Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2008:4015

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
31-12-2008
Datum publicatie
08-11-2013
Zaaknummer
154796
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 's-Hertogenbosch

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 154796 / HA ZA 07-365

Vonnis van 31 december 2008

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MURENE BEHEER B.V.,

gevestigd te Schiphol Airport,

eiseres,

advocaat mr. drs. M.M.S. ter Beek- Ehren,

tegen

1 [gedaagde sub 1],

wonende te [woonplaats], België,

gedaagde,

advocaat mr. P.J.A. van de Laar,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. M.G.H. Vogels.

Partijen zullen hierna Murene en [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding;

  • -

    de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 1];

  • -

    de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid / verzoek tot verwijzing van [gedaagde sub 2];

  • -

    de akte tot referte van [gedaagde sub 1];

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident houdende exceptie van onbevoegdheid / verzoek tot verwijzing van Murene;

  • -

    het vonnis in incident van 29 augustus 2007;

  • -

    de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 2];

  • -

    het tussenvonnis van 24 oktober 2007;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 27 mei 2008;

  • -

    de akte na comparitie, tevens houdende vermeerdering van eis van Murene;

  • -

    de antwoordakte, tevens houdende verzet tegen de vermeerdering van eis van [gedaagde sub 1];

  • -

    de antwoordakte na comparitie, tevens akte uitlating vermeerdering van eis van [gedaagde sub 2];

  • -

    de beslissing van de rolrechter van 16 juli 2008 waarbij het verzet van [gedaagde sub 1] tegen de vermeerdering van eis ongegrond is verklaard.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

1.3.

De rechter, ten overstaan van wie de comparitie is gehouden, heeft dit vonnis niet kunnen wijzen vanwege organisatorische redenen.

2 De feiten

2.1.

Bij notariële akte van 13 oktober 2003 is de besloten vennootschap The Move B.V. opgericht. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] waren oprichters en aandeelhouders. Na de oprichting waren zij beiden bestuurder van The Move B.V.

2.2.

De notaris heeft op 14 oktober 2003 de stukken naar de Kamer van Koophandel verzonden ter eerste inschrijving in het handelsregister.

2.3.

Op 14 oktober 2003 heeft The Move B.V. een huurovereenkomst gesloten met Murene voor een periode van vijf jaren - met ingangsdatum 15 oktober 2003 - met betrekking tot een bedrijfsruimte en een buitenterrein. Daarbij is een huurprijs overeengekomen van € 5.000,00 per maand.

2.4.

Op 16 oktober 2003 is The Move B.V. in het handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeschreven.

2.5.

[gedaagde sub 1] heeft zich per 28 november 2003 als bestuurder van The Move B.V. laten uitschrijven bij de Kamer van Koophandel.

2.6.

Vanaf februari 2004 heeft The Move B.V. niet meer aan haar betalingsverplichting van de huurovereenkomst voldaan. [gedaagde sub 2] heeft dit reeds bij brief van 29 januari 2004 aan Murene laten weten. Op 22 maart 2004 heeft Murene daarop de bankgarantie (€ 17.850,00) ingeroepen, die door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] als waarborg voor de juiste nakoming van hun verplichtingen uit de huurovereenkomst aan Murene was afgegeven.

2.7.

Murene heeft de door The Move B.V. gehuurde panden in mei 2005 respectievelijk in juli 2005 verkocht.

3 Het geschil

3.1.

Murene vordert  samengevat en na eisvermeerdering - hoofdelijke veroordeling van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] tot betaling van:

  • -

    € 78.704,57 ter zake schadevergoeding in verband met achterstallige huurtermijnen, vermeerderd met de wettelijk rente vanaf de respectievelijke vervaldata van de huurtermijnen;

  • -

    € 12.262,95 ter zake schadevergoeding in verband met de courtagekosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de respectievelijke vervaldata van de courtagenota’s;

  • -

    € 1.788,00 ter zake buitengerechtelijke incassokosten en

  • -

    de proceskosten.

3.2.

[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Murene heeft het navolgende aan haar vordering ten grondslag gelegd.

The Move B.V. heeft vanaf februari 2004 niet meer aan haar betalingsverplichtingen op grond van de huurovereenkomst voldaan. Murene heeft schade geleden doordat The Move B.V. de achterstallige huurtermijnen niet heeft voldaan. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn als bestuurders van The Move B.V. primair op grond van artikel 2:180 lid 2 sub a BW en subsidiair op grond van onrechtmatige daad hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die Murene heeft geleden als gevolg van de toerekenbare tekortkoming van The Move B.V.

4.2.

Het meest verstrekkende verweer van [gedaagde sub 1] tegen de vordering van Murene, is het verweer dat Murene haar als bestuurder van The Move B.V. niet kan aanspreken voor schadevergoeding, nu Murene niet eerst The Move B.V. heeft aangesproken met betrekking tot de gestelde schade.

4.3.

De rechtbank oordeelt hierover als volgt.

Indien er sprake is van hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurders van de B.V., betekent dit een aansprakelijkheid naast die van de B.V. Niet is vereist dat de B.V. eerst moet worden aangesproken. De rechtbank zal dit verweer derhalve verwerpen.

