Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2008:BC3225

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
04-02-2008
Datum publicatie
04-02-2008
Zaaknummer
01/845400-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren met aftrek van voorarrest, waarvan 713 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 10 jaren en bijzondere voorwaarden voor -kort gezegd -:

- ontuchtige handelingen plegen met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren, meermalen gepleegd,

- poging tot verleiding van iemand beneden de leeftijd van 18 jaren;

- kinderporno vervaardigen en in het bezit hebben.

De rechtbank is v.w.b. het vervaardigen van kinderporno van oordeel dat er bij een filmpje dat volledig virtueel is gemaakt op de computer en waarvoor geen echte mensen zijn gebruikt, sprake is van een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij iemand die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt schijnbaar is betrokken, zoals bedoeld in artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 240b
Wetboek van Strafrecht 247
Wetboek van Strafrecht 248a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2008, 74
NBSTRAF 2008/107
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

verkort vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/845400-07

Datum uitspraak: 04 februari 2008

Verkort vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955,

wonende te [woonplaats] [adres]

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 21 januari 2008.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 20 december 2007.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van [geboortedatum] 2005 tot en met 07 juni 2007 te

's-Hertogenbosch, met een persoon genaamd [slachtoffer 1] geboren op [geboortedatum]

2001, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten

echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit:

- het tonen van een of meer (kinder)pornografische films aan [slachtoffer 1]

- het tonen van een of meer (kinder)pornografische foto's aan [slachtoffer 1]

- het op schoot nemen van [slachtoffer 1]

- het (met zijn hand) over/tegen de vagina van [slachtoffer 1] wrijven/drukken;

- het drukken van zijn, verdachtes, tong tegen de tong van [slachtoffer 1]

[artikel 247 Wetboek van Strafrecht]

2.

hij in of omstreeks de periode van [geboortedatum] 2005 tot en met 7 juni 2007 te 's-Hertogenbosch, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door giften of beloften van geld of goed (te weten het aanbieden van een lolly en/of (ander) snoepgoed) of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of door misleiding, een persoon genaamd [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum] 2001) waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk te bewegen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van hem te dulden,

- [slachtoffer 1] zijn, verdachtes, ontblote penis, heeft getoond, en/of

- [slachtoffer 1] heeft gevraagd zijn, verdachtes, ontblote penis vast te pakken en/of in de mond te nemen en/of aan deze penis te likken, terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

[artikel 248a juncto 45 Wetboek van Strafrecht]

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot en met 8 juni 2007 te 's-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, één of meermalen een afbeelding en/of een gegevensdrager (een of meer harddisk(s) van (een) computer(s)) en/of (computer)bestanden en/of (een) diskette(s) en/of dvd('s) en/of cd-rom(s) en/of videoband(en)), bevattende één of meerdere afbeeldingen van seksuele gedragingen,bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (telkens) een of meer perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had(den) bereikt, was/waren betrokken en/of schijnbaar betrokken (telkens)heeft verspreid en/of vervaardigd en/of openlijk tentoongesteld en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad,te weten (digitale) afbeeldingen/foto's/films van een of meer (naakte en/of deels naakte) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hadden bereikt en die (een) seksuele gedraging(en) met zichzelf en/of een of meer andere perso(o)n(en) verrichten en/of laten verrichten, en/of die op zodanige wijze poseren en/of zijn afgebeeld, dat hun (ontblote) geslachtsdelen nadrukkelijk en/of uitdagend in beeld zijn gebracht, en/of die op zodanige wijze poseren en/of zijn afgebeeld, dat dit kennelijk (mede) is bedoeld om seksuele prikkeling op te wekken;en/of bestaande die seksuele gedraging(en) onder meer uit

- een baby, althans een meisje van ongeveer 1 a 2 jaar oud, die/dat herhaaldelijk althans een keer door een man met een stijve penis in haar anus wordt gepenetreerd;

- een meisje van ongeveer 4 a 7 jaar (met ontbloot bovenlichaam) dat de stijve penis van een man in haar vagina heeft;

- een meisje van ongeveer 5 a 6 jaar, (met ontbloot bovenlichaam) dat de stijve penis van een man in haar mond heeft;

- een meisje van ongeveer 11 jaar, (met ontbloot bovenlichaam) dat een witte substantie op haar borst heeft, terwijl boven haar borst een stijve penis is te zien;

- een meisje van ongeveer 5 jaar ([slachtoffer 1]) dat haar truitje omhoog houdt en/of haar blote borst/buik toont;

- een (virtuele afbeelding van een) meisje van ongeveer 8 jaar dat (met ontbloot lichaam) de (jeugdige) kijker toont hoe zij een (virtuele afbeelding van een) man aftrekt;

[artikel 240b Wetboek van Strafrecht]

De geldigheid van de dagvaarding.

