Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2008:BC6285

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
11-03-2008
Datum publicatie
11-03-2008
Zaaknummer
01/849122-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Groep van vier verdachten veroordeeld tot onder meer gevangenisstraffen van 5 jaar, 4 jaar, 4 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk en 3 jaar waarvan 1 jaar voorwaardelijk voor het plegen van inbraken uit nieuwbouwwoningen, ladingdiefstallen uit vrachtauto's en lidmaatschap van een criminele organsatie."

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

verkort vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/849122-07

Datum uitspraak: 11 maart 2008

Verkort vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,

wonende te [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd te: P.I. HvB Grave (Unit A + B).

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 28 augustus 2007, 1 december 2007, 25 en 26 februari 2008.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

Ter terechtzitting van 28 augustus 2007 heeft de officier van justitie conform artikel 311, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering het voornemen kenbaar gemaakt in een later stadium een afzonderlijke ontnemingsvordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken.

Ter terechtzitting is de volgende beslissing gegeven:

Op 11 december 2007 is de vordering nadere omschrijving tenlastelegging (artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering) toegewezen.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 2 augustus 2007.

Nadat de tenlastelegging op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van 25 februari 2008 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 maart 2007

tot en met 12 maart 2007 te Rijen (gemeente Gilze en Rijen), in elk geval in

Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met

het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand/woning aan

de/het

-[adres] 55 en/of

-[adres] 57 en/of

-[adres] 59 en/of

-[adres] 61 en/of

-[adres] 63 en/of

-[adres] 65 en/of

-[adres] 34 en/of

-[adres] 10

(telkens) heeft weggenomen

-één of meer verwarmingsketels en/of één of meer thermostaten

en/of

-een oven en/of een magnetron en/of een kookplaat en/of één of meer lampen

en/of één of meer mengkranen

in elk geval enig goed of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan

-[slachtoffer 1] en/of

-[slachtoffer 2] en/of

-[slachtoffer 3] en/of

-[slachtoffer 4] en/of

- [slachtoffer 5]

in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) toegang tot de

plaats(en) des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak

en/of verbreking, namelijk (telkens) door

-het forceren van (een) slot(en) van (een) deur(en) van dat/die

pand(en)/woning(en)

en/of

-het forceren van (een) ra(a)m(en) van dat/die pand(en)/woning(en)

en/of door middel van inklimming;

BRZ51-21 tot en met 28

[Sr art. 310/311 jº 47]

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 maart 2007

tot en met 23 maart 2007 te Zwolle, in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand/woning aan de/het

-[straat] 4 en/of

-[straat] 5

(telkens) heeft weggenomen

-één of meer verwarmingsketels

en/of

-een kookplaat en/of een wokbrander en/of een serviesverwarmer en/of een

combimagnetron en/of één of meer stanggrepen en/of één of meer keukenkastjes

in elk geval enig goed of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan

-[slachtoffer 6] en/of

-[slachtoffer 7]

in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) toegang tot de

plaats(en) des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak

en/of verbreking, namelijk (telkens) door

-het forceren van (een) slot(en) van (een) deur(en) van dat/die

pand(en)/woning(en)

en/of

-het forceren van (een) ra(a)m(en) van dat/die pand(en)/woning(en)

en/of door middel van inklimming;

BRZ51-49 en -50

[Sr art. 310/311 jº 47]

3.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 april 2007

tot en met 3 april 2007 te Deventer, in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand/woning aan de

-[adres] 14 en/of

-[adres] 16 en/of

-[adres] 18 en/of

-[adres] 20 en/of

-[adres] 21 en/of

-[adres] 22 en/of

-[adres] 23 en/of

-[adres] 24 en/of

-[adres] 25 en/of

-[adres] 26 en/of

-[adres] 27 en/of

-[adres] 28 en/of

-[adres] 29 en/of

-[adres] 30 en/of

-[adres] 32 en/of

-[adres] 34

(telkens) heeft weggenomen

-één of meer verwarmingsketels en/of één of meer thermostaten

in elk geval enig goed of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan

-[slachtoffer 8]

in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) toegang tot de

plaats(en) des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak

en/of verbreking, namelijk (telkens) door

-het forceren van (een) slot(en) van (een) deur(en) van dat/die

pand(en)/woning(en)

en/of

-het forceren van (een) ra(a)m(en) van dat/die pand(en)/woning(en)

en/of door middel van inklimming;

BRZ51-52 tot en met 67

[Sr art. 310/311 jº 47]

4.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 april 2007

tot en met 20 april 2007 te Hoogeveen, in elk geval in Nederland, tezamen en

in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand/woning aan de

-[adres] 2 en/of

-[adres] 4 en/of

-[adres] 6 en/of

-[adres] 8 en/of

-[adres] 10 en/of

-[adres] 12 en/of

-[adres] 14 en/of

-[adres] 16 en/of

-[adres] 18 en/of

-[adres] 20 en/of

-[adres] 22 en/of

-[adres] 24 en/of

-[adres] 26 en/of

-[adres] 28

(telkens) heeft weggenomen

-één of meer verwarmingsketels en/of één of meer thermostaten

en/of

-één of meer douchemengkranen en/of één of meer doucheslangen

en/of

-één of meer gereedschappen

in elk geval enig goed of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan

-[slachtoffer 9] en/of

-[slachtoffer 10] en/of

-[slachtoffer 11]

in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) toegang tot de

plaats(en) des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak

en/of verbreking, namelijk (telkens) door

-het forceren van (een) slot(en) van (een) deur(en) van dat/die

pand(en)/woning(en)

en/of door middel van inklimming;

