Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2007:BB3262

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-08-2007
Datum publicatie
10-09-2007
Zaaknummer
AWB 07/865
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De aanvraag tot een verkorte wachttijd is terecht afgewezen, nu de aanvraag hiertoe niet tijdig is ingediend. Een dergelijk aanvraag dient uiterlijk binnen 68 weken na de eerste dag van de arbeidsongeschiktheid te zijn ingediend. Artikel 23, zesde lid, van de Wia is een bepaling van dwingend recht. Hetgeen door eiseres is aangevoerd ontslaat haar niet van de verantwoordelijkheid bij de aanvraag voor een verkorte wachttijd de daarvoor voorgeschreven termijnen in acht te nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH

Sector bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 07/865

Uitspraak van de meervoudige kamer van 27 augustus 2007

inzake

[eiseres] Foods B.V.,

te [plaats],

eiseres,

gemachtigde N.P.M. van Os,

tegen

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,

te Amsterdam,

verweerder,

gemachtigde H.J.J.M. van Eijk, werkzaam bij het rayonkantoor te Breda.

Aan dit geding heeft belanghebbende de heer [belanghebbende], werknemer van eiseres,

(hierna: de werknemer) op de voet van artikel 8:26 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) als partij deelgenomen.

Procesverloop

Bij besluit van 3 november 2006 heeft verweerder de werknemer medegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een verkorte wachttijd in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).

Het hiertegen door eiseres ingediende bezwaar is door verweerder bij besluit van 23 januari 2007 ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.

De zaak is behandeld ter zitting van 20 augustus 2007, waar namens eiseres zijn verschenen de gemachtigde voornoemd en G.J.J.H. van Dulmen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. In dit geding dient de rechtbank te beoordelen of verweerder terecht en op goede gronden geweigerd heeft de werknemer in aanmerking te laten komen voor een verkorte wachttijd in het kader van de WIA.

2. De werknemer was laatstelijk werkzaam als financial controller bij eiseres. Op 17 januari 2005 is de werknemer uitgevallen als gevolg van een herseninfarct.

Vervolgens heeft de werknemer op 13 juli 2006 een aanvraag op basis van een verkorte wachttijd bij verweerder ingediend.

3. Blijkens het bestreden besluit stelt verweerder zich op het standpunt dat de aanvraag van de werknemer niet tijdig is ingediend. Een verkorte wachttijd kan maximaal 78 weken bedragen en kan niet eerder eindigen dan 10 weken nadat de aanvraag is ingediend. De aanvraag van de werknemer is niet binnen 68 weken nadat hij arbeidsongeschikt is geworden, ofwel vóór 8 mei 2006, ingediend. Verweerder stelt zich voorts op het standpunt dat eiseres als werkgever voldoende mogelijkheden heeft om van de toepasselijke wettelijke bepalingen kennis te nemen en verwijst daarbij voorts naar de voorlichtingsbijeenkomsten over de WIA en de werkgeverskrant van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).

4. Eiseres heeft aangevoerd dat zij is uitgegaan van een termijn van 78 weken, aangezien deze termijn ook op de website van het Uwv is vermeld. Het gebruikte aanvraagformulier is gedownload van deze website. Blijkens dit formulier is dit te gebruiken voor aanvraag van de verkorte wachttijd en in het geval van een normale wachttijd. Verderop in het formulier wordt vermeld de periode van 78 weken te hanteren. Ter zitting is namens eiseres in dit verband nog aangegeven dat verweerder verzuimd heeft eiseres te informeren dat de aanvraag binnen een termijn van 68 weken moet zijn ingediend.

Nadat de werknemer het aanvraagformulier al had ingediend, is gebleken dat ook het Uwv de onduidelijkheid met betrekking tot het aanvraagformulier voor een verkorte wachttijd ingevolge de WIA ontdekt heeft, want voor het einde van het jaar zijn twee aanvraagformulieren “aanvraag verkorte wachttijd” op de website geplaatst, waarvan één specifiek voor werkgevers met de specifieke vermelding van de vereiste 68 weken. Eiseres stelt volledig te goeder trouw te hebben gehandeld en de door het Uwv voorgestelde route, via hun eigen website te hebben gevolgd. Daarbij is namens eiseres ter zitting nog aangegeven dat zij natuurlijk niet èn de website èn de voorlichtingsbijeenkomsten èn de werkgeverskrant hoeft te raadplegen.

5. De rechtbank overweegt als volgt.

6. Ingevolge artikel 23, zesde lid, van de WIA stelt het Uwv op aanvraag van de verzekerde een verkorte wachttijd vast. Daarbij geldt dat de verkorte wachttijd tenminste 13 weken en ten hoogste 78 weken bedraagt en voorts dat het einde van een verkorte wachttijd niet eerder wordt vastgesteld dan tien weken na de dag waarop de aanvraag daartoe is ingediend.

Ingevolge het tweede lid van dit artikel geldt als eerste dag van de wachttijd de eerste werkdag waarop door de verzekerde wegens ziekte niet is gewerkt.

7. De rechtbank heeft in dit verband vastgesteld dat de eerste dag waarop de werknemer wegens ziekte niet heeft gewerkt 17 januari 2005 is. Gelet op het hiervoor weergegeven artikel dient de aanvraag voor de verkorte wachttijd uiterlijk binnen 68 weken na de eerste dag van arbeidsongeschiktheid, derhalve vóór 8 mei 2006, te zijn ingediend. Nu de aanvraag van de werknemer eerst op 13 juli 2006 bij verweerder is binnengekomen, moet met verweerder vastgesteld worden dat deze te laat is ingediend. Gelet op het feit dat artikel 23, zesde lid, van de WIA een bepaling van dwingend recht inhoudt, heeft verweerder terecht het standpunt ingenomen dat de aanvraag te laat is ingediend. Hetgeen hiertegen door eiseres is aangevoerd kan de rechtbank niet tot een ander oordeel brengen.

8. Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de omstandigheid dat het enige tijd heeft geduurd voordat de werknemer en eiseres doordrongen waren van de gevolgen van het herseninfarct en dat zij langere tijd de hoop hebben gehad dat de werknemer weer werkzaamheden voor eiseres zou kunnen gaan verrichten, ontslaat dit de werknemer en eiseres niet van hun verantwoordelijkheid bij de aanvraag voor een verkorte wachttijd de daarvoor voorgeschreven termijnen in acht te nemen.

9. Voor zover eiseres zich op het standpunt stelt dat verweerder op de website van het Uwv of op het destijds te downloaden aanvraagformulier ten onrechte een termijn van 78 weken heeft vermeld waarbinnen de aanvraag voor een verkorte wachttijd ingevolge de WIA moest zijn ingediend, volgt de rechtbank eiseres niet in deze stelling. Op het aan de rechtbank overgelegde, ingevulde aanvraagformulier staat deze informatie in elk geval niet. Dat deze informatie op de website van het Uwv zou hebben gestaan, is door eiseres niet aangetoond. Weliswaar staat op het gebruikte aanvraagformulier niet vermeld dat de aanvraag binnen 68 weken moet zijn ingediend, maar op grond van het enkele ontbreken van deze informatie mochten de werknemer en eiseres er niet vanuit gaan dat zij een termijn van 78 weken konden aanhouden. Het lag op de weg van de werknemer en eiseres om zich op dit punt nader te (laten) informeren. Hiervoor bestond te meer aanleiding omdat op het gebruikte aanvraagformulier achter de vermelding “terugsturen voor” geen datum stond vermeld. De werknemer en eiseres hadden zich voor nadere informatie omtrent die datum dienen te wenden tot verweerder . Dat inmiddels de aanvraagformulieren zijn aangepast, waardoor nieuwe aanvragers beter worden geïnformeerd, maakt vorenstaand oordeel niet anders.

10. Gelet op het voorgaande dient het beroep van eiseres ongegrond te worden verklaard.

11. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

12. Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De rechtbank,

- verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gedaan door mr. J.H.L.M. Snijders als voorzitter en mr. B.A.J. Zijlstra en mr. G.H. de Heer-Schotman als leden in tegenwoordigheid van mr. H.C. Dollekamp als griffier en uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2007.

De griffier is buiten staat deze

uitspraak mede te ondertekenen.

?

Belanghebbenden kunnen tegen deze uitspraak binnen zes weken na de datum van toezending hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep, postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Afschriften verzonden: