Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2007:BB9817

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
11-12-2007
Datum publicatie
11-12-2007
Zaaknummer
01/849168-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Jeugddetentie voor de duur van 215 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarde toezicht van de jeugdreclassering, een werkstraf voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen jeugddetentie, en een leerstraf (cursus seksualiteit) voor de duur van 30 uren subsidiair 15 dagen jeugddetentie, voor verkrachting van een minderjarig meisje.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

verkort vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/849168-07

Datum uitspraak: 11 december 2007

Verkort vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

wonende te [adres]

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 27 november 2007.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 4 juli 2007.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 31 januari 2007 te 's-Hertogenbosch door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer], hebbende verdachte (meermalen) zijn penis in de mond van [slachtoffer] gebracht en/of geduwd en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of een schoolgebouw heeft ingetrokken en/of

- (vervolgens) [slachtoffer] (in dat schoolgebouw) een toiletruimte heeft ingetrokken en/of die toiletruimte heeft afgesloten en/of

- (vervolgens) de mobiele telefoon van [slachtoffer] heeft afgepakt en/of (daarbij) tegen [slachtoffer] heeft gezegd dat zij die telefoon pas terug zou krijgen als hij, verdachte, klaar was en/of

- (vervolgens) tegen [slachtoffer] heeft gezegd dat zij stil moest zijn en/of

- (vervolgens) de handen van [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of (meermalen) de handen van [slachtoffer] over zijn schaamstreek (over zijn kleding) heeft gewreven en/of

- (vervolgens) zijn, verdachtes, penis heeft ontbloot en/of (meermalen) [slachtoffer] bij haar haren heeft vastgepakt en/of het hoofd van [slachtoffer] richting zijn, verdachtes, penis heeft gebracht/geduwd en/of (meermalen) zijn, verdachtes, penis in de mond van [slachtoffer] heeft gebracht/geduwd, althans [slachtoffer] heeft bewogen om zijn, verdachtes, penis in haar mond te nemen en/of aan de haren en/of het hoofd van [slachtoffer] heeft getrokken en/of

- (vervolgens) tegen [slachtoffer] heeft gezegd: "als je dit door kwaait, dan

kom je er nog wel achter"

en/of (aldus) voor [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

[Sr art. 242]

De geldigheid van de dagvaarding.

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

op 31 januari 2007 te 's-Hertogenbosch door geweld of andere feitelijkheden [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van [slachtoffer], hebbende verdachte (meermalen) zijn penis in de mond van [slachtoffer] gebracht en/of geduwd en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheden hierin dat verdachte

- [slachtoffer] heeft vastgepakt en een schoolgebouw heeft ingetrokken en

- vervolgens [slachtoffer] (in dat schoolgebouw) een toiletruimte heeft ingetrokken en die toiletruimte heeft afgesloten en

- vervolgens de mobiele telefoon van [slachtoffer] heeft afgepakt en (daarbij) tegen [slachtoffer] heeft gezegd dat zij die telefoon pas terug zou krijgen als hij, verdachte, klaar was en

- vervolgens tegen [slachtoffer] heeft gezegd dat zij stil moest zijn en

- vervolgen de handen van [slachtoffer] heeft vastgepakt en de handen van [slachtoffer] over zijn schaamstreek (over zijn kleding) heeft gewreven en

- vervolgens zijn, verdachtes, penis heeft ontbloot en/of (meermalen) [slachtoffer] bij haar haren heeft vastgepakt en het hoofd van [slachtoffer] richting zijn, verdachtes, penis heeft gebracht/geduwd en (meermalen) [slachtoffer] heeft bewogen om zijn, verdachtes, penis in haar mond te nemen en aan de haren en/of het hoofd van [slachtoffer] heeft getrokken

en (aldus) voor [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 27, 77a, 77g, 77h, 77i, 77m, 77n, 77o, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 242.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

- Jeugddetentie voor de duur van 215 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2

jaren en bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de aanwijzingen

hem in het kader van jeugdreclassering te geven door of namens het Bureau

Jeugdzorg Noord-Brabant, Wal 20, 5611 GG Eindhoven.

- Een werkstraf voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen jeugddetentie

- Een leerstraf (cursus seksualiteit) voor de duur van 30 uren subsidiair 15 dagen jeugddetentie

De op te leggen straffen.

Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dienen te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte:

- de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- op 13 maart 2007 is in een zedenzaak (schennis van de eerbaarheid) tegen verdachte anders dan strafrechtelijk ingegrepen waarna deze strafzaak is geseponeerd;

- de mate van het leed dat aan het slachtoffer [slachtoffer] is aangedaan, te weten een ernstige aantasting van lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer, alsmede dat verdachte zich om het lot van het slachtoffer kennelijk volstrekt niet heeft bekommerd;

- de (zeer) jeugdige leeftijd van het slachtoffer [slachtoffer].

Bij de strafoplegging zal de rechtbank anderzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheid die tot matiging van de straf heeft geleid:

- verdachte heeft na het plegen van het delict de leerstraf seksualiteit met goed gevolg doorlopen en afgerond.

Op 26 mei 2007 heeft psycholoog Y. Montfoort omtrent verdachte gerapporteerd.

Dit rapport houdt onder meer zakelijk weergegeven in:

“[verdachte] is niet lijdende aan een ziekelijke stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens. [verdachte] heeft zich tijdens het ten laste gelegde, indien bewezen geacht, vanuit een lage seksuele moraal laten leiden door gevoelens van macht en seksuele opwinding. Betrokkene kan echter beschouwd worden als volledig toerekeningsvatbaar.

De kans op recidive wordt laag geschat omdat de betrokkenheid van de ouders zeer groot is. De impact die detentie op het hele gezinssysteem heeft gehad kan als krachtige preventieve interventie gezien worden. Bij schorsing van de voorlopige hechtenis is mede als bijzondere voorwaarde opgenomen deelname aan de cursus seksualiteit vanuit de Raad voor de Kinderbescherming, welke dan ook gezien kan worden als ondersteunende pedagogische maatregel. Indien het tenlastegelegde bewezen wordt geacht, wordt ter preventie van recidive en ter bevordering van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling geadviseerd [verdachte] (verplicht) te laten deelnemen aan de cursus seksualiteit, zoals die door de rechter-commissaris bij schorsing is gesteld. Geadviseerd wordt dan ook om de ontwikkeling van [verdachte] rondom dit thema te laten volgen door de jeugdreclassering binnen een voorwaardelijke afdoening”.

De rechtbank neemt de conclusie en het advies van de deskundige over en maakt deze tot de hare. De rechtbank zal hiermee bij het opleggen van een straf rekening houden.

De officier van justitie heeft onder andere een leerstraf voor de duur van 30 uren gevorderd, te weten het volgen van de cursus seksualiteit. De rechtbank zal deze leerstraf niet opleggen nu verdachte deze leerstraf al heeft gevolgd in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een jeugddetentie welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

Met betrekking tot een deel van de op te leggen jeugddetentie zal de rechtbank bepalen dat dit deel van die straf niet zal worden tenuitvoergelegd mits verdachte zich gedurende een hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken en de hierna te melden bijzondere voorwaarde naleeft. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

verkrachting

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

Jeugddetentie voor de duur van 215 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren

en bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de aanwijzingen hem in het kader van jeugdreclassering te geven door of namens het Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant, Wal 20, 5611 GG Eindhoven.

Verleent opdracht aan voornoemd Bureau om aan de veroordeelde terzake van de naleving van deze bijzondere voorwaarde hulp en steun te verlenen.

Werkstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen jeugddetentie

Opheffing van het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden. Deze voorlopige hechtenis is op 17 april 2007 reeds met ingang van 18 april 2007 geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. P.J.H. van Dellen, voorzitter, tevens kinderrechter-plv.,

mr. M.E. Bartels,en mr. A.B. Baumgarten, leden,

in tegenwoordigheid van G.G. Dirks, griffier,

en is uitgesproken op 11 december 2007,

zijnde mr. Baumgarten buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

6

Parketnummer: 01/849168-07

[verdachte]