BRZ51-88 tot en met 100a

[Sr art. 310/311 jº 47]

5.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 16 mei 2007 tot

en met 17 mei 2007 te Zwijndrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand/woning aan de

-[adres] 1 en/of

-[adres] 2a en/of

-[adres] 2b en/of

-[adres] 2c en/of

-[adres] 2d en/of

-[adres] 3 en/of

-[adres] 5 en/of

-[adres] 7 en/of

-[adres] 9 en/of

-[adres] 11 en/of

-[adres] 13 en/of

-[adres] 15

(telkens) heeft weggenomen

-één of meer verwarmingsketels

in elk geval enig goed of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan

-[slachtoffer 12]

in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) toegang tot de

plaats(en) des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak

en/of verbreking, namelijk (telkens) door

-het forceren van (een) ra(a)m(en) van dat/die pand(en)/woning(en)

en/of door middel van inklimming;

BRZ51-130 tot en met 141

[Sr art. 310/311 jº 47]

6.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 mei 2007 tot

en met 21 mei 2007 te Kesteren (gemeente Neder-Betuwe), in elk geval in

Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met

het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit één of meer

panden/woningen aan de

-[straat], in elk geval op/aan de/het bouwlocatie/nieuwbouwproject

aan en/of in de directe nabijheid van die [straat] (telkens) heeft

weggenomen

-één of meer verwarmingsketels

in elk geval enig goed of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan

-[slachtoffer 13]

in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich (telkens) toegang tot de

plaats(en) des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak

en/of verbreking, namelijk (telkens) door

-het forceren van (een) ruit(en) van dat/die pand(en)/woning(en)

en/of door middel van inklimming;

BRZ51-120 tot en met 126

[Sr art. 310/311 jº 47]

7.

hij in of omstreeks de periode van 16 maart 2007 tot en met 19 maart 2007 te

Zevenbergschen Hoek (gemeente Moerdijk), in elk geval in Nederland, tezamen

en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een

-oplegger/trailer (met kenteken [kentekennr. 1]

heeft weggenomen

-één of meer computers en/of computerbenodigdheden en/of computer-onderdelen

(van het merk Sun)

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

-[slachtoffer 14] en/of

-[slachtoffer 15]

in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking,

namelijk door

-het doorslijpen en/of doorzagen en/of forceren van het sluitwerk van die

oplegger/trailer

en/of door middel van inklimming.

[BRZ051-36]

[Sr art. 310/311 jº 47]

Subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling kon of

mocht leiden:

hij in of omstreeks de periode van 16 maart 2007 tot en met 22 maart 2007 te

Zevenbergschen Hoek (gemeente Moerdijk) en/of Oss, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

-één of meer computers en/of computerbenodigdheden en/of computer-onderdelen

(van het merk Sun)

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen,

terwijl hij ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen van

dat/die goed(eren) wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren)

betrof;

BRZ051-36

[Sr art. 416 jº 47]

8.

hij in of omstreeks de periode van 24 maart 2007 tot en met 25 maart 2007 te

Bavel (gemeente Breda), in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging

met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een

-oplegger/trailer (met kenteken [kentekennr. 2])

heeft weggenomen

-één of meer voicemodems (van het merk [slachtoffer 19]) en/of snoepgoed

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

-[slachtoffer 16] en/of

-[slachtoffer 17] en/of

-[slachtoffer 18] en/of

-[slachtoffer 19]

in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking,

namelijk door

-het opensnijden en/of doorsnijden van het afdekzeil van die oplegger/trailer

en/of door middel van inklimming.

BRZ051-46

[Sr art. 310/311 jº 47]

9.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 mei 2007 tot en met 14 mei 2007 te Enter (gemeente Wierden), in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging

met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een

-een bedrijfspand en/of een tuinhuisje (aan de [straat])

(telkens) heeft weggenomen

-een personal computer en/of

-een beeldscherm en/of

-tuinverlichting en/of

-één of meer brievenbussen en/of

-één of meer zonnewijzers en/of

-één of meer barbecues en/of

-tuinartikelen

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

-[slachtoffer 20]

in elk geval aan (een) ander(en) dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) zich de toegang tot de plaats

des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking,

namelijk door

-het doorknippen en/of forceren van een toegangshek en/of het losdraaien van

één of meer bouten van de sluiting van dat toegangshek en/of het demonteren

van die sluiting van dat toegangshek

en/of door middel van inklimming.

BRZ051-129

[Sr art. 310/311 jº 47]

10.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 21 mei 2007 te

Oss en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke

organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

(woning)inbraken en/of ladingdiefstallen, in elk geval (gekwalificeerde)

diefstallen en/of (andere) vermogensdelicten.

[Sr art. 140]

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De geldigheid van de dagvaarding.

Namens verdachte is aangevoerd dat de tenlastelegging met betrekking tot feit 10, de criminele organisatie, nietig verklaard dient te worden. Aangevoerd is dat niet is aangegeven wat de aard van de organisatie is en evenmin de namen zijn genoemd van een of meer andere personen, met wie verdachte de organisatie zou hebben gevormd.

De rechtbank verwerpt dat verweer. Niet is vereist dat in de tenlastelegging namen van deelnemers aan de criminele organisatie opgenomen worden. Bovendien is de rechtbank van oordeel dat op grond van het dossier, de vordering tot inbewaringstelling en de overige feiten op de tenlastelegging, voor verdachte voldoende duidelijk is welke deelnemers bedoeld zijn en welk feitencomplex hem werd verweten. Dat blijkt ook uit de verdediging van verdachte.

