Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2008:BD1676

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
02-05-2008
Datum publicatie
15-05-2008
Zaaknummer
01/820268-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van seksueel binnendringen bij iemand beneden zestien jaar (245 Sr.) danwel poging daartoe.

Verdachte heeft erkend dat hij met zijn penis enigszins in c.q. tegen de anus van aangeefster heeft geduwd. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte enige dwang heeft toegepast.

Gegeven de omstandigheden is er geen sprake van een handeling van verdachte die in strijd is met een sociaal-ethische norm, doch van een gedraging die moet worden gekenschetst als een niet exceptionele seksuele verkenningstocht in het kader van een vrijwillig seksueel contact tussen twee jongeren die verkering met elkaar hebben en die in betrekkelijk geringe mate in leeftijd verschillen. Onder die omstandigheden ontbreekt het ontuchtig karakter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/820268-08

Datum uitspraak: 02 mei 2008

Vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

wonende te [woonplaats], [adres]

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting

achter gesloten deuren van 21 april 2008.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 11 maart 2008.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op meerdere, althans een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2005 tot en met 15 januari 2006 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo en/of Helmond, met [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum] 1990), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam [slachtoffer 1]] hebbende verdachte zijn penis in de anus van [slachtoffer 1]

geduwd/gebracht;

(artikel 245 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op meerdere, althans een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2005 tot en met 15 januari 2006 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo en/of Helmond, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum] 1990), die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) te plegen, die bestond(en) uit of mede

bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam [slachtoffer 1] hebbende hij, verdachte, zijn penis tegen de anus van [slachtoffer 1] geduwd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 245 juncto 45 Wetboek van Strafrecht)

De geldigheid van de dagvaarding.

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

De vordering van de officier van justitie. (bijlage)

t.a.v. primair: vrijspraak;

t.a.v. subsidiair: een werkstraf van 50 uren subsidiair 25 dagen vervangende jeugddetentie.

De bewijsbeslissing.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte ontuchtige handelingen heeft gepleegd door zijn penis enigszins in of tegen de anus van aangeefster te duwen, waartoe het navolgende wordt overwogen.

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte enige dwang heeft toegepast, omdat de verklaringen van aangeefster en verdachte elkaar op dit punt tegenspreken. De rechtbank acht geen feiten en/of omstandigheden aanwezig om aan de verklaring van aangeefster meer geloof te hechten dan aan die van verdachte. Verder acht de rechtbank niet bewezen dat verdachte vaker dan één keer (op het toilet bij aangeefster thuis) een dergelijke handeling heeft verricht. Ook hier staan de verklaringen van verdachte en aangeefster tegenover elkaar.

Verdachte heeft erkend dat hij met zijn penis enigszins in c.q. tegen de anus van aangeefster heeft geduwd. Aan die handeling ontbreekt naar het oordeel van de rechtbank in de bijzondere omstandigheden van dit geval evenwel het ontuchtig karakter. Daartoe is van belang:

a. dat verdachte en aangeefster ten tijde van deze handeling ongeveer twee maanden verkering met elkaar hadden en, met volledig goedvinden van aangeefster, vanaf de eerste persoonlijke ontmoeting regelmatige seksuele contacten hadden, waarbinnen onder meer regelmatig vaginale penetratie plaatsvond

b. dat vast staat dat aangeefster en verdachte op enig moment hebben gesproken over de mogelijkheid van anale seks

c. dat voordat aangeefster verdachte had leren kennen zij een vriend had, met wie zij volgens haar eigen verklaring “al eens seks gehad had”;

d. dat op het moment dat genoemde handeling op het toilet plaatsvond -waarschijnlijk in december 2005- de leeftijd van aangeefster ongeveer 15 jaar en 5 maanden was en de leeftijd van verdachte ongeveer 17 jaar en 2 maanden.

Naar het oordeel van de rechtbank is in de gegeven omstandigheden niet sprake van een handeling van verdachte die in strijd is met een sociaal-ethische norm, doch van een gedraging die moet worden gekenschetst als een niet exceptionele seksuele verkenningstocht in het kader van een vrijwillig seksueel contact tussen twee jongeren die verkering met elkaar hebben en die in betrekkelijk geringe mate in leeftijd verschillen.

Onder die omstandigheden ontbreekt, zoals overwogen, het ontuchtig karakter.

Het vorenoverwogene brengt mee dat verdachte zowel van het primair tenlastegelegde als van het subsidiair tenlastgelegde dient te worden vrijgesproken.

DE UITSPRAAK

BESLISSING:

t.a.v. primair en subsidiair:

Vrijspraak, achtende de rechtbank het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. R.M.L. Heemskerk-Pleging, voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. J.A. Bik en mr. R.P.G.L.M. Verbunt, leden,

in tegenwoordigheid van mr. J. Meurs, griffier,

en is uitgesproken op 2 mei 2008.