Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2007:BC1859

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
08-10-2007
Datum publicatie
22-01-2008
Zaaknummer
164003 - KG ZA 07-576
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Om te bepalen of desbetreffende publicatie op internet jegens de personen op wie de publicatie betrekking heeft een onrechtmatige daad oplevert die de voor deze publicatie verantwoordelijke jegens hen schadeplichtig doet zijn,

dient een afweging te worden gemaakt die met inachtneming van alle bijzonderheden van het geval ertoe strekt na te gaan welke van beide hier tegenover elkaar staande fundamentele rechten - enerzijds het recht op vrijheid van meningsuiting en anderzijds het recht op bescherming van eer en goede naam - in dit geval zwaarder weegt. Hierbij is enerzijds van belang de aard van de inhoud van de publicaties en de ernst van de te verwachten gevolgen voor de personen waarop de publicaties betrekking hebben en anderzijds het doel van de publicaties, de mate waarin ten tijde van deze publicaties de uitlatingen steun vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal en de mate van (in het gegeven geval vereiste) zorgvuldigheid die bij de publicatie is betracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 's-Hertogenbosch

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 164003 / KG ZA 07-576

Vonnis in kort geding van 8 oktober 2007

in de zaak van

1. [eiser sub 1],

wonende te [woonplaats],

2. [eiser sub 2],

wonende te [woonplaats],

eisers,

procureur mr. P.C.M. van der Ven,

tegen

1. de stichting

[gedaagde sub 1],

gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats],

3. [gedaagde sub 3],

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

advocaat mr. M.J. Jeths te Utrecht.

Partijen zullen hierna “[eisers]” en “[gedaagden].” genoemd worden. Daar waar eisers en gedaagden afzonderlijk worden bedoeld zullen zij worden aangeduid met onderscheidenlijk “[eiser sub 1]” en “[eiser sub 2]” respectievelijk “[gedaagde sub 1]”, “[gedaagde sub 2]” en “[gedaagde sub 3]”.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eisers].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiser sub 1] is advocaat te [vestigingsplaats] en handelt in die hoedanigheid mede onder de naam [naam]. [eiser sub 2] is advocaat te [vestigingsplaats].

2.2. [gedaagde sub 1] is domeinnaamhoudster van [website]. [gedaagden]. exploiteren door middel van die domeinnaam een gelijknamige website. [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] zijn bestuursleden van [gedaagde sub 1].

2.3. [gedaagde sub 1] heeft op haar website [website] onder “[naam] op 29 juni 2007 en 5 juli 2007 publicaties geplaatst met de titel “Octopussy 321” respectievelijk “Octopussy 322”. Deze publicaties luiden als volgt:

“Octopussy (321)

vrijdag 29 juni 2007

We hebben het her en der al eens gehad over de [[vestigingsplaats]s] bef [eiser sub 2]. Zowel in verband met Pink Panther Eddie de Kroes en zijn vermaarde vrijgeleide, als zijn vermeende rol in de [[vestigingsplaats]s] avontuurlijke sector (1).

Recentelijk kregen we een mail van een fanantieke lezer en laat daar nou ook zijn naam in voorkomen. Jawel.

Kunnen wij u niet onthouden. Gaat ie.

“Hierbij bericht ik u dat ik informatie bezit, omtrent [eiser sub 2] te [vestigingsplaats] die in collusie met [eiser sub 1] te [vestigingsplaats] tientallen personen beroofden, bedreigen en dood procederen. Ondergetekende is één van hun vele slachtoffers, echter een slachtoffer met tanden, die bereid is de strijd om het behoud van een constitionele rechtstaat zijn leven op te offeren.

Na een onderzoek van meer dan een jaar, heb ik mijn onderzoek rapport afgerond, intussen heeft mijn klacht tegen [eiser sub 1] voor het Hof van Discipline op 11 juni 2007 gediend (uitspraak 7 september 2007).

Tevens heb ik een klacht ingediend tegen [eiser sub 2] wegens samenspanning met meinedige verklaringen bij de Deken van Advocaten te Rotterdam.

Vertrouwende u hierbij voldoende te hebben geïnformeerd, ben ik bereid u onder geheimhouding tot bewijs het één en ander nader toe te lichten, met vriendelijke groet”…

Niet misselijk hè. Dus wij even met de getroffene gebeld. Wil je niet weten. Oh, wil je wel weten. Nou, dan komen we daar in de nabije toekomst nog even dikbelegd op terug. Stay tuned.

1. U weet het: even “[eiser sub 2]” invoeren op de daartoe bestemde plek, op het knopje van de dienstlift drukken en voilà”

En:

“Octopussy (322)

donderdag 5 juli 2007

Logisch. Wij passen op het welzijn van onze informanten als een pitbull op zijn lunchpakket. Daarom hebben wij na het verschijnen van aflevering 321 van deze serie even aan onze in verdrukking geraakte lezer gevraagd of er nog repercussies waren geweest. Ontvingen we het volgende antwoord op:

“Tijdens de zitting op 11 juni 2007 ben ik onder aanwezigheid van zes rechters bedreigd door [eiser sub 2]. Indien ik mijn onderzoeksrapport openbaar zou maken zou [eiser sub 2] mij laten vervolgen. Uiteraard neem ik alle verantwoordelijkheid voor het onderzoeksrapport op mij. Er is meer dan een jaar aan gewerkt. Alle feiten zijn onderbouwd via correspondentie,

e-mali, faxen en getuigen. Mijn aanklacht tegen [eiser sub 2] is door de Deken van de Orde van Advocaten te Rotterdam, mr. Kneppelhout, ontvankelijk verklaard. Dit is inmiddels aan [eiser sub 2] schriftelijke bekend gemaakt.”

Wat houdt die aanklacht in? Een klein emmertje:

“Chantage met valse sommatie; Valse meinedige dagvaarding; Meineed, rechtsmisbruik en rechtsdwaling met voorbedachten rade; volharden in meineed, rechtsmisbruik en rechtsdwaling met voorbedachten rade;

Onrechtmatig beslag loon van echtgenote klager”

Nou heeft bef [eiser sub 2] al vaker de hitte van een barbecue van dichtbij gevoeld (1), maar hoe is het met bef [eiser sub 1], de hoofdpersoon van het rapport? Nou, da’s ook niet mis. De eerste pagina van het duimendikke rapport dat wij inmiddels door de bus kregen gewurmd was een afbeelding van een kalende bef in toga, die licht jolig met een paar ferme guns staat te zwaaien met als onderschrift: [naam], eerst schieten dan praten. Humor meneer Sonneberg. Waar is de gulle lach op heden gebleven? [naam] staat voor [naam], [naam] en [eiser sub 1], maar volgens hullie zelf ook voor Kracht, Doorzettingsvermogen en Kreativiteit. Dus dat belooft nog wat. Jiha. Stay tuned.

1. Zie bijvoorbeeld het artikel “Retourtje Cantrade”op de site van de Morgenster.”

2.4. De publicaties zijn vervolgens geplaatst op de aan Witheet Publishing LLC te Amsterdam als domeinnaamhoudster toebehorende website www.rapidfire.nl onder de hyperlinks http://rapidfire.nl/node/694, met vermelding “Ingediend door [naam] op Don, 2007-07-05 10:05” en http://rapidfire.nl/node/699, met vermelding “Ingediend door [naam] op Vrij, 2007-06-29 22:59”.

2.5. Op 9 juli 2007 hebben [eisers] voor het eerst kennis genomen van de publicaties Octopussy 321 en Octopussy 322 op [website]. Diezelfde dag heeft [eiser sub 1] [gedaagden]. telefonisch één werkdag de gelegenheid geboden de inhoud van de rubrieken Octopussy 321 en Octopussy 322 te verwijderen en verwijderd te houden, alsmede hun anonieme bron bekend te maken inzake de daarin volgens [eiser sub 1] vervatte laster met betrekking tot [eiser sub 1] en [eiser sub 2], onder toezending van alle door die anonieme bron verstrekte elektronische en papieren documenten. Hierna hebben [eisers] [gedaagden]. per e-mail tot het vorenstaande gesommeerd, welke sommatie op 13 juli 2007 aan gedaagden is betekend.