De dagvaarding voldoet ook overigens aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Door de verdediging is aangevoerd dat aan de start van het onderzoek dermate ernstige gebreken kleven dat dit moet leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie,

Zij voert in dit verband aan dat

- verbalisant [getuige 1] in strijd met artikel 126aa Sv het eerste startproces-verbaal van 31 januari 2007 heeft verscheurd;

- de rechter-commissaris onvolledig is geïnformeerd bij de aanvraag van de machtiging tot het opnemen van telecommunicatie;

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat van onrechtmatigheid in de start van het onderzoek geen sprake is.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Op 2 februari 2007 is door de officier van justitie aan de rechter-commissaris machtiging tot op het opnemen van telecommunicatie gevraagd als bedoeld in artikel 126m Sv. Deze machtigingen zijn verleend d.d. 5 februari 2007. In de machtigingen wordt verwezen naar een proces-verbaal van de BRZN/Breda van 1 februari 2007. Daaraan ligt ten grondslag een startproces-verbaal van 31 januari 2007. Uit de verklaringen van de getuigen [getuige 2] en [getuige 1], afgelegd bij de rechter-commissaris op 16 januari 2008, blijkt dat de rechter-commissaris nog aanvullende informatie heeft gevraagd. Die informatie is opgevraagd bij het Landelijk Team Transportcriminaliteit en op 5 februari 2007 verwerkt in het proces-verbaal. Het oorspronkelijke proces-verbaal van 31 januari 2007 is blijkens zijn getuigenverklaring door de verbalisant [getuige 1] verscheurd en alleen het aangevulde proces-verbaal van 5 februari 2007 is in het politiedossier gevoegd, zonder daarbij melding te maken dat dit op verzoek van de rechter-commissaris is aangevuld. Nadat ter terechtzitting van 11 december 2007 vragen waren gerezen naar aanleiding van de datering van de aanvraag van de machtiging en het startproces-verbaal heeft de officier van justitie een kopie van het oorspronkelijke startproces-verbaal van 31 januari 2007 overgelegd. Later heeft hij ook de aanbiedingsbrief van verbalisant [getuige 1] van dit proces-verbaal aan de stukken toegevoegd.

De rechtbank stelt vast dat het enige verschil tussen de beide startprocessen-verbaal de alinea bevattende informatie van het Landelijk Team Transportcriminaliteit is.

De rechtbank is van oordeel dat in deze handelswijze van de politie geen grond voor niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie is gelegen. Niet alleen is in casu geen sprake van een ernstige schending van de goede procesorde, maar tevens volgt uit niets dat de politie zo heeft gehandeld om de belangen van een of meer verdachten tekort te doen. Die belangen zijn ook niet tekort gedaan, omdat de hiervoor geschetste gang van zaken betekent dat de rechter-commissaris voordat hij nadere informatie vroeg, reeds over het startproces-verbaal van 31 januari 2007 beschikte. En vervolgens ook –nadat het proces-verbaal was aangevuld- over het proces-verbaal van 5 februari 2007.

Door de toevoeging aan het politiedossier van het oorspronkelijke startproces-verbaal van 31 januari 2007 zijn de stukken gecompleteerd, zodat er ook in zoverre geen grond bestaat voor niet-ontvankelijkheid.

Omtrent het standpunt van de verdediging dat de officier van justitie en/of de rechter-commissaris bewust onvolledig zijn/is geïnformeerd in het startproces-verbaal van 31 januari en 5 februari 2007 en aldus zijn misleid, omdat relevante en ontlastende informatie daaruit ten onrechte is weggelaten overweegt de rechtbank het navolgende.

De getuige [getuige 1] heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat het begin van het onderzoek werd gevormd door het onderzoek van de regio IJsselland waarvan de stukken in januari 2007 via het BRO aan de regio Brabant Zuid Oost zijn verstrekt. De verdediging beklaagt zich er naar aanleiding van deze getuigenverklaring over dat dit niet in de startprocessen-verbaal is opgenomen. Verder acht de verdediging het onjuist dat omtrent het onderzoek te Raalte, waarvan in de startprocessen-verbaal verslag is gedaan, niet is opgenomen dat dat onderzoek niets heeft opgeleverd. Volgens de verdediging is/zijn de officier van justitie en/of de rechter-commissaris daardoor misleid. De stukken van het onderzoek van de politie IJsselland zijn door de officier van justitie eerst na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting op verzoek van de verdediging aan het dossier zijn toegevoegd. Verder wijst de verdediging op een brief van het arrondissementsparket Zwolle-Lelystad d.d. 25 september 2007 aan de raadsman van [medeverdachte 1] mr. Van ’t Land, waaruit blijkt dat het onderzoek in IJsselland is gesloten bij gebreken van nadere opsporingsindicaties.

De rechtbank stelt allereerst vast dat uit de stukken van de politie IJsselland is gebleken dat de kwestie Raalte de kern van het onderzoek van die politie vormde en dat in de startprocessen-verbaal van de bevindingen in dat verband ook melding is gemaakt. Die bevindingen zijn in overeenstemming met hetgeen op dit punt in het dossier van de politie IJsselland staat vermeld. Niets verplichtte de politie of de officier van justitie bij de start van het onderhavige onderzoek het gehele dossier uit IJsselland aan de stukken toe te voegen, aangezien uit dat dossier geen ontlastende informatie ten aanzien van de verdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] naar voren is gekomen. De enkele -neutrale- mededeling dat er ten aanzien van het onderzoek in IJsselland geen nadere opsporingsindicaties waren heeft nog geen ontlastend karakter en overigens blijkt uit het dossier IJsselland ook niets ontlastends ten aanzien van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]. Onder die omstandigheden kan dan ook niet worden gezegd dat de officier van justitie en/of de rechter-commissaris zijn misleid en van enig doelbewust handelen van de politie met het oog op (mogelijke) misleiding is evenmin gebleken. Dat betekent dat het verweer wordt verworpen.

Aan de vraag of de informatie in de startprocessen-verbaal voldoende basis bood voor observaties en tapmachtigingen komt de rechtbank toe bij de bespreking van het bewijs, aangezien dat niet de ontvankelijkheid van de officier van justitie raakt doch de (rechtmatigheid van de) bewijsgaring.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn ook overigens geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

Rechtmatigheid bewijsvergaring.

Voor zover de verdediging met de argumenten die zijn aangevoerd bij de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie tevens bewijsuitsluiting heeft bepleit gaat dat niet op omdat de omschreven onzorgvuldigheid bij de dossiervorming ten aanzien van het startproces-verbaal van 31 januari 2007 geen grond biedt voor bewijsuitsluiting.

De verdediging heeft verder aangevoerd dat het bewijs onrechtmatig is verkregen, omdat noch het startproces-verbaal van 31 januari 2007 noch het startproces-verbaal van 5 februari 2007 voldoende basis bood voor een redelijke verdenking van de daarin genoemde verdachten [medeverdachte] en [medeverdachte ] en aldus niet was voldaan aan de vereisten voor het bevel observatie en de machtiging tot het afluisteren van de telefoons.

Dienaangaande overweegt de rechtbank als volgt.

De stelling van de verdediging dat [medeverdachte] en [medeverdachte] ten onrechte als verdachten zijn aangemerkt is mede gegrond op een lezing van het CIE-proces-verbaal van 23 januari 2007 die de rechtbank niet deelt. [getuige 3] verklaart bij de rechter-commissaris dat de derde alinea in het proces-verbaal informatie betreft die door informanten is verstrekt. Deze alinea luidt als volgt:

“[medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] houden zich samen met anderen in wisselende samenstelling, bezig met de diefstallen van ladingen uit vrachtauto’s en bedrijfsinbraken. Hierbij worden grote partijen goederen buitgemaakt. De ladingdiefstallen pleegt men zowel in Nederland als België en Duitsland.

Recent heeft men een ladingdiefstal in het noorden van het land gepleegd waarbij een hoeveelheid zonnebanken en stofzuigers werden buitgemaakt, Om bij deze goederen t komen moest men aan de bovenkant van de vrachtauto een gat maken.

Als werkauto wordt vaak de Ford Mondeo van (medeverdachte 1) gebruikt, [medeverdachte 1] maakt gebruik van de GSM nr. (nummer)”

De rechtbank kan deze alinea niet anders lezen dan dat met “men” in deze alinea door de informant wordt verwezen naar [medeverdachte 2] en (medeverdachte 1). Dat er sprake zou zijn van een ongeoorloofde koppeling van informatie uit verschillende bronnen, zoals door de verdediging gesteld, daarvoor vindt de rechtbank geen aanknopingspunten. De rechtbank verwijst nog naar de verklaring van de getuige [getuige 3] dat over de periode juli 2005 tot en met 23 januari 2007 meer dan 10 berichten zijn binnengekomen met betrekking tot [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] Daaruit moet worden opgemaakt dat het ook recente informatie betrof.

Verdachte en zijn medeverdachten zijn derhalve op grond van voorgenoemde CIE-informatie, terecht als verdachten aangemerkt, nu dit mede recente, specifieke informatie betreft van in iedere geval een en mogelijk meerdere als betrouwbaar beoordeelde informant(en).

Naast de recente informatie is in het CIE-proces-verbaal tevens een samenvatting opgenomen van - naar blijkt uit de verklaring van [getuige 3] bij de rechter-commissaris - meer dan tien berichten die in de periode van juli 2005 tot en met januari 2007 bij de CIE zijn binnengekomen. Dit betreft de eerste twee volzinnen uit voormelde alinea.

De rechtbank stelt voorop dat er niets aan in de weg staat om oudere CIE-informatie mede te gebruiken bij de start van een onderzoek. Dat bij de start van het onderzoek niet opnieuw de betrouwbaarheid van die informatie wordt getoetst doet daaraan niet af. Uit het onderzoek ter terechtzitting is niets naar voren gekomen waaruit kan volgen dat de politie over nadere informatie beschikte waaruit volgde of kon volgen dat bepaalde aanvankelijk als betrouwbaar beoordeelde informatie bij de start van het onderzoek niet of minder betrouwbaar moest worden beoordeeld. Het enkele feit dat eerder onderzoek naar specifieke feiten die in die eerdere informatie zijn begrepen (het onderzoek Raalte) niet tot resultaat heeft geleid brengt niet mede dat die informatie achterhaald is of minder betrouwbaar zou zijn.

Naar het oordeel van de rechtbank is op basis van de informatie vervat in het startproces-verbaal door de officier van justitie met recht een bevel tot observatie gegeven. Aan alle vereisten van artikel 126g lid 1 Sv. was voldaan.

Verder kon de rechter-commissaris in redelijkheid tot de beslissing komen dat aan de vereisten van artikel 126 m Sv was voldaan en aldus in redelijkheid de gevraagde machtigingen verlenen.

Derhalve zijn de bevelen observatie d.d. 1 februari 2007 van de officier van justitie en de machtigingen van de rechter-commissaris en het daarop verleende bevel tot het opnemen van telecommunicatie d.d. 5 februari 2007 niet onrechtmatig en wordt het verweer van de verdediging dienaangaande verworpen.

