Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2007:BC1123

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
24-12-2007
Datum publicatie
04-01-2008
Zaaknummer
01/855249-06
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2008:BG8069, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren voor medeplegen poging tot afpersing/poging diefstal met geweld en voor medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving (iemand vastgebonden in de kofferbak van een auto meenemen) (promis)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis (promis)

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/855249-06

Datum uitspraak: 24 december 2007

Verkort vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,

wonende te [woonplaats] [adres]

thans gedetineerd te: PI Vught, Vosseveld 2 HvB Regulier.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 4 april 2007, 19 juni 2007, 11 september 2007, 20 november 2007 en 10 december 2007.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 6 maart 2007.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 10 mei 2005 te Mill, gemeente Mill en Sint Hubert tezamen

en in vereniging met een of meer ander(en) dan verdachte, althans alleen, ter

uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf

om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van geld en/of enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en/of

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen

misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen

geld en/of enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of

[slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen

voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], te plegen

met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

heeft/hebben gehandeld als volgt:

- verdachte en/of zijn mederdader(s) heeft/hebben zich naar de woning

van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] begeven en/of (vervolgens)

- aan de voordeur gebeld en/of geklopt en/of (vervolgens)

- aan de achterzijde, dan wel op enige plek van die voordeur

verwijderd, een hond, - die zich binnen de omheining van het terrein bevond

en/of ter plaatse waar [slachtoffer 1] zich ook bevond - neer- en/of

doodgeschoten met een vuurwapen en/of (vervolgens)

- dat vuurwapen gericht op [slachtoffer 1],

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 312/317 en 45 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 10 mei 2005 te Mill, gemeente Mill en Sint Hubert en/of te

Nijmegen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 3] wederrechtelijk van

de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door tezamen en in

vereniging met die ander(en), althans alleen toen en daar voornoemde Van de

Ven opzettelijk en wederrechtelijk

- (met kracht) uit een auto te trekken en/of (vervolgens)

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, ter hand te

nemen en/of (vervolgens)

- dat pistool, althans dat op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen het

hoofd van [slachtoffer 3] te zetten/drukken en/of (vervolgens)

- [slachtoffer 3] vast te pakken en/of in de kofferbak van die auto te duwen

en/of (vervolgens)

- die kofferbak te sluiten en/of (vervolgens)

- te gaan rijden met die auto en/of (vervolgens)

- die kofferbak te openen en de polsen en/of enkels van [slachtoffer 3]

(met zogenaamde tie-rips) vast te binden en/of (vervolgens)

- [slachtoffer 3] uit de auto te tillen en - terwijl [slachtoffer 3] (aan polsen

en/of enkels) vastgebonden was - achter te laten;

(artikel 282 Wetboek van Strafrecht)

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is en dat de rechtbank bevoegd is van het tenlastegelegde kennis te nemen. Er zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan of die tot schorsing van de vervolging van verdachte moeten leiden.

Vaststaande feiten

Ten aanzien van feit 1:

[slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] wonen op het [adres 1] te

Mill. Op 10 mei 2005 op enig moment tussen 20.45 uur en 21.05 uur1 heeft een voor [slachtoffer 2] onbekend persoon met Turks Marokkaans uiterlijk aan de voordeur van voornoemde adres aangebeld2. Voor de poort op de oprit van de woning stonden 2 personen en 1 van hen had een pistool of geweer met een lange loop in zijn hand3. De betreffende persoon heeft met dat wapen op [slachtoffer 1] gericht en de hond van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] doodgeschoten4.

Ten aanzien van feit 2:

[slachtoffer 3], als beveiligingsbeambte werkzaam bij [beveiligingsbedrijf] te Nijmegen, was op 10 mei 2005 aan het surveilleren op het bedrijventerrein in Mill5. Toen hij met zijn auto op het terrein van het bedrijf op de hoek [adres 2]/[adres 2] stond zag hij dat 2 mannen naar zijn auto kwamen toegelopen. Een van de mannen trok [slachtoffer 3] uit de auto en de andere drukte een vuurwapen tegen zijn slaap. Vervolgens werd hij in de kofferbak van zijn auto geduwd6. Hij zag dat het toen 21.10 uur was. Daarna is de auto gaan rijden. Op enig moment is [slachtoffer 3] uit de kofferbak van de auto gehaald en zijn zijn polsen en enkels met tie-rips vastgebonden7. [slachtoffer 3] is in die toestand in Nijmegen aangetroffen8.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat feit 1 en 2 wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. Zij baseert haar standpunt op de door [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] afgelegde verklaringen, de waarnemingen van de getuigen in Mill, het aantreffen van de Fiat Punto in de zeer nabije omgeving van het [adres 3] te Mill, de uitkomsten van het forensisch onderzoek betreffende de in die auto aangetroffen DNA-sporen, alsmede de uitkomsten van het onderzoek van het telefoonverkeer tussen de verschillende betrokkenen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft – kort samengevat – aangevoerd dat:

- verdachte op 10 mei 2005 in Marokko verbleef. Ter staving daarvan is door de verdediging een zevental verklaringen overgelegd;

- de door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] afgelegde verklaringen op onzorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen en daardoor onbetrouwbaar zijn en derhalve niet mogen meewerken aan het bewijs;

- voor personen met enige verwantschap de kansberekening van een DNA-match volstrekt anders is en dat derhalve niet ondenkbaar is dat het in de onderzochte Fiat Punto aangetroffen DNA-materiaal niet van verdachte, maar van een aan verdachte verwant persoon is;

- in het midden blijft wat de intentie van de daders van feit 1 is geweest. Daardoor kan niet met de vereiste overtuiging worden bewezen dat het oogmerk van verdachte was gericht op de wederrechtelijke bevoordeling respectievelijk wederrechtelijke toe-eigening van enig goed. Bovendien kan niet worden vastgesteld wat het voorwerp van die wederrechtelijke bevoordeling c.q. toe-eigening dan zal zijn geweest.

