Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2008:BC9875

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
21-04-2008
Datum publicatie
21-04-2008
Zaaknummer
01/845677-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis-motivering

Confrontatie tussen twee groepen jongeren in Rosmalen levert voor verdachte een veroordeling op wegens diefstal met geweld in vereniging. Aan verdachte wordt opgelegd onder meer een werkstraf voor de duur van 240 uur, een gevangenisstraf voor de duur van 360 dagen waarvan 273 dagen voorwaardelijk met aftrek van voorarrest met daarbij een bijzondere voorwaarde en betaling van schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/845677-07

Datum uitspraak: 21 april 2008

Vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

wonende te [adres].

1. Het onderzoek van de zaak.

1.1 Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 7 april 2008.

1.2 Het onderzoek heeft plaatsgevonden op basis van de onderstaande tenlastelegging, aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 1 februari 2008. De tenlastelegging is op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van 7 april 2008 gewijzigd. Van deze vordering is een kopie aan dit vonnis gehecht [bijlage 1]. Met inachtneming van deze wijziging is aan verdachte tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 14 oktober 2007 te Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele

telefoon (merk Nokia) en/of een paar schoenen (merk Nike Air Max) en/of een

mobiele telefoon (merk Nokia) en/of een jas en/of een paar schoenen (merk Nike

Air Max) en/of een jas (merk Scotch), een jas (merk Gsus) en/of een trui (merk Junk de Luxe) en/of pasjes, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1] en/of voornoemde [slachtoffer 2]

en/of voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], gepleegd met

het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of

om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij

de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s):

- met een (ijzeren) (honkbal)knuppel (meermalen) tegen het hoofd en/of rug van

voornoemde [slachtoffer 1] en/of voornoemde [slachtoffer 2] heeft/hebben geslagen en/of;

- met voornoemde knuppel (tegen) de kin van voornoemde [slachtoffer 4] heeft

aangeraakt/getikt en/of;

- voornoemde [slachtoffer 2] heeft/hebben vastgepakt en/of op de grond

gedrukt/getrokken en/of voornoemde [slachtoffer 1] tegen diens schouder heeft/hebben

geduwd en/of;

- (dreigend) voornoemde knuppel en/of een vuurwapen, althans een op een

vuurwapen gelijkend voorwerp, in ieder geval een voor afdreiging geschikt

voorwerp, en/of een stiletto, in ieder geval een voor afdreiging geschikt

voorwerp, aan voornoemde [slachtoffer 1] en/of voornoemde [slachtoffer 2] en/of voornoemde

[slachtoffer 5] en/of voornoemde [slachtoffer 3] en/of voornoemde [slachtoffer 4] heeft/hebben

voorgehouden/getoond, (dreigend) een vuurwapen heeft doorgeladen en/of;

- (telkens) tegen voornoemde [slachtoffer 1] en/of voornoemde [slachtoffer 2] en/of voornoemde

[slachtoffer 5] en/of voornoemde [slachtoffer 3] en/of voornoemde [slachtoffer 4] heeft/hebben gezegd:

"Ga op de grond liggen", althans worden van gelijke strekking, en/of "Haal

alles uit je zakken", althans woorden van gelijke strekking, en/of "Wie heeft

mijn neefje aangeraakt?", althans woorden van gelijke strekking;

(artikel 312 Wetboek van Strafrecht

en/of

hij op of omstreeks 14 oktober 2007 te Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld

en/of bedreiging met geweld [slachtof[slachtoffer 1]en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3]

heeft gedwongen tot de afgifte van een jas (merk Gsus) en/of een trui (merk

Junks de Luxe) en/of pasjes en/of een jas (merk Scotch), een mobiele telefoon (merk Nokia) en/of een paar schoenen (merk Nike Air Max) en/of een mobiele telefoon (merk Nokia) en/of een jas en/of een paar schoenen (merk Nike Air Max), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 1]en en/of voornoemde

