Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2008:BC2903

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
10-01-2008
Datum publicatie
29-01-2008
Zaaknummer
AWB 06/4948
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder om haar verzoek tot vergoeding van de kosten die zij in bezwaar heeft moeten maken af te wijzen. Tussen partijen is in geschil of eiseres de kosten voor professionele rechtsbijstand, waarvan zij vergoeding heeft verzocht, redelijkerwijs heeft moeten maken. Niet in geschil is dat aan de overige vereisten van artikel 7:15, tweede lid, van de Awb is voldaan. Het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft sinds 12 maart 2002 ook betrekking op de vergoeding van kosten verband houdende met de bezwaarfase. Voor de kosten van professionele rechtsbijstand is in het Besluit proceskosten bestuursrecht geen aansluiting gezocht bij de daadwerkelijk gemaakte kosten, maar een forfaitair tarief neergelegd. Dat tarief is gebaseerd op de daadwerkelijk verrichte proceshandelingen. Toekenning van een kostenvergoeding voor professionele rechtsbijstand is dus niet, zoals verweerder stelt, afhankelijk van (het bewijs van) de daadwerkelijk gemaakte kosten. Daaruit volgt dat verweerder aan eiseres, nu namens deze een bezwaarschrift is ingediend, met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage, in totaal € 161,00 had moeten vergoeden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2008-0248
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH

Sector bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 06/4948

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 januari 2008

inzake

Axus Nederland B.V.,

te Hoofddorp,

eiseres,

gemachtigde mr. drs. C.M.J.E.P. Meerts,

tegen

het hoofd Belastingen van de dienst Algemene en Publiekzaken van de gemeente Eindhoven,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 16 augustus 2006 heeft verweerder aan eiseres een naheffingsaanslag parkeerbelastingen opgelegd.

Het hiertegen door eiseres gemaakte bezwaar is door verweerder bij besluit van 4 december 2006 gegrond verklaard.

Bij besluit van 20 december 2006 heeft verweerder de door eiseres verzochte vergoeding van de kosten die zij in bezwaar heeft moeten maken, afgewezen.

Eiseres heeft tegen laatstgenoemd besluit beroep ingesteld.

Partijen hebben desgevraagd toestemming gegeven, als bedoeld in artikel 8:57 van

de Algemene wet bestuursrecht (Awb), om een onderzoek ter zitting achterwege te laten, zodat uitspraak zal worden gedaan op grond van de gedingstukken. De rechtbank heeft het onderzoek vervolgens gesloten.

Overwegingen

1. Het wettelijk kader luidt als volgt.

2. Ingevolge artikel 7:15, tweede lid, van de Awb worden de kosten die de belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, door het bestuursorgaan op zijn verzoek uitsluitend vergoed, voor zover het in bezwaar bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.

3. De rechtbank overweegt als volgt.

4. Tussen partijen is in geschil of eiseres de kosten, waarvan zij vergoeding heeft verzocht, redelijkerwijs heeft moeten maken. Niet in geschil is dat aan de overige vereisten van artikel 7:15, tweede lid, van de Awb is voldaan.

5. De wetgever heeft bij de invoering van het tweede lid van artikel 7:15 van de Awb aansluiting gezocht bij de regeling van de vergoeding van de kosten van het beroep bij de rechter, zoals neergelegd in het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit). Dit Besluit heeft derhalve sinds 12 maart 2002 ook betrekking op de vergoeding van kosten verband houdende met het bezwaar.

