Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2008:BC9375

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-04-2008
Datum publicatie
15-04-2008
Zaaknummer
01/997501-07
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2011:BP9521, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft gedurende een periode van bijna 2 jaar opzettelijk een groot aantal valse werken van een kunstschilder verkocht c.q. geruild. Hij wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en tot betaling van schade aan benadeelde partijen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/997501-07

Datum uitspraak: 15 april 2008

Verkort vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1950,

wonende te [woonplaats], [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 1 april 2008.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 14 maart 2008.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

Hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot en met 29 oktober 2006

in de gemeente(n) Eindhoven en/of Tilburg en/of Arnhem en/of Dieren en/of

Apeldoorn en/of Groesbeek en/of Groningen en/of Hoofddorp, in elk geval in

Nederland, opzettelijk een (zeer) groot aantal schilderijen en/of aquarellen,

althans een of meer schilderij(en) en/of aquarel(len) waarin met inbreuk op

eens anders auteursrecht (te weten van [een kunstschilder]) beeltenissen waren

vervat, openlijk ter verspreiding heeft aangeboden en/of ter verspreiding

voorhanden heeft gehad en/of bewaard heeft uit winstbejag, terwijl hij van het

plegen van dit misdrijf daar toen zijn beroep heeft gemaakt of als bedrijf

heeft uitgeoefend.

art. 31a en b Auteurswet 1912

2.

Hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot en met 29 oktober 2006

in de gemeente(n) Eindhoven en/of Tilburg en/of Arnhem en/of Dieren en/of

Apeldoorn en/of Groesbeek en/of Groningen en/of Hoofddorp, in elk geval in

Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels,

- [slachtoffer1] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag

van 6.600,- euro of daaromtrent en/of

- [slachtoffer2] heeft bewogen tot afgifte van een geldbedrag van 42.200,-

euro of daaromtrent en/of

- [slachtoffer3] heeft bewogen tot afgifte van een geldbedrag van 45.000,- euro of

daaromtrent en/of

- [slachtoffer4] heeft bewogen tot afgifte van een geldbedrag van 2.000,- euro of

daaromtrent en/of

- [slachtoffer5] heeft bewogen tot afgifte van een geldbedrag en/of

- [slachtoffer6] heeft bewogen tot afgifte van een geldbedrag van 3.000,- euro

of daaromtrent en/of

- [slachtoffer7] heeft bewogen tot afgifte van een geldbedrag van 3.500,- euro

of daaromtrent en/of

- [slachtoffer8] heeft bewogen tot afgifte van een en/of meer werk(en) van de

kunstenaar Anton Heijboer en/of een geldbedrag van 2.200,- euro of daaromtrent

en/of

- [slachtoffer9] heeft bewogen tot afgifte van een geldbedrag van

10.000,- euro of daaromtrent;

althans voornoemde perso(o)n(en) (telkens) heeft bewogen tot afgifte van

(enig(e)) geldbedrag(en) en/of in elk geval van (telkens) enig goed, hebbende

verdachte met vorenomschreven oogmerk (telkens) valselijk en/of listiglijk

en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven- ,

aan die bovengenoemde perso(o)n(en)

een en/of meer schilderij(en) en/of aquarel(len), (telkens) (al dan niet met

korting bij contante en/of directe betaling en/of tegen een te lage

verkoopprijs), te koop en/of te ruil aangeboden tegen bovenvermelde bedrag(en)

en/of goed(eren) als zou/zouden dat/die schilderij(en) en/of aquarel(len) van

de hand van de (in de kunsthandel bekende) schilder [een kunstschilder] zijn en/of

door [een kunstschilder] zijn gesigneerd, althans terwijl die/dat schilderij(en)

en/of aquarel(len) met de naam [een kunstschilder]

was/waren gesigneerd, althans terwijl die/dat schilderij(en) en/of

aquarel(len) was/waren voorzien van een signering die gelijkenis vertoonde met

die van de schilder [een kunstschilder],

waardoor voornoemd(e) perso(o)n(en) (telkens) tot aankoop en/of ruil van

die/dat schilderij(en) en/of aquarel(len) zijn overgegaan en werd(en) bewogen

tot afgifte(n) van bovenvermelde koopprijs / koopprijzen en/of kunstwerk(en)

en aldus tot afgifte van bovengenoemd(e) geldbedrag(en) en/of goed(eren);

art. 326 Wetboek van Strafrecht

3.

Hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot en met 29 oktober 2006

in de gemeente(n) Eindhoven en/of Tilburg en/of Arnhem en/of Dieren en/of

Apeldoorn en/of Groesbeek en/of Groningen en/of Hoofddorp, in elk geval in

Nederland, (telkens) opzettelijk 41, in elk geval een of meerdere

schilderij(en) en/of aquarel(len), in elk geval een of meer werk(en) van

kunst, waarop (telkens) valselijk de naam en/of het naamsteken en/of enig

teken is geplaatst en/of (telkens) het echte teken is vervalst, te koop heeft

aangeboden en/of heeft afgeleverd en/of in voorraad heeft gehad, als ware

die/dat schilderij(en) en/of aquarel(len), in elk geval die /dat werk(en) van

kunst (telkens) van de hand van degene wiens naam of teken daarop valselijk

was aangebracht, te weten [een kunstschilder];

art. 326b aanhef en ten 2e Wetboek van Strafrecht

Tengevolge van een kennelijke omissie in de tenlastelegging begaan, is in de achtste regel van feit 3 tussen de woorden “en/of” en “in voorraad” weggevallen “ten verkoop”. De rechtbank herstelt deze omissie en leest voormelde zinsnede zoals hiervoor is vermeld. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De geldigheid van de dagvaarding.

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

1.

in de periode van 1 januari 2004 tot en met 29 oktober 2006 in Nederland, opzettelijk schilderijen en aquarellen, waarin met inbreuk op eens anders auteursrecht (te weten van [een kunstschilder]) beeltenissen waren vervat, openlijk ter verspreiding heeft aangeboden en ter verspreiding voorhanden heeft gehad en bewaard heeft uit winstbejag, terwijl hij van het

plegen van dit misdrijf daar toen zijn beroep heeft gemaakt;

2.

in de periode van 1 januari 2004 tot en met 29 oktober 2006 in Nederland, met het oogmerk om zich wederechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

- [slachtoffer1] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag van 6.600,- euro en

- [slachtoffer2] heeft bewogen tot afgifte van een geldbedrag van 42.200,- euro en

- [slachtoffer3] heeft bewogen tot afgifte van een geldbedrag van 45.000,- euro en

- [slachtoffer4] heeft bewogen tot afgifte van een geldbedrag van 2.000,- euro en

- [slachtoffer5] heeft bewogen tot afgifte van een geldbedrag en

- [slachtoffer6] heeft bewogen tot afgifte van een geldbedrag van 3.000,- euro en

- [slachtoffer7] heeft bewogen tot afgifte van een geldbedrag van 3.500,- euro en

- [slachtoffer8] heeft bewogen tot afgifte van werken van de kunstenaar Anton Heijboer en een geldbedrag van 2.200,- euro en

- [slachtoffer9] heeft bewogen tot afgifte van een geldbedrag van 10.000,- euro,

hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk (telkens) valselijk en bedrieglijk

- zakelijk weergegeven- , aan die bovengenoemde personen een of meer schilderijen en/of aquarellen, (al dan niet met korting bij contante en/of directe betaling en/of tegen een te lage verkoopprijs), te koop of te ruil aangeboden tegen bovenvermelde bedragen en/of goederen als zou/zouden dat/die schilderij(en) en/of aquarel(len) van de hand van de (in de kunsthandel bekende) schilder [een kunstschilder] zijn en/of door [een kunstschilder] zijn gesigneerd, waardoor voornoemde personen (telkens) tot aankoop of ruil van die/dat schilderij(en) en/of aquarel(len) zijn overgegaan en werden bewogen tot afgifte van bovenvermelde koopprijs en/of kunstwerken;

3.

in de periode van 1 januari 2004 tot en met 29 oktober 2006 in Nederland, opzettelijk 41 schilderijen en aquarellen, waarop telkens valselijk de naam of het naamsteken is geplaatst, te koop heeft aangeboden en heeft afgeleverd en ten verkoop in voorraad heeft gehad, als ware die schilderijen en aquarellen telkens van de hand van degene wiens naam of teken daarop valselijk was aangebracht, te weten [een kunstschilder].

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte van het hem tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.

De rechtbank verwerpt het verweer en acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte bovenstaande feiten opzettelijk (feit 1 en 3) respectievelijk met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen (feit 2) heeft gepleegd. De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij de schilderijen van ene [persoon1] heeft gekocht en dat hij niet wist dat deze schilderijen vals waren niet geloofwaardig, gelet op met name de volgende bewijsmiddelen:

* [een kunstschilder] heeft aangifte gedaan van vervalsing van zijn werken (D-4). Tevens heeft hij verklaard (G04-02) dat de werken die door de FIOD-ECD in beslag zijn genomen waarop zijn naam en/of teken is geplaatst en hem tijdens zijn verhoor zijn voorgehouden niet door hem zijn gemaakt en gesigneerd.