2.6. Op of omstreeks 13 juli 2007 is de inhoud van de rubrieken Octopussy 321 en Octopussy 322 op [website] verwijderd.

3. Het geschil

3.1. [eisers] vorderen - samengevat - [gedaagden]. hoofdelijk te veroordelen tot:

1. bekendmaking van de identiteit en contactgegevens van hun anonieme bron, aan wie zij de inhoud van Octopussy 321 en Octopussy 322 hebben ontleend;

2. afgifte van alle aan hen verstrekte elektronische en papieren documenten afkomstig van hun anonieme bron;

3. het verwijderd houden van de inhoud van Octopussy 321 en Octopussy 322 op de website [website];

4. het nalaten van publicatie van berichten van gelijke strekking als de inhoud van Octopussy 321 en Octopussy 322 op de website [website] of in papieren uitgaven van [gedaagde sub 1], waaronder [naam];

5. indiening van een verzoek bij de domeinnaamhouder van www.rapidfire.nl tot het verwijderen en verwijderd houden van de inhoud van Octopussy 321 en Octopussy 322, met gelijktijdig afschrift van dat verzoek, per exploot aan [eisers] te betekenen;

6. het nalaten van elke vorm van verspreiding van de inhoud van Octopussy 321 en Octopussy 322;

7. het geven van opdracht aan de exploitanten van de in de dagvaarding genoemde zoekmachines tot verwijdering van de inhoud van Octopussy 321 en Octopussy 322, met gelijktijdig afschrift van dat verzoek, per exploot aan [eisers] te betekenen;

8. alles op straffe van verbeurte van een dwangsom;

alsmede [gedaagden]. hoofdelijk te veroordelen tot:

9. betaling aan [eisers] van een bedrag van € 15.000,00 ten titel van voorschot op vergoeding van immateriële schade;

10. betaling aan [eisers] van een bedrag van € 10.000,00 ten titel van voorschot op vergoeding van materiële schade;

alsmede [gedaagden]. hoofdelijk te veroordelen tot:

11. plaatsing van een rectificatie met de in de dagvaarding genoemde inhoud op de openingspagina (homepage) van de website [website], alsmede op de aanvangspagina’s van de binnen die periode verschijnende papieren uitgaven van [naam];

12. verstrekking van een lijst, waarop alle hyperlinks staan vermeld waarop de inhoud van Octopussy 321 en Octopussy 322 door toedoen van [gedaagden]. toegankelijk is;

13. alles op straffe van verbeurte van een dwangsom;

en [gedaagden]. hoofdelijk te veroordelen tot:

14. betaling aan [eisers] van buitengerechtelijke kosten.

3.2. [eisers] leggen hieraan - kort en zakelijk weergegeven - het volgende ten grondslag.

De publicaties Octopussy 321 en Octopussy 322 zijn lasterlijk en onrechtmatig jegens [eisers]

[gedaagden]. handelen onrechtmatig jegens [eisers], door met vermelding van de identiteit van [eisers] deze van hun anonieme bron afkomstige publicaties, die ernstige en reputatieschadelijke valse beschuldigingen betreffende [eisers] bevatten, aan de openbaarheid prijs gegeven middels publicatie op de website [website] en verdere verspreiding op het internet, waaronder op de website www.rapidfire.nl. Zulks geldt temeer daar deze openbaarmaking zonder toepassing van het beginsel van hoor en wederhoor heeft plaatsgevonden.

Door de publicatie van Octopussy 321 en Octopussy 322 wordt de verdiencapaciteit en het klantenwervingspotentieel van [eisers] aangetast en beschadigd. Bovendien hebben [gedaagden]. [eisers] door de publicatie emotionele schade berokkend.