[slachtoffer 2] en/of voornoemde [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke dreiging met

geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- met een (ijzeren) (honkbal)knuppel (meermalen) tegen het hoofd en/of rug van

voornoemde [slachtoffer 1] en/of voornoemde [slachtoffer 2] heeft/hebben geslagen en/of;

- met voornoemde knuppel (tegen) de kin van [slachtoffer 4] heeft aangeraakt/getikt

en/of;

- voornoemde [slachtoffer 2] heeft/hebben vastgepakt en/of op de grond

gedrukt/getrokken en/of voornoemde [slachtoffer 1] tegen diens schouder heeft/hebben

geduwd en/of;

- (dreigend) voornoemde knuppel en/of een vuurwapen, althans een

op een vuurwapen gelijkend voorwerp, in ieder geval een voor afdreiging

geschikt voorwerp, en/of een stiletto, in ieder geval een voor afdreiging

geschikt voorwerp, aan voornoemde [slachtoffer 1] en/of voornoemde [slachtoffer 2] en/of

[slachtoffer 5] en/of voornoemde [slachtoffer 3] en/of voornoemde [slachtoffer 4]

heeft/hebben voorgehouden/getoond en/of (dreigend) een vuurwapen heeft doorgeladen ;

- (telkens) tegen voornoemde [slachtoffer 1] en/of voornoemde [slachtoffer 2]

en/of voornoemde [slachtoffer 5] en/of voornoemde [slachtoffer 3] en/of voornoemde [slachtoffer 4]

heeft/hebben gezegd: "Ga op de grond liggen", althans worden van gelijke

strekking, en/of "Haal alles uit je zakken", althans woorden van gelijke

strekking, en/of "Wie heeft mijn neefje aangeraakt?", althans woorden van

gelijke strekking;

(artikel 317 Wetboek van Strafrecht)

1.3 Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

2. Overwegingen omtrent de voorvragen.

2.1 De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.

2.2 Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

2.3 Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

2.4 Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

3. De bewijsmiddelen

De door rechtbank gebezigde bewijsmiddelen zijn:

* Het proces-verbaal van de regiopolitie Brabant-Noord, district 's-Hertogenbosch, PL2116/07-019968, afgesloten op 22 februari 2008, aantal doorgenummerde bladzijden: 299 [hierna verder genoemd: p.v.];

* De verklaring van verdachte bij de rechter-commissaris op 13 december 2007;

* De verklaring van verdachte zoals deze is afgelegd ter terechtzitting van 7 april 2008.

4. De vaststaande feiten.

Op 14 oktober 2007, omstreeks 00.00 uur, heeft bij hangplek [naam] te Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch, een confrontatie plaatsgevonden tussen twee groepen personen. De ene groep bestond onder meer uit de personen [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5]1. De andere groep bestond in ieder geval uit [personen] en verdachte.2 Verdachte had een honkbalknuppel meegenomen naar deze confrontatie.3

5. De overwegingen met betrekking tot het bewijs.

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging.

5.1 De officier van justitie heeft geconcludeerd dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan diefstal met geweld en/of afpersing.

5.2 De raadsman heeft op meerdere gronden vrijspraak bepleit, te weten:

- verdachte heeft niet het oogmerk gehad om zich de goederen voor langere tijd toe te eigenen;

- verdachte kan niet als medepleger worden aangemerkt, aangezien hij niet de bedoeling heeft gehad om een beroving te plegen en hij daartoe ook geen gezamenlijk overleg heeft gevoerd met de medeverdachte;

- onvoldoende bewijs voor een bewezenverklaring van de tenlastegelegde geweldscomponenten.

Het oordeel van de rechtbank.

