Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2007:BB2448

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-08-2007
Datum publicatie
30-08-2007
Zaaknummer
01/825296-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Voortijdige beëindiging ISD-maatregel in verband met inadequaatheid van overheidswege en (positief) veranderde

criminogene factoren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Parketnummer: 01/825296-05

Uitspraakdatum: 15 augustus 2007

Tussentijdse beoordeling plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (38s Sr.) inzake:

[betrokkene]

[geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960,

verblijvende in HvB Nieuw Vosseveld 2 te Vught.

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van bovengenoemde rechtbank van 1 november 2005 is veroordeelde de maatregel opgelegd van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaar, met de bepaling dat de officier van justitie binnen 9 maanden na het onherroepelijk worden van genoemd vonnis de rechtbank zal berichten over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel. Bij beslissing van 1 november 2006 heeft de rechtbank bepaald dat de ISD-maatregel dient te worden voortgezet, met de bepaling dat de zaak voor de achttiende maand van het traject wederom aan de rechtbank wordt voorgelegd teneinde de voortgang van de ISD-maatregel te toetsen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:

- het vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch d.d. 1 november 2005;

- de beslissing van de rechtbank ’s-Hertogenbosch d.d. 1 november 2006 inhoudende de voortzetting van de ISD-maatregel;

- een evaluatierapportage ISD van de PI Vught d.d. 9 augustus 2007.

De rechtbank heeft op 15 augustus 2007 de officier van justitie, de raadsman van veroordeelde

mr. M.F.A.M. Collart (advocaat te Geldrop), alsmede de getuige-deskundige mevrouw (getuige-dskundige) (ISD-manager P.I. Vught) in openbare raadkamer gehoord. De veroordeelde is niet verschenen.

De beoordeling.

Uit voornoemde evaluatierapportage ISD-maatregel, blijkt onder meer het volgende:

“Betrokkene is op 1 december 2006 gestart met de uitvoering extramurale fase ISD. Voor plaatsing in de laatste fase van de ISD geldt een aantal voorwaarden:

- betrokkene dient zich te gedragen overeenkomstig de aanwijzingen van de trajectcoördinator en degenen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het programma en verschaft aan deze alle verlangde inlichtingen;

- betrokkene meldt tevoren aan de trajectcoördinator van een verandering van betrekking of (woon)adres;

- betrokkene maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit;

- betrokkene onthoudt zich van een middel, vermeld in de Opiumwet.

Verloop uitvoering extramurale fase ISD vanaf 1 december 2006:

Betrokkene werd op 1 december 2006 geplaatst in het Domushuis van het Leger des Heils. Betrokkene werd eveneens aangemeld bij het Leger des Heils voor het volgen van een delictpreventietraining.

Betrokkene is per 1 december 2006 aangesloten op Elektronisch Toezicht (ET). Ondanks het gegeven dat Domus een 24-uurs voorziening is, heeft betrokkene op eigen initiatief kenbaar gemaakt toch ET te wensen.

Betrokkene is op 3 december 2006 gestart met Urine Controles (UC). De afspraak is dat betrokkene deze controles maandag en donderdag doet en dat er vanuit Domus een begeleider met hem mee zal gaan. Tevens haalt betrokkene bij Novadic-Kentron zijn methadon.

Betrokkene heeft op maandag 3 december 2006 een gesprek gehad bij het St. Annaklooster in verband met zijn dagbesteding. Betrokkene is op 11 december 2006 gestart met werken op dinsdag, woensdag en vrijdag van 8:00 tot 16:00 uur.

Op woensdag 6 december 2006 heeft mevrouw (naam mevrouw) een gesprek gehad met de begeleider van betrokkene in het Domushuis. De begeleider vertelde dat betrokkene had toegegeven drie halve liters bier te hebben genuttigd. Tevens is betrokkene bij de apotheek geweest om zijn medicatie op te halen en heeft hij ineens twintig tabletten Seresta ingenomen. Ook gaf de begeleider aan dat betrokkene onder invloed van cannabis lijkt. Betrokkene zelf vertelde hier niets over, wat betekent dat hij het gebruik bekent noch ontkent. Voor bovenstaande heeft betrokkene een officiële waarschuwing gekregen.

In het kader van het verplichte reclasseringstoezicht heeft er op 11 december 2006 een gesprek plaatsgevonden tussen betrokkene, zijn begeleider van Domus en mevrouw (naam mevrouw).