3.3. [gedaagden]. voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Voorop wordt gesteld dat [gedaagden]. ter zitting hebben verklaard dat zij - onder voorbehoud van rechten - reeds hebben voldaan aan de onderdelen 2 tot en met 7 en onderdeel 11 van de vordering. Deze stelling hebben zij evenwel niet met stukken van overtuiging onderbouwd, bij gebreke waarvan [eisers] betwisten dat [gedaagden]. aan voormelde onderdelen van de vordering hebben voldaan.

4.1.1. Gezien het vorenstaande valt voor de rechter niet te verifiëren of [gedaagden]. daadwerkelijk aan voornoemde onderdelen van de vordering hebben voldaan. Afgezien daarvan biedt de enkele verklaring van [gedaagden]. dat zij voldaan hebben aan het gevorderde onvoldoende zekerheid of zij ook aan het gevorderde blijven voldoen. Mitsdien hebben [eisers] nog een rechtens te respecteren belang bij onderdelen 2 tot en met 7 en onderdeel 11 van de vordering, zoals neergelegd in de dagvaarding.

4.1.2. Nu [gedaagden]. om hun moverende redenen aanleiding hebben gezien c.q. zien om aan de onderdelen 2 tot en met 7 en onderdeel 11 van de vordering te voldoen en de toewijsbaarheid daarvan ook thans niet inhoudelijk betwisten, acht de rechter hen niet in hun belangen geschaad bij toewijzing van het ten deze gevorderde, ook indien zou komen vast te staan dat zij daar reeds – geheel dan wel gedeeltelijk – ten tijde van dit vonnis reeds aan hadden voldaan. De onderdelen 2 tot en met 7 en onderdeel 11 van de vordering worden dan ook toegewezen, als na te melden. Daarbij wordt de gevorderde rectificatie aan de hierna volgende beoordeling aangepast.

4.1.3. Verder wordt de gevorderde dwangsom gemitigeerd als na te melden. Aan de gevorderde dwangsom wordt een rechterlijke matigingsbevoegd van de hierna te melden inhoud verbonden.

4.2. Ter zitting hebben [gedaagden]. het vermoeden van [eisers] bevestigd dat [naam], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], met het adres [adres], de door hen aangehaalde anonieme bron is met betrekking tot de inhoud van Octopussy 321 en Octopussy 322. Nu [gedaagden]. de identiteit en contactgegevens van de anonieme bron bekend hebben gemaakt, daarmee het reeds bij [eisers] levende vermoeden omtrent de identiteit van de bron voor de berichten bevestigend, hebben [eisers] geen belang meer bij onderdeel 1 van de vordering. De vordering wordt daarom in zoverre afgewezen.

4.3. Nu [gedaagden]. hebben erkend dat de publicatie van Octopussy 321 en Octopussy 322 enkel heeft plaatsgevonden onder de reeds door [eisers] zelf bij dagvaarding aangehaalde hyperlinks http://rapidfire.nl/node/694, http://rapidfire.nl/node/699, http://[website]/kleintje/actueel/GJBC1183112055.html en http://[website]/kleintje/actueel/MFNV1183624957.html, hebben [eisers] evenmin belang bij onderdeel 12 van de vordering, zodat op die grond dit onderdeel van de wordt afgewezen.

4.4. De onderdelen 9 en 10 van de vordering strekken tot betaling van een geldsom. Voor toewijzing van een dergelijke vordering in kort geding is slechts dan plaats, als het bestaan en de omvang van de vordering in hoge mate aannemelijk zijn, terwijl voorts uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is en het risico van onmogelijkheid van terugbetaling ‑ bij afweging van de belangen van partijen - aan toewijzing niet in de weg staat.

