Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2007:BC0413

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-12-2007
Datum publicatie
19-12-2007
Zaaknummer
01/841055-07 (nw)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing van de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel nu verdachte in de hoofdzaak is vrijgesproken van het hem tenlastegelegde

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

verkort vonnis 36e sr.

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/841055-07

Verkort vonnis 36e Sr. van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboorteplaats] 1972,

wonende te [adres], [woonplaats]

Onderzoek van de zaak:

De vordering van de officier van justitie strekt tot het opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 133.510,- ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de vordering gewijzigd in die zin dat thans wordt gevorderd € 130.000,-.

Dit verkort vonnis 36e Sr. is op tegenspraak, met machtiging, gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 5 december 2007. De rechtbank heeft daarbij gelet op het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 8 november 2007.

Bij vonnis van de rechtbank van 19 december 2007 onder bovengenoemd parketnummer in de hoofdzaak is verdachte vrijgesproken van het hem tenlastegelegde feit.

De beoordeling

De vordering is tijdig ingediend.

Gezien het feit dat in de hoofdzaak verdachte is vrijgesproken van het hem tenlastegelegde feit, is de rechtbank van oordeel dat aan de onderhavige vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel niets meer ten grondslag ligt. Om deze reden zal de rechtbank de vordering tot ontneming dan ook afwijzen.

DE UITSPRAAK

Wijst de vordering van de officier van justitie af.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. I.M. Nusselder, voorzitter,

mr. A.F. van Hoorn en mr. C.B.M. Bruens, leden,

in tegenwoordigheid van mr. M.J. Kruitwagen, griffier,

en is uitgesproken op 19 december 2007.