Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2008:BC6566

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
18-02-2008
Datum publicatie
13-03-2008
Zaaknummer
AWB 07/2251
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het verzoek tot vergoeding van een aangepaste chauffeursstoel is door verweerder afgewezen omdat het niet om een individueel aangepaste stoel maar een individueel ingestelde stoel gaat. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank geenszins onderbouwd dat ten tijde in geding de aanschaf van de litigieuze ergonomische chauffeursstoel - die op allerlei wijze ingesteld kan worden - algemeen gebruikelijk was zoals bedoeld in het Reïntegratiebesluit. Dat deze chauffeursstoel gewoon in de handel verkrijgbaar is en niet speciaal voor de chauffeur is gemaakt, is niet van (doorslaggevend) belang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH

Sector bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 07/2251

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 februari 2008

inzake

Lockant Trucking B.V.,

te Reek,

eiseres,

gemachtigde H.W. van den Broek, directeur,

tegen

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,

te Amsterdam,

verweerder,

gemachtigde M.J.H. Maas, werkzaam bij het Uwv-kantoor te Eindhoven.

Procesverloop

Bij besluit van 15 maart 2007 heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot vergoeding van een aangepaste chauffeurstoel afgewezen.

Het hiertegen door eiseres gemaakte bezwaar is door verweerder bij besluit van 22 juni 2007 ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

De zaak is behandeld op de zitting van 6 februari 2008, waar eiseres is verschenen bij gemachtigde. Verweerder is verschenen bij gemachtigde.

Overwegingen

1. Aan de orde is de vraag of verweerder terecht en op goede gronden de verzochte vergoeding voor de aangepaste chauffeursstoel heeft afgewezen.

2. Op 17 januari 2007 heeft verweerder een aanvraag voorzieningen gedateerd 10 januari 2007 ontvangen. Tevens heeft eiseres een aanvraag subsidie voorziening werkgever gedateerd 9 januari 2007 ingediend. Eiseres heeft blijkens deze aanvragen verzocht om subsidie voor meerkosten in verband met aanpassing van een arbeidsplaats, bestaande uit een chauffeursstoel, voor haar werknemer [werknemer] (hierna: [werknemer]). Bij de aanvragen heeft eiseres zowel de offerte als de factuur van SAVAS betreffende de chauffeursstoel gevoegd en het advies van de bedrijfsarts van eiseres van 15 december 2006.

3. Op 28 februari 2007 is [werknemer] onderzocht door de verzekeringsarts van verweerder. De verzekeringsarts heeft geconstateerd dat bij [werknemer] sprake is van bovengemiddelde lichaamsmaten. Een autostoel moet op deze maten aangepast zijn qua lengte, breedte, hoogte en demping/veermechanisme. Daarnaast is sprake van een toegenomen lumbaal lordose met compensatoir wat verder naar achter stekend sacrum. Daardoor zal een stoel in elk geval een zitting moeten hebben welke ruim voldoende qua lengte is. Als gevolg van de toegenomen lumbaal lordose zal de stoel verder een royale lumbaalsteun moeten hebben, alsmede extra zijdelingse steun om overmatige zijdelingse bewegingen tijdens het rijden te voorkomen. De verzekeringsarts heeft geconcludeerd dat voor de gevraagde werkvoorziening een medische noodzaak geldt conform de bovengenoemde eisen.

Vervolgens heeft de arbeidsdeskundige geconcludeerd dat niet kan worden overgegaan tot verstrekking van de gevraagde voorziening, omdat de aangeschafte chauffeursstoel als algemeen gebruikelijk dient te worden gezien. Daarop heeft verweerder de aanvraag afgewezen.

4. Blijkens het bestreden besluit stelt verweerder zich op het standpunt dat terecht geen subsidie voor de chauffeursstoel is toegekend. De bezwaararbeidsdeskundige is tot de conclusie gekomen dat het niet gaat om een speciale op de persoon aangepaste stoel. De bezwaararbeidsdeskundige is van mening dat uit de offerte van SAVAS blijkt dat het gaat om een stoel die normaal in het assortiment van SAVAS zit en die voorzien is van diverse instelmogelijkheden. De stoel dient specifiek op de gebruiker te worden ingesteld. Het gaat niet om een individueel aangepaste stoel, maar om een individueel ingestelde stoel.

5. Eiseres stelt zich op het standpunt dat sprake is van specifieke aanpassingen van de stoel ten behoeve van [werknemer]. Volgens eiseres zijn deze aanpassingen niet in te stellen. Deze heeft SAVAS moeten aanpassen en [werknemer] is twee keer terug moeten komen om te testen of deze aanpassingen goed waren. De iso goedgekeurde standaardstoel, die in de vrachtwagen zat, is vervangen op advies van de arbo-arts en een ergonomische adviseur. [werknemer] draait dankzij de aangepaste stoel weer volledig mee in het arbeidsproces.