4.4.1. [gedaagden]. betwisten dat, voor zover zij al door het publiceren van Octopussy 321 en Octopussy 322 jegens [eisers] schadeplichtig zijn, [eisers] door deze publicatie materiële schade hebben geleden. Dit verweer slaagt. Niet aannemelijk is gemaakt dat [eisers] tengevolge van de publicatie klanten hebben verloren en dientengevolge inkomsten derven. Zulks is ook niet gebleken ten aanzien van de concreet door [eisers] genoemde cliënt H. te W. Dat [eisers] tengevolge van de publicatie potentiële klanten hebben misgelopen is louter gebaseerd op een daartoe aan de zijde van [eisers] bestaande vrees.

Gezien het vorenstaande is derhalve vooralsnog niet aannemelijk geworden dat [eisers] ook daadwerkelijk materiële schade hebben geleden als gevolg van de – terecht – door hen gewraakte publicaties en dat hun aanspraak op vergoeding van die schade in een bodemgeschil zal worden toegewezen. Aan die eis voor toewijzing in kort geding van een geldvordering is dan niet voldaan. Daarop stuit onderdeel 10 van de vordering af.

4.4.2. In het kader van het gevorderde voorschot op te vergoeden immateriële schade staat centraal de vraag of de plaatsing van de rubrieken Octopussy 321 en Octopussy 322 op het internet een onrechtmatige daad jegens [eisers] oplevert die hen jegens [eisers] schadeplichtig doet zijn. [gedaagden]. hebben dat betwist.

4.4.3. Om dat te bepalen dient een afweging te worden gemaakt die met inachtneming van alle bijzonderheden van het geval ertoe strekt na te gaan welke van beide hier tegenover elkaar staande fundamentele rechten - enerzijds het recht op vrijheid van meningsuiting aan de zijde van [gedaagden]. en anderzijds het recht op bescherming van eer en goede naam aan de zijde van [eisers] - in dit geval zwaarder weegt. Hierbij is enerzijds van belang de aard van de inhoud van de publicaties en de ernst van de te verwachten gevolgen voor [eisers] en anderzijds het doel van de publicaties door [gedaagden]., de mate waarin ten tijde van deze publicaties de uitlatingen steun vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal en de mate van (in het gegeven geval vereiste) zorgvuldigheid die [gedaagden]. bij de publicatie hebben betracht.

4.4.4. Niet in geschil is dat [gedaagden]. met de rubrieken Octopussy 321 en Octopussy 322 middels plaatsing op haar website [website] in de openbaarheid hebben willen treden. Deze rubrieken dienen daarom als een perspublicatie te worden beschouwd. Als uitgangspunt bij de beoordeling van een perspublicatie geldt het recht van vrijheid van meningsuiting. Dit impliceert dat [gedaagden]. in beginsel de vrijheid hebben haar visie c.q. de visie van een derde op [eisers] te publiceren. Uiteraard dienen zij daarbij rekening te houden met de rechten en vrijheden van [eisers], zoals het recht op bescherming van diens eer en goede naam, maar dit betekent niet dat de publicatie zonder meer als onrechtmatig is aan te merken zodra daarin (deels) onware mededelingen over c.q. beschuldigingen van [eisers] voorkomen. De vraag of de publicatie in dit geval als onrechtmatig is aan te merken hangt af van de hierna te beoordelen concrete factoren en omstandigheden.

4.4.5. [gedaagden]. stellen zich op het standpunt dat de rubrieken Octopussy 321 en Octopussy 322 het karakter hebben van een column, aan welke uitingsvorm niet dezelfde (hoge) eisen mogen worden gesteld als aan onderzoeksjournalistiek. Zij kunnen daarin enigszins worden gevolgd voor zover het de inleiding en de afsluiting van de aangehaalde rubrieken betreft alwaar ter inleiding op de citaten op spottende en provocerende toon erop gewezen wordt dat [eiser sub 2] en [eiser sub 1] met de anonieme bron van deze citaten een geschil hebben. De citaten zelf hebben evenwel niet het karakter van een column, noch wordt in de begeleidende tekst getracht de betreffende citaten van een relativerende context te voorzien. In de citaten wordt op tendentieuze wijze de reputatie van [eisers] ter discussie gesteld, waarbij in het midden kan blijven of de gebruikte termen “beroofden” en “bedreigen” in strafrechtelijke of in louter figuurlijke zin worden gebruikt. Daarbij worden zij naast beroving en bedreiging beticht van onder meer het “dood procederen” van niet nader aangeduide personen, “samenspanning met meinedige verklaringen”, “Chantage met valse sommatie; Valse meinedige dagvaarding; Meineed, rechtsmisbruik en rechtsdwaling met voorbedachten rade; volharden in meineed, rechtsmisbruik en rechtsdwaling met voorbedachten rade”.