Hoofdelijke aansprakelijkheid ex artikel 2:180 lid 2 aanhef en onder a BW?

4.4.

Voormeld artikel bepaalt:

De bestuurders zijn naast de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk voor elke tijdens hun bestuur verrichte rechtshandeling waardoor de vennootschap wordt verbonden in het tijdvak voordat:

a. de opgave ter eerste inschrijving in het handelsregister, vergezeld van de neer te leggen afschriften, is geschied.

4.5.

De ratio van dit artikel is met name om bestuurders te prikkelen om aan de verplichting tot inschrijving en kapitaalstorting (lid 2 aanhef en onder b en c) te voldoen. Het zorgt er tevens voor dat aan crediteuren verhaalsmogelijkheden worden verschaft zolang de rechtspersoon zelf in deze nog te weinig zekerheid biedt.

4.6.

Het betoog van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2], dat de opgave tijdig is gedaan door de oprichting van de The Move B.V. op 13 oktober 2003 en de onmiddellijk daarop gevolgde verzending van de inschrijvingspapieren op 14 oktober 2003 door de notaris aan de Kamer van Koophandel, volgt de rechtbank niet. Het gaat om het doen van opgave. Een dergelijke opgave wordt eerst feitelijk gedaan indien zij wordt ontvangen door de Kamer van Koophandel. De rechtbank merkt op dat zulks niet de dag van inschrijving hoeft te zijn. Als vaststaand kan echter worden aangenomen dat de opgave eerst op 15 of 16 oktober 2003 is gedaan. Overigens was de opgave kennelijk correct en volledig en is de Kamer van Koophandel op 16 oktober 2003 overgegaan tot inschrijving.

4.7.

Vervolgens komt de vraag aan de orde of Murene een beroep toekomt op voormeld artikel. De rechtbank merkt in dat kader op dat de bestuurders van The Move B.V. geheel in lijn hebben gehandeld met de ratio van voormeld artikel. Zij hebben terstond na de oprichting van de B.V. opgave ter inschrijving gedaan. Bovendien is kennelijk volledig voldaan aan de stortingsverplichting en is de correcte en volledige opgave door de Kamer van Koophandel op 16 oktober 2003 ingeschreven. Murene is in geen enkel belang geschaad. Zij heeft gecontracteerd met de partij waarmee zij wilde contracteren en die partij heeft voortvarend voldaan aan al haar verplichtingen ex artikel 2:180 BW.

4.8.

Gelet op deze feitelijke gang van zaken en de ratio van artikel 2:180 BW komt de rechtbank tot de slotsom dat een redelijke en op de praktijk afgestemde wetsuitleg zich in deze zaak verzet tegen het aanvaarden van persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurders ex artikel 2:180 BW.

Hoofdelijke aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad?

4.9.

De rechtbank zal vervolgens ingaan op de stelling van Murene dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] onrechtmatig jegens haar hebben gehandeld door het sluiten van de huurovereenkomst, terwijl het bij hen bekend was of redelijkerwijs bekend had behoren te zijn dat The Move B.V. haar betalingsverplichtingen jegens Murene niet zou kunnen nakomen.

4.10.

Murene heeft ter onderbouwing van haar stelling de volgende omstandigheden aangevoerd. The Move B.V. heeft maar 3,5 maand aan haar betalingsverplichtingen kunnen voldoen. The Move B.V. heeft voorts het gehuurde pand nooit betrokken. Uit de jaarrekening van 2004 volgt verder dat The Move B.V. niet over enig kapitaal beschikt en ten slotte voert Murene aan dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] geen inzicht hebben gegeven in eventuele kredietfaciliteiten van de vennootschap.

4.11.

[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben gemotiveerd bestreden dat het ten tijde van het sluiten van de huurovereenkomst voor hen voorzienbaar was dat The Move B.V. de betalingsverplichtingen uit de huurovereenkomst niet zou kunnen nakomen. Zij voeren aan dat er bij de start van het bedrijf voldoende kapitaal aanwezig was. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] voeren verder aan dat enkele weken na het sluiten van de huurovereenkomst bleek dat er tussen hen als bestuurders geen samenwerking (meer) mogelijk was. Dit was volgens hen op geen enkele wijze voorzienbaar. Zij waren bij de start van de vennootschap juist goede vrienden.

4.12.

De bestuurder van een vennootschap die in naam en voor rekening van die vennootschap een verplichting is aangegaan, terwijl hij weet of redelijkerwijs behoort te weten dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen kan voldoen en geen verhaal zal bieden voor de schade ten gevolge van de niet-nakoming, treft een zodanig verwijt dat hij persoonlijk jegens de wederpartij van de vennootschap aansprakelijk is op grond van onrechtmatig handelen, behoudens door de bestuurder aan te voeren omstandigheden die zijn handelswijze rechtvaardigen of verontschuldigen. Daarbij is wetenschap bij de bestuurder van een risico dat de vennootschap een verplichting niet zal kunnen nakomen en geen verhaal zou kunnen bieden niet zonder meer voldoende voor het aannemen van die aansprakelijkheid van de bestuurder, als het risico zich vervolgens ook verwezenlijkt. Het nemen van een verantwoord risico leidt dus niet tot aansprakelijkheid op deze grond. Dat is pas anders indien de bestuurder had behoren te voorzien dat het risico verkeerd zou uitpakken en dat de vennootschap dan niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen.

4.13.

Voor de beoordeling van de aansprakelijkheid van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in persoon is derhalve van belang of er ten tijde van het sluiten van de huurovereenkomst, te weten op 14 oktober 2003, wetenschap bestond of had moeten bestaan bij [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] dat The Move B.V. haar betalingsverplichtingen niet zou kunnen nakomen.

De rechtbank is van oordeel dat Murene geen concrete feiten of omstandigheden heeft gesteld waaruit afgeleid kan worden dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] bij het aangaan van de huurovereenkomst wisten of redelijkerwijs behoorden te weten dat The Move B.V. niet aan haar verplichtingen voortvloeiende uit die overeenkomst zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden voor de schade tengevolge van de niet-nakoming. Dat The Move B.V. slechts 3,5 maand aan haar betalingsverplichtingen heeft voldaan, doet hieraan niet af. Dit betekent immers niet noodzakelijkerwijs dat de niet-nakoming van de betalingsverplichtingen door The Move B.V. reeds bij het aangaan van de overeenkomst voor [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] voorzienbaar had moeten zijn.

De rechtbank oordeelt derhalve dat Murene haar stelling - dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ten tijde van het aangaan van de huurovereenkomst wisten althans konden weten dat The Move B.V. haar verplichtingen niet zou nakomen - onvoldoende heeft onderbouwd.

Het is de rechtbank voorts niet duidelijk waar Murene op doelt met haar stelling dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] geen inzicht in de kredietfaciliteiten hebben gegeven. Gesteld noch gebleken is bijvoorbeeld dat er essentiële informatie zou zijn achtergehouden met betrekking tot het vermogen van de vennootschap. De rechtbank zal dan ook deze stelling passeren.

De rechtbank wijst derhalve de vordering, voor zover gebaseerd op deze grondslag, af.

4.14.

Murene heeft ter comparitie nog een tweede reden aangevoerd voor haar stelling dat [gedaagde sub 1] als (voormalig) bestuurder persoonlijk aansprakelijk is vanwege onrechtmatig handelen jegens Murene. Murene stelt dat nu [gedaagde sub 1] over voldoende financiële middelen beschikte, maar dat zij deze - vanwege de stukgelopen samenwerking met [gedaagde sub 2] - niet langer in de vennootschap wilde steken, aan [gedaagde sub 1] aldus een ernstig verwijt valt te maken. [gedaagde sub 1] heeft zich volgens Murene niet op verantwoorde wijze uit de vennootschap teruggetrokken.

4.15.

De rechtbank overweegt dat het enkele feit dat een vennootschap onvoldoende middelen heeft om aan haar verplichtingen te voldoen, voor een bestuurder nog niet de verplichting meebrengt aan de vennootschap extra kapitaal te verstrekken. Dit kan onder omstandigheden anders zijn indien degene die volledige zeggenschap in de vennootschap heeft, nalaat ervoor te zorgen dat de vennootschap haar schuld betaalt terwijl de vennootschap daartoe wel in staat is, bijvoorbeeld door gebruik te maken van gelden die de vennootschap ter beschikking staan krachtens een bestaande of nog te verkrijgen kredietfaciliteit.

Niet is gesteld of gebleken dat een dergelijke situatie zich hier voordoet. De rechtbank zal derhalve de vordering voor zover gebaseerd op deze grondslag afwijzen.

Proceskosten

4.16.

Murene zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] worden verwezen.

De door Murene te vergoeden kosten aan de zijde van [gedaagde sub 1] worden begroot op:

- vast recht € 1.136,00

- salaris advocaat 2.235,00(2,5 punten × tarief € 894,00)

Totaal €  3.371,00

De door Murene te vergoeden kosten aan de zijde van [gedaagde sub 2] worden begroot op:

- vast recht € 1.136,00

- salaris advocaat 2.235,00(2,5 punten × tarief € 894,00)

Totaal €  3.371,00

[gedaagde sub 2] heeft de wettelijke rente gevorderd over dit bedrag indien Murene de proceskosten niet binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis aan [gedaagde sub 2] heeft voldaan. Murene heeft dit niet betwist, zodat de rechtbank de wettelijke rente op de hierna te vermelden wijze zal toewijzen.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt Murene in de proceskosten tot op heden aan de zijde van [gedaagde sub 1] begroot op € 3.371,00;

5.3.

veroordeelt Murene in de proceskosten tot op heden aan de zijde van [gedaagde sub 2] begroot op € 3.371,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover indien deze kosten niet binnen 14 dagen na dagtekening van dit vonnis zijn betaald;

5.4.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen onder 5.2. en 5.3. uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.P.M. Rousseau en in het openbaar uitgesproken op 31 december 2008.