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs.

* Overweging ten aanzien van feit 1:

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat verdachte op meerdere tijdstippen binnen de ten laste gelegde periode te 's-Hertogenbosch één of meer van de ten laste gelegde handelingen heeft gepleegd. De rechtbank leest het onder feit 1 ten laste gelegde aldus dat de steller van de tenlastelegging heeft bedoeld al deze tijdstippen onder het onder feit 1 ten laste gelegde te begrijpen. Blijkens het onderzoek ter terechtzitting is verdachte hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

* Overweging ten aanzien van feit 3, vijfde gedachtestreepje:

Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte de hier beschreven foto van [slachtoffer 1] zelf te ’s-Hertogenbosch heeft vervaardigd binnen de ten laste gelegde periode. Met betrekking tot dit gedachtestreepje zal dan ook worden bewezen verklaard dat verdachte deze foto niet alleen in zijn bezit heeft gehad, maar ook -in tegenstelling tot het overige aangetroffen materiaal- zelf heeft vervaardigd.

* Overwegingen ten aanzien van feit 3, zesde gedachtestreepje ([bestand 1]’):

In haar proces-verbaal stelt [verbalisant 1], die is verbonden aan het KLPD-team Bestrijding Kinderpornografie, dat dit filmpje volledig virtueel is gemaakt op de computer en dat daarvoor geen echte mensen zijn gebruikt. De rechtbank dient derhalve de vraag te beantwoorden of hier sprake is van een afbeelding van een seksuele gedraging ‘waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, schijnbaar is betrokken’, een en ander zoals bedoeld in artikel 240b eerste lid van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend en overweegt daartoe als volgt.

Het bestanddeel ‘schijnbaar is betrokken’ is geïntroduceerd bij Wet van 13 juli 2002, Stb. 2002, 388. De rechtbank legt het bestanddeel daarom uit in het licht van de historie van deze wet, alsmede van de ratio zoals die uit de recente wetsgeschiedenis naar voren komt. Daarbij slaat zij acht op de internationaal- en Europeesrechtelijke achtergrond. Met de wetswijziging geeft Nederland immers uitvoering aan artikel 9 eerste lid jo. tweede lid, aanhef en onder c, van het Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken (ook wel genaamd ‘Cybercrimeverdrag’, Trb. 2004, 290), alsmede aan artikel 3 eerste lid jo. artikel 1, aanhef en onder b, iii, van Kaderbesluit 2004/68/JBZ van de Raad van de Europese Unie van 22 december 2003 ter bestrijding van seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie ([bestand 2]). Die bepalingen verlangen, kort weergegeven, strafbaarstellingen met betrekking tot realistische afbeeldingen van niet-bestaande kinderen in verband met expliciet seksueel gedrag. Uit de nota naar aanleiding van het verslag van de vaste Tweede Kamercommissie voor Justitie (Kamerstukken II 2001/02, 27 745, nr. 6, p. 8-14) en de memorie van antwoord aan de Eerste Kamer (Kamerstukken I 2001/02, 27 745, nr. 299b, p. 2-9) blijkt het volgende. Met de wetswijziging is beoogd de reikwijdte van artikel 240b eerste lid van het Wetboek van Strafrecht uit te breiden tot zogenaamde virtuele kinderporno. Het bestanddeel ‘kennelijk’ (ten aanzien van de leeftijd) heeft de regering in dit verband bewust gehandhaafd, omdat het bewijs van de leeftijd bij een virtuele persoon niet valt te leveren, omdat die geen echte leeftijd heeft. De minister stelt vervolgens dat aan de hand van de afbeelding een schatting moet worden gemaakt van de leeftijd, waarbij rekening wordt gehouden met alle lichaamskenmerken die enige indicatie kunnen geven omtrent de leeftijd van de desbetreffende persoon, geslachtskenmerken daaronder begrepen. Voor de ‘schijnbare betrokkenheid’, dus voor virtuele kinderpornografie, is volgens de minister voldoende dat de afgebeelde persoon op een echt kind lijkt. Zijns inziens valt een afbeelding waaruit aanstonds blijkt dat het gaat om een gemanipuleerde afbeelding die niet realistisch is of om een creatieve uiting van de menselijke geest, niet onder de reikwijdte van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht. De ratio van de strafbaarstelling is niet langer louter gelegen in de bescherming van de afgebeelde jeugdige, maar ook in de ‘bescherming tegen gedrag dat kan worden gebruikt om kinderen aan te moedigen of te verleiden om deel te nemen aan seksueel gedrag en gedrag dat deel kan gaan uitmaken van een subcultuur die seksueel misbruik van kinderen bevordert.’

