Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2008:BC8204

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
02-04-2008
Datum publicatie
02-04-2008
Zaaknummer
01/825567-07
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2009:BK5126, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verkeersongeval te Gemert met een dodelijk slachtoffer en een slachtoffer met letsel, waarbij verdachte onder invloed was van 730 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht, bestraft met een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van twee jaren en een rijontzegging voor de duur van 5 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/825567-07

Datum uitspraak: 02 april 2008

Verkort vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[ verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

wonende te [woonplaats] [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 19 maart 2008.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 19 februari 2008.

De tenlastelegging is op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van 19 maart 2008 gewijzigd.

Aan verdachte is met inbegrip van deze wijziging tenlastegelegd dat:

1. hij op of omstreeks 14 oktober 2007 te Gemert, gemeente Gemert-Bakel, als

verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (zijnde een

personenauto), rijdende over de weg, de Rooije Hoefsedijk, zich zodanig heeft

gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft

plaatsgevonden, door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk,

onvoorzichtig en/of onoplettend en/of terwijl het alcoholgehalte van zijn

adem bij een onderzoek 730 microgramalcohol, in elk geval hoger dan 220

microgram alcohol, per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, over die Rooije Hoefsedijk te rijden en zijn snelheid niet zodanig te regelen dat hij in staat

was zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen een afstand waarover hij

de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of met een toen voor het

veilig verkeer ter plaatse te hoge snelheid te rijden en/of niet voortdurend

in staat is geweest de handelingen te verrichten die van hem werden vereist

en/of niet voortdurend zijn motorrijtuig onder controle heeft gehad, ten

gevolge waarvan een botsing en/of aanrijding heeft plaatsgevonden

tussen/met/door dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig en/of de

voetganger(s)[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] waardoor een ander,

te weten [slachtoffer 1] werd gedood en/of die [slachtoffer 2 ], zwaar

lichamelijk letsel, te weten een beschadiging van de hersenstam en/of zwaar

hersenletsel” en/of (in ieder geval) epiduraal hematoom en/of een schedelbasisfractuur en/of een impressie fractuur linker schedel en/of aangezichtsfracturen en/of een clavicula fractuur”en/of een bloeding in de hersenen werd toegebracht,of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, terwijl hij verkeerde in een toestand als bedoel in

artikel 8, eerste of tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994.

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden,

voorzover daaraan in de Wegenverkerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in

dezelfde betekenis te zijn gebezigd.

(Artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

1. hij op of omstreeks 14 oktober 2007 te Gemert, gemeente Gemert-Bakel, als

bestuurder van een voertuig (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na

zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn

adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid en onder a van

de Wegenverkeerswet 1994, 730 microgram, althans hoger dan 220 microgram,

alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.

(Artikel 8 lid 2 onder a van de WVW1994)

2. hij op of omstreeks 14 oktober 2007 te Gemert, gemeente Gemert-Bakel, als

bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) daarmee rijdend op de Rooije Hoefsedijk zijn snelheid niet zodanig te regelen dat hij in staat was zijn

motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen een afstand waarover hij de weg

kon overzien en waarover deze vrij was en/of met een toen voor het veilig

verkeer ter plaatse te hoge snelheid te rijden en/of niet voortdurend in staat

is geweest de handelingen te verrichten die van hem werden vereist en/of niet

voortdurend zijn motorrijtuig onder controle heeft gehad, ten gevolge waarvan

een botsing en/of aanrijding heeft plaatsgevonden tussen/met/door dat door

hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig en/of de voetganger(s)[slachtoffer 1]

en/of [slachtoffer 2] door welke gedraging(en) van verdachte gevaar

op de weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt en/of het verkeer

op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

(Artikel 5 van de WVW1994)

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De geldigheid van de dagvaarding.

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

Bewijsoverweging.

De raadsman heeft op de gronden zoals weergegeven in zijn pleitnotities bepleit dat zijn cliënt moet worden vrijgesproken van het hem primair tenlastegelegde feit. Naar het oordeel van de raadsman ontbreekt het bewijs voor de schuld als bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

De rechtbank is anders dan de raadsman van oordeel dat er wel sprake is van schuld als bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswert 1994. Verdachte reed immers onder invloed van een grote hoeveelheid alcohol (730 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht) op een voor hem bekende onverlichte weg, terwijl hij vóór het ongeval - blijkens het technisch proces-verbaal - in het geheel niet heeft geremd, ondanks het feit dat hij blijkens de gehouden zichtbaarheidsproef in ieder geval het vrouwelijk slachtoffer tevoren had moeten opmerken. Verdachte heeft aldus naar het oordeel van de rechtbank zeer onvoorzichtig en onoplettend gereden.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

op 14 oktober 2007 te Gemert, gemeente Gemert-Bakel, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (zijnde een personenauto), rijdende over de weg, de Rooije Hoefsedijk, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door zeer onvoorzichtig en onoplettend en terwijl het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek 730 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, over die [adres 1] te rijden en zijn snelheid niet zodanig te regelen dat hij in staat was zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen een afstand waarover hij

de weg kon overzien en waarover deze vrij was en met een toen voor het veilig verkeer ter plaatse te hoge snelheid te rijden en niet voortdurend in staat te zijn de handelingen te verrichten die van hem werden vereist, ten gevolge waarvan een aanrijding heeft plaatsgevonden tussen dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig en de voetgangers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] waardoor een ander, te weten [slachtoffer 1], werd gedood en die [slachtoffer 2 ], zwaar lichamelijk letsel, te weten zwaar hersenletsel en epiduraal hematoom en een schedelbasisfractuur en een impressie fractuur linker schedel en aangezichtsfracturen en een clavicula fractuur en een bloeding in de hersenen werd toegebracht, terwijl hij verkeerde in een toestand als bedoel in artikel 8, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 27, 57.

Wegenverkeerswet 1994 art. 6, 8, 175, 179.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

Ten aanzien van het primair tenlastegelegde feit (roekeloos rijgedrag) een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar, met aftrek van voorarrest en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 5 jaar, met aftrek van de tijd dat het rijbewijs is ingehouden. Voorts teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen auto.

De op te leggen straf en bijkomende straf.

Bij de beslissing over de straf en bijkomende straf die aan verdachte dienen te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank enerzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte:

- de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- verdachte heeft onder invloed van een grote hoeveelheid alcohol een ongeval veroorzaakt als gevolg waarvan twee argeloze voetgangers, die een paar vormden en in de bloei van hun leven waren, het slachtoffer zijn geworden. Één van hen is overleden en de ander zeer zwaar gewond geraakt. Het gewonde slachtoffer is nog niet hersteld en de vraag resteert of hij uiteindelijk geheel van zijn verwondingen zal herstellen. Verdachte heeft door zijn handelen onbeschrijflijk en onherstelbaar leed toegebracht aan deze slachtoffers en hun omgeving;

- het door verdachte gepleegde strafbare feit heeft een enorme schok veroorzaakt en tot grote verontwaardiging geleid in de plaatselijke gemeenschap.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank anderzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheid die tot matiging van de straf heeft geleid:

- verdachte heeft er blijk van gegeven dat hij de ernst van het door hem toegebrachte leed inziet.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

Met betrekking tot een deel van de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank bepalen dat dat deel van die straf niet zal worden tenuitvoergelegd mits verdachte zich tot het einde van de hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken. De rechtbank wil daarmee de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

De rechtbank zal een lagere gevangenisstraf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf, nu de rechtbank van oordeel is dat de op te leggen gevangenisstraf de ernst van het bewezenverklaarde voldoende tot uitdrukking brengt. De rechtbank komt daartoe meer bepaald omdat zij in tegenstelling tot de officier van justitie van oordeel is dat er geen sprake is geweest van roekeloos rijgedrag.

De rechtbank is van oordeel dat, ondanks de verklaring van verdachte dat hij zijn rijbewijs niet kan missen in verband met een goede uitoefening van zijn werkzaamheden, toch een lange onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid als bijkomende straf dient te worden opgelegd, nu enerzijds de ernst van het begane delict en anderzijds de van deze straf te verwachten preventieve werking zulks rechtvaardigen.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van het in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerp aan verdachte nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van het inbeslaggenomen goed.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval

betreft waardoor een ander wordt gedood, terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van deze wet.

en

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht, terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, tweede lid, van deze wet.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

T.a.v. primair:

- een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

T.a.v. primair:

- een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen (bromfietsen daaronder

begrepen) voor de duur van 5 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 179 lid 6 Wegenverkeerswet 1994.

Teruggave inbeslaggenomen goed, te weten: een personenauto, merk Citroën, type Berlingo 1.8D, kenteken [kenteken 1], aan veroordeelde.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.F. van Hoorn, voorzitter,

mr. G.A.F.M. Wouters en mr. P.A. Buijs, leden,

in tegenwoordigheid van G.A.M. de Laat, griffier,

en is uitgesproken op 2 april 2008.

7

Parketnummer: 01/825567-07

[ verdachte]