Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2008:BD2188

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
22-05-2008
Datum publicatie
26-05-2008
Zaaknummer
01/845715-07, 01/845689-07 en 01/845041-08 (t.t.z. gev) 01/845206-06 en 845447-06 (vorderingen)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank legt voor een auto-inbraak, een poging daartoe en een poging tot inbraak in een café aan een veelpleger de ISD-maatregel op en legt uit waarom zij niet tot tenuitvoerlegging komt van een eerdere voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel.

De motivering:

Hoewel de toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel wellicht in de rede zou hebben gelegen, zal de rechtbank daar van afzien. Indien de rechtbank die vordering tot tenuitvoerlegging zou hebben toegewezen, zou zij voor de nieuwe feiten –uiteraard- geen nieuwe ISD hebben opgelegd. Gelet op de relatief beperkte ernst van de thans bewezen verklaarde feiten zou in dat geval een verder voortduren van de voorlopige hechtenis niet zonder meer voor de hand hebben gelegen.

Doel en functie van de ISD-maatregel is in essentie het scheppen van een kader waarin een gerichte behandeling en begeleiding van betrokkene plaats kan hebben, toegespitst op diens vastgestelde concrete problemen, met als uiteindelijk beoogd gevolg het voorkomen van nieuwe strafbare gedragingen door verdachte. Indien iemand niet wenst mee te werken staat –noodgedwongen- recidivebeperking door opsluiting centraal.

Met deze centrale doelen van de ISD is moeilijk te verenigen dat een verdachte/veroordeelde op vrije voeten komt terwijl van hem is vastgesteld dat een ISD-maatregel noodzakelijk is.

Dit maatschappelijk ongewenste resultaat zou in het onderhavige geval het gevolg kunnen zijn van het toewijzen van de vordering tenuitvoerlegging indien verdachte in appel zou gaan. Dit laatste verwacht de rechtbank, mede vanwege het standpunt van verdachte dat hij niet bereid is om mee te werken aan een eventuele ISD-maatregel en artikel 14j lid 1 van het Wetboek van Strafrecht hoger beroep mogelijk maakt van de beslissing tot tenuitvoerlegging. De reden hiervoor is dat veroordeelde nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd en daardoor de vordering is gecombineerd behandeld met een nieuwe strafzaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummers: 01/845715-07, 01/845689-07 en 01/845041-08 (ter terechtzitting gevoegd)

Parketnummers vorderingen: 01/845206-06 en 01/845447-06

Datum uitspraak: 22 mei 2008

Verkort vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,

wonende te [woonplaats], [adres]

thans gedetineerd te: P.I. Noord-Brabant Noord, locatie Oosterhoek te Grave.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 8 mei 2008.

Op deze zitting heeft de rechtbank de tegen verdachte/veroordeelde, onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 1 april 2008 en 28 maart 2008.

Aan verdachte is in de tenlastelegging met parketnummer 01/845715-07 tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 30 december 2007 te 's-Hertogenbosch met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag (groot ongeveer

60 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

[Artikel 310 Wetboek van Strafrecht]

Aan verdachte is in de tenlastelegging met parketnummer 01/845689-07 tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 16 december 2007 te 's-Hertogenbosch met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening in / uit [café x] heeft weggenomen een

verpakking etenswaren (kipsaté), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 2] (eigenaar [café x]), in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren)

onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en / of

inklimming, te weten het openbreken/opentrekken van een raam van voornoemd

pand;

(artikel 311 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omsteeks 16 december 2007 te 's-Hertogenbosch ter uitvoering van

het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening in/uit [café x] weg te nemen een verpakking

etenswaren (kipsaté), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer 2] (eigenaar [café x]), in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte, en zich daarbij de toegang tot de plaats des

msidrijfs te verschaffen en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn

bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, een

raam/paneel van voornoemd pand heeft geforceerd/opengetrokken, zijnde de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

(artikel 311 juncto 45 Wetboek van Strafrecht)

Aan verdachte is in de tenlastelegging met parketnummer 01/845041-08 tenlastegelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 tot en met 24

januari 2008 te 's-Hertogenbosch ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te

nemen een of meer auto's en/of een of meer goederen uit die auto('s), geheel

of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of een

of meer andere personen, in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die auto('s)

te verschaffen en/of die/dat weg te nemen auto('s) en/of in die auto('s)

aanwezige goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak,

verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans

alleen te weten het forceren en/of verbreken en/of verbuigen van een of meer

deuren en/of ruiten van die auto('s) en/of het verbreken en/of forceren van

een of meer dashboard- en/of consoledelen en/of het openen van een/of meer

dashboardkastjes en/of het verbreken van een/of meer contactsloten, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Artikel 311 jo 45 Wetboek van Strafrecht