De raadsman is derhalve van mening dat verdachte dient te worden vrijgesproken van feit 1 en feit 2, dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vordering en dat het bevel voorlopige hechtenis dient te worden opgeheven.

Het oordeel van de rechtbank

De vraag is of het verdachte is geweest die zich samen met een ander heeft schuldig gemaakt aan de tenlastegelegde feiten. De rechtbank is van oordeel dat deze vraag bevestigend dient te worden beantwoord. Zij heeft het hiernavolgende in haar beoordeling betrokken.

Op 10 mei 20059 omstreeks 23.00 uur zagen verbalisanten dat een jongen uit een frietkraam aan de [adres 4] te Mill kwam gelopen. Nadat betreffend persoon was aangesproken legitimeerde hij zich aan de hand van een verblijfsdocument als [medeverdachte 1] Op de vraag hoe [medeverdachte 1] in Mill was gekomen zei hij dat hij met twee vrienden in een Belgisch gekentekende auto mee was gegaan10.

[medeverdachte 1] vertelde vervolgens dat zijn vrienden hem bij de rotonde iets verderop uit de auto hadden gelaten en dat zijn vrienden vervolgens waren doorgereden in de richting van Nijmegen. Hierop is [medeverdachte 1] door verbalisanten op 23.10 uur aangehouden.

[medeverdachte 1] heeft 27 verklaringen afgelegd. Deze houden - zakelijk weergegeven – het volgende in:

Voordat [medeverdachte 1] donderdag (5 mei 2005, aanvulling griffier) vertrok naar Brussel heeft [medeverdachte 3], aanvulling griffier) hem en [medeverdachte 4] aanvulling griffier) verteld dat hij het plan had een vriend te beroven11.

In Brussel heeft [medeverdachte 1] zijn neef [medeverdachte 5], aanvulling griffier) verteld dat [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] een plan hadden om mensen te beroven. [medeverdachte 5] heeft daarop gezegd dat hij bereid was dergelijk werk te doen. [medeverdachte 1] is op 9 mei 2005 met neef [medeverdachte 5] en diens vriend [verdachte] vanuit België naar Den Bosch gereden12. Zij troffen die avond [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] op het station in Den Bosch13. Toen [medeverdachte 3] naar huis werd gebracht heeft deze aan [medeverdachte 5], aanvulling griffier) verteld dat hij een pistool had14.

Op 10 mei 2005 was [medeverdachte 1] om 16.50 uur op het station in Tilburg, alwaar hij neef [medeverdachte 5] en vriend [verdachte] trof. Ze waren daar in een Fiat Punto. Vervolgens zijn ze van daaruit met de Fiat omstreeks 17.15 uur naar Den Bosch vertrokken15, alwaar ze

[medeverdachte 3] hebben opgepikt. [medeverdachte 3] ging voorin de auto zitten, naast [medeverdachte 5]. De vriend van [medeverdachte 5] ging achterin zitten, naast [medeverdachte 1]. Met vieren zijn ze toen naar Mill gereden. [medeverdachte 3] heeft [medeverdachte 5] uitgelegd hoe hij vanuit Den Bosch moest rijden16.

[medeverdachte 3] zei tegen [medeverdachte 5] dat hij een vriend in Mill had die veel geld in huis had liggen. Hij zei dat hij die dag wilde laten zien waar die man woonde. De bedoeling was dat er niets zou gebeuren. Later zou die vriend beroofd worden17. [medeverdachte 3] had een plattegrond van de woning van die vriend bij zich, die hij zelf had getekend. [medeverdachte 3] liet zien hoe die woning er uitzag. In zijn telefoon had [medeverdachte 3] foto’s van die woning. [medeverdachte 3] wees [medeverdachte 5] en zijn vriend via de foto’s in zijn telefoon aan hoe ze moesten lopen van de woning naar de garage. Ze zijn langs het huis van die vriend gereden18. [medeverdachte 3] zei tegen [medeverdachte 5] dat er in die woning 30.000 euro of meer lag19. [medeverdachte 3] zei dat hij lang geleden bij die man een auto had gekocht en dat die man alleen was en dat daar soms een vriendin kwam20.Het plan was dat [medeverdachte 3] naar binnen zou gaan om koffie te drinken en dat hij dan de deur open zou laten, zodat zij binnen konden komen21. Vervolgens wilde de auto (de Fiat Punto, aanvulling griffier) niet meer starten. Dit was op een parkeerterrein op het industrieterrein. [medeverdachte 3] wilde toen niet meer bij hen blijven en zei dat hij naar een cafeetje ging22. Vervolgens hebben [medeverdachte 5], diens vriend en [medeverdachte 1] de auto geparkeerd. [medeverdachte 5] heeft zijn vriendin ([medeverdachte 2], aanvulling griffier) gebeld en haar verteld dat de auto was gestopt. De vriendin van [medeverdachte 5] heeft nog gezegd dat ze ergens naar moesten kijken, maar ze kregen de auto niet gestart. [medeverdachte 1] vroeg [medeverdachte 5] wat ze nu moesten. [medeverdachte 5] zei tegen hem dat zij een auto gingen stelen. De vriend van [medeverdachte 5] pakte een vuurwapen, deed het onder zijn jas en ging naar de garage23. [medeverdachte 1] vroeg [medeverdachte 5] wat hij moest doen. [medeverdachte 5] zei hem toen dat hij maar alleen achter moest blijven en zelf moest weten hoe hij naar huis zou gaan. Na 10 minuten zag [medeverdachte 1] een witte auto met daarin [medeverdachte 5] en die vriend voorbij scheuren.. Hij zag dat [medeverdachte 5] achter het stuur van de witte auto zat en dat zijn vriend naast hem zat24. Het was een witte auto met een teken of letters van een bedrijf of iets erop25.

[medeverdachte 1] is uit de huurauto gestapt26. Na twee minuten lopen belde [medeverdachte 3] naar hem om te vragen waar hij was. Hij heeft toen beltegoed gekocht en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] gebeld. [medeverdachte 5] zei dat hij onderweg was naar huis. Verder heeft [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 4] gebeld en deze gevraagd of hij hem kwam ophalen27.

