat betreft eisers sub 1 mevrouw [eiseres 1] in persoon verschenen, vergezeld van haar gemachtigde. Eiseres sub 2 is in persoon verschenen. Eiser sub 3 is verschenen bij zijn gemachtigde. Eiser sub 4 is in persoon verschenen, vergezeld van zijn gemachtigde. Verweerder is verschenen bij zijn gemachtigden.

Overwegingen

1. De rechtbank ziet zich eerst voor de vraag gesteld of het onderhavige beroep ook betrekking heeft op de in het bestreden besluit opgenomen mededeling van verweerder dat het besluit van 4 januari 2005, aangevuld bij besluit van 24 januari 2006, betreffende de herinrichting van de Alexanderstraat zal worden uitgevoerd. Naar het oordeel van de rechtbank is dit niet het geval. Het bestreden besluit is, zo blijkt uit de inhoud daarvan, genomen naar aanleiding van voornoemde uitspraak van de Afdeling. De Afdeling heeft blijkens het in deze uitspraak weergegeven procesverloop uitsluitend geoordeeld over de kapvergunning. Reeds daarom heeft het onderhavige beroep ook uitsluitend betrekking op de kapvergunning. De vraag of de hiervoor bedoelde mededeling dient te worden opgevat als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) waartegen voor eisers bezwaar en/of beroep openstaat, kan daarmee onbeantwoord blijven.

2. Derhalve ligt thans uitsluitend ter beoordeling voor de vraag of verweerder in redelijkheid de door de gemeente Waalre aangevraagde kapvergunning heeft kunnen weigeren.

3. De rechtbank heeft ambtshalve geconstateerd dat in het dossier met zaaknummer 07/2759 zich geen besluit op bezwaar bevindt gericht aan eiseres 3. Voorts heeft eiseres 3 ter zitting meegedeeld dat zij van verweerder het bestreden besluit niet heeft ontvangen. De rechtbank constateert echter dat zich in de andere dossiers van de thans voorliggende beroepen telkens het bestreden besluit bevindt geadresseerd aan de bewoners van de Alexanderstraat te Waalre, alsmede dat als onweersproken vaststaat dat eiseres 3 ten tijde van het bestreden besluit en ook thans woonachtig is in de Alexanderstraat. Voorts acht de rechtbank aannemelijk dat verweerder het besluit aan alle bewoners van de Alexanderstraat, eiseres 3 incluis, heeft verzonden. Daarmee is het bestreden besluit op de in artikel 3:41 van de Awb voorgeschreven wijze aan eiseres 3 bekendgemaakt. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit ook is gericht aan eiseres 3, dit besluit ook voor eiseres 3 in werking is getreden, alsmede dat het beroep van eiseres 3 in zoverre ontvankelijk is.

4. Verweerder heeft primair betoogd dat het beroep van eisers niet ontvankelijk is, nu zij niet zijn aan te merken als belanghebbenden bij de onderhavige weigering van de kapvergunning nu bij de weigering van een aanvraag slechts de aanvrager een rechtstreeks belang heeft. Daarbij heeft verweerder gewezen op rechtspraak van de Afdeling, onder andere de uitspraak van 8 juni 2005, zaaknummer 200408623/1. Ter zitting heeft verweerder nader uiteengezet dat de, recentere, uitspraken van de Afdeling van 24 mei 2006 (LJN AX4429), en van 26 juli 2006 (LJN AY5097), in het onderhavige geval niet van toepassing zijn.

5. De Afdeling heeft in voornoemde uitspraak van 24 mei 2006 overwogen dat de Afdeling eerder heeft geoordeeld dat bij een besluit om een vrijstelling of bouwvergunning te weigeren slechts het belang van de aanvrager rechtstreeks is betrokken, maar dat met het oog op de positie in de procedure van derden die een aan de aanvrager tegengesteld belang hebben, de Afdeling thans echter aanleiding ziet anders te oordelen. Deze derden kunnen volgens de Afdeling wel als belanghebbenden worden aangemerkt, mits zij voldoen aan de (algemene) vereisten daarvoor zoals deze voortvloeien uit artikel 1:2 van de Awb.

6. Uit de overwegingen van de in de voorgaande alinea bedoelde uitspraak van de Afdeling volgt dat de Afdeling uitdrukkelijk ‘omgaat’ en dat de eerder gevolgde lijn, zoals door verweerder van toepassing is geacht, thans niet meer in alle gevallen waarin sprake is van weigering van een vergunning van toepassing is. Blijkens de bewoordingen van deze uitspraak geldt deze nieuwe lijn in ieder geval voor belangen van derden die tegengesteld zijn aan de belangen van de aanvrager.

