Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2007:BC1031

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
24-12-2007
Datum publicatie
04-01-2008
Zaaknummer
01/820161-07
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2009:BI2464, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

vrijspraak voor ontuchtpleger omdat de rechtbank twijfel heeft over de niet door bewijsmiddelen ondersteunde verklaring van aangeefster (promis)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis (promis)

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/820161-07

Datum uitspraak: 24 december 2007

Vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949,

wonende te [woonplaats], [adres]

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 23 augustus 2007 en van 10 december 2007.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 27 juli 2007.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op meerdere, althans een, tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode

van 1 februari 2006 tot en met 13 febrauri 2007 te Eersel en/of te Leende, in

elk geval in Nederland, met [slachtoffer 1] geboren op [geboortedatum] 1992, die de

leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,

(telkens) buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft

gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 1] hebbende verdachte

meermaals, althans eenmaal,

- [slachtoffer 1] gestreeld over haar borsten en/of vagina en/of

- [slachtoffer 1] gevingerd en/of

- zijn verdachtes, penis en/of vinger(s) gebracht in de vagina en/of anus van

[slachtoffer 1];

(artikel 245 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op meerdere, althans een, tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode

van 1 februari 2006 tot en met 13 febrauri 2007 te Eersel en/of te Leende, in

elk geval in Nederland, met [slachtoffer 1] geboren op [geboortedatum] 1992, die toen de

leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, (telkens) buiten echt,

(telkens) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, hebbende

verdachte meermaals, althans eenmaal,

- [slachtoffer 1] gestreeld over haar borsten en/of vagina en/of

- [slachtoffer 1] gevingerd en/of

- zijn verdachtes, penis en/of vinger(s) gebracht in de vagina en/of anus van

[slachtoffer 1];

(artikel 247 Wetboek van Strafrecht)

De formele voorvragen

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is en dat de rechtbank bevoegd is van het tenlastegelegde kennis te nemen. Er zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan of die tot schorsing van de vervolging van verdachte moeten leiden.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan

Inleiding

Op 3 januari 2007 heeft [slachtoffer 1] aangifte gedaan van seksueel misbruik, gepleegd door verdachte. Volgens de verklaring van [slachtoffer 1] zou verdachte, die bevriend is met haar moeder, haar in de periode van 1 februari 2006 tot 15 juli 2006 in zijn woning te Leende en in de ouderlijke woning te Eersel meerdere malen over haar borsten en vagina hebben gestreeld en haar meerdere keren hebben gevingerd. Volgens aangeefster zijn de seksuele handelingen begonnen in februari 2006, toen haar moeder voor een operatie naar het ziekenhuis moest.

Op de dag van, dan wel de dag na de begrafenis, van haar opa op 4 juli 2006 zou verdachte volgens aangeefster zijn penis in haar vagina dan wel haar anus hebben gebracht.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat het onder primair tenlastegelegde kan worden bewezen. Zij baseert zich daarbij op de aangifte van [slachtoffer 1], de door [getuige 1] bij de rechter-commissaris afgelegde verklaring, alsmede de verklaringen van de oma van [slachtoffer 1], van haar broer, van [getuige 3], van [getuige 4] en van de vertrouwenspersoon (naam vertrouwenspersoon). Voorts zijn volgens haar van belang de door aangeefster geschreven gedichten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte stelt zich op het standpunt dat verdachte bij gebrek aan voldoende overtuigend bewijs dient te worden vrijgesproken van het hem tenlastegelegde.

Hij heeft daartoe – kort samengevat – aangevoerd:

Uitsluitend aangeefster verklaart over seksuele handelingen, die verdachte met haar gepleegd zou hebben. Die verklaringen zijn onaannemelijk, in strijd met overige bewijsmiddelen en ongeloofwaardig. De verklaringen van aangeefster staan op zich en worden niet gesteund door de overige bewijsmiddelen. Daarnaast speelt dat aangenomen kan worden dat aangeefster in de war is en zij uit rancuneuze en jaloerse motieven handelde door aangifte te doen.

Het oordeel van de rechtbank

Uit de gedingstukken, waaronder de verklaring van de huisarts van verdachte, en hetgeen daaromtrent ter zitting naar voren is gebracht blijkt dat verdachte ten tijde van de hem verweten feiten leed aan erectiestoornissen. Hij kreeg hiervoor medicatie die hij voorafgaand aan een coïtus/vrijpartij moest innemen. Voorts lukte het hem pas een erectie te krijgen na het stimuleren van zijn penis.

De rechtbank kan deze medische omstandigheden betreffende verdachte niet rijmen met hetgeen [slachtoffer 1] in seksueel opzicht over hem verklaart.

Voorts acht de rechtbank het opmerkelijk dat [slachtoffer 1] niet weet, althans zich niet kan herinneren,

of verdachte met zijn penis in haar anus dan wel in vagina is binnengedrongen.

Genoemde omstandigheden maken dat de rechtbank - voorzover het de tenlastegelegde feiten betreft - twijfel heeft over de - niet door andere bewijsmiddelen ondersteunde - verklaring van aangeefster. Om deze reden acht de rechtbank het tenlastegelegde niet overtuigend bewezen, zodat verdachte dient te worden vrijgesproken.

Ten overvloede merkt de rechtbank op dat de verklaring van [slachtoffer 1] omtrent het tegen haar wil geconfronteerd worden met het ontblote geslachtsdeel van verdachte, het tegen haar zin in geknuffeld worden en het door - een schaars geklede - verdachte op schoot worden genomen, zulks tegen de daaromtrent uitdrukkelijk met de moeder gemaakte afspraken in, wèl ondersteuning vindt in de overige bewijsmiddelen, zoals de verklaring van de moeder van [slachtoffer 1]. Deze handelingen zijn echter thans niet tenlastegelegd.

De beslissing

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder primair en subsidiair is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.E. Bartels, voorzitter,

mr. I.L.P. Crombeen en mr. F.P.E. Wiemans, leden,

in tegenwoordigheid van F.H.M. Klerkx, griffier,

en is uitgesproken op 24 december 2007.

5

Parketnummer: 01/820161-07

[verdachte]