Op 3 februari 2006 is aan [medeverdachte 1] een foto van [verdachte]28 getoond. Hij heeft toen verklaard dat de persoon op de foto de vriend van zijn neef [medeverdachte 5] zou kunnen zijn. Voor 100% zeker durft hij dat niet te zeggen, maar hij denkt het wel. Hij lijkt er wel erg veel op, aldus [medeverdachte 1]29.

Tijdens een verhoor op 28 februari 2007 is [verdachte] geconfronteerd met [medeverdachte 1]. Op het moment dat [medeverdachte 1] de verhoorkamer betrad wist deze niet dat hij met [verdachte] geconfronteerd zou gaan worden. Door verbalisanten is waargenomen dat beiden vluchtig oogcontact hadden, waarna verdachte [verdachte] zijn ogen afwendde. Op de vraag of zij elkaar kenden antwoordden zowel [verdachte] als [medeverdachte 1] dat zij de ander niet kenden30. Nadien heeft [medeverdachte 1] verklaard dat de persoon, waarmee hij zojuist was geconfronteerd de vriend van zijn neef [medeverdachte 5] is. Zijn naam is ook [verdachte] en het is de jongen waarover hij in zijn verklaringen heeft gesproken. Omdat hij bang was heeft hij zojuist tijdens de confrontatie verklaard dat hij hem niet kende31.

[medeverdachte 1] heeft tijdens een rondrit met de politie op het [adres 3] naar perceel 2 gewezen als zijnde de woning van de autohandelaar die ze van plan waren te overvallen. Tevens verklaarde hij dat de auto vanaf het parkeerterrein32 geduwd moest worden. [medeverdachte 1] wees aan dat ze de auto vanaf de [adres 2] geduwd hebben in de richting van de [adres 5] en dat ze de Fiat daar tussen de bomen aan de rechterzijde ter hoogte van perceel 47 hebben geparkeerd33.

Bij doorzoeking van 31 mei 2005 is in de woning van [medeverdachte 3] een aankoopbewijs van [autobedrijf] te Mill van een Honda Prelude d.d. 6 mei 200 aangetroffen34.

Voorts zijn aangetroffen een plastic tas met tie-rips, 2 zwarte helmmutsen en een doosje knalpatronen met 4 patronen, merk Umarex type cal 9 en een met pen getekende plattegrond van een pand35 36.

[Verbalisant 1] heeft ter plaatse van het autobedrijf en de woning van [slachtoffer [adres 1] te Mill geconstateerd dat de vorm van de bedrijfsruimte, zoals deze was ingetekend op voornoemde plattegrond, overeenkomt met de werkelijkheid37.

[getuige 1] heeft verklaard dat zij op 10 mei 2005 omstreeks 20.47 uur op de hoek [adres 6]/[adres 5], tussen bomen, een personenauto zag staan. Het was een blauwe Peugeot met een Belgisch kenteken. Zij had drie mannen bij de auto gezien, twee erbuiten en een man zat achter het stuur. Ze hadden een Marokkaans/Tunesisch uiterlijk. De man achter het stuur was wat aan het prutsen aan de auto en de andere twee mannen liepen wat om de auto heen38.

[verbalisant 2] heeft verklaard dat hij zich samen met [getuige 1] heeft begeven naar de plaats waar deze voormelde personenauto had zien staan. Op de [adres 5] stond vlak voor de kruising met de [adres 6], in de berm, rechts van de rijbaan, een personenauto, merk Fiat, type Punto, voorzien van Belgische kentekenplaten, kleur blauw, geparkeerd39.

[getuige 2] heeft verklaard dat zij op 10 mei 2005 omstreeks 20.40 uur heeft gezien dat een Fiat Punto door drie man werd geduwd in de richting van de [adres 6]40. Volgens haar hadden alle drie personen een licht getinte huidskleur en donker haar. Het waren volgens haar Turkse of Marokkaanse mannen41.

[getuige 3] heeft verklaard dat hij op 10 mei 2005 omstreeks 20.45 uur ter hoogte van de kruising met de [adres 5] een personenauto tussen twee bomen in de berm van die weg heeft zien staan. Voorts heeft hij gezien dat drie personen ter hoogte van de bestuurderszijde van die auto stonden. Het waren buitenlandse typen, mogelijk Marokkanen, Turken of Tunesiërs42.

[getuige 4] heeft onder meer verklaard: Op 10 mei 2005 omstreeks 20.30/20.45 uur zag ik dat de auto van het beveiligingsbedrijf op het terrein van Stallwerk te Mill stond. Ik zag twee personen. Ik zag alleen dat de kofferbak open ging. Ik hoorde de mannen in een buitenlandse taal schreeuwen. Ik zag dat de mannen donker getint waren. Ik zag dat ze iets uit de auto gooiden. Ik hoorde dat de portieren van de auto dichtsloegen en dat de auto in volle vaart achteruit gezet werd en in volle vaart richting de [adres 5] reed43.

Op 11 mei 2005 is een sporenonderzoek ingesteld aan de op de [adres 5] te Mill, nabij de T-splitsing met de [adres 6], aangetroffen Fiat Punto, kleur blauw, met het Belgisch kenteken (kentekennummer).Geconstateerd werd dat de bij de aangehouden [medeverdachte 1] aangetroffen autosleutel in het linker portierslot en in het contactslot van voornoemde auto paste44. Bij voormeld onderzoek werden onder meer de navolgende sporen aangetroffen.

Dactysporen op de achterruit (HW-01 a t/m HW-01 f) en de motorkap van het voertuig. Deze sporen passen in het beeld van het duwen van het voertuig.

In het portiersvak van de linker portier van de auto werd een colaflesje aangetroffen, dat is bemonsterd op speeksel. Het monster werd veiliggesteld en HW-13 genummerd. Het flesje werd veiliggesteld en HW-13a genummerd.