5.3 Verdachte heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij door [getuige 1] werd gebeld en werd gevraagd om naar hangplek De Kuil te Rosmalen te komen. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij met anderen naar de afgesproken ontmoetingsplaats is gegaan.4 De groep personen waarvan verdachte deel uitmaakte is vervolgens met twee auto’s naar genoemde hangplek gereden.5 [getuige 2], [getuige 3] en [getuige 4] hebben verklaard dat [medeverdachte] hierbij ook aanwezig was.6 [getuige 8] heeft verklaard dat [medeverdachte] bij de confrontatie tussen beide groepen aanwezig was.7 Bij het naderen van de andere groep jongens liepen twee personen voorop.8 [slachtoffer 4] heeft verklaard dat dit de personen waren die hen uiteindelijk hebben beroofd. Beide verdachten hadden hun gezicht bedekt.9 Verdachte droeg een capuchon voor zijn gezicht. [medeverdachte] droeg een donkerkleurige bandana.10

5.4 Op het moment dat de groep van verdachte naar de andere groep jongens toeliep, droeg verdachte een honkbalknuppel. Hij zwaaide op dat moment met die knuppel.11 Verdachte heeft vervolgens gevraagd “Wie heeft mijn neefje aangeraakt?” en duwde op dat moment tegen de schouder van [slachtoffer 1].12 [medeverdachte] en verdachte gaven [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] vervolgens te kennen dat zij op de grond moesten gaan liggen of zitten.13, 14 Een van de verdachten sloeg vervolgens met de knuppel [slachtoffer 2] tegen het hoofd en [slachtoffer 1] tegen de rug.15, 16 [slachtoffer 2] heeft hieraan een bult aan de linkerzijde van zijn hoofd overgehouden.17 [Slachtoffer 2] werd door een van de verdachten vastgepakt en tegen de grond geduwd. [slachtoffer 1] werd tegen de schouder geduwd. [slachtoffer 4] werd met de knuppel tegen diens kin getikt.18

5.5 [slachtoffer 5] heeft verklaard dat hij op het moment dat de tweede persoon uit de groep van verdachte naar voren kwam lopen het geluid van het naar achteren halen van de slede van een vuurwapen hoort. Hij ziet op dat moment dat de tweede persoon een vuurwapen vasthad.19 De rechtbank constateert dat meerdere getuigen een dergelijk klikkend geluid hebben gehoord.20 [slachtoffer 5] geeft voorts aan dat dit vuurwapen een zilverkleurige loop had.21 [getuige 2] heeft verklaard dat [medeverdachte] tegen haar heeft gezegd dat hij bij de beroving in Rosmalen is geweest en dat hij aldaar het vuurwapen had gebruikt om te dreigen.22

5.6 [slachtoffer 1] heeft verklaard dat de persoon met de honkbalknuppel tegen hem zei dat hij al zijn spullen uit zijn zakken moest halen. De persoon met de knuppel pakte zijn mobiele telefoon, merk Nokia en deed zijn schoenen, merk Nike Air Max uit en nam deze mee.23 [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij van beide personen zijn zakken moest leegmaken. Diens telefoon, merk Nokia hebben verdachten weggenomen en zijn jas en schoenen werden met geweld uitgetrokken en meegenomen.24 [slachtoffer 3] moest zijn jas, merk Scotch afgeven aan een van de verdachten. Verdachte heeft verklaard dat hij op een later tijdstip een mobiele telefoon heeft aangenomen waarvan hij wist dat deze van genoemde diefstal afkomstig was.25

5.7 Op grond van de voormelde feiten stelt de rechtbank vast dat er een afspraak is gemaakt tussen verdachte en [medeverdachte] om gezamenlijk naar [hangplek] te Rosmalen te gaan. Verdachte en [medeverdachte] zijn uiteindelijk samen met andere personen naar genoemde hangplek gegaan. Verdachte en [medeverdachte] geven aldaar aan de reeds aanwezige personen direct te kennen dat zij op de grond moeten gaan liggen of zitten en dat zij hun zakken moeten leegmaken. Vervolgens worden mobiele telefoons en kleding weggenomen en wordt er geslagen met de honkbalknuppel. [medeverdachte] toont op dat moment tevens een vuurwapen. Gelet op de wegnemingshandelingen van verdachte zoals hiervoor onder 5.6 is weergegeven acht de rechtbank het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening bij verdachte van de weggenomen goederen bewezen. Naar het oordeel van de rechtbank is er gelet op het geheel van feiten en omstandigheden zoals hierboven is weergegeven tevens sprake van een nauwe en bewuste samenwerking en een gezamenlijke uitvoering tussen verdachte en [medeverdachte] gericht op de diefstal met geweld en is voorts genoegzaam vast komen te staan dat daarbij gebruik is gemaakt van een vuurwapen en een honkbalknuppel. Nu verdachte en zijn medeverdachte beiden actief waren betrokken bij deze diefstal met geweld acht de rechtbank het medeplegen hiervan bewezen. Overigens heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij na de overval een mobiele telefoon heeft meegenomen.

De bewezenverklaring.

5.8 De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

op 14 oktober 2007 te Rosmalen, gemeente ’s-Hertogenbosch tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk Nokia) en een paar schoenen (merk Nike Air Max) en een mobiele telefoon (merk Nokia) en een jas en een paar schoenen (merk Nike Air Max) en een jas (merk Scotch), toebehorende aan [slachtoffer 1] of [slachtoffer 2] of [slachtoffer 3], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1] en voornoemde [slachtoffer 2] en voornoemde [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte

en zijn mededader:

- met een honkbalknuppel tegen het hoofd van voornoemde [slachtoffer 1] en rug van voornoemde [slachtoffer 2] hebben geslagen en

- met voornoemde knuppel tegen de kin van voornoemde [slachtoffer 4] heeft getikt en

- voornoemde [slachtoffer 2] hebben vastgepakt en op de grond gedrukt/getrokken en voornoemde [slachtoffer 1] tegen diens schouder hebben geduwd en

- dreigend voornoemde knuppel en een vuurwapen aan voornoemde [slachtoffer 1] en/of voornoemde [slachtoffer 2] en/of voornoemde [slachtoffer 5] en/of voornoemde [slachtoffer 3] en/of voornoemde [slachtoffer 4] hebben voorgehouden/getoond en

- tegen voornoemde [slachtoffer 1] en/of voornoemde [slachtoffer 2] en/of voornoemde [slachtoffer 3] en/of voornoemde [slachtoffer 4] hebben gezegd:

"Ga op de grond liggen", althans worden van gelijke strekking en "Haal alles uit je zakken", althans woorden van gelijke strekking, en "Wie heeft mijn neefje aangeraakt?".

5.9 Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

6. De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

7. De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

8. De oplegging van de straffen en maatregelen.

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging.

8.1 De officier van justitie heeft gevorderd een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich gedurende voornoemde proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen hem te geven door of namens de Reclassering Nederland, zolang deze instelling zulks noodzakelijk acht, ook indien dit inhoudt dat verdachte zal meewerken aan een ambulante behandeling door Novadic en de forensische kliniek De Omslag, of andere daartoe geschikte instellingen. Ten aanzien van de inbeslaggenomen goederen heeft de officier van justitie geëist verbeurdverklaring van 2 petten, een knuppel en een bandana en onttrekking aan het verkeer van de 2 wapens [bijlage 2].

8.2 De raadsman heeft primair geconcludeerd dat dient te worden volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest met daarbij eventueel een voorwaardelijk deel. De raadsman acht verder een werkstraf opportuun.

Indien de rechtbank een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend acht heeft de raadsman subsidiair verzocht om bij tussenvonnis een beslissing te nemen over het eventueel opleggen van elektronisch toezicht.

De overwegingen omtrent de op te leggen straffen en maatregelen.

8.3 Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan diefstal met geweld en bedreiging met geweld. Verdachte heeft samen met [medeverdachte] op een gewelddadige manier mobiele telefoons en kleding weggenomen van slachtoffers [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]. Verdachte en zijn [medeverdachte] zijn er voorts niet voor teruggeschrokken om ten aanzien van genoemde slachtoffers en hun medestanders [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] fors fysiek geweld toe te passen en/of te bedreigen, teneinde genoemde goederen weg te nemen. Verdachte heeft bij deze beroving een leidende rol gespeeld. De rechtbank rekent het verdachte tevens aan dat hij de persoon is geweest die het initiatief tot de confrontatie heeft genomen.

