Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2007:BB6480

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
09-10-2007
Datum publicatie
25-10-2007
Zaaknummer
01/825214-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Dertig maanden gevangenisstraf waarvan 15 maanden voorwaardelijk voor het opzettelijk brandstichten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

verkort vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/825214-07

Datum uitspraak: 09 oktober 2007

Verkort vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,

wonende te [adres],

thans gedetineerd te: PI Breda - HvB De Boschpoort.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 4 juli 2007 en 25 september 2007.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 30 mei 2007.

Aan verdachte is, met inachtneming van de wijziging tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 10 april 2007 in de gemeente Eindhoven, althans in het

arrondissement 's-Hertogenbosch, opzettelijk brand heeft gesticht, hebbende

hij, verdachte, toen aldaar opzettelijk terpentine, althans een brandbare

vloeistof gesprenkeld/gegoten over een matras in een schuur/garagebox gelegen

achter de woning gelegen aan de [adres] en/of (vervolgens) die

terpentine, althans brandbare vloeistof in brand gestoken, terwijl daarvan

levensgevaar voor een ander of anderen, te weten voor de bewoner(s) van de

woning gelegen aan de [adres] en/of de bewoner(s) van (een)

aangrenzende/nabij gelegen woning(en) en/of terwijl daarvan gemeen gevaar voor

goederen, te weten voor voornoemde schuur/garagebox en/of nabij gelegen

woning(en) en/of (een) (ander(e)) aangrenzend(e)/nabij gelegen gebouw(en) te

duchten was

(Artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 10 april 2007 in de gemeente Eindhoven, althans in het

arrondissement 's-Hertogenbosch, opzettelijk brand heeft gestichthebbende hij

verdachte, toen aldaar opzettelijk motorbenzine, althans een brandbare vloeistof

gesprenkeld/gegoten over een bankje en/of een bed zich bevindende in een

woning gelegen aan de [adres] en/of (vervolgens) die motorbenzine,

althans brandbare vloeistof in brand gestoken, terwijl daarvan levensgevaar

voor een ander of anderen, te weten voor de bewoner(s) van voornoemde woning

en/of de bewoner(s) van (een) aangrenzende/nabij gelegen woning(en) en/of

terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten voor voornoemde woning

en/of (een) aangrenzende/nabij gelegen woning(en) en/of (een) (ander(e))

aangrenzend(e)/nabij gelegen gebouw(en) te duchten was;

(Artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht)

De tenlastelegging is op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van 25 september gewijzigd 2007. Van deze vordering is een kopie aan dit vonnis gehecht.

De geldigheid van de dagvaarding.

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

1.

op 10 april 2007 in de gemeente Eindhoven opzettelijk brand heeft gesticht, hebbende

hij, verdachte, toen aldaar opzettelijk terpentine gegoten over een matras in een schuur gelegen achter de woning gelegen aan de [adres] en vervolgens die

terpentine in brand gestoken, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten voor voornoemde schuur en nabij gelegen woning(en) en (ander(e)) nabij gelegen gebouw(en) te

duchten was;

2.

op 10 april 2007 in de gemeente Eindhoven opzettelijk brand heeft gesticht, hebbende hij

verdachte, toen aldaar opzettelijk motorbenzine gegoten over een bankje en een bed zich bevindende in een woning gelegen aan de [adres] en vervolgens die motorbenzine in brand gestoken, terwijl daarvan levensgevaar

voor een ander of anderen, te weten voor de bewoner(s) van voornoemde woning

en/of de bewoner(s) van (een) aangrenzende/nabij gelegen woning(en) en

terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten voor voornoemde woning

en (een) aangrenzende nabij gelegen woning(en) en (een) (ander(e )aangrenzende ) nabij gelegen gebouw(en) te duchten was.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 33, 33a, 57, 157

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

t.a.v. feit 1 en 2:

een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht waarvan 15 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3

jaren en met de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht, ook als dit inhoudt het zich houden aan de aanwijzingen hem te geven door de Reclassering Nederland DB op het gebied van wonen, dagbesteding en medicatie en het volgen van een Goldsteintraining.

De op te leggen straf(fen) en/of maatregel(en).

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank enerzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte:

- de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- verdachte heeft zich op één dag schuldig gemaakt aan twee brandstichtingen in een woonwijk. Door na de eerste brandstichting in een schuur nogmaals brand te stichten in een woonhuis heeft verdachte het leven van de bewoners van de betreffende woning en van de bewoners van de aangrenzende en nabijgelegen woningen in gevaar gebracht, nu een brand zich immers snel en onbeheersbaar kan ontwikkelen met alle gevolgen van dien;

- verdachte verkeerde tijdens het plegen van de feiten onder invloed van alcohol waarvan hij de negatieve werking op zijn gedrag kende of moest begrijpen en welke hij toch heeft gebruikt.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank anderzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheid die tot matiging van de straf heeft geleid:

- uit een omtrent de geestvermogens van verdachte uitgebracht rapport door J.E.J. Spée, psycholoog, van 29 juni 2007 blijkt, dat de door hem gepleegde strafbare feiten in verminderde mate aan hem kunnen worden toegerekend. Dit rapport houdt onder meer in: “bij betrokkene is sprake van een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens. Betrokkene is een man met een licht verstandelijke handicap, bij wie de beperkingen lange tijd miskend zijn. (Hij is daardoor langdurig geconfronteerd geweest met te hoge verwachtingen en met overvraging.) Mede daardoor is hij uitgegroeid tot een kwetsbare persoonlijkheid, die gevoelig is voor stress, angst en paniek. De gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens beïnvloedde zijn gedragskeuzen cq. zijn gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde. Op grond van de aanwezige verstandelijke beperking, de geringe probleemoplossingsvaardigheden en de hoge mate van stress waar betrokkene gedurende langere tijd aan blootstond kan het tenlastegelegde hem in verminderde mate worden toegerekend.”

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

Met betrekking tot een deel van de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank bepalen dat dat deel van die straf niet zal worden tenuitvoergelegd, mits verdachte zich gedurende een hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken en de hierna te melden bijzondere voorwaarde naleeft. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit voorwerpen zijn

met betrekking tot welke de feiten zijn begaan en deze voorwerpen ten tijde van het begaan van de feiten aan verdachte toebehoorden.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1:

opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te

duchten is.

T.a.v. feit 2:

opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en

levensgevaar voor een ander te duchten is.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

T.a.v. feit 1, feit 2:

Gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht waarvan 15 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3

jaren

en bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de

aanwijzingen, hem te geven door of namens de Reclassering Nederland, Regio

's-Hertogenbosch, Eekbrouwersweg 6, 5233 VG 's-Hertogenbosch, zolang deze

instelling zulks noodzakelijk acht, ook als dit inhoudt aanwijzingen op het gebied van huisvesting, dagbesteding en medicatie of het volgen van een vaardigheidstraining (Goldstein).

Verleent aan de Reclassering voornoemd de opdracht als bedoeld in artikel 14d

van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. feit 1, feit 2:

Verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen, te weten:

- 1 aansteker (zilver met opschrift MCB);

- 1 dop (River Lemon);

- 1 broek (blauw, Cars Hyper);

- 1 t-shirt (zwarte rug en front, grijs/blauwe zijkant).

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.F.E. van Olden-Smit, voorzitter,

mr N.M. Spelt en mr. D. Bogaert, leden,

in tegenwoordigheid van J.J.A. Donkersloot, griffier,

en is uitgesproken op 9 oktober 2007.

De griffier is buiten staat dit vonnis te ondertekenen

7

Parketnummer: 01/825214-07

[verdachte]