In de asbak werd een viertal sigarettenpeuken aangetroffen die werden veiliggesteld en HW-14a t/m HW-14d genummerd.

Voor de bestuurdersstoel, op de mat, werd een colaflesje aangetroffen dat is bemonsterd op speeksel. Het monster werd veiliggesteld en HW-21a genummerd. Het flesje werd veiliggesteld en HW-21 genummerd.

Achter de passagiersstoel werd een colaflesje aangetroffen, dat is bemonsterd op speeksel. Het monster is veiliggesteld en HW-23a genummerd. Het flesje is veiliggesteld en HW-23 genummerd45.

Achter de passagiersstoel is een plastic draagtas aangetroffen die werd veiliggesteld en HW-27 genummerd.

Tussen de bestuurdersstoel en de passagierstoel, voor de versnellingspook, werd een koffiemok aangetroffen die werd bemonsterd op speeksel. Het monster werd veiliggesteld en HW-30 genummerd. Op de mok werden dactysporen aangetroffen die werden veiliggesteld en HW-40a en HW-40b genummerd46.

Een sigarettenpeuk, aangetroffen in de asbak, genummerd HW-14a, is voorzien van identiteitszegel AHD88047.

Speeksel op sigarettenpeuk, aangetroffen in de asbak, is voorzien van identiteitszegel AHD881 en van AHD88348.

Speeksel op colaflesje, genummerd HW-21a, is voorzien van identiteitszegel ADH887.

Het colaflesje, genummerd HW-23, is voorzien van identiteitszegel AHD88849.

Speeksel op het koffieglas, genummerd HW-30, is voorzien van identiteitszegel AHD88950 .

Op 24 juni 2005 heeft de Unit Dactyloscopie en Identificatie van het Korps landelijke politiediensten bericht dat het spoor HW-01D, aangetroffen op de achterruit, is geïdentificeerd op een afdruk van de linkerwijsvinger voorkomend op het vingerafdrukkenblad ten name van [medeverdachte 1] geboren op [geboortedatum] 1987 51.

Op 21 juni 2006 is opgemaakt een proces-verbaal identificatie dactyloscopische sporen, waarin onder meer wordt vermeld dat op 21 mei 2005 twee dactyloscopische sporen zichtbaar werden gemaakt op een colafles gemerkt H13a en een witte draagtas gemerkt HW27. Voorts staat in dat proces-verbaal:

Op 21 juni 2006 ontving ik van het onderzoeksteam een dactyloscopisch signalement van [medeverdachte 5] geboren [geboortedatum] 1981, wonende te [woonplaats], [adres]. Dit dactyloscopisch signalement was in België vervaardigd.

Op 21 juni 2006 vergeleek ik (Van den Nieuwendijk) de afdrukken van bovengenoemde [medeverdachte 5] met de dactyloscopische sporen gemerkt HW13a-1 en HW27-1.

Bij dat onderzoek bleek mij dat:

- het spoor gemerkt HW 13a-1 identiek was aan de afdruk van de linkerduim;

- het spoor gemerkt HW27-1 identiek was aan de afdruk van de rechterduim, beide voorkomende op het vingerafdrukkenblad van [medeverdachte 5]52.

Op 22 mei 2006 heeft het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie gerapporteerd dat de profielen AHD880#1 en AHD888#1zijn opgeslagen in de gegevensbank “criminalistiek” en respectievelijk verder behandeld onder de referentie INT-DIS09855.1 en INT-DIS09855.2. Voorts wordt gerapporteerd:

Het DNA-profiel INT-DIS09855.1 stemt overeen met het referentieprofiel 04-48265/B66. Dit referentieprofiel is opgeslagen in de DNA-gegevensbank “veroordeelden”. De naam van de betrokken persoon wordt verbonden aan codenummer BR-DNA044/06.

Voor het profiel INT-DIS099855.1 is het minstens 1 miljard keer waarschijnlijker dat het bekomen DNA-profiel gevonden is in de hypothese dat het spoor afkomstig is van de persoon met referentie BR-DNA044/06, dan in de hypothese dat het spoor afkomstig is van een onbekende persoon willekeurig genomen uit de Europese bevolking en niet verwant aan de persoon met referentie BR-DNA044/6653.

De Procureur des Konings heeft op 30 mei 2006 bericht dat de persoon die overeenstemt met de DNA-code BR-DNA044/06 [medeverdachte 5] geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] is54.

Op 2 april 2007 heeft het Nederlands Forensisch Instituut gerapporteerd, inhoudende onder meer:

Het referentiemonster wangslijmvlies van de [verdachte] (RFD273) is onderworpen aan een DNA-onderzoek55.

Van het onderzochte celmateriaal op de sigarettenpeuk (AHD881)#1 en in de bemonstering (AHD889)#1 van het koffieglas zijn DNA-mengprofielen verkregen met daarin de DNA-kenmerken van ten minste twee personen, waarvan minimaal één man.

Het DNA-profiel van het onderzochte celmateriaal op de sigarettenpeuk (AHD881)# 1 (onbekende man 1) en de [verdachte]RFD273) passen binnen deze DNA-profielen.

Dit betekent dat het onderzochte celmateriaal op de sigarettenpeuk (AHD881)# 1 en in de bemonstering (AHD889)#1 van het koffieglas bestaat uit een mengsel van celmateriaal dat afkomstig kan zijn van onbekende man 1 en celmateriaal dat afkomstig kan zijn van de [verdachte]

De kans dat de DNA-kenmerken van een willekeurig gekozen man binnen het DNA-mengprofiel van het onderzochte celmateriaal op de sigarettenpeuk (AHD881)#1 van het koffieglas passen, is ongeveer één op 690 duizend.

De kans dat de DNA-kenmerken van een willekeurig gekozen man binnen het DNA-mengprofiel van het onderzochte celmateriaal in de bemonstering (AHD889)#1 van het koffieglas passen, is ongeveer één op 870 duizend.