Op 14 december 2006 stond er een kennismakingsgesprek gepland tussen betrokkene, mevrouw (naam mevrouw) en de verantwoordelijk behandelaar van Novadic-Kentron. Betrokkene kwam drie kwartier te laat met de mededeling dat hij het niet had kunnen vinden. Dezelfde dag ontving mevrouw (naam mevrouw) de mededeling van het Domushuis dat betrokkene twee uur na het gesprek pas arriveerde bij Domus.

Op 15 december 2006 werd gemeld dat betrokkene niet was gaan werken.

In overleg met de begeleider van het Domushuis, mevrouw (naam mevrouw), heeft de directeur van de PI Vught het besluit genomen de extramurale fase van betrokkene te beëindigen en betrokkene terug te halen naar de PI Vught. Betrokkene heeft zich niet gehouden aan de voorschriften en aanwijzingen van de reclassering.

Op 21 december 2006 is betrokkene op unit 6 geplaatst en is direct met een time-out periode van 3 maanden gestart. Na deze periode zal er opnieuw gekeken worden naar de mogelijkheden om invulling te geven aan zijn re-integratieplan, mits betrokkene gemotiveerd is en interesse heeft.

Samenvatting gedragsrapportage:

Betrokkene zit op afdeling 6B en lijkt zich daar redelijk goed te kunnen redden. Met de reden waarvoor hij op 6B is geplaatst, is hij het niet geheel eens. Hij is van mening dat door omstandigheden, waar hij niets aan kon doen, het een en ander mis is gelopen. Vooralsnog lijkt hij zich te schikken in zijn lot en probeert hij er toch nog het beste van te maken.

Via een notaris is hij op de hoogte gebracht dat hij in aanmerking is gekomen voor een erfenis. Er zou sprake zijn van een zeer aanzienlijk geldbedrag. Betrokkene kan hier voorlopig nog niet over beschikken. Er zijn duidelijke voorwaarden aan verbonden. Zo mag er onder andere geen sprake zijn van drugsgebruik en mag hij niet (meer) met justitie in aanraking komen. Hoe hem dit af zal gaan en in hoeverre deze erfenis zijn leven in positieve zin zal veranderen/verbeteren is heel moeilijk in te schatten. Zijn zeer lange drugsgebruik en detentieverleden zullen het hem niet gemakkelijker maken. Momenteel wordt de erfenis beheerd door een bewindvoerder en zal het dus nog enige tijd gaan duren, alvorens hij erover kan beschikken. Betrokkene heeft aangegeven zijn methadon te willen afbouwen en ook iets te willen doen aan zijn medicatie.

De trajectbegeleider heeft een aantal keer met betrokkenen gesproken over mogelijke bijstellingen van zijn traject. Betrokkene zegt wel gemotiveerd te zijn, maar ook te willen blowen. Het opstarten van de extramurale fase wordt hier door belemmerd. Daarnaast geeft betrokkene aan niet meer terug te willen naar Eindhoven, maar zich in Nijmegen of Arnhem te willen vestigen. Ook dit maakt een extramurale plaatsing complexer.

Advies vanuit de PI Vught:

Voortzetting van de maatregel binnen het huidige regime. Betrokkene kiest bewust voor een basis-regime. Betrokkene blijft gebruiken en dat maakt het erg moeilijk om zijn traject opnieuw op te starten.”

Getuige-deskundige mevrouw (getuige-deskundige), ISD-manager, heeft bij de behandeling in openbare raadkamer gepersisteerd bij voornoemd advies en heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Betrokkene was altijd zeer gemotiveerd. Na de start van de extramurale fase is het helaas heel snel bergafwaarts gegaan. Betrokkene blijft softdrugs gebruiken en is lastig voor het personeel. In januari/februari 2007 heeft betrokkene aangegeven dat hij niet meer terug wil naar Eindhoven, maar dat hij graag in Nijmegen of Arnhem wil wonen. Dit maakt de start van een nieuwe extramurale fase lastiger, maar niet onmogelijk.

Door het aanhoudend drugsgebruik kan er echter niet gestart worden met een nieuwe extramurale fase. Betrokkene gebruikt cannabis en heeft in de extramurale fase ook medicijnen gebruikt. Betrokkene gebruikt geen harddrugs. De interne regels van de PI Vught zijn heel duidelijk: bij een positieve controle volgt een time-out. Zolang de urinecontroles positief blijven, kunnen we dus niets doen. De selecteur weet ook wel dat het drugsgebruik bij ISD-ers moeilijk te doorbreken en hardnekkig is. In de praktijk worden de regels daarom soms wat minder strikt gehanteerd, maar met deze historie van positieve urinecontroles gaan alle seinen op rood.