Dit zijn - zeker aan het adres van een advocaat – ernstige en diffamerende beschuldigingen, die grote schade aan zijn reputatie kunnen toebrengen. Zulks geldt temeer daar deze beschuldigingen zonder enige flankerende berichten van de zijde van [gedaagden]. op het internet zijn geplaatst, teneinde de gemiddelde lezer duidelijk te maken dat de aangehaalde citaten louter de persoonlijke opvatting van de geciteerde weergeven en dat geen onderzoek naar het waarheidsgehalte van de beschuldigingen heeft plaatsgevonden. Als gevolg van de gekozen wijze van presentatie kan bij het gemiddelde publiek licht de indruk zijn ontstaan dat de beschuldigingen gefundeerd zijn op serieus onderzoek en derhalve (dus) enige feitelijke grondslag zullen hebben, terwijl [gedaagden]. erkend hebben naar het realiteitsgehalte van de beschuldigingen geen (eigen) onderzoek te hebben ingesteld. Gezien het nog immer toenemende gebruik van internet “zoekmachines” ten behoeve van de informatievoorziening voor het grote publiek, waartoe ook de potentiële clientèle van [eisers] moet worden gerekend, ligt in de rede aan te nemen dat potentiële klanten van [eisers] ook door gebruik te maken van dergelijke “zoekmachines” informatie over de reputatie van hun (aspirant-)raadsman trachten te verkrijgen en dat zij aldus, bij kennisneming van de rubrieken Octopussy 321 en Octopussy 322, een ongunstig beeld krijgen van [eisers] en - mede - onder die invloed er wellicht van af zullen zien om hun belangen door [eisers] te laten behartigen.

Gelet op de ernst van de beschuldigingen moeten er dan ook hoge eisen gesteld worden aan de mate waarin de beschuldigingen kunnen worden gesubstantieerd op het moment waarop deze worden geuit. De uitlatingen in de citaten doen voorkomen dat aan de beschuldigingen een diepgaand onderzoek ten grondslag ligt, zonder dat de beschuldigingen evenwel nader worden geconcretiseerd, terwijl [eisers] de tegen hen ingebrachte beschuldigingen categorisch hebben tegengesproken. Nu [gedaagden]. zelfs geen poging hebben ondernomen om de beschuldigingen te substantiëren moet er voorshands vanuit worden gegaan dat de beschuldigingen feitelijke grondslag missen en moet het ontoelaatbaar worden geacht dat dergelijk loze beschuldigingen desondanks onder het mom van de vrijheid van meningsuiting in de openbaarheid kunnen worden gebracht. Nu [gedaagden]. zulks evenwel toch hebben gedaan hebben zij daarmee onrechtmatig gehandeld jegens [eisers]. De omstandigheid dat deze beschuldigingen zonder enige nuancering, eigen onderzoek en met voorbijgaan van het beginsel van hoor en wederhoor op het internet zijn geplaatst, waarmee [gedaagden]. bovendien het risico op de koop toe hebben genomen dat deze berichten vervolgens ongebreideld verder op het internet worden verspreid, gelijk in dit geval ook lijkt te zijn gebeurd, acht de rechter een bijkomende element dat bijdraagt aan de mate van onzorgvuldigheid die [gedaagden] kan worden verweten.