Bewijsoverweging feit 5

Namens verdachte is aangevoerd dat onvoldoende bewijs voorhanden is om te komen tot de vaststelling dat verdachte betreffende nacht in Zwijndrecht is geweest, zodat vrijspraak dient te volgen.

De rechtbank verwerpt dat verweer. De rechtbank baseert haar oordeel onder meer op de volgende bewijsmiddelen.

Op 16 mei 2007 om 21:33 uur belt verdachte met [medeverdachte 3] en spreken zij af om om half één op paling te gaan vissen (blz. 7527).

Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft verklaard dat als zij op pad gingen dat [verdachte] hem dan altijd oppikte en dat [verdachte] een Citroën Berlingo had. (blz. 1049).

Op 17 mei 2007 om 01:09 uur hebben verdachte en zijn [medeverdachte 2] telefonisch contact over de bestemming van die nacht (blz. 7540).

Op 17 mei 2007 om 12:24 uur belt verdachte met [persoon 1] en noemt daarbij de term Ito (rechtbank leest: Itho).

Uit de bakengegevens van de Ford Mondeo en de Citroën Berlingo volgt dat die auto’s die nacht in Zwijndrecht zijn geweest (blz. 7442, 7471).

Op grond van onder meer het voorgaande in samenhang bezien met de overige bewezen verklaarde feiten, waar verdachte bij betrokken was, kan ook het plegen van feit 5 door verdachte wettig en overtuigend bewezen worden.

Bewijsoverweging feiten 1 tot en met 6

Namens de verdediging is met betrekking tot de feiten 1 tot en met 6 aangevoerd dat geen sprake was van woningen, wel eventueel van panden.

De rechtbank verwerpt dat verweer. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende komen vast te staan dat het in de feiten 1 tot en met 6 in aanbouw zijnde woningen betreft, die glasdicht waren en waar in het merendeel van de gevallen braak nodig was om zich de toegang tot die woningen te verschaffen. De enkele omstandigheid dat nog geen sprake was van bewoning wil niet zeggen dat niet bewezen kan worden dat het woningen betreft.

Bewijsoverweging feit 10 (criminele organisatie)

Namens verdachte is aangevoerd dat hij dient te worden vrijgesproken van de onder 10 ten laste gelegde deelname aan een criminele organisatie.

De rechtbank overweegt als volgt.

Van een criminele organisatie is blijkens vaste jurisprudentie sprake indien er binnen een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband tussen minimaal twee mensen doelbewust criminele activiteiten worden ontplooid. Om strafbaar te zijn wegens het deelnemen aan een dergelijke organisatie moet vast komen te staan dat verdachte behoort tot de organisatie en dat verdachte aandeel heeft in dan wel ondersteuning biedt aan de criminele activiteiten van de organisatie.

Verdachte moet zowel de opzet hebben gehad op de deelnemingshandelingen als op het criminele oogmerk van de organisatie. Voor het bewijs van dit oogmerk zal onder meer betekenis kunnen toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking, zoals daarvan kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie, en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie.

De rechtbank stelt allereerst vast dat uit de bewezen verklaarde feiten blijkt dat verdachte en 3 anderen in een vaste samenstelling en met een min of meer vaste rolverdeling inbraken/diefstallen in in aanbouw zijnde woningen en ladingdiefstallen hebben gepleegd. Het gaat hierbij om veel feiten in een periode van ongeveer 2 maanden. Uit de bewijsmiddelen volgt verder dat het samenwerkingsverband al bestond vanaf januari 2007. Deze groep opereerde veelal volgens een vaste werkwijze. In dat patroon paste dat er voorverkenningen werden gedaan, dat de gestolen goederen (tijdelijk) werden opgeslagen in speciaal met het oog daarop gehuurde garageboxen en dat er contacten werden onderhouden met vaste afnemers. Voorts werd bij de diefstallen en inbraken gebruik gemaakt van vaste auto’s en is er overleg geweest over de aanschaf en de kenmerken van die auto’s.

Er is sprake geweest van een zekere taakverdeling binnen de groep, in die zin dat [medeverdachte 1] veelal op de uitkijk stond, vader [medeverdachte 2] en zoon [verdachte] de feitelijke handelingen met betrekking tot de inbraak en/of de diefstal verrichtten en [medeverdachte 3] voornamelijk was belast met ondersteunende taken.

Uit tapgesprekken blijkt dat verdachte en zijn medeverdachten voor en na de diefstallen en inbraken veelvuldig - en voornamelijk ’s-nachts- telefonische contacten hadden en daarbij afspraken maakten over het tijdstip van vertrek en de ontmoetingsplaats. De onderlinge samenwerking blijkt voorts uit overleg over de werktuigen met behulp waarvan de diefstallen werden gepleegd en uit de over en weer gegeven informatie over elkaars positie en de waarschuwingen over bijzonderheden. Van belang is verder dat er tussentijds, na de aanhouding van een aantal personen, andere telefoons zijn gekocht ten behoeve van de groepsactiviteiten. Een aantal telefoons werd vrijwel alleen ’s-nachts gebruikt tijdens het plegen van delicten (voor de telefoonnummers zie pagina 7976 en 7977 van het proces-verbaal)

Verder blijkt uit de omstandigheden dat a) er zeer veelvuldig en vaak op vaste dagen inbraken/diefstallen werden gepleegd alsmede dat b) verdachte en/of zijn mededaders zich over de telefoon uitlaten dat die inbraken/diefstallen “werken” is alsmede dat c) feitelijk de leden van de groep niet of nauwelijks gewone arbeid verrichtten, het plegen van genoemde delicten feitelijk hun hoofdbezigheid was.

Op grond van al het vorenoverwogene , in onderlinge samenhang en verband bezien, en hetgeen overigens uit de gebezigde bewijsmiddelen naar voren komt, is bewezen dat verdachte in de ten laste gelegde periode deel heeft genomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven. Dat er familiecontacten waren tussen 2 daders en dat er overigens ook vriendschapscontacten bestonden is juist, doch die enkele omstandigheid kan aan het bewijs niet afdoen. Voor zover door de verdediging wordt betoogd dat bij dergelijke verhoudingen geen sprake kan zijn van een criminele organisatie faalt dat betoog, omdat aan alle vereisten voor bewezenverklaring van een criminele organisatie is voldaan en de samenwerking die binnen die organisatie plaatsvond niet (in de eerste plaats) met de familieverhoudingen en/of vriendschapsbanden te maken had, doch met het plegen van delicten.

Al het vorenoverwogene leidt tot verwerping van het verweer.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat

1.

- hij op tijdstippen in de periode van 9 maart 2007 tot en met 12 maart 2007

te Rijen (gemeente Gilze en Rijen), tezamen en in vereniging met anderen, met

het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan het

-[adres] 55 en

-[adres] 57 en

-[adres] 59 en

-[adres] 61 en

-[adres] 63 en

-[adres] 65 en

telkens heeft weggenomen een verwarmingsketel en/of een thermostaat,

toebehorende aan

-[slachtoffer 1] en/of

-[slachtoffer 2],

waarbij verdachte en zijn mededaders zich telkens toegang tot de

plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak,

namelijk telkens door het forceren van een slot van een deur van die woning;

- hij in de periode van 9 maart 2007 tot en met 12 maart 2007 te Rijen

(gemeente Gilze en Rijen), tezamen en in vereniging met anderen, met

het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de

[adres] 34

heeft weggenomen een verwarmingsketel toebehorende aan

[slachtoffer 3],

waarbij verdachte en zijn mededaders zich telkens toegang tot de

plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak,

namelijk door het forceren van een raam van die woning en door middel

van inklimming;

- hij in de periode van 9 maart 2007 tot en met 12 maart 2007 te Rijen

(gemeente Gilze en Rijen), tezamen en in vereniging met anderen, met

het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de

[adres] 10

heeft weggenomen een oven en een magnetron en een kookplaat en lampen

en mengkranen, toebehorende aan

- [slachtoffer 4] en/of

- [slachtoffer 5].

2.

- hij in de periode van 22 maart 2007 tot en met 23 maart 2007 te Zwolle,

tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [straat] 4

heeft weggenomen een verwarmingsketel toebehorende aan [slachtoffer 6],

waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak,

namelijk door

het forceren van slot van een deur van die woning;

- hij in de periode van 22 maart 2007 tot en met 23 maart 2007 te Zwolle,

tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [straat] 5

een kookplaat en een wokbrander en een serviesverwarmer en een

combimagnetron en stanggrepen en keukenkastjes toebehorende aan [slachtoffer 7],

waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak,

namelijk door het forceren van een raam van die woning

en door middel van inklimming;

3.

hij op tijdstippen in de periode van 2 april 2007 tot en met 3 april 2007 te Deventer, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening uit een woning aan de

-[adres] 14 en

-[adres] 16 en

-[adres] 18 en

-[adres] 20 en

-[adres] 21 en

-[adres] 22 en

-[adres] 23 en

-[adres] 24 en

-[adres] 25 en

-[adres] 26 en

-[adres] 27 en

-[adres] 28 en

-[adres] 29 en

-[adres] 30 en

-[adres] 32 en

-[adres] 34

telkens heeft weggenomen

een verwarmingsketel en een thermostaat, toebehorende aan [slachtoffer 8],

waarbij verdachte en zijn mededaders zich toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en/of de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak, namelijk door

-het forceren van sloten van deuren van die woningen

en/of

-het forceren van ramen van die woningen

en/of door middel van inklimming;

4.

hij op tijdstippen in de periode van 19 april 2007 tot en met 20 april 2007

te Hoogeveen, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de

-[adres] 2 en

-[adres] 4 en

-[adres] 6 en

-[adres] 8 en

-[adres] 10 en

-[adres] 12 en

-[adres] 14 en

-[adres] 16 en

-[adres] 18 en

-[adres] 20 en

-[adres] 22 en

-[adres] 24 en

-[adres] 26 en

-[adres] 28

telkens heeft weggenomen

-een verwarmingsketel en een thermostaat

en/of

- douchemengkranen en doucheslangen

en/of

- gereedschappen, toebehorende aan

-[slachtoffer 9] of

-[slachtoffer 10] of

-[slachtoffer 11],

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich telkens toegang tot de

plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak namelijk

telkens door het forceren van een slot van een deur van die woning;

5.

hij op tijdstippen in de periode van 16 mei 2007 tot en met 17 mei 2007 te Zwijndrecht, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

uit een woning aan de

-[adres] 1 en

-[adres] 2a en

-[adres] 2b en

-[adres] 2c en

-[adres] 2d en

-[adres] 3 en

-[adres] 5 en

-[adres] 7 en

-[adres] 9 en

-[adres] 11 en

-[adres] 13 en

-[adres] 15

telkens heeft weggenomen verwarmingsketels toebehorende aan [slachtoffer 12],

waarbij verdachte en zijn mededaders zich telkens toegang tot de

plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak, namelijk telkens door

het forceren van een raam van die woning en/of door middel van inklimming;

6.

hij op tijdstippen in de periode van 20 mei 2007 tot en met 21 mei 2007 te Kesteren (gemeente Neder-Betuwe), tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit woningen aan de bouwlocatie [straat] heeft weggenomen verwarmingsketels toebehorende aan [slachtoffer 13],

waarbij verdachte en zijn mededaders zich telkens toegang tot de

plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak, namelijk telkens door het forceren van een ruit van die woning

en/of door middel van inklimming.