[verbalisant 1] stelt in haar analyse van het betreffende filmpje dat daarop een virtueel meisje van ongeveer 8 jaar oud is te zien; leeftijdschatting vindt blijkens haar proces-verbaal plaats op basis van lichaamskenmerken. Voorts houdt de analyse zakelijk weergegeven in dat dit meisje na de in beeld gebrachte titel ‘Sex Lessons for young girls’ en de aankondiging ‘Lessons jerking and facial’ duidelijk zichtbaar voor de ‘camera’ haar vinger op de mond legt en zo een stiltegebaar maakt, waarna zij een virtuele man aftrekt die dan op haar gezicht ejaculeert. Daarbij lijkt het meisje de kijker soms toe te spreken. Verbalisante relateert ook dat het meisje lacht naar de camera en dat aan het einde kleurige ballen en slingers in beeld verschijnen en een volwassene zichtbaar applaudisseert. Ter terechtzitting heeft de rechtbank dit handelen bij gelegenheid van het afspelen van het filmpje ook zelf waargenomen. Zij heeft ter terechtzitting bovendien zelf waargenomen dat het meisje geen borstontwikkeling en geen schaamhaar heeft en qua postuur niet volgroeid is. Ten slotte heeft de rechtbank ter terechtzitting waargenomen dat het hier geen fysiek bestaande personen betreft, maar een animatie. Uit deze wettige bewijsmiddelen heeft de rechtbank de overtuiging gekregen dat hier sprake is van een virtueel meisje dat als het ware in de prepuberteit is en dat dus de kennelijke leeftijd van achttien jaar bij lange na niet heeft bereikt, alsmede dat het gebeuren, incl. de afgebeelde personen, weliswaar voor volwassenen van echt is te onderscheiden, maar niet voor het gemiddelde kind. In verband met dat laatste merkt de rechtbank op dat dit naar haar oordeel in het onderhavige geval de criteriumfiguur moet zijn waartegen wordt getoetst, zulks temeer nu de maker van het filmpje blijkens de zo-even weergegeven titel en aankondiging, de cursusachtig aandoende weergave van manuele bevrediging en de vrolijke omlijsting op die doelgroep mikt. Deze conclusies verhouden zich naar het oordeel van de rechtbank bij uitstek met de toegevoegde grond voor strafbaarstelling, te weten ‘bescherming tegen gedrag dat kan worden gebruikt om kinderen aan te moedigen of te verleiden om deel te nemen aan seksueel gedrag en gedrag dat deel kan gaan uitmaken van een subcultuur die seksueel misbruik van kinderen bevordert.’

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

1.

in de periode van 21 augustus 2005 tot en met 7 juni 2007 te 's-Hertogenbosch, met een persoon genaamd [slachtoffer 1] geboren op [geboortedatum] 2001, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit:

- het tonen van kinderpornografische films aan [slachtoffer 1]

- het tonen van kinderpornografische foto's aan [slachtoffer 1]

- het op schoot nemen van [slachtoffer 1]

- het (met zijn hand) over/tegen de vagina van [slachtoffer 1] wrijven/drukken;

- het drukken van zijn, verdachtes, tong tegen de tong van [slachtoffer 1]

2.

in de periode van 21 augustus 2005 tot en met 7 juni 2007 te 's-Hertogenbosch, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door giften of beloften van goed (te weten het aanbieden van een lolly of ander snoepgoed) of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, een persoon genaamd [slachtoffer 1] (geboren op [geb[geboortedatum] 2001) waarvan verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk te bewegen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van hem te dulden,

- [slachtoffer 1] zijn, verdachtes, ontblote penis, heeft getoond, en

- [slachtoffer 1] heeft gevraagd zijn, verdachtes, ontblote penis vast te pakken en in de mond te nemen of aan deze penis te likken, terwijl de uitvoering van het voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

in de periode van 1 december 2004 tot en met 8 juni 2007 te 's-Hertogenbosch meermalen een afbeelding en/of een gegevensdrager (harddisks van computers en (computer)bestanden endiskettes en dvd’s en cd-roms en videobanden), bevattende één of meerdere afbeeldingen van seksuele gedragingen,bij welke vorenbedoelde afbeeldingen telkens een of meer perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had(den) bereikt, was/waren betrokken of schijnbaar betrokken heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad,te weten (digitale) afbeeldingen/foto's/films van een of meer (naakte en/of deels naakte) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hadden bereikt en die (een) seksuele gedraging(en) met zichzelf en/of een of meer andere perso(o)n(en) verrichten en/of laten verrichten, en/of die op zodanige wijze poseren en/of zijn afgebeeld, dat hun (ontblote) geslachtsdelen nadrukkelijk en/of uitdagend in beeld zijn gebracht, en/of die op zodanige wijze poseren en/of zijn afgebeeld, dat dit kennelijk (mede) is bedoeld om seksuele prikkeling op te wekken;en bestaande die seksuele gedraging(en) onder meer uit

- een meisje van ongeveer 1 à 2 jaar oud, dat herhaaldelijk door een man met een stijve penis in haar anus wordt gepenetreerd;

- een meisje van ongeveer 4 à 7 jaar (met ontbloot bovenlichaam) dat de stijve penis van een man in haar vagina heeft;

- een meisje van ongeveer 5 à 6 jaar, (met ontbloot bovenlichaam) dat de stijve penis van een man in haar mond heeft;

- een meisje van ongeveer 11 jaar, (met ontbloot bovenlichaam) dat een witte substantie op haar borst heeft, terwijl boven haar borst een stijve penis is te zien;

- een meisje van ongeveer 5 jaar ([slachtoffer 1]) dat haar truitje omhoog houdt en haar blote borst/buik toont;

- een virtuele afbeelding van een meisje van ongeveer 8 jaar dat met ontbloot lichaam de (jeugdige) kijker toont hoe zij een virtuele afbeelding van een man aftrekt.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 9, 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 24c, 27, 36f, 45, 57, 240b, 247, 248a.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

Ten aanzien van feit 1, 2 en 3:

- een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht;

Ten aanzien van het beslag:

- verbeurdverklaring van de onder punt 1 tot en met 14 op de beslaglijst vermelde goederen;

- teruggave van de onder punt 15 en 16 op de beslaglijst vermelde goederen aan de rechthebbende;

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij:

- toewijzing van de gehele vordering, bij wijze van voorschot, met oplegging van de maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

De op te leggen straffen en maatregel.

Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dienen te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank enerzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte:

- de mate van het leed dat aan het slachtoffer [slachtoffer 1] is aangedaan, te weten een ernstige aantasting van de lichamelijke integriteit en de persoonlijke levenssfeer;

- de (zeer) jeugdige leeftijd van het slachtoffer [slachtoffer 1];

- verdachte heeft ernstig misbruik gemaakt van het vertrouwen dat het slachtoffer [slachtoffer 1] en haar ouders in hem stelden;

- verdachte heeft gedurende een langere periode gewerkt aan het creëren van een persoonlijke band met het slachtoffer [slachtoffer 1] waarbij een opbouw in de mate van ernst van grensoverschrijdend seksueel gedrag waarneembaar is en waarbij verdachte zich probeerde te verzekeren van het stilzwijgen van het slachtoffer door het aanbieden van snoepgoed en het slachtoffer voor te houden dat verdachte naar de gevangenis zou moeten als zij iemand zou vertellen over aard van hun contacten;

- verdachte had een uitgebreide verzameling kinderporno in zijn bezit, waaronder een groot aantal foto’s en filmpjes, waaronder een aantal met zeer vergaande seksuele handelingen met zeer jonge kinderen; door het verzamelen van dit materiaal heeft verdachte een bijdrage geleverd aan het instandhouden van de productie en verspreiding van kinderporno en hierdoor aan het misbruik en de exploitatie van de daarbij betrokken minderjarigen;

- verdachte heeft er op geen enkel moment blijk van gegeven inzicht te hebben in de ernst van de door hem gepleegde feiten en in de omvang van de schadelijke gevolgen van zijn handelen voor het slachtoffer [slachtoffer 1] nu en in de toekomst;

- verdachte heeft niet uit zichzelf zijn bezigheden gestaakt.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank anderzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten voordele van verdachte:

- verdachte werd niet eerder tot straf veroordeeld;

- verdachte heeft de hem in het kader van een schorsing van zijn voorlopige hechtenis opgelegde bijzondere voorwaarden tot aan de zitting van 21 januari 2008 goed nageleefd, het contact met hulpverlening daaronder begrepen.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

Met betrekking tot een deel van de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank bepalen dat dat deel van die straf niet zal worden tenuitvoergelegd mits verdachte zich tot het einde van een hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken en gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarden naleeft. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