4.4.6. Gezien de aantasting van eer en goede naam van [eisers] acht de rechter het voorshands zonder meer aannemelijk dat een bodemrechter, zo deze geroepen zou worden om over dit geschil te oordelen, tot de conclusie zal komen dat [eisers] immateriële schade hebben geleden die voor vergoeding in aanmerking komt.

Mede gezien die hoge mate van aannemelijkheid van het vorderingsrecht van [eisers] op [gedaagden]. op dit punt hebben zij in dit kort geding een voldoende spoedeisend belang bij het door hen gevorderde.

4.5. Nu bovendien niet is gebleken van enig restitutierisico, ziet de rechter in het voorgaande aanleiding [gedaagden]. te veroordelen tot het betalen van € 5000,-- aan zowel [eiser sub 1] als aan [eiser sub 2] ten titel van (een voorschot op) immateriële schadevergoeding. Bij de bepaling van het voorschot is rekening gehouden met de bedragen die gebruikelijk in dit soort zaken wegens reputatieschade ten titel van immateriële schadevergoeding plegen te worden toegekend. Voor toewijzing van een hoger bedrag zijn in dit kort geding onvoldoende aanknopingspunten naar voren gekomen.

4.6. De gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen worden toegewezen, nu daarvan uit door [eisers] overgelegde producties 14 tot en met 17 voldoende is gebleken en bovendien niet door [gedaagden]. zijn weersproken en deze vordering, als sequeel van de hoofdvordering, om proceseconomische redenen ook in kort geding voor toewijzing in aanmerking komt.

4.7. [gedaagden]. zullen als de nagenoeg volledig in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. veroordeelt [gedaagden]. hoofdelijk binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan [eisers] af te leveren alle aan hen verstrekte elektronische en papieren documenten afkomstig van [naam], zoals genoemd onder 4.2, aan wie zij de in Octopussy 321 en Octopussy 322 opgenomen citaten, zoals weergegeven onder 2.3, hebben ontleend, voorzien van een door [gedaagden]. te vervaardigen index waarin die documenten in chronologische volgorde zijn opgenomen met per document ten minste de vermeldingen: afzender en ontvanger, verzend-/ontvangstdatum, alsmede de aard van het document (fax, brief, e-mail, notulen, contract, notariële akte, vonnis enz.),

5.2. beveelt [gedaagden]. om met onmiddellijke ingang op hun website [website] te verwijderen respectievelijk verwijderd te houden de onder 2.3 weergegeven inhoud van de rubrieken Octopussy 321 en Octopussy 322,

5.3. beveelt [gedaagden]. om met onmiddellijke ingang op hun website [website] of in hun papieren uitgaven (waaronder “[naam]”) publicatie achterwege te laten van berichten van gelijke of vergelijkbare strekking als de onder 2.3 weergegeven inhoud van de rubrieken Octopussy 321 en Octopussy 322,

5.4. veroordeelt [gedaagden]. binnen vierentwintig uur na betekening van dit vonnis bij de domeinnaamhouder van de website www.rapidfire.nl een verzoek in te dienen tot het verwijderen en verwijderd houden van (delen van) de onder 2.3 weergegeven inhoud van de rubrieken Octopussy 321 en Octopussy 322, waaronder de hyperlink http://www.rapidfire.nl/node699, met gelijktijdig afschrift van dat verzoek aan [eisers],

5.5. beveelt [gedaagden]. om met onmiddellijke ingang elke vorm van verspreiding van de onder 2.3 weergegeven inhoud van de rubrieken Octopussy 321 en Octopussy 322 na te laten,

5.6. veroordeelt [gedaagden]. binnen vierentwintig uur na betekening van dit vonnis bij de exploitanten van de zoekmachines Google (www.google.nl), Yahoo (www.yahoo.com), MSN (htttp://nl.msn.com), Altavista (www.altavista.com), Alltheweb (www.alltheweb.com), Wisenut (www.wisenut.com), Ask (www.ask.com), Ilse (www.ilse.nl), Ixquick (www.ixquick.com) , Kobala (www.kobala.nl), Informatiezoeken (www.informatiezoeken.nl), Track (www.track.nl), Vinden (www.vinden.nl), Metacrawler (www.metacrawler.com), Dogpile (www.dogpile.com), Looksmart (www.looksmart.com), Vivisimo (www.vivisimo.com) tot het verwijderen en verwijderd houden van de onder 2.3 weergegeven inhoud van de rubrieken Octopussy 321 en Octopussy 322, met gelijktijdig afschrift van die verzoeken aan [eisers],