7.

hij in de periode van 16 maart 2007 tot en met 19 maart 2007 te

Zevenbergschen Hoek (gemeente Moerdijk), tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een

oplegger/trailer (met kenteken [kentekennr. 1] heeft weggenomen

- computers en computerbenodigdheden en computer-onderdelen

(van het merk Sun)

toebehorende aan [slachtoffer 14],

waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs hebben verschaft door middel van braak,

namelijk door

het doorslijpen van het sluitwerk van die oplegger/trailer

en door middel van inklimming.

8.

hij in de periode van 24 maart 2007 tot en met 25 maart 2007 te Bavel

(gemeente Breda), tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een oplegger/trailer (met kenteken [kentekennr. 2])

heeft weggenomen voicemodems (van het merk Arris), toebehorende aan [slachtoffer 19],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs hebben verschaft door middel van braak,

namelijk door het opensnijden van het afdekzeil van die oplegger/trailer

en door middel van inklimming;

9.

hij in de periode van 12 mei 2007 tot en met 14 mei 2007 te

Enter (gemeente Wierden), tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een

bedrijfspand en een tuinhuisje (aan de [straat])

heeft weggenomen

-een personal computer en

-een beeldscherm en

-tuinverlichting en

- brievenbussen en

-één of meer zonnewijzers en

-één of meer barbecues en

-tuinartikelen,

toebehorende aan [slachtoffer 20],

waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs hebben verschaft door middel van braak namelijk door

het doorknippen van een hek en het losdraaien van bouten van de sluiting van een toegangshek;

10.

hij in de periode van 1 januari 2007 tot en met 21 mei 2007 te Oss en

elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke

organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

(woning)inbraken en ladingdiefstallen.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 24c, 27, 36f, 57, 63, 140,

310, 311.

De verdediging heeft betoogd dat ten aanzien van de feiten, waarbij in meerdere woningen is ingebroken, sprake is van een voortgezette handeling. De rechtbank oordeelt dat dit betoog faalt. Er is sprake van verschillende objecten (woningen) en van telkens een nieuw wilsbesluit bij verdachte om in te breken of in te klimmen en goederen weg te nemen.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd:

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek van voorarrest;

- bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de nummers 12, 13, 14, 25, 29,

33, 34, 35, 36, 37, 38, 39 als vermeld op de lijst van in beslag genomen voorwerpen;

- teruggave van de nummers 20 en 53 als vermeld op de lijst van in beslag genomen voorwerpen;

- niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partijen [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] in hun vorderingen;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] tot een bedrag van 2.865,-;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 12] tot een bedrag van € 2.500,-.

De op te leggen straf(fen) en/of maatregel(en).

Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dienen te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank enerzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte:

- de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd; het gaat hierbij om veel inbraken, waarbij waardevolle goederen zijn gestolen en om ladingdiefstallen van goederen met een hoge waarde. De rechtbank beschouwt het plegen van deze feiten als het bedrijven van zware criminaliteit;

- de grote materiële schade die het gevolg is van de door verdachte gepleegde strafbare feiten;

- verdachte heeft de door hem gepleegde strafbare feiten gepleegd in georganiseerd verband en heeft willens en wetens zijn rol in die organisatie vervuld;

- verdachte heeft bij het plegen van de feiten gehandeld uit puur winstbejag en heeft zich niets aangetrokken van de belangen van de benadeelden.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank anderzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden die tot matiging van de straf hebben geleid:

- verdachte is niet eerder onherroepelijk veroordeeld voor soortgelijke feiten;

- de jeugdige leeftijd van verdachte;

- verdachte is door zijn [medeverdachte 2] bij het plegen van de strafbare feiten betrokken;

- de gezinssituatie van verdachte.

De rechtbank zal in verband hiermee een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

Met betrekking tot een deel van de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank bepalen dat dat deel van die straf niet zal worden ten uitvoer gelegd mits verdachte zich tot het einde van de hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

Beslag.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen in beslag genomen voorwerpen aan verdachte nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van de in beslag genomen goederen.

De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen dienen te worden te worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende(n), nu uit het dossier niet blijkt wie als zodanig kan worden aangemerkt.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil ter zake van kosten rechtsbijstand overeenkomstig het liquidatietarief kantonzaken.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Motivering van de hoofdelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met een anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2].

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de onderdelen, CV- ketels, wanden, cilinders/sleutels, van haar vordering, aangezien aannemelijk is geworden dat een ander benadeelde partij is ter zake feit 1 ([adres] Rijen).

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de onderdelen, uitvoerder en nadeel bouwtijd, van haar vordering, aangezien deze onderdelen niet deugdelijk zijn onderbouwd en daarmee niet van zo eenvoudige aard zijn dat zij zich lenen voor behandeling in het strafgeding.

De benadeelde partij kan deze onderdelen van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal, nu de vordering niet wordt toegewezen, de benadeelde partij veroordelen in de kosten. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5].

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening t.a.v. de materiële schade.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening t.a.v. de materiële schade.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil ter zake van kosten rechtsbijstand overeenkomstig het liquidatietarief kantonzaken.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Motivering van de hoofdelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met een anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4].

