Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2007:BR3931

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
10-07-2007
Datum publicatie
05-08-2011
Zaaknummer
01/845199-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van (medeplegen van) moord/doodslag en diefstal van elektriciteit.

Bewezenverklaring van telen, bewerken en verwerken van hennep.

Opgelegd een gevangenisstraf van 12 weken met aftrek voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

verkort vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/845199-06

Datum uitspraak: 10 juli 2007

Verkort vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,

wonende te [woonplaats], [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 26 juni 2007.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 4 augustus 2006.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 20 mei 2006 te Rosmalen, althans in de gemeente 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en/of met voorbedachten rade een persoon genaamd [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet en/of na kalm beraad en rustig overleg, met (grote) kracht (met) een (zwaar) voorwerp (met een zandloperachtig en/of H-vormig, althans met een min of meer vormgelijk uiteinde) in de borst en/of hals, althans in het (boven)lichaam, van die [slachtoffer] gestoken en/of gestoten en/of gedreven en/of gebracht, waardoor

- (de kop van) het borstbeen van die [slachtoffer] is doorkliefd, en/of

- de halsspier(en) van die [slachtoffer] is/zijn verscheurd en/of verbrijzeld,

en/of

- de (rechter) halsader van die [slachtoffer] is doorkliefd, en/of

- de luchtpijp van die [slachtoffer] is verscheurd en/of verbrijzeld,

tengevolge waarvan deze [slachtoffer] is overleden;

[artikelen 289 en 287 juncto 47 Wetboek van Strafrecht]

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 december 2005 tot en met 20 mei 2006 te Rosmalen, althans in de gemeente 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 142 gram hennep en/of ongeveer 617 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel

als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

[artikel 3 onder B en C Opiumwet]

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 december 2005 tot en met 20 mei 2006 te Rosmalen, althans in de gemeente 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen energie, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [energiemaatschappij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming,

te weten door het verbreken van de verzegeling aan de aansluitkast;

[artikel 311 Wetboek van Strafrecht]

De tenlastelegging is op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van 23 november 2006 gewijzigd. Van deze vordering is een kopie (bijlage 1) aan dit vonnis gehecht.

De geldigheid van de dagvaarding.

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

Vrijspraak (feit 1 en 3)

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 1 is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Naar het oordeel van de rechtbank bevat het strafdossier onvoldoende bewijsmiddelen waaruit de betrokkenheid van verdachte bij de dood van het slachtoffer [slachtoffer] blijkt. Ook uit het onderzoek ter terechtzitting is van een dergelijke betrokkenheid niet gebleken.

Tevens acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 3 is tenlastegelegd. Verdachte heeft weliswaar bekend dat hij betrokken is geweest bij de hennepkwekerij, maar uit het strafdossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt niet dat verdachte feitelijke wetenschap had van de elektriciteitsdiefstal en/of het verbreken van de verzegeling aan de aansluitkast. De rechtbank is van oordeel dat verdachte daarom behoort te worden vrijgesproken van dit feit.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

2.

in de periode van 1 januari 2006 tot en met 20 mei 2006 te Rosmalen, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk heeft geteeld en bewerkt en verwerkt (in een pand aan de [adres]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 142 gram hennep en ongeveer 617 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 47, 27, 57

Opiumwet art. 3, 11

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

Vrijspraak ten aanzien van feit 1.

Een gevangenisstraf voor de duur van 103 dagen met aftrek van voorarrest ten aanzien van feit 2 en 3.

De op te leggen straf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte:

- de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- verdachte heeft bij het plegen van de feiten gehandeld uit puur winstbejag.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf nu de rechtbank verdachte voor feit 3 zal vrijspreken en de rechtbank van oordeel is dat de op te leggen straf de ernst van het bewezenverklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde partij].

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, aangezien de verdachte wordt vrijsproken voor het feit waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft.

De rechtbank zal, nu de vordering niet wordt toegewezen, de benadeelde partij veroordelen in de kosten. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

T.a.v. feit 2:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van

de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

T.a.v. feit 1, feit 3:

Vrijspraak, achtende de rechtbank het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen.

T.a.v. feit 2:

Gevangenisstraf voor de duur van 12 weken met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht

T.a.v. feit 1:

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [naam benadeelde partij] in haar vordering.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.

Opheffing van het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden. Deze voorlopige hechtenis is op 1 september 2006 reeds geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.A. Bik, voorzitter,

mr. I.L.P. Crombeen en mr. G.J. Holtkamp, leden,

in tegenwoordigheid van mr. A.K.J. Kooij, griffier,

en is uitgesproken op 10 juli 2007.