8.4 Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard aanwezig te zijn geweest bij de confrontatie en dat hij een honkbalknuppel had meegenomen. Verdachte heeft spijt getoond dat de confrontatie uit de hand is gelopen. De rechtbank constateert dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke delicten. Verdachte heeft voorts ter terechtzitting een positieve houding aangenomen en heeft aangegeven mee te willen werken aan reclasseringsbegeleiding bij een eventuele veroordeling. De rechtbank zal dit alles in het voordeel van verdachte betrekken.

8.5 De rechtbank komt tot een lichtere straf dan die, welke de officier van justitie heeft geëist, nu de rechtbank van oordeel is dat de hierna op te leggen straffen de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten voldoende tot uitdrukking brengen. De rechtbank is van oordeel dat gelet op persoonlijke omstandigheden van verdachte en zijn jonge leeftijd, naast de maximale werkstraf een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest passend is. De rechtbank is verder van oordeel dat er een deels voorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden opgelegd. Als bijzondere voorwaarde bij deze gevangenisstraf zal worden bepaald, dat verdachte zich moet houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als dat inhoudt meewerken aan een ambulante behandeling door Novadic en de forensische polikliniek De Omslag, of andere daartoe geschikte instellingen, zoals door de reclassering is geadviseerd. Het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf zal niet ten uitvoer worden gelegd als de verdachte zich gedurende de proeftijd van twee jaren aan de voorwaarden houdt. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

8.6 Op grond van het voorgaande zal de rechtbank een werkstraf opleggen voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis, alsmede een gevangenisstraf voor de duur van 360 dagen met aftrek van het voorarrest waarvan 273 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met daarbij de onder 8.5 genoemde bijzondere voorwaarden.

9. De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3].

9.1 [slachtoffer 3] heeft een civiele vordering ingediend bestaande uit € 100,- voor een gestolen jas.

9.2 De officier van justitie en de raadsman hebben geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij, nu de vordering niet is onderbouwd met stukken en derhalve niet eenvoudig van aard is. De raadsman heeft voorts aangevoerd dat indien er termen zijn om de civiele vordering toe te wijzen, er rekening gehouden dient te worden met de dagwaarde van de jas.

9.3 De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, nu vaststaat dat van [slachtoffer 3] een jas is weggenomen en de hoogte van het gevorderde bedrag naar algemene ervaring voor een jas niet onredelijk voorkomt.

9.4 De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

9.5 De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

9.6 Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

9.7 De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededader samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

10. De inbeslaggenomen goederen.

10.1 De rechtbank is van oordeel dat het in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen slagwapen [honkbalknuppel] vatbaar is voor verbeurdverklaring, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit een voorwerp is met betrekking tot welke het feit is begaan en ten tijde van dit feit aan verdachte toebehoorde.

10.2 De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen vuurwapens vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, aangezien dit voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemene belang.

10.3 De rechtbank zal voorts de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen petten, tuinbroek en sjaal [bandana] aan degene(n) die redelijkerwijs als rechthebbende(n) kan/kunnen worden aangemerkt nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen goederen.

11. Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 24c, 27, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

Gevangenisstraf voor de duur van 360 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 273 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren

en de bijzondere voorwaarde:

dat veroordeelde zich gedurende voornoemde proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen hem te geven door of namens de Reclassering Nederland, Regio 's-Hertogenbosch, Eekbrouwersweg 6, 5233 VG te 's-Hertogenbosch, zolang deze instelling zulks noodzakelijk acht, ook indien dit inhoudt meewerken aan een ambulante behandeling door Novadic en de forensische polikliniek De Omslag, of andere daartoe geschikte instellingen.