2.

hij een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 tot en met 24

januari 2008 te 's-Hertogenbosch tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in /

uit een auto heeft weggenomen een zonnebril en/of een radio, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren)

onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en / of

verbreking te weten het forceren en/of verbreken en/of verbuigen van een of

meer deur(en) en/ of ruit(en) van die auto;

Artikel 311 Wetboek van Strafrecht

Tengevolge van kennelijke omissies in de tenlastelegging met parketnummer 01/845041-08 begaan, is in feit 1 en feit 2 een aantal maal het woord “telkens” niet opgenomen. De rechtbank herstelt deze omissies en leest het woord “telkens” in op de plaatsen waar dit de rechtbank geraden voorkomt. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De vorderingen na voorwaardelijke veroordeling.

De zaak met parketnummer 01/845206-06 is aangebracht bij vordering van 4 april 2008. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de meervoudige kamer te 's-Hertogenbosch d.d. 20 september 2006. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.

De zaak met parketnummer 01/845447-06 is aangebracht bij vordering van 29 april 2008.

Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.

Voor zover deze vordering verwijst naar een vonnis van de politierechter d.d. 8 oktober 2007 overweegt de rechtbank dat er sprake is van een kennelijke schrijffout. De vordering betreft het onherroepelijk geworden vonnis van de meervoudige kamer in het arrondissement ’s-Hertogenbosch d.d. 11 mei 2007. De rechtbank leest het laatste in plaats van het eerste. Blijkens het onderzoek ter terechtzitting is veroordeelde hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

De geldigheid van de dagvaardingen.

De dagvaardingen voldoen aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

De bewijsbeslissing.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder parketnummer 01/845715-07 is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. De rechtbank acht evenmin wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder parketnummer 01/845689-07 onder primair is tenlastegelegd. Verdachte behoort ook daarvan te worden vrijgesproken.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs.

Parketnummer 01/845689-07

Uit de aangifte en een getuigenverklaring blijkt dat op 16 december 2007 tussen 06.30 en 06.40 uur de aangever een alarmmelding krijgt die afkomstig is uit [café x]. De eigenaar, [aangever 1] en [getuige 1] gaan naar het café en treffen omstreeks 07.00 uur verdachte aan bij de geopende koelkast met in zijn hand kipsaté, toebehorend aan aangever. (p-v p. 16 en p.20). Deze koelkast bevindt zich in de keuken, die is gesitueerd in de kelder van het pand. Aangever en getuige gaan naar de keuken omdat in de caféruimte niets bijzonders wordt aangetroffen en beneden in de keuken het licht brandt. Verdachte heeft wisselende, telkens even onaannemelijke verklaringen afgelegd over de wijze waarop hij in de keuken van het café terecht is gekomen. De rechtbank kent –ten nadele van verdachte- verder bewijswaarde toe aan het feit dat de ruit waarlangs de dader zich de toegang moet hebben verschaft tot het café netjes tegen een muur was geplaatst, niet gebleken is van een houten luik en ook anderszins uit niets blijkt dat de verklaringen van verdachte aansluiten bij de feitelijke gang van zaken in het café.

De rechtbank acht op grond van de hiervoor omschreven feiten en omstandigheden wettig en overtuigend bewezen dat verdachte na inklimming in het café heeft geprobeerd etenswaren te stelen van aangever, maar dat de toeëigening nog niet was voltooid omdat verdachte zich met de (verpakte) kipsaté nog in de keuken bevond in het café toen hij werd overlopen en aangehouden door aangever en de getuige.

Parketnummer 845041/08

De [getuige 2] (p-v pag 46 e.v.) ziet twee feiten gepleegd worden in de onmiddellijke omgeving van haar woning en meldt dit aan de politie, inclusief signalementen van de twee bij die feiten betrokken personen. De politie is binnen 1 minuut na deze melding al aanwezig. Er worden daar door de getuige en/of de politieambtenaren geen andere personen waargenomen dan de twee later aangehouden verdachten: [verdachte] en [verdachte 2]. De verdachten passen in de door de getuige opgegeven signalementen (p-v p 17-18 en p 29-31). In de processen-verbaal van aanhouding wordt verder uiteengezet dat zowel [verdachte] als [verdachte 2] bijzonder reageerden op de komst van de politie: [verdachte] rent weg nadat hij wordt aangesproken/aangeroepen door de politie en [verdachte 2] stopt juist met hard(er) lopen zodra hij de politie ziet. Verdachten zijn kort na de melding van de getuige midden in de nacht in de onmiddellijke nabijheid van de plaats van de misdrijven aangehouden. Bij [verdachte 2] is buit aangetroffen van een van de auto-inbraken. De politie doet meteen na de ontdekking van de feiten onderzoek en ontdekt daarbij dat in totaal vier auto’s zijn geforceerd in de directe omgeving (p-v p. 44-45). De werkwijze van de daders is bij de vier feiten identiek en tamelijk specifiek: het linker(voor)portier is met kracht open gebogen en de plastic kap van de stuurkolom was in alle gevallen verwijderd (aangiften en p-v p. 44-45). Geen van beide verdachten heeft een aannemelijke verklaring afgelegd over zijn aanwezigheid aldaar: [verdachte 2] beroept zich op zijn zwijgrecht en [verdachte] heeft een vaag en ontoetsbaar verhaal verteld over zijn handelen die nacht (p-v p. 49, p 55).

De latere verklaring van [verdachte 2], als zou hij de autoradio op straat hebben gevonden, acht de rechtbank gelet op de andere feiten en omstandigheden volstrekt ongeloofwaardig.

De rechtbank acht de vier ten laste gelegde feiten op grond van de hierboven omschreven feiten en omstandigheden wettig en overtuigend bewezen.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

parketnummer 01/845689-07:

op 16 december 2007 te 's-Hertogenbosch ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in [café x] weg te nemen een verpakking etenswaren (kipsaté), toebehorende aan [slachtoffer 2] (eigenaar [café x]) en zich daarbij de toegang tot de plaats des misdrijfs te verschaffen door middel van inklimming, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

parketnummer 01/845041-08:

1.

op tijdstippen in de periode van 23 tot en met 24 januari 2008 te 's-Hertogenbosch ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om telkens tezamen en in vereniging met een ander telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen goederen uit een auto toebehorende aan [slachtoffer 3] of [slachtoffer 4] en zich daarbij telkens de toegang tot die auto te verschaffen door middel van braak te weten het verbuigen van een deur van die auto, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf telkens niet is voltooid;

2.

op tijdstippen in de periode van 23 tot en met 24 januari 2008 te ’s-Hertogenbosch telkens tezamen en in vereniging met een ander telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een auto heeft weggenomen een zonnebril of een radio toebehorende aan [slachtoffer 5] of [slachtoffer 6], waarbij verdachte en zijn mededader telkens zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak te weten het verbuigen van een deur van die auto.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 45, 57, 38m, 38n, 38s, 310, 311.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft geëist:

- ten aanzien van parketnummer 01/845715-07: vrijspraak met niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij;

- ten aanzien van parketnummer 845689-07 primair en parketnummer 845041-08 feit 1 en feit 2: schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel gelet op de gelijktijdig gevorderde tenuitvoerlegging van de onder parketnummer 01/845447-06 voorwaardelijk opgelegde ISD-maatregel;

- ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 01-845447-06: toewijzen

- ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 01/845206-06:

de proeftijd verlengen met één jaar.

De op te leggen maatregel.

De rechtbank is van oordeel dat de maatregel tot plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders dient te worden opgelegd. Daartoe wordt het navolgende overwogen.

1. Ten aanzien van de bewezenverklaarde misdrijven geldt dat het feiten betreft waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten.

2. Verdachte is blijkens het uittreksel uit het documentatieregister d.d. 1 april 2008 en het onderzoek ter terechtzitting, in de vijf jaren voorafgaande aan het bewezenverklaarde, ten minste drie maal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf veroordeeld en het bewezenverklaarde is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen en voorts moet er, mede gelet op het hierna te noemen rapport, ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan;

3. De veiligheid van personen of goederen eist het opleggen van de maatregel, nu verdachte telkenmale nieuwe strafbare feiten pleegt en de oplegging van vrijheidsstraffen hem daarvan kennelijk niet weerhoudt.

De rechtbank heeft kennis genomen van een voorlichtingsrapport omtrent verdachte van Novadic Kentron d.d. 24 april 2007.

Dit rapport houdt - zakelijk weergegeven - onder meer het volgende in:

Betrokkene voldoet aan de criteria voor de definitie van veelpleger. Uit de RISc-afname blijkt dat de kans op recidive hoog is. De items opleiding, werk, leren, relaties met vrienden en kennissen, alcoholgebruik, emotioneel welzijn en houding staan in relatie tot het delict waarop deze rapportage ziet, te weten diefstal. Om het recidiverisico in de toekomst te verminderen, dienen er interventies plaats te vinden die zijn gericht op deze delictgerelateerde items. Onderzoek naar psychische problematiek, waaronder persoonlijkheids- onderzoek, is raadzaam. Op zich zijn er geen contra-indicaties voor het opleggen van een ISD-maatregel.

Uit het aanvullende voorlichtingssrapport omtrent verdachte van Novadic Kentron d.d. 25 april 2008 volgt dat de eerder geschetste problemen in hoofdlijnen nog steeds aanwezig zijn. Meer in het bijzonder vermeldt het rapport, zakelijk weergegeven, het volgende:

Gebleken is dat betrokkene zijn afspraken niet nakomt, ook niet bij andere instanties en op zijn werk. Betrokkene is niet gemotiveerd en vermijdt hulp. Er is druk van externe omstandigheden nodig om betrokkene in beweging te krijgen en te motiveren tot verandering.

Gesteld kan worden dat, met uitzondering van huisvesting en wonen, alle leefgebieden zowel een gevaars- als recidiverisico vormen. Om de risico’s te verminderen is een specifieke vorm van risicomanagement noodzakelijk, gericht op abstinentie van alcohol, op diagnostiek en behandeling van de psychische problemen naast hulp bij praktische zaken, zoals werk en financiën.

Advies: wij geven de Rechtbank in overweging betrokkene een strak juridisch kader op te leggen, om het recidiverisico te verminderen. Wij zijn van mening dat er geen contra-indicatie is voor een ISD-maatregel.

De rechtbank verenigt zich met de inhoud van de rapporten en de gronden waarop deze berusten.

De rechtbank heeft meer in het bijzonder bij haar afweging betrokken:

* de veelheid aan probleemgebieden die alle delictgerelateerd zijn,

* de eerdere pogingen om verdachte op minder vérstrekkende wijze tot gedragsverandering te brengen niet het gewenste resultaat hebben gehad en

* de houding van verdachte ten aanzien van zichzelf en de door hem gepleegde delicten

De rechtbank is op zich van oordeel dat de maatregel tot plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders van groot belang is, zowel voor de maatschappij als voor verdachte zelf, omdat de maatregel er mede toe strekt een bijdrage te leveren aan de oplossing van de psychische- en verslavingsproblematiek van verdachte. De rechtbank is niet gebleken van redenen waarom deze maatregel niet zou moeten worden opgelegd.

Om de beëindiging van de recidive van verdachte en het leveren van een bijdrage aan de oplossing van zijn problematiek alle kansen te geven en voorts ter optimale bescherming van de maatschappij en van verdachte zelf is het van groot belang dat voldoende tijd wordt genomen om de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders ten uitvoer te leggen. Daarom zal de rechtbank de maatregel voor de maximale termijn van twee jaren opleggen en de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht niet in mindering brengen op de duur van de maatregel.

De rechtbank acht het noodzakelijk dat 9 maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de maatregel een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel zal plaatsvinden en zal aldus beslissen.

De behandeling van voornoemde toets dient in februari 2009 ter zitting van deze rechtbank plaats te vinden.

De vordering van de [benadeelde partij 1].

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van het feit waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft. De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van de verdachte als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering. Deze kosten worden begroot op nihil.

De vorderingen tot tenuitvoerlegging.

De vorderingen voldoen aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vorderingen. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich in beide gevallen gedurende de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

De rechtbank overweegt dat aan verdachte reeds een voorwaardelijke ISD-maatregel is opgelegd. In haar vonnis van 11 mei 2007 met parketnummer 01/845447-06 heeft de rechtbank - gemotiveerd - de voorwaardelijke ISD-maatregel opgelegd met een proeftijd van twee jaren.