De achtergrond van het drugsgebruik bij betrokkene is ons niet bekend. Er is geen onderzoek verricht naar de onderliggende oorzaken. Betrokkene heeft wel contacten met de psychologe, maar op dit terrein houdt hij alles af. Wellicht dat dit veroorzaakt wordt door de adoptieproblematiek en het feit dat zijn vader tijdens zijn detentie is overleden, maar dit is voor mij ook gissen.

Sinds betrokkene te horen heeft gekregen dat zijn vader hem een bedrag van enkele tonnen heeft nagelaten, is de motivatie om nog iets van de ISD te maken zo mogelijk nog minder geworden. Aan deze erfenis zijn strikte voorwaarden verbonden, zo mag er onder andere geen sprake meer zijn van drugsgebruik, tenzij onder medische begeleiding, en mag hij geen nieuwe strafbare feiten meer plegen. Betrokkene zal de eerste twee jaren een maandelijkse toelage krijgen. Houdt hij zich gedurende deze twee jaar aan de gestelde voorwaarden, dan wordt het restant van de erfenis aan hem uitgekeerd.

De raadsman heeft bij de behandeling in openbare raadkamer het navolgende aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Er heeft inderdaad een enorme omslag plaatsgevonden bij cliënt. Cliënt is hevig teleurgesteld over de laatste fase van de ISD. Hij had het zich allemaal heel anders voorgesteld. Cliënt is ruim 11 maanden bezig geweest om een plaats in het St. Annaklooster in Eindhoven te regelen. Pas op het laatste moment werd hem medegedeeld dat hij daar vanwege zijn methadongebruik niet welkom was. Dit was voor cliënt een grote domper.

Cliënt is vervolgens in de extramurale fase geplaatst in het Domushuis te Eindhoven. Dit is echter een heel ander soort opvang dan het St. Annaklooster. In het Domushuis verblijven veel verslaafden. De twee kamergenoten van cliënt in het Domushuis gebruikten drugs waar cliënt bij zat.

Cliënt moest zijn methadon halen bij de vestiging van Novadic-Kentron aan de Kanaaldijk. Ook daar werd hij direct weer omringd door drugsgebruikers en “vrienden” van vroeger. Ook het werk dat hij moest verrichten was te zwaar.

Kortom: de extramurale fase was voor cliënt een grote teleurstelling. Deze situatie was uitzichtloos en alle motivatie is verdwenen. Cliënt is niet meer gemotiveerd om nogmaals in Eindhoven aan de extramurale fase te beginnen en de thans resterende termijn is te kort om ergens anders nog een traject op te starten.

Getuige-deskundige mevrouw (getuige-deskundige) heeft bij de behandeling in openbare raadkamer vervolgens het navolgende aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

In de extramurale fase is inderdaad het een en ander misgelopen. Wij waren erg overvallen toen op het laatste moment bleek dat er in het St. Annaklooster geen plek was voor betrokkene. Wij hadden betrokkene eerder en beter moeten informeren. Het enige alternatief in Eindhoven was het Domushuis. Binnen Eindhoven zijn er namelijk maar beperkte mogelijkheden om methadongebruikers in drugsvrije onderkomens te plaatsen. Dit is een serieus probleem waar we al vaker tegen aan zijn gelopen. De gemeente Eindhoven moet hier met spoed naar kijken.

Ook waren er geen goede afspraken gemaakt met Novadic-Kentron voor de methadonverstrekking. Het is niet wenselijk dat betrokkene of andere ISD-ers hun methadon samen met hun oude bekenden uit het gebruikerswereldje moeten afhalen. Ik geef toe dat je dan eigenlijk de kat op het spek bindt.

Ik snap goed dat betrokkene teleurgesteld was. Aan de andere kant moeten we niet vergeten dat betrokkene al na enkele dagen een overdosis Seresta’s heeft ingenomen. De begeleider van het Domushuis heeft mij desgevraagd ook medegedeeld dat betrokkene een negatieve attitude had naar de andere bewoners. Ook daarna is betrokkene softdrugs blijven gebruiken. Was hij daarmee gestopt dan hadden we in januari 2007, conform de wens van betrokkene, al een nieuwe extramurale fase kunnen voorbereiden in Nijmegen of Arnhem. Betrokkene was vóór de extramurale fase zeer gemotiveerd, maar sindsdien niet meer.