* Verdachte heeft verklaard dat hij de schilderijen begin februari 2004 heeft gekocht van [persoon1], een kunsthandelaar uit Arnhem. Verdachte heeft geen adres of een telefoonnummer van [persoon1] weten te noemen, noch enige andere concrete, verifieerbare informatie met betrekking tot de persoon dan wel de handel van deze [persoon1] gegeven.

* De in deze zaak door de politie gehoorde getuigen, die bekend zijn in de kunstwereld, kennen geen kunsthandelaar [persoon1] uit Arnhem.

* Uit het belastingsysteem BVR (Beheer van Relatie) is geen [persoon1] te Arnhem bekend geworden die voldoet aan de door verdachte gegeven omschrijving van die persoon.

* Verdachte heeft verklaard dat getuige [slachtoffer3] aan [persoon1] het telefoonnummer van verdachte heeft gegeven. [slachtoffer3] heeft verklaard (G08-01) dat hij deze persoon niet kent en derhalve niet aan deze persoon het telefoonnummer van verdachte kan hebben gegeven.

* Verdachte heeft verklaard dat hij op een zondagmiddag in 2004 bij [een kunstgalerij] in Eindhoven is geweest met foto’s van werken van [een kunstschilder] die hij van [persoon1] aangeboden had gekregen. [getuige1] ([een kunstgalerij]) heeft dit weersproken en verklaard dat verdachte hem in 2004 geen foto’s met werken van [een kunstschilder] heeft getoond (G01-02).

* [getuige2] heeft verklaard (G02-01, G02-02, G02-03 en zijn verklaring van 20 maart 2008) dat verdachte vanaf halverwege 2005 tot november 2006 spieramen en doeken dat met afwijkende maten bij hem heeft gekocht. Tevens heeft hij verklaard hij de spieramen met afwijkende maten niet op voorraad had en op bestelling maakte voor verdachte. Verdachte was de enige die ooit deze afwijkende maten bij hem bestelde. Hij heeft de spieramen aan verdachte verkocht met blanco doeken. Na confrontatie met de inbeslaggenomen schilderijen op 20 maart 2008 herkent [getuige2] meer dan 20 spieramen met doeken en 10 (losse) doeken als van hemzelf afkomstig. [getuige2] herkent deze spieramen met doeken onder meer aan de manier van spijkeren, het afknippen van het doek, de afwerking op de achterkant en aan de afdrukken die zijn spantang achterlaat. Tevens herkent hij de doeken aan de spijkergaten, de door hem geplaatste potloodstreepjes en het soort linnen dat hij altijd gebruikt.

* De vrouw van verdachte, die kunstenares is, heeft verklaard (G05-01) dat zij of haar partner kant en klare doeken koopt in standaardmaten die in de aanbieding zijn en dat zij nooit spieramen op maat heeft laten maken. De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij de doeken die hij bij [getuige2] bestelde voor het eigen werk van zijn vrouw kocht daarom niet geloofwaardig.

* Verdachte heeft verklaard dat de doeken van [een kunstschilder] van eind januari 2004 tot en met medio april 2007 verspreid in zijn woning, met name ook in de woonkamer, hebben gestaan. Diverse deurwaarders hebben vastgesteld dat er op 2 juni 2004, 23 december 2004 en 15 november 2005 geen schilderijen in de woning van verdachte aanwezig waren en dat er op 18 november 2005 en 3 april 2006 slechts drie schilderijen in de woning van verdachte aanwezig waren (AH-19).

De rechtbank neemt tevens in aanmerking dat de verklaring van verdachte met betrekking tot zijn financiering van de aanschaf van de schilderijen – evenals zijn verklaring met betrekking tot de herkomst daarvan – niet verifieerbaar is en niet wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. Verdachte hield ook geen boekhouding bij.

Op grond van bovenstaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte moet hebben geweten dat de schilderijen vals waren op het moment dat hij deze verkocht c.q. afleverde.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 24c, 27, 36b, 36c, 36f, 57, 326, 326b;

Auteurswet 1912 art. 31a, 31b.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

* Bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten;

* Gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;

* Onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen schilderijen en aquarellen zoals door de FIOD-ECD genummerd als bijlagen en genoemd in de verklaring van [een kunstschilder] op 23 augustus 2007 (G04-02).

De op te leggen straf(fen) en/of maatregel(en).

Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dienen te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte:

- de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- verdachte heeft gedurende een periode van een bijna 2 jaar opzettelijk een groot aantal valse werken van [een kunstschilder] verkocht c.q. geruild;

- verdachte heeft door het plegen van deze feiten kunstschilder [een kunstschilder] ernstig benadeeld;

- verdachte heeft door het plegen van deze feiten inbreuk gemaakt op de integriteit van de kunsthandel;

- verdachte heeft ernstig misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de benadeelden in hem stelden en gehandeld uit puur winstbejag;

- verdachte werd terzake van strafbare feiten soortgelijk aan de door hem gepleegde feiten blijkens een hem betreffend uittreksel uit het algemeen documentatieregister reeds eerder veroordeeld.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

Met betrekking tot een deel van de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank bepalen dat dat deel van die straf niet zal worden tenuitvoergelegd mits verdachte zich tot het einde van de hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit voorwerpen zijn met betrekking tot welke de feiten zijn begaan.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer5].

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, een bedrag van € 16.600,- terzake 7 doeken [een kunstschilder] rechtstreeks gekocht van verdachte (€ 19.000,- -/- € 2.400,-).

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van haar vordering, aangezien deze niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

De benadeelde partij kan dit onderdeel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op € 1.190,- . Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer3].

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, een bedrag van € 16.400,- terzake 14 doeken en aquarellen (€ 21.400,- -/- € 5.000,-).

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van haar vordering, aangezien deze niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

De benadeelde partij kan dit onderdeel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op € 1.190,-. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer4].

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer9].

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, een bedrag van € 10.000,- terzake 5 schilderijen met een inkoopwaarde van € 2.000,- per stuk.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van haar vordering, aangezien deze niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

De benadeelde partij kan dit onderdeel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer2].

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer6].

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, aangezien deze niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

De benadeelde partij kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal de kosten van partijen compenseren aldus dat elke partij haar eigen kosten draagt.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1:

zijn beroep maken van het opzettelijk een voorwerp waarin met inbreuk op eens anders auteursrecht een werk is vervat openlijk ter verspreiding aanbieden en ter verspreiding voorhanden hebben en bewaren uit winstbejag

T.a.v. feit 2:

oplichting, meermalen gepleegd

T.a.v. feit 3:

opzettelijk een werk van kunst, waarop valselijk enige naam of enig teken is geplaatst, te koop aanbieden, afleveren en ten verkoop in voorraad hebben, als ware dat werk van de hand van degene wiens naam of teken daarop valselijk is aangebracht, meermalen gepleegd

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3:

Gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten: de inbeslaggenomen schilderijen en aquarellen zoals door de FIOD-ECD gekenmerkt als bijlage bij het proces-verbaal met de volgende nummers: 10A t/m 25A, 27A, 29A t/m 42A, 46A, 48A, 49A, 62A, 95 t/m 108, 125, 126, 128, 129, 134 en 135.

T.a.v. feit 2:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 16.600,00 subsidiair 113 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer5] van een bedrag van EUR 16.600,- (zegge: zestienduizendzeshonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 113 dagen hechtenis. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde

betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer5], van een bedrag van EUR 16.600,- (zegge: zestienduizendzeshonderd euro).

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden begroot op EUR 1.190,-. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

T.a.v. feit 2:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 16.400,00 subsidiair 112 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer3] van een bedrag van EUR 16.400,- (zegge:

zestienduizendvierhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 112 dagen hechtenis. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde

betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer3], van een bedrag van EUR 16.400,- (zegge: zestienduizendvierhonderd euro).

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden begroot op EUR 1.190,-.Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

T.a.v. feit 2:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 2.000,00 subsidiair 40 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer4] van een bedrag van EUR 2.000,- (zegge: tweeduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 40 dagen hechtenis. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer4], van een bedrag van EUR 2.000,- (zegge: tweeduizend euro).

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

T.a.v. feit 2:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 10.000,00 subsidiair 80 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer9] van een bedrag van EUR 10.000,- (zegge: tienduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 80 dagen hechtenis. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer9] , van een bedrag van EUR 10.000,- (zegge: tienduizend euro).

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden begroot op nihil. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

T.a.v. feit 2:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 31.700,00 subsidiair 188 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer2] van een bedrag van EUR 31.700,- (zegge: éénendertigduizendzevenhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 188 dagen hechtenis. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer2], van een bedrag van EUR 31.700,- (zegge: éénendertigduizendzevenhonderd euro).

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

T.a.v. feit 2:

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer6] in haar vordering.

Compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.W.H. Renneberg, voorzitter,

mr. N.M. Spelt en mr. R.M.L. Heemskerk-Pleging, leden,

in tegenwoordigheid van mr. E. de Dooij, griffier,

en is uitgesproken op 15 april 2008.

15

Parketnummer: 01/997501-07

[verdachte]