Van het onderzochte celmateriaal op de sigarettenpeuk (AHD883)#1 is een DNA-mengprofiel verkregen met daarin de DNA-kenmerken van ten minste twee personen, waarvan minimaal één man.

De DNA-kenmerken in het DNA-nevenprofiel56 zijn gelijk aan de desbetreffende DNA-kenmerken in het DNA-profiel van de [verdachte] (RFD273).

Dit betekent dat het onderzochte celmateriaal op de sigarettenpeuk (AHD883)#1 bestaat uit een mengsel van celmateriaal dat afkomstig kan zijn van [medeverdachte 1] en celmateriaal dat afkomstig kan zijn van de [verdachte]

De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man gelijk is aan het afgeleide DNA-hoofdprofiel van het onderzochte celmateriaal op de sigarettenpeuk (AHD883)#1 is kleiner dan één op één miljard.

De kans dat de DNA-kenmerken in het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon gelijk zijn aan de DNA-kenmerken in het DNA-nevenprofiel van het onderzochte celmateriaal op de sigarettenpeuk (AHD883)#1 is kleiner dan één op één miljard.

Van het onderzochte celmateriaal in de bemonstering (AHD887)#1 van een colafles is een DNA-mengprofiel verkregen met daarin de DNA-kenmerken van ten minste twee personen, waarvan minimaal één man.

Het afgeleide DNA-hoofdprofiel is gelijk aan het DNA-profiel van de [verdachte] (RFD273). De DNA-kenmerken in het DNA-nevenprofiel zijn gelijk aan de desbetreffende DNA-kenmerken in het DNA-profiel van het onderzochte celmateriaal op de sigarettenpeuk (AHD880)#1 (onbekende man 1).

Dit betekent dat het celmateriaal in de bemonstering (AHD887)#1 van een colafles bestaat uit een mengsel van celmateriaal dat afkomstig kan zijn van de [verdachte] en een geringe hoeveelheid celmateriaal dat afkomstig kan zijn van onbekende man 1.

De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man gelijk is aan het afgeleid DNA-hoofdprofiel van het onderzochte celmateriaal in de bemonstering (AHD887)#1 is kleiner dan één op één miljard57.

Bij het sporenonderzoek op 10 mei 2005 aan de Seat Ibiza bedrijfsauto, [kenteken 1], van slachtoffer [slachtoffer 3] is aan de buitenzijde linksachter op de achterklep een handpalmspoor aangetroffen. Dit spoor werd veiliggesteld op zwarte dactyloscopische folie, svo 31058.

Op 6 maart 2007 is de technische recherche van de regiopolitie Brabant-Noord verzocht voormeld spoor te vergelijken met de dactyloscopische afdrukken van [medeverdac[medeverdachte 5] geboren [geboortedatum] 1981, wonende te [woonplaats], [adres], die aanwezig waren in de verzameling dactyloscopische signalementen van de regiopolitie.

Bij onderzoek bleek dat het spoor gemerkt svo-310 identiek was aan de afdruk van de linkerhandpalm voorkomende op het handpalmafdrukkenblad van [medeverdachte 5]

Blijkens het onderzoek verkeersgegevens telefonie is er op 10 mei 2005 tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] tussen 20.20 uur60 en 21.18 uur 11 maal telefonisch contact geweest via de communicatiemast te Mill, en om 23.53 uur 1 maal via de communicatiemast te Tilburg61 Tussen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] is tussen 21.43 uur en 21.49 uur 2 maal telefonisch contact geweest via de communicatiemast te Nijmegen62.

Op 12 mei 2005 heeft [medeverdachte 1] verklaard dat het nummer 0 32 484116192 van zijn neef [medeverdachte 5] is63.

Voorts heeft [medeverdachte 2] op 13 mei 2005 verklaard dat voormeld telefoonnummer van [medeverdachte 5] is64.

[medeverdachte 2] heeft onder meer verklaard dat:

- zij sedert 1 jaar een relatie met [medeverdachte 5] heeft65;

- zij op verzoek van [medeverdachte 5] de Fiat Punto heeft gehuurd66 ;

- zij op 9 mei 2005 de auto heeft gehuurd en dat zij de auto de volgende dag om 15.00 uur moest terugbrengen67;

- zij aan [medeverdachte 5] de auto heeft uitgeleend68;

- de beste vriend van [medeverdachte 5] ook [verdachte] heet en dat hij als [bijnaam X ] heeft69;

- [verdachte], [bijgenaamd X], op 9 mei 2005 de auto heeft meegenomen en dat hij samen met [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] aanvulling griffier) naar Nederland ging en dat ze haar hebben afgezet70;

- volgens de garagehouder de auto op dinsdag (10 mei 2005) om 18.00 uur zou stoppen71;

- er voordat ze de auto in gebruik nam, geen rommel in de auto lag, ook geen peuken72.

- ze allemaal in de auto hebben gerookt en dat, toen ze vertrokken, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] erbij kwamen73;

- dat zij op 10 mei 2005 [medeverdachte 5] regelmatig heeft proberen te bellen74;

- de man met de witte jas, op de haar getoonde foto, [bijnaam X] zou kunnen zijn. Zij heeft hem aan zijn haren herkend. Zij is er niet voor 100% zeker van75.

Op 28 november 2007 heeft [medeverdachte 2], in het kader van een internationale rogatoire commissie, een verklaring afgelegd. Hieruit is het navolgende overgenomen:

Mevrouw de rechter-commissaris laat mejuffrouw [medeverdachte 2] een foto zien. Er wordt gevraagd of dit inderdaad [verdachte] is, die de [bijnaam X ] heeft en of hij de persoon is die zich in de auto bevond toen de comparante in Luik werd afgezet.

Ik antwoord dat hij in de auto zat. Het is inderdaad de man met de [bijnaam X ]. Dat verklaar ik met stelligheid76.

Vraag: Bent u naar een dancing in Charleroi gegaan met de huurauto, in gezelschap van [verdachte] en een vriendin van u en [medeverdachte 5]?

Antwoord: Nee77.