Verleent aan de Reclassering voornoemd de opdracht als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

Werkstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis

Opheffing van het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden. Deze voorlopige hechtenis is op 6 maart 2008 reeds geschorst.

Teruggave inbeslaggenomen goederen, te weten:

- 1 pet, merk New Era;

- 1 pet, merk NY Yanky's;

- 1 tuinbroek, merk Karl Kani;

- 1 sjaal [bandana], kleur blauw,

aan degene(n) die redelijkerwijs als rechthebbende(n) kan/kunnen worden aangemerkt.

Verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen, te weten: 1 slagwapen [honkbalknuppel].

Onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen, te weten:

- 1 wapen, merk Bruni automatic, incl. houder;

- 1 wapen, merk Walther P99, incl. houder.

Maatregel van schadevergoeding van EUR 100,00 subsidiair 2 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3],van een bedrag van EUR 100 (zegge: honderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 dagen hechtenis, voor een jas.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door zijn mededader is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] van een bedrag van EUR 100 (zegge: honderd euro), voor een jas.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door zijn mededader is betaald.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. I. Rijnbout, voorzitter,

mr. J.J.H. Bruggink en mr. H.M.H. de Koning, leden,

in tegenwoordigheid van mr. I.J.M. Weemers, griffier,

en is uitgesproken op 21 april 2008.

1 Zie verklaringen [slachtoffer 1], p.v. blz. 106, [slachtoffer 2], p.v. blz. 118, [slachtoffer 3], p.v. blz. 126, [slachtoffer 4], p.v. blz. 132 en [slachtoffer 5], p.v. blz. 136.

2 Zie verklaringen verdachte tegenover de rechter-commissaris, [getuige 1], p.v. blz.166, [getuige 8], p.v. blz. 178, [getuige 9], p.v. blz. 191, [getuige 3], p.v. blz. 195 en [getuige 10], p.v. blz. 198.

3 Zie verklaring verdachte tegenover de rechter-commissaris.

4 Zie verklaring verdachte bij de rechter-commissaris.

5 Zie verklaring [getuige 3], p.v. blz. 195.

6 Zie verklaringen [getuige 3], p.v. blz. 195 en [getuige 4], p.v. blz. 160.

7 Zie verklaring [getuige 8], p.v. blz. 178.

8 Zie verklaring [slachtoffer 4], p.v. blz. 131.

9 Zie verklaring [slachtoffer 2], p.v. blz. 118.

10 Zie verklaring [getuige 1], p.v. blz. 166.

11 Zie verklaring [getuige 1], p.v. blz. 167.

12 Zie verklaring [slachtoffer 5], p.v. blz. 137.

13 Zie verklaring [slachtoffer 2], p.v. blz. 118.

14 Zie verklaring [getuige 4], p.v. blz. 161.

15 Zie verklaring [slachtoffer 1], p.v. blz. 107, [slachtoffer 2], p.v. blz. 118 en [slachtoffer 3], p.v. blz. 126.

16 Zie verklaring [slachtoffer 5], p.v. blz. 138.

17 Zie verklaring [slachtoffer 2], p.v. blz. 118.

18 Zie verklaring [slachtoffer 4], p.v. blz. 132.

19 Zie verklaring [slachtoffer 5], p.v. blz. 138.

20 Zie verklaring [slachtoffer 1], p.v. blz. 107, [slachtoffer 2], p.v. blz. 118 en [slachtoffer 3], p.v. blz. 126.

21 Zie verklaring [slachtoffer 5], p.v. blz. 139.

22 Zie verklaring [getuige 2], p.v. blz. 205 en 206.

23 Zie verklaring [slachtoffer 1], p.v. blz. 107 en 110.

24 Zie verklaring [slachtoffer 2], p.v. blz. 118en 120.

25 Zie verklaring verdachte ter terechtzitting van 7 april 2008.

??

??

6

Parketnummer: 01/845677-07

[verdachte]