5.7. beveelt [gedaagden]. om gedurende drie maanden na betekening van dit vonnis op de openingspagina (homepage) van hun website [website] alsmede op de aanvangspagina’s van de binnen die periode te verschijnen papieren uitgaven van “[naam]”, onder kostenloze toezending aan [eisers] van deze uitgaven, in dezelfde grootte en opmaak van de rubrieken Octopussy 321 en Octopussy 322, omgeven door een zwart kader, in zwarte letters op een witte achtergrond, zonder toegevoegd commentaar, de volgende tekst te plaatsen:

“RECTIFICATIE INZAKE DE ADVOCATEN [namen]

Op onze site publiceerden wij in juni 2007 op basis van een anonieme bron en zonder toepassing van hoor en wederhoor in de rubrieken Octopussy 321 en Octopussy 322 ernstige verdachtmakingen met betrekking tot de advocaten [eiser sub 1] te [vestigingsplaats] ([mailadres]) en [[eiser sub 2]] te [vestigingsplaats] ([mailadres]), waaronder de beschuldiging dat zij zich in collusie schuldig zouden hebben gemaakt aan het beroven, bedreigen en dood procederen van tientallen personen, alsmede dat [[eiser sub 2]] deze anonieme bron op 11 juni 2007 in aanwezigheid van zes rechters bedreigd zou hebben.

De anonieme bron van deze verdachtmakingen is [naam],met het adres [adres]. De voorzieningenrechter van de sector civiel van de Rechtbank ’s-Hertogenbosch heeft bij vonnis van 8 oktober 2007, zaaknummer / rolnummer: 164003 / KG ZA 07-576, geoordeeld dat deze publicaties onrechtmatig zijn jegens [eiser sub 1] en [[eiser sub 2]], omdat de beweringen geen enkele steun vinden in het thans beschikbare feitenmateriaal,en dat [eiser sub 1] en [[eiser sub 2]] daardoor in eer en goede naam zijn aangetast. De voorzieningenrechter van de sector civiel van de Rechtbank ’s-Hertogenbosch heeft ons veroordeeld tot het plaatsen van deze tekst.

[gedaagdede sub 1]

[gedaagde sub 2], voorzitter

[gedaagde sub 3], secretaris en penningmeester”

5.8. bepaalt dat [gedaagden]. voor iedere keer dat zij in strijd handelen met het onder 5.1 tot en met 5.7 bepaalde, aan [eisers] een dwangsom verbeuren van EUR 5.000,--, vermeerderd met EUR 500,-- voor iedere dag of gedeelte van de dag dat deze strijdigheid voortduurt,

5.9. bepaalt dat deze dwangsom vatbaar zal zijn voor matiging door de rechter, voor zover handhaving daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, in aanmerking genomen de mate waarin aan het vonnis is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid van de overtreding,

5.10. veroordeelt [gedaagden]. hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, binnen twee weken na betekening van dit vonnis ten titel van voorschot op immateriële schadevergoeding aan [eiser sub 1] en [eiser sub 2] ieder afzonderlijk een bedrag te betalen van EUR 5.000,--,

5.11. veroordeelt [gedaagden]. hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, ter zake van de buitengerechte kosten aan de zijde van [eisers] aan hen een bedrag te betalen van EUR 116,04,

5.12. veroordeelt [gedaagden]. hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van [eisers] tot op heden begroot op EUR 1.821,85, waarvan EUR 1.500,-- salaris procureur en EUR 321,85 griffierecht en kosten dagvaarding,

5.13. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.14. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Schoorlemmer en in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2007.