[medeverdachte 4] heeft onder meer verklaard:

Toen ik en [medeverdachte 1] aanvulling griffier) die [medeverdachte 3] spraken vroeg hij ons of wij ook mee wilden doen. Hij bedoelde daarmee inbreken in garagebedrijven. [medeverdachte 1] zei dat hij wel mensen kende die [medeverdachte 3] misschien konden helpen.

Die maandagavond, 9 mei 2005, werd ik dus gebeld door die [medeverdachte 3] en deze vroeg aan mij of ik hem kwam ophalen en dat hij een afspraak had met [medeverdachte 1] en twee Belgen. Ik ben met [medeverdachte 3] naar het station in Den Bosch gereden78.

Toen [medeverdachte 3] en ik daar bij het station in Den Bosch stonden te wachten, kwamen rond een uur of negen [medeverdachte 1] en die twee Belgen aanrijden. Ze reden in een klein blauw autootje met een Belgisch kenteken. Hierop zijn we naar een cafeetje in Den Bosch gereden. [medeverdachte 3] sprak het meeste met de twee Belgen. Er werd in het Arabisch gesproken en daar versta ik niets van. Ik denk wel dat het ging over die dingen waarover [medeverdachte 3] ook al met mij en [medeverdachte 1] had gesproken. Ik bedoel dus die kluizen bij garagebedrijven.

Ik heb wel gezien dat [medeverdachte 3] met [medeverdachte 1] en die twee Belgen in een auto is gestapt. Ik ben op 10 mei 2005 een beetje laat in de avond door [medeverdachte 1] gebeld79.

Hij belde mij om hem te komen ophalen in Mill80.

Door benzinetekort ben ik teruggekeerd en naar de flat van [medeverdachte 3] gereden. [medeverdachte 3] kwam naar buiten gelopen. Hij zag er helemaal gestrest uit. [medeverdachte 3] zei tegen mij hij dat op de uitkijk stond en dat [medeverdachte 1] in de auto zat. [medeverdachte 3] zei ook tegen mij dat die twee Belgen iets hadden geflikt en dat ze er vandoor waren gegaan81.

Uit bovenstaande bewijsmiddelen, alsmede de vaststaande feiten, in onderlinge samenhang beschouwd leidt de rechtbank af dat verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte 5] degenen zijn geweest die zich schuldig hebben gemaakt aan de tenlastegelegde feiten.

De rechtbank neemt daarbij als uitgangspunt de door [medeverdachte 1] afgelegde verklaringen nu deze op essentiële onderdelen ondersteund worden door objectieve bewijsmiddelen, zoals de hiervoor weergegeven verkeersgegevens van de telefonische contacten, de locatie van de aangetroffen Fiat Punto, het aangetroffen sporenmateriaal in de Fiat Punto en op de auto van beveiligingsmedewerker [slachtoffer 3], en de bij [medeverdachte 3] aangetroffen tie-rips en plattegrond van het [adres 1] te Mill. De verklaring van [medeverdachte 1] wordt eveneens op onderdelen gesteund door de verklaring van [medeverdachte 4] (ten aanzien van het plan een beroving te plegen) en [medeverdachte 2] (ten aanzien van het gebruik van de Fiat door [medeverdachte 1], [medeverdachte 5] en verdachte).

De rechtbank ziet geen aanleiding om aan te nemen dat de resultaten van het DNA-onderzoek beïnvloed zijn door mogelijke betrokkenheid van verwanten, zoals door de raadsman betoogd is.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat op grond van de verklaring van zowel [medeverdachte 2] als [medeverdachte 1], [verdachte] als mededader beschouwd kan worden. Beiden geven immers een beschrijving van de mededader, dat juist op specifiek onderscheidende kenmerken (ontbrekende tanden, verblijfplaats) overeenkomt met die van [verdachte]. Voorts heeft [medeverdachte 1] een specifieke eerdere aanvaring van [verdachte] met de politie omschreven, waarbij [verdachte] een kopstoot zou hebben uitgedeeld, hetgeen overeenkomt met de over [verdachte] bekende politiegegevens. Bovendien hebben [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] [verdachte] uiteindelijk voor 100% herkend als de mededader. Dat daarbij slechts een eenzijdige confrontatie is gehanteerd, doet, gelet op het vorenstaande, niet af aan de betrouwbaarheid van die herkenningen.

Uit de verklaringen van [medeverdachte 1] is gebleken dat men met vier personen naar Mill is vertrokken met het oogmerk [slachtoffer 1] te gaan beroven. Dat oogmerk blijkt tevens uit de aanwezigheid van een plattegrond van het bedrijf/de woning van [slachtoffer 1] en het meenemen van tie-rips en een vuurwapen.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank het uitgesloten dat verdachte zich ten tijde van het plegen van de feiten zich in Marokko bevond.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

1.

op 10 mei 2005 te Mill, gemeente Mill en Sint Hubert tezamen en in vereniging met anderen ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van geld en/of enig goed toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], en/of ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen

geld en/of enig goed, toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden hebben gehandeld als volgt:

- verdachte en zijn mededaders hebben zich naar de woning van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] begeven en vervolgens

- aan de voordeur gebeld en vervolgens

- een hond, - die zich binnen de omheining van het terrein bevond

en ter plaatse waar [slachtoffer 1] zich ook bevond - doodgeschoten met een vuurwapen en vervolgens

- dat vuurwapen gericht op [slachtoffer 1],

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2.

op 10 mei 2005 te Mill, gemeente Mill en Sint Hubert en te Nijmegen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk [slachtoffer 3] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd door tezamen en in vereniging met die ander toen en daar voornoemde [slachtoffer 3] opzettelijk en wederrechtelijk

- met kracht uit een auto te trekken en vervolgens

- een pistool ter hand te nemen en vervolgens

- dat pistool tegen het hoofd van [slachtoffer 3] te zetten/drukken en vervolgens

- [slachtoffer 3] vast te pakken en in de kofferbak van die auto te duwen en vervolgens

- die kofferbak te sluiten en vervolgens

- te gaan rijden met die auto en vervolgens

- die kofferbak te openen en de polsen en enkels van [slachtoffer 3] met zogenaamde tie-rips vast te binden en vervolgens

- [slachtoffer 3] uit de auto te tillen en - terwijl [slachtoffer 3] aan polsen

en enkels vastgebonden was - achter te laten.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 24c, 27, 36f, 45, 47, 57, 282, 310, 312, 317

De strafoplegging

De eis van de officier van justitie

Ten aanzien van feit 1 en 2 een gevangenisstraf van 5 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]:

Toewijzen van de vordering ten bedrage van EUR 400,--, met daarbij de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]:

Toewijzen van de vordering ten bedrage van EUR 5000,--, met daarbij de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman is van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van hetgeen hem is tenlastegelegd, met opheffing van het bevel voorlopige hechtenis en dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun vordering.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dienen te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd en het feit dat verdachte in België eenmaal is veroordeeld terzake diefstal met geweld.

Verdachte heeft samen met zijn mededaders ter uitvoering van zijn poging om [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te beroven, [slachtoffer 1] met een vuurwapen bedreigd en hun hond doodgeschoten. Vervolgens heeft verdachte samen met een ander [slachtoffer 3] met een vuurwapen bedreigd, hem in de kofferbak van zijn auto geduwd, hem daarin enige tijd vervoerd en hem vervolgens, nadat hij uit de kofferbak was gehaald, met tie-rips aan handen en voeten vastgebonden en ter plekke achtergelaten. Dit handelen is een grove aantasting van de lichamelijke integriteit en de persoonlijke levenssfeer van eerdergenoemde personen, die daardoor zeer angstige momenten hebben moeten doorstaan. De rechtbank overweegt hierbij in het bijzonder dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] groot verdriet is aangedaan door het doodschieten van hun hond en dat [slachtoffer 3] geruime tijd in de veronderstelling heeft verkeerd dat zijn laatste uur had geslagen. Voorts heeft verdachte door zijn handelwijze de plaatselijke gemeenschap in Mill ernstig geschokt.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

Hierbij overweegt de rechtbank dat, gelet op het strafblad dat verdachte in België heeft, er geen aanleiding bestaat voor het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf.

De vordering van de benadeelde partijen

Ten aanzien van [slachtoffer 1].

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar.

De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente over het schadebedrag toewijzen met ingang van 10 mei 2005, de dag waarop de schade is ontstaan, tot de dag waarop het gehele schadebedrag is voldaan.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

Motivering van de hoofdelijkheid

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

Ten aanzien van [slachtoffer 3].

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

Motivering van de hoofdelijkheid

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

De beslissing

Verklaart het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1:

medeplegen ven poging tot afpersing en/of diefstal met geweldpleging

T.a.v. feit 2:

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot:

T.a.v. feit 1 en feit 2:

Een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. feit 1:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 400,00 subsidiair 8 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], van een bedrag van EUR 400,--

(zegge: vierhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen

door 8 dagen hechtenis.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde

betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot

betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van EUR

400,-- (zegge: vierhonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10

mei 2005 tot de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn

mededader(s)/medeplichtinge(n) is betaald.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd

voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot

vergoeding van deze schade.

T.a.v. feit 2:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 5.000,00 subsidiair 55 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3], van een bedrag van EUR 5.000,--

(zegge: vijfduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen

door 55 dagen hechtenis.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde

betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot

betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] van een bedrag van EUR

5.000,-- (zegge: vijfduizend euro).

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd

voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot

vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.E. Bartels, voorzitter,

mr. I.L.P. Crombeen en mr. F.P.E. Wiemans, leden,

in tegenwoordigheid van F.H.M. Klerkx, griffier,

en is uitgesproken op 24 december 2007.

1 aangifte [slachtoffer 2] d.d. 12-5-2005 (p. 76 van het eindpv d.d. 27-12-2006)

2 aangifte [slachtoffer 2] d.d. 12-5-2005 (p. 77 van het eindpv)

3 aangifte [slachtoffer 2] d.d. 12-5-2005 (p. 79 van het eindpv)

4 verklaring [slachtoffer 1] d.d. 10-5-2005 (p. 83 van het eindpv)

5 verklaring [slachtoffer 3] d.d. 10-5-2005 (p. 86 van het eindpv)

6 verklaring [slachtoffer 3] d.d. 10-5-2005 (p. 87 van het eindpv)

7 verklaring [slachtoffer 3] d.d. 10-5-2005 (p. 88 van het eindpv)

8 p.v. bevindingen d.d. 10-5-2005 (p. 144 van het eindpv)

9 p.v. bevindingen d.d. 12-5-2005 (p.72 van het eindpv)

10 p.v. bevindingen d.d. 12-5-2005 (p.74 van het eindpv)

11 verklaring [medeverdachte 1] d.d. 20-5-2005 (p. 329 van het eindpv)

12 verklaring [medeverdachte 1] d.d. 20-5-2005 (p. 330 van het eindpv)

13 verklaring [medeverdachte 1] d.d. 20-5-2005 (p. 331 van het eindpv)

14 verklaring [medeverdachte 1] d.d. 18-5-2005 (p. 302 van het eindpv)

15 verklaring [medeverdachte 1] d.d. 18-5-2005 (p. 295 van het eindpv)

16 verklaring [medeverdachte 1] d.d. 19-5-2005 (p.316 van het eindpv)

17 verklaring [medeverdachte 1] d.d. 19-5-2005 (p.321 van het eindpv)

18 verklaring [medeverdachte 1] d.d. 19-5-2005 (p.322 van het eindpv)

19 verklaring [medeverdachte 1] d.d. 19-5-2005 (p.323 van het eindpv)

20 verklaring [medeverdachte 1] d.d. 19-5-2005 (p.324 van het eindpv)

21 verklaring [medeverdachte 1], op 12-6-2007 afgelegd bij de rechter-commissaris

22 verklaring [medeverdachte 1] d.d. 19-5-2005 (p.317 van het eindpv)

23 door [medeverdachte 1] op 12-6-2007 bij de rechter-commissaris afgelegde verklaring

24 verklaring [medeverdachte 1] d.d. 17-5-2005 (p.288 van het eindpv)

25 verklaring [medeverdachte 1] d.d. 17-5-2005 (p.289 van het eindpv)

26 verklaring [medeverdachte 1] d.d. 19-5-2005 (p. 317 van het eindpv)

27 verklaring [medeverdachte 1] d.d. 19-5-2005 (p.318 van het eindpv)

28 foto [verdachte] (p.354 van het eindpv)

29 verklaring [medeverdachte 1] d.d. 3-2-2006 (p.353 van het eindpv)

30 p.v. van bevindingen d.d. 28-02-2007 (p.36 van het aanvullend p.v. d.d. 28-3-2007)

31 verklaring [medeverdachte 1] d.d. 28-2-20007 (p.37 van het aanvullend p.v. d.d. 28-3-2007)

32 p.v. d.d. 20-5-2005 (p.327 van het eindpv)

33 p.v. d.d. 20-5-2005 (p.328 van het eindpv)

34 aankoopbewijs d.d. 6-5-2004 (p.203 van het eindpv)

35 p.v. bevindingen d.d. 2-6-2005 (p.205 van het eindpv)

36 plattegrond (p.207 van het eindpv)

37 p.v. bevindingen d.d. 6-6-2005 (p.209 van het eindpv)

38 verklaring [getuige 1] d.d. 17-5-2005 (p.94 van het eindpv)

39 p.v. d.d. 11-5-2005 (p.146 van het eindpv)

40 verklaring [getuige 2] d.d. 11-5-2005 (p.104 van het eindpv)

41 verklaring [getuige 2] d.d. 11-5-2005 (p.105 van het eindpv)

42 verklaring van [getuige 3] d.d. 11-5-2005 (p.106 van het eindpv)

43 verklaring [getuige 4] d.d. 10-5-2005 (p.96 van het eindpv)

44 p.v. sporenonderzoek voertuig d.d. 18-5-2005 (p.580 van het eindpv)

45 p.v. sporenonderzoek voertuig d.d. 18-5-2005 (p. 581 van het eindpv)

46 p.v. sporenonderzoek voertuig d.d. 18-5-2005 (p.582 van het eindpv)

47 p.v. sporenonderzoek voertuig d.d. 18-5-2005 (p.583 van het eindpv)

48 p.v. sporenonderzoek voertuig d.d. 18-5-2005 (p.584 van het eindpv)

49 p.v. sporenonderzoek voertuig d.d. 18-5-2005 (p.585 van het eindpv)

50 p.v. sporenonderzoek voertuig d.d. 18-5-2005 (p.586 van het eindpv)

51 brief van de KLPD d.d. 24-6-2005 (p.647 van het eindpv)

52 p.v. identificatie dactyloscopische sporten d.d. 21-6-2006 (p.649 van het eindpv)

53 deskundigenrapport van het NICC d.d. 22-5-2006 (p.653 van het eindpv)

54 het schrijven van de Procureur des Konings d.d. 30-5-2006 (p.651 van het eindpv)

55 aanvullende rapportage NFI d.d. 2-4-2007, pagina 3

56 aanvullende rapportage NFI d.d. 2-4-2007, pagina 5

57 aanvullende rapportage NFI d.d. 2-4-2007, pagina 6

58 p.v. onderzoek technische recherche d.d. 17-5-2005 (p.614 van het eindpv)

59 p.v. identificatie dactyspoor d.d. 8-3-2007 (p.29 van het aanvullend p.v.)

60 onderzoek telecommunicatie (p.41 van het eindpv)

61 onderzoek telecommunicatie (p.43 van het eindpv)

62 onderzoek telecommunicatie (p.42 van het eindpv)

63 verklaring [medeverdachte 1] d.d. 13-5-2005 (p.271 van het eindpv)

64 p.v. bevindingen van de regiopolitie Brabant-Noord d.d. 15-3-2007, pagina 1

65 verklaring [medeverdachte 2] d.d. 13-8-2005 (p.519 van het eindpv)

66 verklaring [medeverdachte 2] d.d. 13-8-2005 (p.528 van het eindpv)

67 verklaring [medeverdachte 2] d.d. 13-8-2005 (p.524 van het eindpv)

68 verklaring [medeverdachte 2] d.d. 13-8-2005 (p.519 van het eindpv)

69 verklaring [medeverdachte 2] d.d. 13-8-2005 (p.522 van het eindpv)

70 verklaring [medeverdachte 2] d.d. 13-8-2005 (p.523 van het eindpv)

71 verklaring [medeverdachte 2] d.d. 13-8-2005 (p.525 van het eindpv)

72 verklaring van [medeverdachte 2] d.d. 13 augustus 2005 (p.529 van het eindpv)

73 verklaring [medeverdachte 2] d.d. 13-8-2005 (p.529 van het eindpv)

74 verklaring [medeverdachte 2] d.d. 13-8-2005 (p.530 van het eindpv)

75 verklaring [medeverdachte 2] d.d. 13-8-2005 (p.541 van het eindpv)

76 p.v. van de Federale Gerechtelijke Politie van Luik d.d. 29-11-2007, pagina 4

77 p.v. van de Federale Gerechtelijke Politie van Luik d.d. 29-11-2007, pagina 5

78 verklaring [medeverdachte 4] d.d. 31-5-2005 (p.503 van het eindpv)

79 verklaring [medeverdachte 4] d.d. 31-5-2005 (p.504 van het eindpv)

80 verklaring [medeverdachte 4] d.d. 31-5-2005 (p.505 van het eindpv)

81 verklaring [medeverdachte 4] d.d. 31-5-2005 (p.506 van het eindpv)

??

??

19

Parketnummer: 01/855249-06

[verdachte]