7. In het onderhavige geval lopen de belangen van de aanvrager, de gemeente Waalre, en de eisers in deze procedure echter parallel. Beiden wensen immers dat een kapvergunning zal worden verleend. Dat door verweerder is gesuggereerd dat de aanvrager thans niet tot het kappen van de desbetreffende bomen zou wensen over te gaan maakt dit, mede nu aanvrager de aanvraag niet heeft ingetrokken, naar het oordeel van de rechtbank niet anders. De rechtbank vermag overigens, anders dan verweerder in het verweerschrift stelt, niet in te zien waarom de gemeente Waalre als aanvrager niet tot intrekking van de aanvraag had mogen overgaan.

8. De Afdeling heeft ook een aantal uitspraken gedaan waarin derden welke een belang hadden dat parallel liep aan de belangen van een aanvrager als belanghebbende zijn aangemerkt (zie onder andere de uitspraken van 17 mei 2006, LJN AX2089, 28 februari 2007, LJN AZ9540 en 21 november 2007, LJN BB8396).

9. De rechtbank stelt vast dat het door eisers aangevoerde belang om op te (kunnen) komen tegen het bestreden besluit op een aantal gronden steunt. Eisers zijn allen zowel ten tijde van het bestreden besluit als thans bewoners van de straat waarin de desbetreffende bomen staan. Eisers ervaren overlast als gevolg van ‘plak’ afkomstig van de desbetreffende bomen, overlast als gevolg van de wortels van de bomen. Daarnaast geven eisers aan dat door de kap een evenwichtiger straatbeeld zou ontstaan dat beter aansluit bij de omliggende straten. Voorts hebben eisers gewezen op de omstandigheid dat de voorgenomen herinrichting van de Alexanderstraat en vervanging van de riolering na de kap efficiënter en sneller zou kunnen plaatsvinden en de rijbaan van de Alexanderstraat breder zou kunnen worden.

10. Voor wat betreft de herinrichting en vervanging van de riolering van de Alexanderstraat heeft verweerder onweersproken gesteld dat deze inmiddels is afgerond. Ook de rijbaan is inmiddels vervangen c.q. aangelegd. Voor de verbreding van de rijbaan zoals door eisers gewenst zou verweerder een nieuw besluit dienen te nemen. In zoverre hebben eisers daarom thans geen respectievelijk geen actueel belang.

11. De overige door eisers gestelde feiten en omstandigheden - welke onder meer de uitoefening van het eigendomsrecht c.q. gebruiksrecht, alsmede het woongenot, van eisers betreffen - leveren naar het oordeel van de rechtbank echter een voldoende rechtstreeks belang op. Dat wat betreft de gestelde overlast ook de artikelen 5:37 en verder van het Burgerlijk Wetboek voorzieningen bieden om tot beperking of beëindiging van overlast te komen doet hieraan niet af, reeds omdat de rechtbank op voorhand niet kan uitsluiten dat indien de gemeente Waalre op grond van deze civielrechtelijke bepalingen gehouden zou blijken te zijn zorg te dragen voor beperking of beëindiging van de overlast, dit zou kunnen meebrengen dat kap van een of meer van de overlastgevende bomen zou dienen te volgen. Ook alsdan zou een kapvergunning nodig zijn.

12. Op grond van het vorenoverwogene concludeert de rechtbank dat eisers een hen persoonlijk aangaand belang hebben dat hen in voldoende mate onderscheidt van anderen. Hieruit volgt dat eisers dienen te worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb, zodat de beroepen van eisers ontvankelijk zijn.

13. Uit het voorgaande volgt dat verweerder ten onrechte eisers niet op de voet van artikel 7:2, eerste lid, van de Awb in de gelegenheid heeft gesteld te worden gehoord. Reeds hierom kan het bestreden besluit geen stand houden.