De officier van justitie ziet voldoende aanknopingspunten om de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel voort te zetten en acht de voortzetting wenselijk. De officier van justitie heeft het navolgende aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik erken dat de plaatsing in het Domushuis en de verstrekking van methadon bij Novadic-Kentron aan de Kanaaldijk te Eindhoven verre van ideaal is. Dit is in de praktijk een groot probleem. Het is een onderwerp dat hoog op de agenda staat.

Anderzijds ben ik van mening dat veroordeelde het zichzelf onmogelijk maakt. Het moge zo zijn dat alles niet gladjes is verlopen, veroordeelde heeft daarna ook nul komma nul medewerking verleend. Bovendien ging het al op de eerste dag van de extramurale fase gelijk goed mis. Veroordeelde nam een overdosis Seresta’s. Veroordeelde kent de regels: als hij meewerkt aan de behandeling zoeken we een passend hulpverleningstraject. Een weigering om mee te werken aan de behandeling daarentegen betekent een verblijf in het sobere regime.

Een tussentijdse beëindiging zou naar mijn mening een verkeerd signaal uitzenden naar de andere ISD-ers. De weerstand tegen de ISD-maatregel is zeer groot en een tussentijdse beëindiging zou ertoe kunnen leiden dat meer mensen hun kont tegen de krib gooien. Ik denk dat we die precedentwerking moeten vermijden.

Het vooruitzicht van de erfenis maakt dit niet anders. Naar mijn mening zijn de problemen van betrokkene te ernstig om bij betrokkene door een financiële prikkel een omslag te bereiken. Een tussentijdse beëindiging wegens het mislukken van de ISD-maatregel zou bovendien betekenen dat de nog openstaande straffen zullen worden geëxecuteerd.

Bovendien is van groot belang dat de ISD-maatregel niet eensklaps wordt beëindigd, maar dat wordt gezorgd voor voldoende nazorg door de gemeente en andere hulpverlenende instanties. Veroordeelde moet worden voorbereid op zijn terugkeer in de maatschappij.

De raadsman heeft bij de behandeling in openbare raadkamer het navolgende aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik verzoek u om de maatregel te beëindigen. Voortzetting van de maatregel zou neerkomen op een aantal extra weken kale detentie. Zelfs als cliënt zijn motivatie hervindt, dan is de resterende termijn te kort om nog een extramuraal traject op te starten. Voortzetting van de maatregel heeft naar mijn mening geen enkele toegevoegde waarde meer. Cliënt is veroordeeld voor drie diefstallen. Ik ben van mening dat hij hier lang genoeg voor heeft gezeten.

Ik ben van mening dat het mislukken van de extramurale fase en het verblijf in het sober regime niet alleen maar aan cliënt kan worden toegerekend. Cliënt was zeer gemotiveerd om zijn levenswijze te veranderen en om ook de extramurale fase tot een succes te maken. Doordat hij in een totaal verkeerde omgeving is geplaatst is het misgelopen. Cliënt was nog kwetsbaar en moet dan niet worden geplaatst tussen oude bekenden en andere junks. Cliënt had niet in die potentiële zuchtopwekkende situatie mogen worden geplaatst. De getuige-deskundige en de officier van justitie erkennen dit ook. Ik ben van mening dat hier ernstige fouten zijn gemaakt. Dat cliënt uiteindelijk de motivatie niet meer heeft kunnen opbrengen, maakt dit niet anders.

Tot slot wijs ik u erop dat aan de erfenis strikte voorwaarden zijn verbonden. Dit is een dermate grote stok achter de deur dat ik verwacht dat cliënt zijn motivatie hervindt en zijn criminele verleden achter zich laat.

Voor de executie van de nog openstaande straffen in het geval van het mislukken van de maatregel, maakt het niet uit of de maatregel tussentijds wordt beëindigd. Deze openstaande straffen zullen sowieso worden geëxecuteerd. Als de maatregel door tijdsverloop eindigt, zal hij in dit geval immers ook als mislukt worden aangemerkt.

De rechtbank onderbreekt het onderzoek voor beraad. Na gehouden beraad deelt de voorzitter het navolgende mede.

De rechtbank is zich er van bewust dat een tussentijdse beëindiging van de ISD-maatregel als ongewenst neveneffect zou kunnen hebben dat anderen aan wie de maatregel is opgelegd, de onjuiste conclusie zouden kunnen trekken dat het weigeren van een behandeling in het kader van de maatregel zou kunnen leiden tot een tussentijdse beëindiging.

De rechtbank overweegt dan ook uitdrukkelijk dat zij bij de tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de ISD-maatregel als uitgangspunt hanteert dat de maatregel niet tussentijds wordt beëindigd indien de behandeling van de problematiek van veroordeelde door onwil van veroordeelde niet langer zinvol is.

De rechtbank is zich er van bewust dat interne motivatie bij de veroordeelde aan wie de ISD-maatregel is opgelegd geldt als basisvoorwaarde voor een succesvolle behandeling. De rechtbank stelt vast dat betrokkene bij de openbare behandeling in de raadkamer van de eerste tussentijdse beoordeling d.d. 1 november 2006 gemotiveerd was om een nieuwe start te maken. De inrichting heeft destijds daarom ook geadviseerd om de maatregel extramuraal voort te zetten.

De rechtbank is van oordeel dat veroordeelde het mislukken van het hulpverleningsplan deels aan zichzelf te wijten heeft. Hij heeft er na het mislukken van de extramurale fase bovendien voor gekozen om zijn medewerking te staken. Indien veroordeelde zijn motivatie had hervonden, had hij na afloop van de time-out aan een nieuw traject kunnen deelnemen.

Anderzijds is de rechtbank van mening dat er cruciale fouten zijn gemaakt in de uitvoering van de maatregel. Naar het oordeel van de rechtbank had bekend moeten en kunnen zijn dat het St. Annaklooster geen plaats biedt aan personen met een actueel drugsprobleem en/of personen die methadon gebruiken.

Ook had geanticipeerd moeten worden op het gegeven dat het Domushuis in dit geval geen goed alternatief voor huisvesting bood. Op voorhand stond namelijk vast dat veroordeelde hier met drugsgebruik zou worden geconfronteerd. De rechtbank is van oordeel dat in het onderhavige geval gezorgd had moeten worden voor huisvesting in een drugskliniek of een andere drugsvrije woonomgeving.

De rechtbank is voorts van oordeel dat de methadon niet in de vestiging van Novadic-Kentron aan de Kanaaldijk te Eindhoven aan veroordeelde had mogen worden verstrekt. Op deze wijze was het immers onvermijdelijk dat veroordeelde nu reeds werd geconfronteerd met zijn oude levenswijze en werd blootgesteld aan een potentieel zuchtopwekkende situatie met alle risico’s van dien.

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat ernstig tekort is geschoten bij de uitvoering van de extramurale fase.

Op grond van bovengenoemde feiten en omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het mislukken van de behandeling van veroordeelde voor een deel door betrokkene is veroorzaakt, maar voor een groter deel te wijten is aan omstandigheden die buiten de macht van veroordeelde lagen.

Bij haar beslissing zal de rechtbank ook rekening houden met de veranderde persoonlijke omstandigheden van betrokkene. De rechtbank is van oordeel dat de negatieve opvoedingssituatie en de mishandelingen door zijn pleegvader mede oorzaak zijn van de drugsproblematiek van veroordeelde. Beide pleegouders zijn inmiddels overleden. Zij hebben veroordeelde onder strikte voorwaarden een aanzienlijk bedrag nagelaten. Daarnaast heeft betrokkene het contact met zijn broer, met wie hij in het verleden een bijzondere band had, hersteld. De rechtbank spreekt, mede gelet op de grote motivatie van betrokkene in het verleden, de hoop uit dat veroordeelde deze verandering van persoonlijke omstandigheden ten goede zal aanwenden en dat dit hem zal helpen bij het doorbreken van zijn stelselmatig drugsgebruik en zijn criminele levenspatroon.

Gelet op het verhandelde in de raadkamer is de rechtbank van oordeel dat het recidivegevaar en de beveiliging van de maatschappij niet langer vorderen dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt voortgezet.

DE BESLISSING

De rechtbank:

- beëindigt de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel met ingang van 22 augustus 2007, 9:00 uur.

Deze beslissing is gegeven door

mr. K. Visser, voorzitter,

mr. S. van Lokven en mr. S.J.W. Hermans, leden,

in tegenwoordigheid van mr. J.J.A. Donkersloot, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 augustus 2007.

Mr. K. Visser en de griffier zijn buiten staat deze beslissing te ondertekenen.