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering, de posten CV-ketel en twee kranen ten bedrage van € 2.865,- en 210,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening t.a.v. de materiële schade.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening t.a.v. de materiële schade.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de overige onderdelen van haar vordering, aangezien aannemelijk is geworden dat een ander benadeelde partij is ter zake feit 1 ([adres] 10 Rijen).

De benadeelde partij kan deze onderdelen van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Motivering van de hoofdelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met een anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6].

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering, de post eigen risico

€ 3.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening t.a.v. de materiële schade.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening t.a.v. de materiële schade.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de overige onderdelen van haar vordering, aangezien deze niet van zo eenvoudige aard zijn dat zij zich lenen voor behandeling in het strafgeding.

De benadeelde partij kan deze onderdelen van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Motivering van de hoofdelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met een anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 12].

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering, de post eigen risico

€ 2.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening t.a.v. de materiële schade.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening t.a.v. de materiële schade.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de overige onderdelen van haar vordering, aangezien deze niet van zo eenvoudige aard zijn dat zij zich lenen voor behandeling in het strafgeding.

De benadeelde partij kan deze onderdelen van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Motivering van de hoofdelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1:

- diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak,

meermalen gepleegd;

- diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

en inklimming;

- diefstal door twee of meer verenigde personen;

T.a.v. feit 2:

- diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

- diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

en inklimming;

T.a.v. feit 3:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen

goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of inklimming;

T.a.v. feit 4:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak,

meermalen gepleegd;

T.a.v. feit 5:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en

inklimming, meermalen gepleegd;

T.a.v. feit 6:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en

inklimming, meermalen gepleegd;

T.a.v. feit 7 primair:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en

inklimming;

T.a.v. feit 8:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en

inklimming;

T.a.v. feit 9:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

T.a.v. feit 10:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3, feit 4, feit 5, feit 6, feit 7 primair, feit 8, feit 9, feit 10:

Gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2

jaren.

Teruggave in beslag genomen goederen, te weten: de nummers 20 en 53 als vermeld

op de lijst van in beslag genomen voorwerpen;

Bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de nummers 12, 13, 14, 25, 29,

33, 34, 35, 36, 37, 38, 39.

T.a.v. feit 1:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 2500,00 subsidiair 50 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], gevestigd te Rijen, van

een bedrag van EUR 2.500,- (zegge: tweeduizendvijfhonderd euro), bij gebreke

van betaling en verhaal te vervangen door 50 dagen hechtenis.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde

betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij :

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot

betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van

EUR 2.500,- (zegge: tweeduizendvijfhonderd euro).

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd

voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot

vergoeding van deze schade.

T.a.v. feit 1:

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij

[slachtoffer 2] in haar vordering.

Veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

T.a.v. feit 1:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 2087,99 subsidiair 41 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5], wonende te Rijen, van een bedrag

van EUR 2.087,99 (zegge: tweeduizendzevenentachtig euro en negenennegentig

eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 maart 2007, bij

gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 41 dagen hechtenis.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde

betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot

betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 5] van een bedrag van EUR

2.087,99 (zegge: tweeduizendzevenentachtig euro en negenennegentig eurocent),

te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 maart 2007.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd

voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot

vergoeding van deze schade.

T.a.v. feit 1:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 3075,00 subsidiair 61 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4], gevestigd te Dongen, van een

bedrag van EUR 3.075,- (zegge: drieduizendvijfenzeventig euro), te

vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 maart 2007, bij gebreke van

betaling en verhaal te vervangen door 61 dagen hechtenis.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde

betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij :

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot

betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] van een bedrag van EUR

3.075,- (zegge: drieduizendvijfenzeventig euro), te vermeerderen met de

wettelijke rente vanaf 12 maart 2007.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet

ontvankelijk is.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd

voor zover hij of (een van)zijn mededader(s)/medeplichtige(n) heeft/hebben

voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze

schade.

T.a.v. feit 2:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 3500,00 subsidiair 70 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 6], gevestigd te Rouveen, van een

bedrag van EUR 3.500,- (zegge: drieduizendvijfhonderd euro), te vermeerderen

met de wettelijke rente vanaf 23 maart 2007, bij gebreke van betaling en

verhaal te vervangen door 70 dagen hechtenis.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde

betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij :

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot

betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 6] van een bedrag van EUR

3.500,- (zegge: drieduizendvijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke

rente vanaf 23 maart 2007.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet

ontvankelijk is.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd

voor zover hij of (een van) zijn mededader(s)/medeplichtige(n) heeft/hebben

voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze

schade.

T.a.v. feit 5:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 2500,00 subsidiair 50 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 12], gevestigd te Dordrecht van een bedrag van

EUR 2.500,- (zegge: tweeduizendvijfhonderd euro), te vermeerderen met de

wettelijke rente vanaf 17 mei 2007, bij gebreke van betaling en verhaal te

vervangen door 50 dagen hechtenis.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde

betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij :

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot

betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 12] van een bedrag van EUR 2.500,-

(zegge: tweeduizendvijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente

vanaf 17 mei 2007.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet

ontvankelijk is.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd

voor zover hij of (een van) zijn mededader(s)/medeplichtige(n) heeft/hebben

voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze

schade.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.A. Bik, voorzitter,

mr. I.L. Rijnbout en mr. H.M.H. de Koning, leden,

in tegenwoordigheid van mr. H.J.G. de Bruijn-van der Sluijs, griffier,

en is uitgesproken op 11 maart 2008.