Met betrekking tot de lengte van de proeftijd zal de rechtbank bepalen dat deze tien jaren zal bedragen, nu er, mede gelet op de aard van het bewezenverklaarde, de zeer grensoverschrijdende inhoud van een deel van het aangetroffen kinderpornografische materiaal en het gebrek aan inzicht bij verdachte, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen, zoals bedoeld in artikel 14b tweede lid van het Wetboek van Strafrecht. De rechtbank overweegt hierbij dat zij op deze wijze enerzijds tegemoet heeft willen komen aan het belang dat verdachte heeft bij behoud van zijn baan, op grond waarvan de rechtbank heeft gekozen voor een andere strafmodaliteit dan een lange onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, die de rechtbank gelet op de feiten in beginsel passend acht. Met de lange proeftijd beoogt de rechtbank anderzijds het belang van de maatschappij maximaal te beschermen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij deels van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor de behandeling in deze strafzaak. Er is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. De rechtbank wijst de vordering terzake immateriële schade bij wijze van voorschot gedeeltelijk toe tot een bedrag van EUR 1.500,00 vermeerderd met de wettelijke rente te rekenen vanaf de datum van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het

slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum vonnis tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren haar vordering voor zover deze het bedrag van EUR 1.500,00 te boven gaat, aangezien dit deel niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

De benadeelde partij kan dit deel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen in beslag genomen voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting - dit voorwerpen zijn:

- met betrekking tot welke de feiten zijn begaan

- en die van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

Met betrekking tot de onder punt 15 en 16 op de lijst van in beslag genomen goederen vermelde zaken (kledingstukken van het slachtoffer) overweegt de rechtbank dat de rechthebbende, [moeder slachtoffer 1] ter zitting heeft verklaard geen prijs te stellen op teruggave van deze zaken. De rechtbank beschouwt deze mededeling als een afstandsverklaring en zal derhalve geen beslissing nemen aangaande het beslag op deze zaken.

DE UITSPRAAK

Verklaart het onder feit 1, 2 en 3 tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige

handelingen plegen, meermalen gepleegd

T.a.v. feit 2:

poging tot door giften of beloften van goed of misbruik van uit feitelijke

verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon waarvan hij weet dat deze de

leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen

ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van hem te dulden

T.a.v. feit 3:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de

leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen

en

een afbeelding en/of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een

seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar

nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit

hebben, meermalen gepleegd

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3:

Gevangenisstraf voor de duur van 2 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het

Wetboek van Strafrecht, waarvan 713 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 10

jaren

en als bijzondere voorwaarden:

dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen, hem te geven door of namens de Reclassering Nederland, Regio 's-Hertogenbosch, Eekbrouwersweg 6, 5233 VG 's-Hertogenbosch, zolang deze instelling zulks noodzakelijk acht, ook indien dit inhoudt een ambulante behandeling bij forensische kliniek De Omslag te 's-Hertogenbosch of een soortgelijke instelling.

Verleent aan de Reclassering voornoemd de opdracht als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

dat veroordeelde gedurende de proeftijd geen contact zal opnemen, zoeken of hebben - in welke vorm dan ook, ook niet via derden - met de in deze strafzaak genoemde en aan veroordeelde bekende, bij een algeheel contactverbod belang hebbende personen [slachtoffer 1] haar ouders en haar broers, een en ander met dien verstande dat onder dit contactverbod niet vallen contacten van of door tussenkomst van de advocaat van veroordeelde met genoemde personen;

dat veroordeelde gedurende de eerste vijf jaar na de feitelijke oplevering van zijn woning

aan de [adres] te 's-Hertogenbosch aan de nieuwe eigenaar zich niet zal ophouden in de [adres] te ’s-Hertogenbosch, zulks zolang [slachtoffer 1] in die straat woonachtig is.

Opheffing van het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden. Deze voorlopige hechtenis is op 2 augustus 2007 reeds geschorst.

T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3:

Werkstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 4 maanden vervangende hechtenis.

T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 1500,00 subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het [slachtoffer 1] van een bedrag van EUR 1.500,00 (zegge: vijftienhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 30 dagen hechtenis. Dit bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente te rekenen vanaf de datum van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij :

Wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan [moeder slachtoffer 1] in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 1] van een bedrag van EUR 1.500,00 (zegge: vijftienhonderd euro). Dit bedrag is bedoeld als voorschot en zal voorts worden vermeerderd met de wettelijke rente te rekenen vanaf de datum van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering terzake het overige niet-ontvankelijk is.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd

voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot

vergoeding van deze schade.

Onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen goederen, te weten: de onder punt 1 tot en met 14 van de aangehechte beslaglijst vermelde goederen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. F. van Laanen, voorzitter,

mr. drs. W.A.F. Damen en mr. M. Lammers, leden,

in tegenwoordigheid van mr. A.W.A. Kap-Knippels, griffier,

en is uitgesproken op 4 februari 2008.