Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2007:BC0421

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-12-2007
Datum publicatie
19-12-2007
Zaaknummer
01/841107-07 (nw)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

een geldboete van 300 euro subs. 6 dagen hechtenis en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 maanden voor overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 5
Wegenverkeerswet 1994 6
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2008/8
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

verkort vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/841107-07

Datum uitspraak: 19 december 2007

Verkort vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,

wonende te [woonplaats] [adres]

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 5 december 2007. De rechtbank heeft daarbij gelet op het arrest van het gerechtshof

’s-Hertogenbosch van 8 november 2007.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 7 september 2007.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 06 mei 2007 te 's-Hertogenbosch als verkeersdeelnemer,

namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg,

[straatnaam 1] zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten

verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer,

althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,

te handelen als volgt:

verdachte is, rijdende op de [straatnaam 1] en gekomen bij de verkeersrotonde

van die [straatnaam 1] en de [straatnaam 2] en/of de [straatnaam 3] die

verkeersrotonde opgereden en/of (vervolgens) met onverminderde snelheid,

althans met onvoldoende teruggebrachte snelheid tot welke het weggebruik op

die verkeersrotonde kon worden overzien en/of zonder voldoende uit te kijken

en/of zonder voldoende aandacht aan andere weggebruikers te schenken,

rechtsaf geslagen - teneinde die verkeersrotonde te verlaten en/of zijn weg

te vervolgen op de [straatnaam 2] op een moment dat er zich op die

verkeersrotonde een bromfietser ([slachtoffer 1]) bevond en/of verdachte niet

heeft voldaan aan zijn verplichting voorrang te verlenen aan een op die

verkeersrotonde rijdende, althans zich bevindende bromfietser waardoor (een)

ander(en) (te weten de bestuurder van die bromfiets ([slachtoffer 1]) en/of de

passagier van die bromfiets ([slachtoffer 2]) zwaar lichamelijk letsel, te

weten een gecompliceerde scheenbeen en/of kuitbeen fractuur ([slachtoffer 2]) en/of

een beenbreuk ([slachtoffer 1]) of zodanig letsel werd toegebracht, dat daaruit

tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden

is ontstaan;

(artikel 6 Wegenverkeerswet 1994)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 06 mei 2007 te 's-Hertogenbosch als bestuurder van een

voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, [straatnaam 1], heeft

gehandeld als volgt:

te handelen als volgt:

Verdachte is, rijdende op de [straatnaam 1] en gekomen bij de verkeersrotonde

van die [straatnaam 1] en de [straatnaam 2] en/of de [straatnaam 3] die

verkeersrotonde opgereden en/of (vervolgens) met onverminderde snelheid,

althans met onvoldoende teruggebrachte snelheid tot welke het weggebruik op

die verkeersrotonde kon worden overzien en/of zonder voldoende uit te kijken

en/of zonder voldoende aandacht aan andere weggebruikers te schenken,

rechtsaf geslagen - teneinde die verkeersrotonde te verlaten en/of zijn weg

te vervolgen op de [straatnaam 2] op een moment dat er zich op die

verkeersrotonde een bromfietser ([slachtoffer 1]) bevond en/of verdachte niet

heeft voldaan aan zijn verplichting voorrang te verlenen aan een op die

verkeersrotonde rijdende, althans zich bevindende bromfietser, door welke

gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon

worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon

worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

(artikel 5 Wegenverkeerswet 1994)

Tengevolge van een kennelijke schrijffout in de tenlastelegging begaan staat in de achtste en de veertiende regel van het primair tenlastegelegde en in de zesde en de twaalfde regel van het subsidiair tenlastegelegde “[straatnaam 2]” vermeld in plaats van “[straatnaam 2]”. De rechtbank herstelt deze schrijffout en leest het laatste in plaats van het eerste. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De tenlastelegging is op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van

5 december 2007 gewijzigd. Van deze vordering is een kopie aan dit vonnis gehecht.

De geldigheid van de dagvaarding.

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

De bewijsbeslissing.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte primair is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat verdachte heeft verzuimd bij het verlaten van de rotonde naar links te kijken tengevolge waarvan het ongeval heeft plaatsgevonden. De rechtbank is echter van oordeel dat enkel het niet naar links kijken door de verdachte niet kan worden gekwalificeerd als “roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, handelen”, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

Subsidiair

op 06 mei 2007 te 's-Hertogenbosch als bestuurder van een

voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, [straatnaam 2], heeft

gehandeld als volgt:

Verdachte is, rijdende op de [straatnaam 2] en gekomen bij de verkeersrotonde

van die [straatnaam 2] en de [straatnaam 1] en de [straatnaam 3] die

verkeersrotonde opgereden en zonder voldoende uit te kijken

en zonder voldoende aandacht aan andere weggebruikers te schenken,

rechtsaf geslagen - teneinde die verkeersrotonde te verlaten en zijn weg

te vervolgen op de [straatnaam 2] op een moment dat er zich op die

verkeersrotonde een bromfietser ([slachtoffer 1]) bevond en verdachte niet

heeft voldaan aan zijn verplichting voorrang te verlenen aan een op die

verkeersrotonde rijdende bromfietser, door welke

gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt en het verkeer op die weg werd gehinderd.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 14a, 14b, 14c, 23, 24c

Wegenverkeerswet 1994 art. 5, 177, 179

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

- bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde;

- een werkstraf voor de duur van 80 uur subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis;

- een ontzegging van de rijbevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 9 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

De op te leggen straffen.

Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte waaronder de draagkracht.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank enerzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheid ten bezware van verdachte:

- de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank anderzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheid die tot matiging van de straf heeft geleid:

- verdachte werd ter zake van strafbare feiten soortgelijk aan het door hem gepleegde strafbare feit niet eerder veroordeeld.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat verdachte behoort te worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde en zal worden veroordeeld voor het subsidiair tenlastegelegde.

Met betrekking tot de op te leggen ontzegging van de rijbevoegdheid zal de rechtbank bepalen dat die straf niet zal worden tenuitvoergelegd, mits verdachte zich gedurende een hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte primair en meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de overtreding:

subsidiair

Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

T.a.v. primair:

Vrijspraak, achtende de rechtbank het tenlastegelegde niet wettig en

overtuigend bewezen.

T.a.v. subsidiair:

Geldboete van EUR 300,00 subsidiair 6 dagen hechtenis

T.a.v. subsidiair:

Ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen (bromfietsen daaronder

begrepen) voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2

jaren.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. I.M. Nusselder, voorzitter,

mr. A.F. van Hoorn en mr. C.B.M. Bruens, leden,

in tegenwoordigheid van mr. M.J. Kruitwagen griffier,

en is uitgesproken op 19 december 2007.