Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2008:BC8085

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
31-03-2008
Datum publicatie
31-03-2008
Zaaknummer
01/825661-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Werkstraf van 100 uur voor het plegen van ontucht (waaronder een tongzoen) met een 14-jarig meisje.

Vrijspraak van verkrachting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/825661-07

Datum uitspraak: 31 maart 2008

Verkort vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,

wonende te [adres] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 17 maart 2008.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 13 februari 2008. De tenlastelegging is op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van 17 maart 2008 gewijzigd. Van deze vordering is een kopie aan dit vonnis gehecht [bijlage 1]. Met inachtneming van deze vordering is aan verdachte tenlastegelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 januari 2006 te Eindhoven door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 1], hebbende verdachte zijn vinger(s) in de vagina van [slachtoffer 1] gebracht en/of zijn penis en/of zijn tong in de mond van [slachtoffer 1] gebracht en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte [slachtoffer 1] bij de schouder en/of haren heeft vastgepakt en/of (vervolgens) [slachtoffer 1] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Je moet me pijpen" en/of (vervolgens) [slachtoffer 1] een mes heeft voorgehouden en/of bij/tegen de keel van (slachtoffer) heeft gehouden en/of (vervolgens) het hoofd van [slachtoffer 1] heeft vastgepakt en in de richting van zijn penis heeft geduwd en/of de hand van [slachtoffer 1] (met kracht) op zijn penis heeft gelegd en op en neer heeft bewogen en (aldus) voor [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

(Artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in de periode van 1 januaro 2006 tot en met 31 januari 2006 te Eindhoven, met [slachtoffer 1] (geboortedatum (geboortedatum) 1991), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 1], hebbende verdachte [slachtoffer 1] gezoend en/of zijn tong in de mond van [slachtoffer 1] geduwd/gebracht/geduwd en/of zijn vingers in de vagina van [slachtoffer 1] gebracht en/of de vagina van [slachtoffer 1] (over de kleding heen) betast en/of hebbende verdachte de hand van [slachtoffer 1] (met kracht) op zijn penis heeft gelegd en op en neer heeft bewogen en/of hebbende verdachte zijn penis in de mond van [slachtoffer 1] gebracht;

(Artikel 245 Wetboek van Strafrecht)

Meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 januari 2006 te Eindhoven met [slachtoffer 1] (geboortedatum (geboortedatum) 1991() die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt , buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit of mede bestaande uit:

- het betasten van het lichaam en/of de borsten en/of de vagina van [slachtoffer 1] en/of

- het laten betasten van zijn penis door [slachtoffer 1].

(Artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 16 september 2007 te Eindhoven door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 1], hebbende verdachte zijn vinger(s) in de vagina van [slachtoffer 1] gebracht en/of zijn penis en/of zijn tong in de mond van [slachtoffer 1] gebracht en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte [slachtoffer 1] bij de (linker)schouder heeft gepakt en/of (vervolgens) [slachtoffer 1] dreigend heeft gezegd dat [slachtoffer 1] hem moest pijpen en daaraan (dreigend) de woorden heeft toegevoegd "ik zou dit maar doen want anders kunnen er nare dingen gebeuren" en/of (vervolgens) het hoofd van [slachtoffer 1] heeft vastgepakt en in de richting van zijn penis heeft geduwd en/of (vervolgens) het hoofd van [slachtoffer 1] naar voor en achteren heeft gedwud (aldus) voor [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

(Artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 16 september 2007 te Eindhoven, met [slachtoffer 1] (geboortedatum (geboortedatum) 1991), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 1], hebbende verdachte [slachtoffer 1] gezoend en/of zijn tong in de mond van [slachtoffer 1] geduwd/gebracht/geduwd en/of zijn vingers in de vagina van [slachtoffer 1] gebracht en/of de vagina van [slachtoffer 1] (over de kleding heen) betast;

(Artikel 245 Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De geldigheid van de dagvaarding.

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

Vrijspraak.

T.a.v. feit 1 primair.

Verdachte heeft zowel bij de politie als ter terechtzitting verklaard dat (slachtoffer) de seksuele handelingen die hij in januari 2006 bij haar heeft gepleegd vrijwillig en in samenspraak met verdachte heeft ondergaan en dat er aldus geen sprake is geweest van verkrachting. Hier staat tegenover als enig rechtstreeks bewijsmiddel ten aanzien van het onderhavige feit hetgeen aangeefster (slachtoffer) daarover heeft verklaard aan de politie. De rechtbank constateert dat de verklaringen van (slachtoffer) met betrekking tot het onderhavige feit op essentiële punten tegenstrijdigheden bevatten en niet consistent zijn. Gelet hierop acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 1 primair is tenlastegelegd, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

T.a.v. feit 2 primair en feit 2 subsidiair.

De rechtbank stelt vast dat (slachtoffer) bij de politie heeft verklaard dat zij door verdachte is verkracht op 16 september 2007, omstreeks 14.00 uur, nabij de Shakespearlaan te Eindhoven. Verdachte heeft zijn betrokkenheid bij dit feit van meet af aan ontkend. De rechtbank constateert dat het dossier meerdere getuigenverklaringen bevat waarin telkens wordt aangegeven dat verdachte zich op genoemde datum en tijdstip bevond in de voetbalkantine van voetbalclub (naam voetbalclub) aan de (adres). Dit is gelegen op een aanzienlijke afstand van genoemde Shakespearlaan. Voorts bevat het dossier een onderzoek naar de telefoongegevens van verdachte, waaruit blijkt dat bij de gesprekken die op 16 september 2007 tussen 12.00 uur en 16.00 uur met de mobiele telefoon van verdachte zijn gevoerd gebruik is gemaakt van de mastlokatie aan de Fakkellaan te Eindhoven, gelegen in de directe nabijheid van genoemde voetbalvereniging aan de (adres). Het vorenstaande ondersteunt naar het oordeel van de rechtbank de verklaring van verdachte dat hij na de voetbalwedstrijd in de kantine van genoemde voetbalclub is gebleven en aldus niet op de plaats van de vermeende verkrachting is geweest. Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 2 primair en subsidiair is tenlastegelegd, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

1. ( subsidiair)

in de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 januari 2006 te Eindhoven, met [slachtoffer 1] (geboortedatum (geboortedatum) 1991), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 1], hebbende verdachte [slachtoffer 1] gezoend en zijn tong in de mond van [slachtoffer 1] gebracht en de vagina van [slachtoffer 1] over de kleding heen betast.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken. De rechtbank acht in het bijzonder niet wettig en overtuigend bewezen de onderdelen van de tenlastelegging die betrekking hebben op het (met kracht) brengen van de hand van (slachtoffer) op de penis van verdachte en het op en neer bewegen hiervan en het pijpen van verdachte, zoals deze onderdelen aan feit 1 subsidiair zijn toegevoegd middels de hiervoor genoemde vordering tot wijziging van de tenlastelegging. Uit het dossier blijkt uit beider verklaringen dat (slachtoffer) verdachte heeft afgetrokken op zijn verzoek. De rechtbank is echter van oordeel dat verdachte op dit punt geen leidende rol heeft gespeeld zoals verdachte wordt verweten in de vordering tot wijziging van de tenlastelegging. De rechtbank constateert voorts dat met betrekking tot het pijpen vele uiteenlopende verklaringen zijn afgelegd, zowel door aangeefster als door verdachte. Verdachte heeft van aanvang af ontkend dat hij door (slachtoffer) is gepijpt. Naar het oordeel van de rechtbank bevat het dossier geen aanknopingspunten om te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van verdachte op dit punt.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 27 en 245 van het Wetboek van Strafrecht.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie [bijlage 2].

T.a.v. feit 1 primair, feit 2 primair en feit 2 subsidiair:

- vrijspraak;

T.a.v. feit 1 subsidiair:

- gevangenisstraf voor de duur van 90 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht waarvan 74 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren;

- werkstraf voor de duur van 160 uren subsidiair 80 dagen hechtenis;

- gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] tot een bedrag van 750 euro met daarbij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ingevolge artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht; niet-ontvankelijk verklaring van genoemde benadeelde partij in het overige deel van haar vordering.

De op te leggen straf.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte:

- de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- Verdachte is seksueel contact aangegaan met aangeefster van wie hij dacht dat ze tussen de 14 jaar en 16 jaar oud was. Hij heeft daarmee de gevoelens en belangen van aangeefster ondergeschikt gemaakt aan zijn eigen wensen. Door het leeftijdsverschil is er nimmer sprake geweest van een gelijkwaardige relatie tussen verdachte en aangeefster. Aangeefster was door haar jeugdige leeftijd (14 jaar) extra kwetsbaar en heeft de consequenties van haar handelen niet volledig kunnen overzien en naar bekend mag worden verondersteld kan een dergelijk seksueel contact op die leeftijd voor het slachtoffer nadelige gevolgen op emotioneel en seksueel vlak met zich meebrengen.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf. De rechtbank is van oordeel dat de op te leggen straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt. Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank een werkstraf van na te melden duur op zijn plaats.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, aangezien deze niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

De rechtbank zal, nu de vordering niet wordt toegewezen, de benadeelde partij veroordelen in de kosten. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.

De benadeelde partij kan deze onderdelen van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

DE UITSPRAAK

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 1 primair, feit 2 primair en feit 2 subsidiair is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

T.a.v. feit 1 subsidiair:

met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

T.a.v. feit 1 subsidiair:

Werkstraf voor de duur van 100 uren subsidiair 50 dagen hechtenis met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht

De rechtbank waardeert een in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebrachte dag op 2 uur te verrichten arbeid.

T.a.v. feit 1 subsidiair:

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 1] in haar vordering.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.A. Bik, voorzitter,

mr. Ch. Dunnewijk en mr. W.J. Kolkert, leden,

in tegenwoordigheid van mr. I.J.M. Weemers, griffier,

en is uitgesproken op 31 maart 2008.