14. Bij de vernietiging van het besluit op bezwaar van 26 september 2006 heeft de Afdeling overwogen dat verweerder in het nieuw te nemen besluit op bezwaar het belang van het behoud van de bomen diende af te wegen tegen het belang bij het kappen van de bomen ten behoeve van de herinrichting en vervanging van de riolering in het gebied. Zulk een belangenafweging ontbreekt in het bestreden besluit volledig. Ook het ten behoeve van deze belangenafweging inzichtelijk maken van de mate van beeldbepalendheid van de desbetreffende bomen heeft verweerder nagelaten. Het bestreden besluit is derhalve in strijd met het bepaalde in de artikelen 3:2, 3:4, eerste lid, en 3:46 van de Awb. Ook dit vormt grond voor vernietiging van het bestreden besluit.

15. Ten behoeve van de verdere besluitvorming van verweerder overweegt de rechtbank nader dat bij de afweging van belangen die verweerder dient te maken, niet uitsluitend de belangen van de gemeente Waalre als verweerder maar ook de belangen van eisers en andere bewoners van de Alexanderstraat dienen te worden betrokken. Voorts dient verweerder in dit kader alsnog een inhoudelijk standpunt te geven over de mate van beeldbepalendheid van de desbetreffende bomen. Dat verweerder stelt intern geen objectieve criteria te hebben om de mate van beeldbepalendheid vast te stellen, ontslaat haar niet van de verplichting tot een goede voorbereiding en draagkrachtige motivering van dit onderdeel van het door haar te nemen besluit. Indien het zo zou zijn dat verweerder intern niet over toereikende middelen zou beschikken om op dit onderdeel een gefundeerd oordeel te geven, dan dient verweerder hiervoor extern bijstand in te roepen.

16. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen en verweerder opdragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen, zoals in het dictum nader te melden.

17. De rechtbank acht termen aanwezig verweerder te veroordelen in de door eisers 1 gemaakte proceskosten. Deze kosten zijn met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage begroot op in totaal € 644,00 voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand:

• 1 punt voor het indienen van een (aanvullend) beroepschrift;

• 1 punt voor het verschijnen ter zitting;

• waarde per punt € 322,00;

• wegingsfactor 1.

18. De rechtbank acht termen aanwezig verweerder te veroordelen in de door eiseres 2 gemaakte proceskosten. Deze kosten zijn met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage begroot op in totaal € 322,00 voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand:

• 1 punt voor het indienen van een (aanvullend) beroepschrift;

• waarde per punt € 322,00;

• wegingsfactor 1.

19. De rechtbank acht termen aanwezig verweerder te veroordelen in de door eiser 3 gemaakte proceskosten. Deze kosten zijn met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage begroot op in totaal € 644,00 voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand:

• 1 punt voor het indienen van een (aanvullend) beroepschrift;

• 1 punt voor het verschijnen ter zitting;

• waarde per punt € 322,00;

• wegingsfactor 1.

20. De rechtbank acht termen aanwezig verweerder te veroordelen in de door eiser 4 gemaakte proceskosten. Deze kosten zijn met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage begroot op in totaal € 644,00 voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand:

• 1 punt voor het indienen van een (aanvullend) beroepschrift;

• 1 punt voor het verschijnen ter zitting;

• waarde per punt € 322,00;

• wegingsfactor 1.

21. De rechtbank zal telkens de gemeente Waalre aanwijzen als de rechtspersoon die de proceskosten aan eisers dient te vergoeden.

22. Tevens zal de rechtbank bepalen dat door de gemeente Waalre aan alle eisers telkens het door hen gestorte griffierecht ad € 143,00 dient te worden vergoed.

23. Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat verweerder binnen zes weken na de verzending van deze uitspraak een nieuw besluit op bezwaar dient te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;

- gelast de gemeente Helmond aan eisers telkens te vergoeden het door hen gestorte griffierecht ad € 143,00;

- veroordeelt verweerder in de door eisers 1 gemaakte proceskosten vastgesteld op € 644,00;

- veroordeelt verweerder in de door eiseres 2 gemaakte proceskosten vastgesteld op € 322,00;

- veroordeelt verweerder in de door eiser 3 gemaakte proceskosten vastgesteld op € 644,00;

- veroordeelt verweerder in de door eiser 4 gemaakte proceskosten vastgesteld op € 644,00;

- wijst de gemeente Waalre aan als de rechtspersoon die telkens de proceskosten dient te vergoeden.

Aldus gedaan door mr. T. van de Woestijne als rechter in tegenwoordigheid van mr. F.A.M.C. Hermans als griffier en in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2008.

?

Partijen kunnen tegen deze uitspraak binnen zes weken na de datum van verzending

van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van

de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.

Afschriften verzonden: