Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2007:BB1694

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-08-2007
Datum publicatie
15-08-2007
Zaaknummer
156363 - HA ZA 07-568
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Derdenbeslag. Verklaringsprocedure. De beslaglegger vordert op de voet van artikel 477a Rv veroordeling van de derde-beslagene tot betaling van het bedrag waarvoor beslag is gelegd, als ware zij daarvan zelf schuldenaar. Vordering toegewezen. Het formulier ex artikel 475 lid 2 Rv is niet geretourneerd. Gedaagde heeft wel een verklaring ingestuurd, maar dat betreft een reactie op een verzoek om informatie ex artikel 475g lid 3 Rv. Dat is echter een gepasseerd station als eenmaal beslag is gelegd. De derdenverklaring is ruimer en heeft een andere strekking dan een dergelijk verzoek om informatie. De ter comparitie afgelegde gerechtelijke verklaring voldoet niet aan de eisen die aan de derdenverklaring worden gesteld. Betaling beloning statutair directeur via management B.V. rechtvaardigt niet dat de derde-beslagene kan volstaan met de enkele verklaring dat de rechtspersoon (derde-beslagene) niets verschuldigd is aan de statutair directeur (beslagschuldenaar).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 156363 / HA ZA 07-568

Vonnis van 15 augustus 2007

in de zaak van

de stichting

STICHTING HULPHOND NEDERLAND,

gevestigd te Nijmegen,

eiseres,

procureur mr. P.C.M. van der Ven,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TOTAL SUPPORT B.V.,

gevestigd te Eindhoven,

gedaagde,

procureur mr. J.M. Jonkergouw.

Partijen zullen hierna de Stichting en Total Support genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 30 mei 2007,

- het proces-verbaal van comparitie van 23 juli 2007.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. De Stichting heeft op 2 november 2006 executoriaal derdenbeslag doen leggen op al hetgeen Total Support verschuldigd mocht zijn of worden aan de heer C.L. Verspaget (hierna: Verspaget).

2.2. Op vordering van de Stichting is Verspaget bij verstekvonnis van 22 mei 2006 door de voorzieningenrechter van deze rechtbank veroordeeld om binnen tien dagen na de betekening van dat vonnis rekening en verantwoording af te leggen conform het op 11 januari 2006 tussen die partijen gewezen verstekvonnis. De voorzieningenrechter heeft aan die veroordeling een dwangsom verbonden van EUR 500,- per dag voor iedere dag of gedeelte van een dag dat Verspaget in gebreke is om aan de veroordeling te voldoen, tot een maximum van EUR 30.000,-.

3. Het geschil

3.1. De Stichting vordert – samengevat – veroordeling van Total Support tot betaling van EUR 33.416,62, vermeerderd met rente en kosten. De Stichting legt daaraan ten grondslag dat Total Support als derde-beslagene ondanks herhaald verzoek en sommatie heeft nagelaten de derdenverklaring ex artikel 476a Rv af te leggen. Op grond van artikel 477a Rv kan Total Support dan worden veroordeeld tot betaling van het bedrag waarvoor beslag is gelegd, als ware zij daarvan zelf schuldenaar.

3.2. Total Support voert verweer. Zij concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van de Stichting in haar vordering, dan wel deze af te wijzen.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De rechtbank is van oordeel dat Total Support in strijd heeft gehandeld met het voorschrift van artikel 476a Rv door niet na het verstrijken van de termijn van vier weken na het op 2 november 2006 gelegde beslag, de in dat artikel bedoelde verklaring te doen over hetgeen door het beslag was getroffen. Zelfs niet nadat de deurwaarder bij brieven van 4 december 2006 en 3 januari 2007 daarom had verzocht.

4.2. Het verweer van Total Support dat de bedoelde verklaring op 6 december 2006 is afgelegd, faalt. Het stuk dat Total Support op genoemde datum heeft ingevuld en geretourneerd betreft geen derdenverklaring in de zin van artikel 476b Rv. Het betreffende stuk, dat door Total Support is overgelegd als productie 1, behelst een verzoek om informatie op basis van artikel 475g lid 3 Rv. Dat verzoek, dat dateert van 22 februari 2006, dient er alleen toe om onnodige beslaglegging te voorkomen door aan degene van wie de deurwaarder vermoedt dat die aan de schuldenaar periodieke betalingen verricht of schuldig is, te vragen of dat zo is. Is eenmaal derdenbeslag gelegd, dan is de derde-beslagene verplicht om het formulier dat de deurwaarder op grond van artikel 475 lid 2 Rv tegelijk met het afschrift van het beslagexploit en de executoriale titel uit hoofde waarvan beslag wordt gelegd afgeeft aan de derde-beslagene, in te vullen en te retourneren aan de deurwaarder.

4.3. Uit het exploit van 2 november 2006 (overgelegd als productie bij akte van de Stichting d.d. 4 april 2007) blijkt dat de deurwaarder het afschrift van het beslagexploit, de executoriale titel en het formulier ex artikel 475 lid 2 Rv heeft gelaten aan Verspaget in persoon, in zijn hoedanigheid van directeur van Total Support. Dit is door Total Support niet betwist. Zij stelt alleen dat het betreffende formulier nieuw is voor de heer Van Hoek, die naast Verspaget statutair directeur is van Total Support, en de administratie van Total Support. Het feit dat Verspaget blijkbaar de ontvangst van het formulier heeft verzwegen komt naar het oordeel van de rechtbank echter voor rekening en risico van Total Support.

4.4. Total Support voert als verweer ook aan dat zij het formulier ex artikel 475 lid 2 Rv niet anders zou hebben ingevuld dan het verzoek om informatie. Voor zover Total Support hiermee beoogt te stellen dat het dus niet uitmaakt welk formulier zij zou hebben ingevuld, verliest zij daarbij uit het oog – zoals de Stichting ter comparitie terecht heeft opgemerkt – dat als er eenmaal beslag is gelegd, het verzoek om informatie een gepasseerd station is. Zoals hiervoor is overwogen, dient de informatieplicht uit artikel 475g lid 3 Rv er alleen toe om onnodige beslaglegging te voorkomen door op de voet van dat artikel de kring van potentiële derden-beslagenen te verkleinen. Daarin verschilt de informatieverplichting uit artikel 475g lid 3 Rv wezenlijk van de verplichting om de derdenverklaring af te leggen. Niet alleen is de derdenverklaring ruimer, namelijk niet beperkt tot periodieke betalingen, maar dient die gemotiveerd te zijn en heeft die ook een geheel andere strekking. Op grond van artikel 477b Rv werkt de afgifte of betaling door de derde-beslagene conform de door hem afgelegde verklaring bevrijdend tegenover de geëxecuteerde. Alleen indien de deurwaarder of advocaat dat aanvaardt, mag de derde-beslagene zijn derdenverklaring afleggen middels een ander geschrift. Dat is echter, getuige de onderhavige procedure, niet aan de orde. Het verweer van Total Support op dit punt faalt daarom.

4.5. Total Support heeft voorts ter comparitie gesteld dat zij niets verschuldigd is aan Verspaget. Tussen Total Support en Verspaget bestaat geen enkele rechtsverhouding op basis waarvan er door Total Support rechtstreeks aan Verspaget betaald zou moeten worden. Total Support betaalt salaris aan een management B.V. die kennelijk eigendom is van Verspaget, aldus Total Support. De rechtbank begrijpt dat Total Support hiermee bedoelt de gerechtelijke verklaring ex artikel 477a lid 1 Rv af te leggen.

4.6. De rechtbank overweegt dat de hiervoor bedoelde gerechtelijke verklaring moet voldoen aan de in de artikelen 476a-476b Rv gestelde vereisten. Gelet op onder meer het feit dat de Stichting ter comparitie de verklaring van Total Support heeft betwist, is die – summiere – verklaring naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gemotiveerd. Zeker wanneer in ogenschouw wordt genomen dat door Total Support ter comparitie is bevestigd dat Verspaget al sinds 1 september 1991 één van haar statutaire directeuren is, is het zonder nadere toelichting, die niet is verstrekt, niet gerechtvaardigd om louter vanwege het feit dat de beloning van Verspaget voor de door hem verrichte werkzaamheden via een management B.V. zou lopen, genoegen te nemen met de door Total Support afgelegde verklaring. De rechtbank is daarom van oordeel dat aan de hiervoor bedoelde vereisten niet is voldaan.

4.7. Uit het vorenstaande volgt dat de hoofdsom van de vordering van de Stichting zal worden toegewezen.

4.8. De Stichting vordert vergoeding van de wettelijke rente over de hoofdsom. Nu de Stichting niet heeft aangegeven dat zij bedoelt de wettelijke rente van art. 6:119a BW te vorderen, zal de rechtbank de wettelijke rente van art. 6:119 BW als het mindere toewijzen.

De gevorderde rente over de hoofdsom kan slechts worden toegewezen vanaf de datum van dagvaarding, omdat niet is gesteld waarom de rente vanaf de gevorderde ingangsdatum (26 oktober 2006) verschuldigd is.

4.9. De gevorderde veroordeling in nakosten moet op grond van artikel 237 lid 4 Rv worden afgewezen.

4.10. Total Support zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Stichting worden begroot op:

- dagvaarding EUR 84,31

- overige explootkosten 0,00

- vast recht 735,00

- getuigenkosten 0,00

- deskundigen 0,00

- overige kosten 0,00

- salaris procureur 1.158,00 (2,0 punten × tarief EUR 579,00)

Totaal EUR 1.977,31

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt Total Support om aan de Stichting binnen één week na de datum van dit vonnis te betalen een bedrag van EUR 33.416,62 (drieëndertig duizendvierhonderdzestien euro en tweeënzestig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 7 maart 2007 tot de dag van volledige betaling,

5.2. veroordeelt Total Support in de proceskosten, aan de zijde van de Stichting tot op heden begroot op EUR 1.977,31, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag vanaf de achtste dag na de datum van dit vonnis, tot de dag van volledige betaling,

5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is bij vervroeging gewezen door mr. W.M. Callemeijn en in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2007.