Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2007:BB6479

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
26-09-2007
Datum publicatie
25-10-2007
Zaaknummer
01/820216-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak verkrachting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/820216-07

Datum uitspraak: 26 september 2007

Vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,

wonende te [woonplaats], [adres].

De zaak is aanvankelijk aangebracht op de politierechterzitting van 13 juni 2007. De politierechter heeft de zaak verwezen naar de meervoudige strafkamer.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 12 september 2007.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 10 mei 2007.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1. hij op of omstreeks 18 september 2006 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo,

door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het

ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit

het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte

die [slachtoffer] gedwongen te dulden dat verdachte zijn, verdachtes, penis in de

vagina van die [slachtoffer] duwde/bracht en/of de vagina en/of de schaamstreek van

die [slachtoffer] betastte, en bestaande dat geweld of die andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere

feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte:

- (ondanks het wegduwen en/of slaan en/of stoten van hem, verdachte, door

voornoemde [slachtoffer]) door is gegaan met (een of meer van) voornoemde

handelingen en/of

- (onverhoeds) de vagina en/of de schaamstreek van die [slachtoffer] heeft betast

en/of

- (onverhoeds) zijn, verdachtes, (in erectie verkerende) penis in de vagina

van die [slachtoffer] heeft geduwd/gebracht en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een

bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

art 242 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 18 september 2006 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo,,

met [slachtoffer], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] in staat

van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde,

dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was zijn/haar wil daaromtrent te

bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer

handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het

seksueel binnendringen van het lichaam van voornoemde [slachtoffer], hebbende

verdachte, (terwijl die [slachtoffer] sliep):

- de vagina en/of de schaamstreek van voornoemde [slachtoffer] betast en/of

- zijn, verdachtes, penis in de vagina van voornoemde [slachtoffer] geduwd/gebracht;

art 243 Wetboek van Strafrecht

2. hij op een of meer tijdstippen gelegen in de periode van 20 september 2006 tot

en met 27 september 2006 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, (telkens) door

geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het

ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit

het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte

zijn, verdachtes, (in erectie verkerende) penis gebracht/gehouden in de mond

van die [slachtoffer] en/of zijn, verdachtes, (in erectie verkerende) penis laten

betasten door die [slachtoffer] en bestaande dat geweld of die andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere

feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte (telkens):

- (ondanks de afkeurende reactie van die [slachtoffer]) is doorgegaan met een of

meer van voornoemde handelingen en/of

- (met kracht) het hoofd van die [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of (vervolgens)

in de richting heeft gebracht van zijn, verdachtes, penis en/of

- de hand van die [slachtoffer] heeft gepakt en/of (vervolgens) (onverhoeds) op

zijn, verdachtes, (in erectie verkerende) penis heeft gelegd en/of (aldus)

(telkens) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

art 242 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen gelegen in de periode van 20 september 2006 tot

en met 27 september 2006 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo,, (telkens) door

geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het

plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit

betasten van zijn, verdachtes, penis en bestaande dat geweld of die andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere

feitelijkhe(i)d(en) uit het (telkens) pakken van de hand van die [slachtoffer] en/of

(vervolgens) (onverhoeds) het leggen van die hand op zijn, verdachtes, penis;

art 246 Wetboek van Strafrecht

De geldigheid van de dagvaarding.

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

De officier van justitie eist ten aanzien van het onder 1 primair en het onder 2 primair tenlastegelegde een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 7 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Voorts toewijzing van de vordering van de benadeelde partij bij wijze van voorschot tot een bedrag van 1.000,-- euro, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel en niet-ontvankelijkverklaring van het overig gevorderde.

De bewijsbeslissing.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 1 primair en subsidiair en onder 2 primair en subsidiair is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Ten aanzien van het onder 1 primair tenlastegelegde stelt de rechtbank vast dat niet is gebleken dat verdachte door geweld of bedreiging daarmee aangeefster heeft gedwongen tot het ondergaan van de door haar gestelde handelingen. Voorts is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie genoemde en in de dagvaarding opgenomen feitelijkheden geen dwang als bedoeld in artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht opleveren. Nadat aangeefster middels een stomp met haar elleboog en de mededeling dat zij geen gemeenschap wilde duidelijk had gemaakt dat zij de seksuele toenaderingspogingen van verdachte niet op prijs stelde, heeft verdachte zijn avances gestaakt.

Ten aanzien van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde oordeelt de rechtbank dat aangeefster niet in een zodanige staat van verminderd bewustzijn verkeerde, dat zij niet in staat was weerstand te bieden aan de seksuele verlangens van verdachte. Voor dit oordeel kent de rechtbank betekenis toe aan het feit dat aangeefster verdachte opnieuw een elleboogstoot heeft gegeven. Tevens acht de rechtbank het - gelet op de positie van beiden (liggend op de rechterzijde) en het feit dat verdachte de string van aangeefster dan opzij moest doen - onwaarschijnlijk dat aangeefster niet eerder wakker is geworden dan nadat ze door verdachte was gepenetreerd.

Ten aanzien van het onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde is de rechtbank van oordeel dat er naast de aangifte onvoldoende steunbewijs is, zodat het voor een veroordeling noodzakelijke wettig bewijs ontbreekt. De rechtbank merkt daarbij op dat er zich weliswaar verklaringen in het dossier bevinden die de lezing van het slachtoffer (deels) ondersteunen, maar dat deze verklaringen allemaal dezelfde bron hebben, namelijk aangeefster zelf.

De vordering van de benadeelde partij.

Nu verdachte van de gehele tenlastelegging zal worden vrijgesproken, dient de benadeelde partij in haar vordering niet ontvankelijk te worden verklaard.

De benadeelde partij zal worden verwezen in de kosten door de verdachte in deze strafzaak gemaakt als na te melden.

DE UITSPRAAK

BESLISSING:

T.a.v. feit 1 primair, feit 1 subsidiair, feit 2 primair, feit 2 subsidiair:

Vrijspraak, achtende de rechtbank het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen.

T.a.v. feit 1 primair, feit 1 subsidiair, feit 2 primair, feit 2 subsidiair:

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer] in haar vordering.

Compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. I.L.P. Crombeen, voorzitter,

mr. H.M.H. de Koning en mr. D. Bogaert, leden,

in tegenwoordigheid van G.A.M. de Laat, griffier,

en is uitgesproken op 26 september 2007.

5

Parketnummer: 01/820216-07

[verdachte]