6. Met de bewoordingen ‘redelijkerwijs heeft moeten maken’ in artikel 7:15, tweede lid, van de Awb is volgens de Memorie van Toelichting (TK 1999-2000, 27 024, nr. 3, p. 7 ) de zogenaamde ‘dubbele redelijkheidstoets’ voor de kostenvergoeding in de bezwaarfase gecodificeerd. Deze toets houdt in dat niet slechts de kosten zelf redelijk moeten zijn om voor vergoeding in aanmerking te komen, maar dat ook het inroepen van rechtsbijstand redelijk moet zijn geweest. De toets of de kosten zelf redelijk zijn, wordt slechts toegepast indien en voor zover de hoogte van de vergoeding afhankelijk is van de hoogte van de gemaakte kosten. Dat is, gelet op artikel 2, eerste lid, van het Besluit slechts het geval voor zover het gaat om reiskosten en kosten van uittreksels uit de openbare registers, telegrammen, internationale telexen, internationale telefaxen en internationale telefoongesprekken. Voor de kosten van professionele rechtsbijstand is in het Besluit geen aansluiting gezocht bij de daadwerkelijk gemaakte kosten, maar een forfaitair tarief neergelegd. Dat tarief is gebaseerd op de daadwerkelijk verrichte proceshandelingen. Voor de vraag of het inroepen van rechtsbijstand redelijk is geweest, volgt uit vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep dat het inroepen van rechtsbijstand – behoudens de aanwezigheid van contra-indicaties – redelijk wordt geacht.

7. Gelet op het voorgaande is de rechtbank met eiseres van oordeel dat verweerder ten onrechte heeft besloten de door eiseres verzochte vergoeding van de kosten die zij in bezwaar heeft moeten maken, af te wijzen. Het staat vast dat de gemachtigde van eiseres, namens deze, een bezwaarschrift heeft ingediend bij verweerder. Voorts staat vast dat de gemachtigde van eiseres beroepsmatig rechtsbijstandverlener is en het bezwaarschrift in het kader van de uitoefening van zijn beroep heeft ingediend, zodat kan worden gesproken van professionele rechtsbijstand in de zin van het Besluit. Verweerder heeft uitsluitend gesteld dat niet is gebleken dat eiseres de betreffende kosten daadwerkelijk heeft gemaakt, omdat eiseres, dan wel haar gemachtigde, geen daarop betrekking hebbende factuur heeft overgelegd. Daarmee heeft verweerder evenwel een verkeerde maatstaf gehanteerd. Toekenning van een kostenvergoeding voor professionele rechtsbijstand is zoals gezegd afhankelijk van de daadwerkelijk verrichte proceshandelingen en niet, zoals verweerder stelt, van (het bewijs van) de daadwerkelijk gemaakte kosten. Daaruit volgt dat verweerder aan eiseres, nu namens deze een bezwaarschrift is ingediend, met inachtneming van het Besluit en de daarbij behorende bijlage, in totaal € 161,00 had moeten vergoeden.

8. Gelet op het voorgaande dient het beroep van eiseres gegrond verklaard te worden. Het bestreden besluit kan dan ook niet in stand blijven.

9. Nu uit het vorenstaande voortvloeit dat met inachtneming van deze uitspraak rechtens nog maar één beslissing mogelijk is, ziet de rechtbank aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb zelf in de zaak te voorzien.

10. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte kosten verband houdende met het bezwaar. Deze kosten zijn met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage begroot op in totaal € 161,00 voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand:

• 1 punt voor het indienen van een bezwaarschrift;

• waarde per punt € 161,00

• wegingsfactor 1.

11. De rechtbank acht voorts termen aanwezig verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten zijn met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage begroot op in totaal € 322,00 voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand:

• 1 punt voor het indienen van een (aanvullend) beroepschrift;

• waarde per punt € 322,00

• wegingsfactor 1.

12. Tevens zal de rechtbank bepalen dat de gemeente Eindhoven aan eiseres het door haar gestorte griffierecht ten bedrage van € 281,00 dient te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank,

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte kosten verband houdende met het bezwaar, vastgesteld op € 161.00;

- veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten vastgesteld op € 322,00;

- wijst de gemeente Eindhoven aan als de rechtspersoon die de kosten verband houdende met het bezwaar, alsmede de proceskosten dient te vergoeden.

- bepaalt dat de gemeente Eindhoven namens verweerder aan eiseres het door haar gestorte griffierecht dient te vergoeden ten bedrage van € 281,00;

Aldus gedaan door mr. A.H.N. Kruijer als rechter in tegenwoordigheid van mr. F.M. Tadic als griffier en in het openbaar uitgesproken op 10 januari 2008.

?Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201CZ te ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;