Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2008:BC1789

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
02-01-2008
Datum publicatie
14-01-2008
Zaaknummer
AWB 07/1859
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Betreft ongegrondverklaring bezwaar tegen de last onder dwangsom om de werkzaamheden inclusief de direct daaruit voorvloeiende activiteitenten behoeve van containerteelt stil te leggen. Zoals uiteengezet in de uitspraak van nummer AWB 07/1790 past de bedrijfsvoering binnen de bestemming. Het gebruik van de gronden met inbegrip van de ten behoeve van de containerteelt aangelegde werken/werkzaamheden is derhalve toegestaan. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden en het primaire besluit.

Gevoegde behandeling met LJNs BC1636, BC1781 en BC1793.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH

Sector bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 07/1859

Uitspraak van de meervoudige kamer van 2 januari 2008

inzake

Flora Partners BV,

te Nijmegen,

eiseres,

[eiser],

te [woonplaats],

eiser,

gezamenlijk te noemen: eisers,

gemachtigde mr. J.J.J. de Rooij,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haaren,

verweerder,

gemachtigde mr. G.M.H. Martens.

Procesverloop

Bij besluit van 17 mei 2006 heeft verweerder eiser gelast de aanlegwerkzaamheden, inclusief alle daaruit direct voortvloeiende activiteiten, zoals het plaatsen en geplaatst houden van potten, op het perceel kadastraal bekend Haaren, sectie C nr. 1590, plaatselijk bekend Ruiting (ong.) te Haaren, met onmiddellijke ingang te beëindigen en beëindigd te houden. Daarbij heeft verweerder bepaald dat wanneer de werkzaamheden worden voortgezet een dwangsom wordt verbeurd van € 1.000,- per keer dat zulks wordt geconstateerd (maximaal eens per dag) met een maximum van € 100.000,-.

Bij besluit van 24 mei 2007 heeft verweerder het hiertegen door eisers gemaakte bezwaar van eisers ongegrond verklaard en het besluit van 17 mei 2006 gehandhaafd.

Tegen dit besluit hebben eisers bij brief van 1 juni 2007 beroep ingesteld bij de rechtbank.

Bij brief van eveneens 1 juni 2007 hebben eisers de voorzieningenrechter verzocht terzake een voorlopige voorziening te treffen als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Na de mondelinge behandeling ter zitting van 19 juli 2007 heeft de rechtbank besloten de beroepen versneld te behandelen. Verweerder heeft ter zitting aangegeven dat de begunstigingstermijn van de lasten onder dwangsom wordt verlengd tot de uitspraak in de beroepszaken. Daarop hebben eisers het verzoek ingetrokken.

De zaak is – gevoegd met de zaken AWB 07/1790, AWB 07/1814 en AWB 07/2106 – met toepassing van artikel 8:52 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) versneld behandeld ter zitting van 26 oktober 2007, waar eiser mede namens eiseres is verschenen in persoon, bijgestaan door hun gemachtigde en door ing. W.A.M. van Mullem als deskundige. Verweerder is verschenen bij gemachtigde en M.J. Volbeda.

Overwegingen

1. In dit geschil is aan de orde of het besluit van verweerder, waarbij het bezwaar van eisers tegen de last onder dwangsom om de aanlegwerkzaamheden inclusief de daaruit direct voortvloeiende activiteiten stil te leggen ongegrond is verklaard, in rechte in stand kan blijven.

2. Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat de aanlegwerkzaamheden aanlegvergunningplichtig zijn, en dat de daaruit direct voortvloeiende werkzaamheden die op zich zelf niet aanlegvergunningplichtig zijn, zoals het aanbrengen van worteldoek en het plaatsen van potten ten behoeve van de containerteelt, in samenhang met eerstgenoemde werkzaamheden dienen te worden aangemerkt als gebruik van de grond in strijd met de planvoorschriften.

3. De rechtbank heeft heden uitspraak gedaan in de tegelijkertijd met de onderhavige zaak behandelde zaken, geregistreerd onder de nummers AWB 07/1790 en AWB 07/1814. De rechtbank is daarin tot het oordeel gekomen dat geen aanlegvergunning benodigd is.

4. Met betrekking tot de vraag of het gebruik van deze werken alsmede de (werkzaamheden ten behoeve van) de containerteelt een met de planvoorschriften strijdig gebruik vormt wordt overwogen als volgt.

5. Ingevolge de Doeleindenomschrijving in artikel 5.1.1 van de planvoorschriften zijn de gronden, die op plankaart 1 zijn aangegeven als “Agrarisch gebied met abiotische en natuurwaarden”, bestemd voor

a. de duurzame uitoefening van het agrarisch bedrijf, met de daarbij behorende voorzieningen;

b. behoud, herstel en/of ontwikkeling van natuur(wetenschappelijke) waarden, nader gespecificeerd op plankaart 1 en in de hierna volgende voorschriften;

c. 1. in het algemeen:

behoud en herstel van abiotische waarden;

2. in het bijzonder:

- behoud van dalvormige laagten, voor zover op plankaart 1 de aanduiding “G” (geomorfologie) is aangegeven;

- bescherming verdrogingsgevoelige gronden, voor zover op de plankaart 1 de aanduiding “V” is gegeven (hydrologie);

d. behoud, herstel en/of ontwikkeling van landschappelijke waarden.

7. Ingevolge artikel 25 van de planvoorschriften is het verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met het in het plan bepaalde.

8. Vaststaat dat het beoogde gebruik verband houdt met containerteelt. Zoals uiteengezet in de uitspraak met nummer AWB 07/1790 past de bedrijfsuitoefening op grond van artikel 5.1.1, aanhef en onder a, van de planvoorschriften naar het oordeel van de rechtbank binnen de bestemming.

9. Het gebruik van de gronden met inbegrip van de ten behoeve van de containerteelt aangelegde werken/ werkzaamheden is derhalve toegestaan.

10. Hieruit volgt dat het in deze zaak bestreden besluit niet in stand kan blijven. De rechtbank zal het dan ook vernietigen. Tevens zal de rechtbank het primaire besluit vernietigen.

11. De rechtbank acht termen aanwezig verweerder aanvullend te veroordelen in de door eisers in deze zaak gemaakte proceskosten. Deze kosten zijn met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage begroot op in totaal

€ 322,00 voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand:

• 1 punt voor het indienen van een (aanvullend) beroepschrift;

• waarde per punt € 322,00

• wegingsfactor 1.

12. Tevens zal de rechtbank bepalen dat de gemeente Haaren aan eisers het door hen gestorte griffierecht van € 285,00 dient te vergoeden.

13. Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De rechtbank,

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- vernietigt het primaire besluit;

- bepaalt dat de gemeente Haaren namens verweerder aan eisers het door hen gestorte griffierecht dient te vergoeden ten bedrage van € 285,00;

- veroordeelt verweerder in de door eisers gemaakte proceskosten vastgesteld op € 322,00;

- wijst de gemeente Haaren aan als de rechtspersoon die de proceskosten en het griffierecht dient te vergoeden.

Aldus gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen als voorzitter en mrs J.H.G. van den Broek en M.T. van Vliet als leden, in tegenwoordigheid van A.J.H. van der Donk als griffier en uitgesproken in het openbaar op 2 januari 2008.

Partijen kunnen tegen deze uitspraak binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.

Afschriften verzonden: