Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2007:BB3237

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
10-09-2007
Datum publicatie
10-09-2007
Zaaknummer
01/825422-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis vonnis:24 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk voor het vervoer van 7,1 kilo cocaïne.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis (promis)

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/825422-06

Datum uitspraak: 10 september 2007

Verkort vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,

wonende te [woonplaats], [adres]

thans gedetineerd te: P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 27 augustus 2007.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 23 januari 2007. De tenlastelegging is op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van 27 augustus 2007 gewijzigd. Van deze vordering is een kopie aan dit vonnis gehecht (bijlage). Met inachtneming van deze vordering is aan verdachte tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 19 oktober 2006 te Arnhem en of Eindhoven en/of Nijmegen, (via de grensovergang Wyler Bad), althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 12.100 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel

aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

(artikel 2 sub A Opiumwet)

2.

hij op of omstreeks 19 oktober 2006 te Eindhoven tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of

afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig

heeft gehad, ongeveer 12.100 gram, in elk geval een hoeveelheid van een

materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij

de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet;

(artikel 2 sub B, C Opiumwet)

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vordering worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht beide feiten, het invoeren in Nederland vanuit Duitsland van 12,1 kilogram cocaïne en het vervoeren van diezelfde hoeveelheid cocaïne in Eindhoven bewezen.

Het standpunt van de raadsman.

De raadsman heeft gesteld dat verdachte voor de invoer van 12,1 kilogram cocaïne moet worden vrijgesproken, omdat niet uit wettige bewijsmiddelen vast te stellen is dat verdachte samen met anderen 12,1 kilogram cocaïne vanuit Duitsland Nederland heeft ingevoerd.

Hooguit zou er een veroordeling kunnen volgen voor de invoer van een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne.

De raadsman heeft verder aangevoerd dat het vervoer van 12,1 kilogram cocaïne niet bewezen kan worden. Er kan slechts een veroordeling volgen voor het vervoeren van een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne. Hij stelt daarbij dat er in de Mitsubishi 2 tassen (Granville-tas en A.H.-tas) met daarin cocaïne zijn aangetroffen. Het proces-verbaal van technisch onderzoek geeft aan dat er drie tassen worden aangeboden, namelijk de twee hiervoor genoemde tassen met in totaal 7,1 kilogram en een Blokkertas met bruto 5 kilogram cocaïne.

Ten overvloede wijst de raadsman nog op het feit dat slechts het brutogewicht van de cocaïne is vastgesteld, terwijl voor de bewezenverklaring het netto gewicht noodzakelijk is.

Verdachte heeft ter terechtzitting van 27 augustus 2007 verklaard dat zowel zijn mededader [mededader] als hij ieder een tas vanuit de woning [adres] te Eindhoven in de kofferbak van de Mitsubishi hebben gelegd en dat hij niet wist dat er in deze tassen cocaïne zat.

Hij kon niet zien wat er in de tas lag, omdat er kleding bovenop lag.

De vaststaande feiten:

(t.a.v. feit 1 en 2)

Op 19 oktober 2006 worden er op het vliegveld Düsseldorf meerdere stukken bagage in de Mercedes A-klasse (BM-YH-993) van [medeverdachte] geladen.

[medeverdachte] en [medeverdachte 2] reden daarna vanuit Duitsland richting Nederland in deze Mercedes A-klasse. Kort voor de afrit Kleve reed een Fiat met Nederlands kenteken (HH-RT-64) voor de Mercedes. Beide voertuigen zijn via de grensovergang Wyler Bad Nederland binnen gereden. De Mercedes en de Fiat reden in Nijmegen naar een Texaco tankstation en stopten daar. De chauffeur van de Mercedes, [medeverdachte], is uitgestapt en op hetzelfde moment stapten de chauffeur en de bijrijder van de Fiat uit. De drie personen hebben elkaar begroet.1

[medeverdachte] heeft de kofferruimte van de Mercedes geopend en de bijrijder van de Fiat haalde koffers uit die kofferruimte en legde deze in de Fiat.

Na het afscheid reed de Fiat verder richting Eindhoven, naar de [adres] en heeft geparkeerd voor de huisnummers 57-63. 2

De bijrijder droeg om 11.05 uur een reistas en de chauffeur een donkere trolley het huis in.

3

Op 19 oktober 2006 te 13.30 uur zat verbalisant Q555 dat NN2 en NN3 buiten kwamen vanuit de woning aan de [adres] te Eindhoven. Hij zag dat NN2 twee gevulde tassen droeg. Hij zag verder dat de kofferbak van de Mitsubishi geopend werd en dat genoemde tassen in de kofferbak werden gelegd.

Verbalisant Q555 zag verder dat zowel NN2 als NN3 in de Mitsubishi stapten, waarna deze vanaf de [adres] vertrok. NN3 was de bestuurder en NN2 zat als passagier in deze auto.4

Op 19 oktober 2006, omstreeks 13.30 uur werd op de Boschdijk te Eindhoven een roodkleurige Mitsubishi Carisma, met kenteken XS-ZR-80 staande gehouden.5

Verbalisant [verbalisant] heeft de Mitsubishi, omstreeks 13.30 uur laten stoppen.

De bestuurder van het voertuig bleek te zijn genaamd [mededader] en de bijrijder [verdachte].6

De inzittenden van deze personenauto, Danny [mededader] en [verdachte] zijn op die datum aangehouden. In de kofferbak van de Mitsubishi (XS-ZR-80) werd een rood/bruine papieren tas met het opschrift Granville aangetroffen, met daarin diverse plastic zakjes met wit poeder. Verder werd een sporttas aangetroffen met daarin een blauw/wit zogenaamde Albert Heijn plastic tas. Ook daarin zaten diverse plastic zakjes met wit poeder.7

Verbalisant [verbalisant 1] omschrijft voorts in zijn aanvullend proces-verbaal dat bij het aantreffen van de rood/bruine papieren tas met het opschrift “Granville”een aantal doorschijnende plastic zakjes met wit poeder direct zichtbaar was. Er bevonden zich geen andere goederen in deze tas.

In de andere tas, een zogeheten sporttas, werd een blauw witte plastic tas met opdruk Albert Heijn aangetroffen. Na het openen van deze plastic tas was een aantal doorschijnende plastic zakjes met wit poeder, direct zichtbaar. In deze tas bevonden zich verder geen andere goederen.

In de betreffende sporttas bevonden zich naast de genoemde Albert Heijn tas nog meerdere goederen waaronder kleding en sportschoenen. De plastic A-H.tas lag in de sporttas boven op de kleding en sportschoenen.8

Uit het relaas van verbalisant [verbalisant 2] komt naar voren dat hij op 20 oktober 2006 twee kartonnen dozen kreeg overhandigd van rechercheur Gofers. In deze dozen waren onder andere de volgende goederen aanwezig: Een papieren draagtas met opdruk Granville: hierin zaten 11 plastic zakjes met wit poeder. Een zakje woog bruto ongeveer 0,6 kilogram en de 10 andere zakjes wogen bruto elk ongeveer 0,5 kilogram.

Een plastic draagtas AH met 3 plastic zakjes met daarin wit poeder. Het brutogewicht per zakje was ongeveer 0,5 kilogram.9

Het totale gewicht van het witte poeder bedroeg circa:

Bruine papieren draagtas: 5,6 kilogram

Plastic draagtas A.H.: 1,5 kilogram.

Verbalisant [verbalisant 2] heeft uit de draagtassen een aantal plastic zakjes bemonsterd en gewaarmerkt.

A.1: NFI-code : 370.164 (bruine papieren draagtas)

A.2: NFI-code : 370.163 (bruine papieren draagtas)

A.3: NFI-code : 370.162 (bruine papieren draagtas)

A.4: NFI-code : 370.161 (bruine papieren draagtas)

A.5: NFI-code : 370.160 (bruine papieren draagtas)

B.20: NFI-code 370.159 (plastic AH draagtas)

B.21: NFI-code 370.158 (plastic AH draagtas)

De bemonsterde stoffen werden op 31 oktober 2006 aan het Nederlands Forensisch Instituut voor analyse aangeboden.10

Door het Nederlands Forensisch Instituut werden op 1 november 2006 onder andere de genoemde monsters ontvangen. Deze monsters zijn onderzocht en het blijkt dat zij cocaïne bevatten.

Cocaïne is vermeld op Lijst 1 behorende bij de Opiumwet.11

[mededader] heeft verklaard dat hij op 19 oktober 2006 in Eindhoven een hoeveelheid cocaïne heeft vervoerd.12

[mededader] heeft verder nog verklaard dat toen hij 2 tassen in de woning aan de [adres] te Eindhoven kreeg, hij gezien heeft dat er kleine zakjes cocaïne in zaten en dat de inhoud van de tassen niet bedekt was. 13

Bij de doorzoeking in de woning [adres] te Eindhoven op 19 oktober 2006 zijn onder meer de volgende goederen in beslag genomen:

Een digitale weegschaal, een sealapparaat met daarin verpakkingsmateriaal, een plastic zak met daarin een hoeveelheid wit poeder, vier reiskoffers die in de keuken lagen, zes á acht reiskoffers die op zolder lagen, ongeveer vier reiskoffers die buiten op het balkon lagen.

Verbalisant Nieuwkerk heeft gezien dat alle aangetroffen koffers aan een zijde waren opengesneden en voorzien waren van een zogenaamde dubbele

bodem. Vanuit de koffers aangetroffen in de keuken, werd door hem een sterk kruidige geur geroken. Het is verbalisant ambtshalve bekend dat vervoer van drugs onder andere geschiedt in koffers voorzien van een dubbele bodem en dat sterke kruiden in deze koffers worden gedaan om drugshonden te misleiden.14

Het oordeel van de rechtbank.

(feit 1)

Noch uit de hiervoor genoemde vaststaande feiten, noch uit het onderzoek ter terechtzitting is onomstotelijk vast komen te staan dat er cocaïne vanuit Duitsland Nederland is ingevoerd.

Vaststaat, dat er vanuit Düsseldorf een aantal koffers naar de [adres] te Eindhoven zijn gebracht. Wat er in die koffers heeft gezeten is niet vastgesteld.

Er is waargenomen dat verdachte en zijn mededader kort nadat de koffers in de woning in Eindhoven zijn gebracht uit genoemde woning zijn gekomen met twee tassen.

Deze tassen zijn enige tijd daarna aangetroffen in de kofferbak van de Mitsubishi, in welke auto verdachte en zijn mededader zaten. Het in deze tassen aangetroffen poeder bleek na analyse cocaïne te bevatten.

Daarmee is niet gezegd dat er in de koffers die uit Duitsland kwamen cocaïne heeft gezeten.

Bij een doorzoeking in de woning aan de [adres] te Eindhoven zijn meer koffers (met een zogenaamde dubbele bodem) aangetroffen dan de vier welke uit Duitsland afkomstig waren. Verder zijn er nog goederen in beslag genomen die zouden kunnen duiden op het handelen in verdovende middelen.

Niet uit te sluiten valt dat de cocaïne welke bij verdachte en zijn mededader is aangetroffen reeds eerder in het huis in Eindhoven aanwezig was.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank het feit niet wettig en overtuigend bewezen en zal zij verdachte daarom vrijspreken.

Het oordeel van de rechtbank.

(feit 2)

Uit vorenstaande bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat feit 2 wettig en overtuigend bewezen is, met dien verstande dat bewezen kan worden dat verdachte samen met zijn mededader 7,1 kilogram cocaïne in Eindhoven heeft vervoerd.

De rechtbank is met de raadsman van oordeel, dit in tegenstelling tot hetgeen de officier van justitie heeft aangevoerd, dat niet bewezen kan worden dat er sprake was van het vervoeren van een hoeveelheid cocaïne van 12,1 kilogram.

Uit het dossier blijkt dat uit de aangehouden Mitsubishi twee tassen, te weten een papieren tas met het opschrift Granville en een plastic Albert Heijn tas zijn aangetroffen.(pag. 111).

Op pagina 177 blijkt dat er aan verbalisant [verbalisant 2] onder meer 3 tassen met daarin zakjes met wit poeder zijn aangeboden, namelijk de al hiervoor genoemde twee tassen evenals een tas met het opschrift Blokker.

Noch uit het dossier noch uit het onderzoek ter terechtzitting is duidelijk geworden waar deze “Blokkertas” is aangetroffen. Nu uit het vorenstaande niet vast staat dat deze tas met een inhoud van 5 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne door verdachte in de Mitsubishi Carisma is vervoerd, kan slechts bewezen verklaard worden dat er 7,1 kilogram cocaïne is vervoerd. Verdachte zal daarom van het meerdere tenlastegelegde worden vrijgesproken.

Het verweer van de raadsman dat het vastgestelde gewicht een bruto gewicht is en voor een bewezenverklaring sprake moet zij van een netto gewicht verwerpt de rechtbank.

De rechtbank is daarbij van oordeel dat tenlastegelegd en bewezen verklaard is “een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne”. Dat houdt al in dat het niet alleen gaat om (netto) cocaïne.

Verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat er cocaïne in de tassen zat die door hem en zijn mededader in de kofferbak van de Mitsubishi zijn gelegd. Er zou kleding bovenin de tassen hebben gelegen. Uit bovengenoemde bewijsmiddelen blijkt echter dat verdachte vanuit de woning ([adres] te Eindhoven) twee tassen in de kofferbak van de Mitsubishi heeft gelegd.

Verbalisant [verbalisant 1] ziet dat bij het aantreffen van de tassen in de kofferbak plastic zakjes met wit poeder direct zichtbaar waren in de papieren tas. De tassen waren niet afgedekt.

Ook de mededader verklaart dat de tassen niet waren afgedekt. (pag. 71)

Op het moment dat verdachte de tassen vanuit de woning naar de auto brengt had hij de zakjes met wit poeder in de papieren tas moeten zien en had hij argwaan moeten krijgen.

De rechtbank is daarom van oordeel dat verdachte het voorwaardelijk opzet heeft gehad om cocaïne te vervoeren. Immers plastic zakjes met wit poeder kunnen naar de uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zakjes cocaïne. Verdachte heeft bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de tassen cocaïne bevatten.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

2.

hij op 19 oktober 2006 te Eindhoven tezamen en in vereniging met

een ander opzettelijk heeft vervoerd, ongeveer 7.100 gram, van een

materiaal bevattende cocaine, zijnde cocaine een middel als bedoeld in de bij

de Opiumwet behorende lijst I;

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 27, 47,

Opiumwet art. 2, 10

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

Ten aanzien van de feiten 1 en 2 een gevangenisstraf voor de tijd van vier jaar.

Het standpunt van de verdediging

Het is voor de op te leggen straf natuurlijk van belang of er bewezen verklaard wordt dat er 12,1 kilogram of 7,1 kilogram cocaïne is ingevoerd. Verdachte was alleen maar de bijrijder. Een deels voorwaardelijke straf lijkt me op zijn plaats omdat verdachte niet eerder veroordeeld is. Dat kan helpen om te voorkomen dat hij wederom een strafbaar feit pleegt.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de

rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd en met het feit dat verdachte bij het plegen van het feit gehandeld heeft uit puur winstbejag.

In het voordeel van verdachte spreekt dat hij nog niet eerder is veroordeeld.

De rechtbank komt tot een lagere straf dan door de officier van justitie is gevorderd omdat de rechtbank verdachte heeft vrijgesproken van feit 1 en omdat de rechtbank niet bewezen acht dat de verdachte 12,1 kilo heeft vervoerd, maar 7,1 kilo cocaïne.

In verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

Met betrekking tot een deel van de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank bepalen dat dat deel van die straf niet zal worden ten uitvoer gelegd mits verdachte zich gedurende een hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

T.a.v. feit 2:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B,

van de Opiumwet gegeven verbod

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

T.a.v. feit 1:

Vrijspraak, achtende de rechtbank het tenlastegelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen.

T.a.v. feit 2:

Gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Opheffing van het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van de datum waarop verdachte met toepassing van artikel15, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht vervroegd in vrijheid wordt gesteld.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.L.W.M. Viering, voorzitter,

mr. A.M. Kooijmans-de Korten mr. G.J. Roeterdink, leden,

in tegenwoordigheid van J.C. de Steur, griffier,

en is uitgesproken op 10 september 2007.

Mr. Roeterdink is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Pag. 339 ( en de vertaling daarvan welke zich achter in de ordner bevindt) van het op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal met bijlagen,van de Regiopolitie Brabant Zuid-Oost, divisie Recherche, nr. PL2219 / 06-009909 inzake onderzoek 22DR6021, aantal doorgenummerde bladzijden 361.

2 Pag 340 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal met vertaling

3 Pag 341 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal met vertaling

4 Pag. 107 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal

5 Pag. 78 van het proces-verbaal met bijlagen,van de Regiopolitie Brabant Zuid-Oost, divisie Recherche, nr. PL2219 / 06-009909 inzake onderzoek 22DR6021, aantal doorgenummerde bladzijden 361.

6 Pag. 108 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal

7 Pag. 111 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal

8 Zie aanvullend proces-verbaal nr. 20070417.10192.1518 d.d. 17 april 2007 op ambtseed opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1].

9 Pag. 177 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal

10 Pag. 178 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal.

11 Pag. 181 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal

12 Pag. 58 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal

13 Pag 71 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal

14 Pag 170 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal met vertaling