Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2007:BB6484

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
26-09-2007
Datum publicatie
25-10-2007
Zaaknummer
01/820107-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. Er moet onderzoek komen naar de betrouwbaarhied van de aangeefster.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

tussenvonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/820107-07

Datum uitspraak: 26 september 2007

Vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1943,

wonende te [woonplaats], [adres],

[postadres]

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 12 september 2007.

De zaak is aanvankelijk aangebracht op de politierechterzitting van 13 juni 2007. Toen is de zaak verwezen naar de meervoudige strafkamer alhier en behandeld op 12 september 2007.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 23 mei 2007.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op een of meer tijdstippen gelegen in de periode van 01 januari 2002 tot

en met 01 oktober 2006 te Beek en Donk, gemeente Laarbeek, (telkens) met [slachtoffer], (geboren op 13 mei 1992) die toen de leeftijd van zestien jaren nog

niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft

gepleegd, bestaande die ontuchtige handelingen (telkens) hierin dat hij,

verdachte:

- de bovenbenen en/of de borsten en/of de vagina van voornoemde [slachtoffer] heeft

betast en/of heeft gestreeld en/of

- voornoemde [slachtoffer] (op de mond) heeft gekust ;

art 247 Wetboek van Strafrecht.

De geldigheid van de dagvaarding.

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

De officier van justitie eist een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 7 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

Heropening en schorsing van het onderzoek ter terechtzitting.

Het is de rechtbank tijdens de beraadslaging gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest en dat dit dient te worden heropend. Zij acht met name noodzakelijk dat een (gedrags)deskundige zich bij rapportage uitlaat over de (mate van) betrouwbaarheid van de aangifte van [slachtoffer]]

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

- heropent het onderzoek en schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd. (voorzover mogelijk aanbrengen bij een meervoudige kamer in dezelfde samenstelling, maar in ieder geval bij een meervoudige kamer waarvan mrs. Crombeen en/of De Koning deel uitmaken)

- verwijst de zaak naar de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, opdat door deze een (gedrags)deskundige wordt benoemd die zich bij rapportage dient uit te laten over de (mate van) betrouwbaarheid van de aangifte van [slachtoffer], geboren op 13 mei 1992.

De rechter-commissaris wordt voorts verzocht al datgene te doen wat hem in het belang van het onderzoek geraden voorkomt.

Stelt de stukken met dat doel in handen van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank.

- verzoekt de officier van justitie om alle op deze strafzaak betrekking hebbende geluidsbanden aan het dossier toe te voegen.

Stelt de stukken met dat doel in handen van de officier van justitie.

- beveelt de oproeping van verdachte tegen het tijdstip van de nadere terechtzitting, met kennisgeving van dat tijdstip aan de raadsvrouwe van verdachte.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. I.L.P. Crombeen, voorzitter,

mr. H.M.H. de Koning en mr. D. Bogaert, leden,

in tegenwoordigheid van G.A.M. de Laat, griffier,

en is uitgesproken op 26 september 2007.

4

Parketnummer: 01/820107-07

[verdachte]