6. De rechtbank overweegt als volgt.

7. Ingevolge artikel 36, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet Wia) kan het Uwv op aanvraag van de werkgever die met een werknemer een dienstbetrekking anders dan een dienstbetrekking in de zin van de WSW of op een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7 van de Wet sociale werkvoorzieningen, van ten minste zes maanden is aangegaan of waarmee door elkaar opvolgende dienstbetrekkingen gedurende ten minste zes maanden een dienstbetrekking blijkt te bestaan, subsidie verstrekken voor meerkosten voor zover:

a. die werkgever aantoont dat het totaal van de kosten die hij maakt of heeft gemaakt ten behoeve van het in dienst houden of in dienst nemen van een werknemer met een naar het oordeel van het Uwv structurele functionele beperking meer bedraagt dan bij algemene maatregel van bestuur te bepalen bedragen, die in hoogte verschillen afhankelijk van de hoogte van het loon van de werknemer;

b. de werkgever, na ommekomst van de periode van 3 respectievelijk 1 jaar, genoemd in artikel 49 van de Wet financiering sociale verzekeringen, kosten maakt of heeft gemaakt ten behoeve van het in dienst houden van een werknemer als bedoeld in onderdeel a.

Ingevolge het vierde lid van dit artikel kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel. Daarbij kunnen regels worden gesteld met betrekking tot subsidie in geval van overgang van onderneming als bedoeld in artikel 662 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek alsmede met betrekking tot de te verstrekken gegevens bij een aanvraag voor subsidie.

8. Deze nadere regels zijn vastgelegd in het Reïntegratiebesluit (besluit van 2 december 2005, Stb.622, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 2 oktober 2006, Stb. 450).

Ingevolge artikel 2, eerste lid, van het Reïntegratiebesluit wordt een subsidie als bedoeld in artikel 36 van de Wet WIA niet verstrekt indien het kosten van een voorziening betreft:

a. die algemeen gebruikelijk is; of

b. waarvoor vergoeding op grond van een andere wettelijke regeling mogelijk is.

In de artikelsgewijze toelichting op het Reïntegratiebesluit is bij artikel 2 onder meer aangegeven:”Het oordeel of een bepaalde aanpassing als algemeen gebruikelijk is te beschouwen kan in de loop van de tijd veranderen. Een bepaalde aanpassing die aanvankelijk niet algemeen gebruikelijk is, kan dat na verloop van tijd wel worden.”

9. Zowel de arbo-arts van eiseres als de verzekeringsarts van verweerder zijn van oordeel dat de iso gecertificeerde chauffeursstoel, zoals die in alle vrachtwagens van eiseres zit, niet geschikt is voor [werknemer]. De door eiseres aangeschafte SAVAS-stoel voldoet aan de behoeften van [werknemer] en is medisch noodzakelijk geacht. Het geschil tussen partijen beperkt zich tot de vraag of de onderhavige stoel als algemeen gebruikelijk heeft te gelden.

10. De onderhavige stoel is gekocht bij het in ergonomische chauffeursstoelen gespecialiseerde bedrijf SAVAS. De gemachtigde van eiseres heeft ter zitting verklaard dat er naast SAVAS nog één gespecialiseerd bedrijf in Nederland is dat deze specifieke stoelen maakt. De overige vijfenveertig bij eiseres werkzame chauffeurs gebruiken de stoel die standaard in de vrachtwagen zit. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank geenszins onderbouwd dat ten tijde in geding de aanschaf van de litigieuze ergonomische chauffeursstoel - die op allerlei wijze kan worden ingesteld - algemeen gebruikelijk was zoals bedoeld in het Reïntegratiebesluit. Dat deze chauffeursstoel gewoon in de handel verkrijgbaar is en niet speciaal voor [werknemer] is gemaakt, is niet van (doorslaggevend) belang. De rechtbank verwijst in dit verband naar een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 15 november 2006, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder LJN AZ2504. Daarbij komt dat volgens eiseres het specifiek aanpassen van een iso gecertificeerde stoel op de behoeften van [werknemer] vele malen duurder zou zijn dan de bij SAVAS gekochte stoel.

11. Uit het voorgaande volgt dat verweerder ten onrechte de verzochte vergoeding heeft afgewezen. Het beroep zal derhalve gegrond worden verklaard en het bestreden besluit zal worden vernietigd. Verweerder dient een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen.

12. De rechtbank ziet aanleiding te bepalen dat door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan eiseres het door haar gestorte griffierecht ten bedrage van

€ 285,00 dient te worden vergoed. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling van verweerder omdat geen sprake is geweest van beroepsmatig verleende bijstand door een derde.

13. Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De rechtbank,

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat verweerder een nieuw besluit dient te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;

- gelast het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan eiseres te vergoeden het door haar gestorte griffierecht ten bedrage van € 285,00.

Aldus gedaan door mr. J.H.L.M. Snijders als rechter in tegenwoordigheid van mr. P.D.H. Selhorst als griffier en uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2008.