De officier van justitie heeft de tenuitvoerlegging van deze voorwaardelijk opgelegde maatregel gevorderd op de zitting van 8 mei 2008 wegens niet-naleving van de opgelegde bijzondere voorwaarden.

De rechtbank komt niet tot de vaststelling dat veroordeelde de opgelegde bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd. De rechtbank stelt echter vast dat veroordeelde zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde, te weten het niet plegen van strafbare feiten gedurende de proeftijd van de voorwaardelijk opgelegde maatregel.

Hoewel de toewijzing van die vordering wellicht in de rede zou hebben gelegen, zal de rechtbank daar van afzien. Indien de rechtbank die vordering tot tenuitvoerlegging zou hebben toegewezen, zou zij voor de nieuwe feiten –uiteraard- geen nieuwe ISD hebben opgelegd. Gelet op de relatief beperkte ernst van de thans bewezen verklaarde feiten zou in dat geval een verder voortduren van de voorlopige hechtenis niet zonder meer voor de hand hebben gelegen.

Doel en functie van de ISD-maatregel is in essentie het scheppen van een kader waarin een gerichte behandeling en begeleiding van betrokkene plaats kan hebben, toegespitst op diens vastgestelde concrete problemen, met als uiteindelijk beoogd gevolg het voorkomen van nieuwe strafbare gedragingen door verdachte. Indien iemand niet wenst mee te werken staat –noodgedwongen- recidivebeperking door opsluiting centraal.

Met deze centrale doelen van de ISD is moeilijk te verenigen dat een verdachte/veroordeelde op vrije voeten komt terwijl van hem is vast gesteld dat een ISD-maatregel noodzakelijk is.

Dit maatschappelijk ongewenste resultaat zou in het onderhavige geval het gevolg kunnen zijn van het toewijzen van de vordering tenuitvoerlegging indien verdachte in appel zou gaan. Dit laatste verwacht de rechtbank, mede vanwege het standpunt van verdachte dat hij niet bereid is om mee te werken aan een eventuele ISD-maatregel en artikel 14j lid 1 van het Wetboek van Strafrecht hoger beroep mogelijk maakt van de beslissing tot tenuitvoerlegging. De reden hiervoor is dat veroordeelde nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd en daardoor de vordering is gecombineerd behandeld met een nieuwe strafzaak.

De rechtbank zal de beide vorderingen tot tenuitvoerlegging afwijzen.

DE UITSPRAAK

T.a.v. 01/845715-07, 01/845689-07 primair:

Vrijspraak, achtende de rechtbank het tenlastegelegde niet wettig en

overtuigend bewezen.

T.a.v. 01/845715-07:

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij

[benadeelde partij 1] in haar vordering, aangezien de rechtbank van oordeel is dat

verdachte van het tenlastegelegde feit waarop de vordering is gebaseerd dient

te worden vrijgesproken.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden

begroot op nihil.

T.a.v. 01/845689-07 subsidiair, 01/845041-08 feit 1, feit 2:

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. 01/845689-07 subsidiair:

poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van

het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming

T.a.v. 01/845041-08 feit 1:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige

zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van

braak, meermalen gepleegd

T.a.v. 01/845041-08 feit 2:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak,

meermalen gepleegd

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

T.a.v. 01/845689-07 subsidiair, 01/845041-08 feit 1, feit 2:

Plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaar

Beslist tot tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de

tenuitvoerlegging van de maatregel.

Bepaalt dat het openbaar ministerie uiterlijk negen maanden na aanvang van de

tenuitvoerlegging van de maatregel bericht over de wenselijkheid en de

noodzakelijkheid van de voorzetting van de maatregel, waarna een tussentijdse

beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de maatregel zal

plaatsvinden, te weten in de maand februari 2009.

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01/845206-06:

Afwijzing van de vordering van de officier van justitie d.d. 4 april 2008.

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01/845447-06:

Afwijzing van de vordering van de officier van justitie d.d. 29 april 2008.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. drs. W.A.F. Damen, voorzitter,

mr. K. Visser en mr. W. Overbosch, leden,

in tegenwoordigheid van mr. A.W.A. Kap-Knippels, griffier,

en is uitgesproken op 22 mei 2008.

Mr. Visser en mr. Overbosch zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

11

Parketnummers: 01/845715-07, 01/845689-07, 01/845041-08 (ter terechtzitting gevoegd)

Parketnummers vorderingen: 01/845206-06, 01/845447-06

[verdachte]