Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2007:BA8815

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
05-07-2007
Datum publicatie
05-07-2007
Zaaknummer
01/889104-05 en 01/ 885012-07 (ter terechtzitting gevoegd)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf van 42 maanden voor overvallen of pogingen daartoe. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte gedurende een periode van enkele jaren binnen een georganiseerd samenwerkingsverband op grote schaal bezig is geweest met onder meer het (pogen tot het) overvallen van banken en diefstallen met braak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

verkort vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/889104-05 en 01/ 885012-07 (ter terechtzitting gevoegd)

Datum uitspraak: 05 juli 2007

Verkort vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte]

[geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980

wonende te [adres]

thans gedetineerd te: PI Vught - Nieuw Vosseveld 1 GEV.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 4 januari 2007, 22 maart 2007 en 18, 19 en 21 juni 2007.

Op 22 maart 2007 heeft de rechtbank de tegen verdachte, onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding met parketnummer 01/889104/05 van 5 december 2006 en bij dagvaarding met parketnummer 01/885012/07 van 8 maart 2007.

Kopieën van deze dagvaardingen zijn aan dit vonnis gehecht.

De tenlastelegging met parketnummer 01/889104/05 is op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van 4 januari 2007 gewijzigd. Van deze vordering is een kopie aan dit vonnis gehecht.

Met inachtneming van deze wijziging tenlastelegging is aan verdachte in de zaak met parketnummer 01/889104/05 tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 08 juni 2006 te Schijndel ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een bedrag aan geld, geheel of ten dele toebehorende aan de SNS-bank, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personeel van voornoemde SNS-bank en/of een of meer andere in/nabij deze bank aanwezige perso(o)n(en), te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden

en/of gemakkelijke te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met voormeld oogmerk zich met zijn mededader(s) vanuit Amsterdam naar Schijndel heeft begeven, zulks terwijl hij/zij beschikt(en) over een ontvreemde personenauto en/of bromfiets, en/of die bromfiets (vervolgens) nabij de SNS-bank heeft/hebben gestald, en/of heeft/hebben gepoogd zich, ter uitvoering van het voorgenomen misddrijf, met deze bromfiets naar de SNS-bank

te verplaatsen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is

voltooid

(art. 312 jo. 45 Wetboek van strafrecht, zaak 1);

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 08 juni 2006 te Schijndel, in elk geval in het

arrondissement 's-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter voorbereiding van een

misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht

jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met geweldpleging door twee of

meer verenigde personen (artikel 312 Wetboek van Strafrecht) ten nadele van

de SNS-bank te Schijndel, opzettelijk een of meer vervoermiddel(en), te weten

een (ontvreemde) auto en/of een (ontvreemde) bromfiets, kennelijk bestemd tot

het in vereniging begaan van dat misdrijf heeft/hebben verworven en/of

voorhanden gehad

(artikel 46 Wetboek van Strafrecht, zaak 1);

2.

hij op of omstreeks 9 mei 2006 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen een bromfiets, merk Vespa, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 1] in elk geval een ander of anderen dan

aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn

mededader(s) die weg te nemen bromfiets onder zijn / hun bereik heeft /

hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, te weten door het

verbreken, althans vernielen, van het ketting- en/of stuurslot van voornoemd

bromfiets

(artikel 311 lid 1 sub 5 Wetboek van strafrecht)(zaak 1);

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 09 mei 2006

tot en met 08 juni 2006 te Schijndel, in elk geval in het arrondissement 's-Hertogenbosch

en/of te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, op verschillende tijdstippen, in elk

geval eenmaal, (telkens) een bromfiets, merk Vespa heeft verworven, voorhanden

heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten

tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die scooter (telkens)

wist(en) dat het een door misdrijf verkregen goed betrof

(artikel 416 lid 1 onder a Wetboek van strafrecht)(zaak 1);

3.

hij in of omstreeks de periode van 20 maart 2006 tot en met 23 maart 2006 te

Nieuwegein tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen een personenauto (merk Fiat Punto, kenteken

(kenteken)), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en /

of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) die weg te

nemen personenauto onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel

van verbreking van het portier- en/of contactslot;

(artikel 311 lid 1 sub 4 en 5 Wetboek van Strafrecht)(zaak 1)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 maart 2006

tot en met 08 juni 2006, in elk geval op of omstreeks 08 juni 2006, te

Nieuwegein en/of te Schijndel, in

elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, op verschillende tijdstippen, in elk geval eenmaal, (telkens)

een personenauto (merk Fiat Punto, kenteken (kenteken)) heeft verworven,

voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn

mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die

personenauto (telkens) wist(en) dat het een door misdrijf verkregen goed

betrof

(artikel 416 lid 1 onder a Wetboek van Strafrecht)(zaak 1);

4.

hij of omstreeks 28 maart 2006 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening uit een winkelfiliaal van Albert Heijn (aan de Oostelijke

Handelskade) heeft weggenomen een hoeveelheid rookartikelen, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben

verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik

heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, te weten het

verbreken van een toegangsdeur en/of een (glazen) winkelpui van dat

winkelfiliaal

(artikel 311 Wetboek van Strafrecht)(delict 6);

5.

hij of omstreeks 25 april 2006 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening uit een winkelfiliaal van Albert Heijn (aan de Oostelijke

Handelskade) heeft weggenomen een hoeveelheid rookartikelen, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn, in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij

verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren)

onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of

verbreking, te weten het verbreken van een (glazen) winkelpui van dat

winkelfiliaal en/of het verbreken van een aantal rolluiken van enkele kasten

(artikel 311 Wetboek van Strafrecht)(delict 6);

6.

hij of omstreeks 18 mei 2006 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening uit een winkelfiliaal van Albert Heijn (aan de Oostelijke

Handelskade) heeft weggenomen een aantal dvd's en/of twee dvd-recorders en/of

een hoeveelheid rookartikelen, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan Albert Heijn, in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben

verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik

heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, te weten het

verbreken van een toegangsdeur en/of een (glazen) winkelpui van dat

winkelfiliaal en/of het verbreken van een aantal rolluiken van enkele kasten

(artikel 311 Wetboek van Strafrecht)(delict 6);

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 18 mei 2006 tot en met 26 september 2006 te

Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen, een aantal dvd's heeft verworven en/of

voorhanden heeft gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het

verwerven of het voorhanden krijgen van die dvd's wist(en) dat het (een) door

misdrijf verkregen goed(eren) betrof

(artikel 416 Wetboek van Strafrecht)(delict 6);

7.

hij op of omstreeks 30 november 2005 te Amsterdam tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen een personenauto (merk Volkswagen Golf VR6,

kenteken (kenteken)), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) die weg

te nemen personenauto onder zijn/hun bereik heeft / hebben gebracht door

middel van verbreking van het contactslot

(artikel 311 lid 1 sub 5 Wetboek van Strafrecht)(zaakdossier 8);

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 30 november 2005 tot en met 22 december

2005 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, op verschillende tijdstippen, in elk geval

eenmaal, (telkens) een personenauto (merk Volkswagen, type Golf VR6, kenteken

(kenteken)) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het

voorhanden krijgen van voormelde personenauto (telkens) wist(en) dat het een

door misdrijf verkregen goed betrof

(artikel 416 lid 1 onder a Wetboek van Strafrecht)(zaakdossier 8);

8.

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2005 tot en met 26 september

2006 te Schijndel, in elk geval in het arrondissement 's-Hertogenbosch en/of

te Amsterdam, in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een

organisatie, welke bestond uit een samenwerkingsverband van hem, verdachte,

en/of een of meer andere natuurlijke personen, te weten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6]

en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] en/of een of meer ander(en), welke

organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het overtreden

van artikel 312 Wetboek van Strafrecht en/of artikel 317 Wetboek van

Strafrecht en/of artikel 311 Wetboek van Strafrecht en/of artikel 416 Wetboek

van strafrecht en/of artikel 46 Wetboek van Strafrecht en/of een of meer

andere misdrijven

(artikel 140 lid 1 Wetboek van Strafrecht).

Aan verdachte is in de tenlastelegging met parketnummer 01/885012-07 tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 21 mei 2003 te Winschoten tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in / uit een winkelpand gelegen aan de Langestraat 54 heeft

weggenomen 12, in elk geval een of meerdere, videocamera's en/of 17, in elk

geval een of meerdere, digitale fotocamera's, in elk geval enig goed en/of 300

Euro, in elk geval enig geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan Combi

Foto Meijer en/of (benadeelde), in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben

verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik

heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming

te weten, door het verbuigen van een hekwerk voor de winkelpui en/of het

forceren van een rolluik en/of het verbreken van het glas van de winkelpui

en/of het verbreken van het glas van twee, in elk geval een of meerdere

vitrine(s)

(art. 311 lid 1 sub 5 Wetboek van Strafrecht);

2.

hij op of omstreeks 18 december 2003 te Winschoten tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in / uit een winkelpand gelegen aan de Langestraat no. 54 heeft

weggenomen 15, in elk geval een of meerdere, digitale fotocamera's en/of 9, in

elk geval een of meerdere, filmcamera's, in elk geval enig goed en/of enig

bedrag aan geld, geheel of ten dele toebehorende aan Combi Foto Meijer en/of

(benadeelde), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of

zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang

tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te

nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel

van braak, verbreking en / of inklimming te weten, door het forceren van een

rolluik en/of het forceren en/of vernielen van een toegangsdeur en/of het

vernielen van een vitrine en/of het vernielen en/of forceren van een kassa

(art. 311 lid 1 sub 5 Wetboek van Strafrecht);

3.

hij in of omstreeks de periode van 25 juli 2005 tot en met 26 september 2006,

in elk geval op of omstreeks 26 september 2005 te Amsterdam opzettelijk heeft

verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval

opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 36,3 gram, in elk geval een

hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel

als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen

krachtens artikel 3a van die wet en/of 19,2 gram, in elk geval een hoeveelheid

van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in

de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde

lid van artikel 3a van die wet

(art. 2 juncto 10 Opiumwet);

4.

hij in of omstreeks de periode van 25 juli 2005 tot en met 26 september 2006,

in elk geval op of omstreeks 26 september 2006 te Amsterdam opzettelijk heeft

verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval

opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 2,49 gram, in elk geval een

hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of MDA en/of N-ethyl MDA,

zijnde MDMA en/of MDA en N-ethyl MDA een middel als bedoeld in de bij de

Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet

(art. 2 juncto 10 Opiumwet).

Voorzover in de tenlasteleggingen taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De geldigheid van de dagvaarding.

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

Vrijspraak.

(m.b.t. het in de zaak met parketnummer 01/889104/05 onder 1 primair tenlastegelegde:)

De officier van justitie heeft tot bewezenverklaring van de onder 1 primair tenlastegelegde poging tot diefstal met geweldpleging gerequireerd.

De rechtbank is uit het dossier het navolgende gebleken.

In de periode van 15 mei 2005 tot en met 8 juni 2006 heeft [medeverdachte 1], al dan niet samen met zijn medeverdachten, de SNS-bank te Schijndel uitvoerig geobserveerd. Ook heeft verdachte in die periode, al dan niet samen met medeverdachten, meermalen een geldtransport bij de bank geobserveerd en eenmaal het afstortluik bij die bank gecontroleerd.

Op 8 juni 2006 bevinden [verdachte] en [medeverdachte 1] [medeverdachte 7] en [medeverdachte 6] zich vervolgens in Schijndel. Verbalisanten hebben die ochtend in de Haydnstraat in Schijndel een in Amsterdam gestolen bromfiets aangetroffen. Later die ochtend wordt gezien dat [verdachte] de bromfiets verplaatst tot zeer nabij bij de SNS-bank. Waargenomen wordt ook dat [verdachte] handschoenen en een tot aan de hals gesloten bomberjack draagt. Nadat de bank is bevoorraad, wordt door verbalisanten waargenomen dat een man tracht de bromfiets te starten, maar dat dit kennelijk niet lukte. Vervolgens wordt waargenomen dat [verdachte] en [medeverdachte 1] naar de bromfiets lopen en dat [medeverdachte 1] tracht de bromfiets te starten. Toen dit kennelijk niet lukte, liepen beide personen weg. Hierna hebben [verdachte] en [medeverdachte 7], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 6] Schijndel verlaten.

Voormelde vier personen hebben later na hun aanhouding zelf geen helderheid verschaft over de reden van hun aanwezigheid op 8 juni 2006 in Schijndel. Daarom zal naar het oordeel van de rechtbank de uiterlijke verschijningsvorm van de gedragingen doorslaggevend moeten zijn voor het al dan niet kunnen aannemen van het begin van uitvoering van het voornemen de SNS-bank te Schijndel te overvallen.

Gelet op de hierboven omschreven handelingen van de vier verdachten hebben verdachte en zijn medeverdachten naar het oordeel van de rechtbank (nog) geen gedragingen verricht welke naar hun uiterlijke verschijningsvorm niet anders kunnen worden beschouwd dan als te zijn gericht op de voltooiing van de diefstal met geweldpleging op de SNS-bank te Schijndel. Derhalve was er nog geen sprake van een begin van uitvoering als hierboven bedoeld.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het onder 1 primair tenlastegelegde.

(m.b.t. het in de zaak met parketnummer 01/889104/05 onder 3 tenlastegelegde:)

De officier van justitie stelt dat het onder 3 subsidiair tenlastegelegde medeplegen van opzetheling van een Fiat Punto wettig en overtuigend bewezen kan worden.

De rechtbank overweegt het navolgende.

Observanten hebben waargenomen dat een lichtgroene Fiat Punto op 8 juni 2006 achter de auto van [medeverdachte 1] reed op het moment dat [medeverdachte 1] Schijndel verliet. Verder is uit peilbakengegevens gebleken dat de auto van [medeverdachte 1] later die dag in de buurt is geweest van de plaats waar de in feit 3 vermelde Fiat Punto met het kenteken (kenteken) is aangetroffen.

Dit alles levert voor de rechtbank niet het wettig en overtuigend bewijs op voor medeplegen door [verdachte] van opzetheling. De rechtbank zal verdachte daarom van dit feit vrijspreken.

(m.b.t. het in de zaak met parketnummer 01/889104/05 onder 6 tenlastegelegde:)

De officier van justitie stelt dat de onder 6 primair tenlastegelegde inbraak in vereniging bij Albert Heijn op 18 mei 2006 wettig en overtuigend bewezen kan worden.

De rechtbank overweegt het navolgende.

Uit peilbakengegevens blijkt dat de auto van [medeverdachte 1] omstreeks 01.55 uur in de nacht waarin de inbraak plaatsvond bij het huis van [verdachte] is geweest.

Deze auto heeft zich later die nacht tussen 03.02 uur en 03.20 uur opgehouden in de buurt van de betreffende vestiging van Albert Heijn. Hierna heeft de auto ongeveer 35 minuten stilgestaan nabij die vestiging van Albert Heijn. Daarna is de auto van [medeverdachte 1] omstreeks 04.02 uur weer bij de woning van [verdachte] geweest. Later in september 2006 is bij [verdachte] een aantal nieuwe dvd’s aangetroffen, waarvan de titels gelijk zijn aan titels van bij Albert Heijn ontvreemde nieuwe dvd’s. Niet aangetoond is dat de aangetroffen dvd’s de bij Albert Heijn gestolen dvd’s waren. Hoewel aangekondigd, is nader onderzoek naar de herkomst niet verricht.

Het vorenstaande is voor de rechtbank onvoldoende om wettig en overtuigend bewezen te achten [verdachte] de onder 6 primair tenlastegelegde diefstal in vereniging met braak bij Albert Heijn heeft gepleegd.

(m.b.t. het in de zaak met parketnummer 01/889104/05 onder 7 tenlastegelegde:)

De rechtbank acht evenals de officier van justitie niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de diefstal van de Golf VR6. De rechtbank zal verdachte daarom van dit feit vrijspreken.

De officier van justitie stelt dat de onder 7 subsidiair tenlastegelegde opzetheling in vereniging van een Volkswagen Golf VR6 wettig en overtuigend bewezen kan worden.

De rechtbank overweegt het navolgende.

Het enkele feit dat [verdachte] als bestuurder van zijn Fiat personenauto stil heeft gestaan bij de gestolen Volkswagen Golf VR6 levert voor de rechtbank niet het wettig en overtuigend bewijs op dat hij deze auto in vereniging met een ander of anderen heeft geheeld. De rechtbank zal verdachte daarom van dit feit vrijspreken.

Overwegingen met betrekking tot de bewezenverklaring.

(m.b.t. het in de zaak met parketnummer 01/889104/05 onder 1 subsidiair tenlastegelegde:)

De rechtbank interpreteert de tenlastelegging zo dat zij daarin inleest de diefstal met bedreiging met geweld waar in de tenlastelegging in het onder 1 subsidiair tenlastegelegde feit is volstaan met het vermelden van de in het spraakgebruik gehanteerde omschrijving van artikel 312 Wetboek van Strafrecht, te weten “diefstal met geweldpleging”. In het niet bewezen onder 1 primair tenlastegelegde is de “bedreiging met geweld” overigens wel uitdrukkelijk vermeld, zodat verdachte redelijkerwijs kon weten wat er werd bedoeld. De verdediging heeft hierop ook geen verweer gevoerd. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

(m.b.t. het in de zaak met parketnummer 01/889104/05 onder 1 subsidiair tenlastegelegde:)

De rechtbank is uit het dossier het navolgende gebleken.

Ter voorkoming van een herhaling verwijst de rechtbank allereerst naar de handelingen die zijn waargenomen te Schijndel, welke hiervoor bij het onder 1 primair tenlastegelegde zijn beschreven.

Gelet op het waargenomene en op de modus operandi bij de overige in het strafdossier vermelde overvallen danwel pogingen daartoe is de rechtbank van oordeel dat verdachte en de medeverdachten op 8 juni 2006 te Schijndel een aantal voorbereidingshandelingen tot het plegen van een overval reeds had voltooid. Uit niets, ook niet uit hetgeen de raadsman ter zake heeft gesteld, blijkt dat er ten aanzien van het plegen van voorbereidingshandelingen sprake is geweest van een vrijwillig terugtreden. De (althans een aantal van de ) voorbereidingshandelingen waren immers voltooid.

Het stilzwijgen van verdachte en de medeverdachten sterkt de rechtbank in de overtuiging van de juistheid van wat in de bewijsmiddelen besloten ligt of voor de uit die bewijsmiddelen door de rechtbank getrokken conclusies.

De rechtbank komt derhalve tot een bewezenverklaring van dit feit.

(m.b.t. het in de dagvaarding met parketnummer 01/889104/05 onder 8 tenlastegelegde:)

De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich gedurende een periode van enkele jaren binnen een georganiseerd samenwerkingsverband op grote schaal bezig heeft gehouden met het (pogen tot het) overvallen van banken en/of daartoe voorbereidingshandelingen heeft getroffen.

Verdachte maakte deel uit van dit samenwerkingsverband waarvan de handelwijze als volgt kan worden aangeduid.

Vanuit de dadergroep werden blijkens het strafdossier door verdachte, al dan niet in samenwerking met zijn medeverdachten, voorverkenningen gedaan in de nabijheid van banken die later werden overvallen of waarbij gepoogd werd die banken te overvallen. Binnen de dadergroep werd samengewerkt bij het verwerven van mokers die later gebruikt werden bij het inslaan van ruiten bij te overvallen banken.

De dadergroep werkte samen bij het stelen van de bromfietsen/scooters en auto’s die werden gebruikt als vluchtmiddel.

Uit het strafdossier waarin zich vele observatiegegevens en afgeluisterde gesprekken bevinden, is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat de dadergroep in een vrij vaste samenstelling en volgens een min of meer vaste werkwijze is opgetreden, welke werkwijze als volgt kan worden omschreven.

Door de dadergroep werden meerdere voorverkenningen uitgevoerd van de te overvallen bank en van de vluchtwegen.1 In een aantal gevallen werden takjes of propjes geplaatst voor het bepalen van het tijdstip van het arriveren van het geldtransport2.

Er werden in dezelfde winkel in Amsterdam mokers gekocht die gebruikt werden voor het inslaan van ruiten van de te overvallen bank3. Bromfietsen/scooters werden gestolen in Amsterdam 4en in de nacht voor de overval werden een bromfiets/scooter en een moker onder een afdekzeil in de buurt van de te overvallen bank gestald.5

Op de dag van de overval kwamen twee leden van de dadergroep in donkere kleding met die bromfiets/scooter naar de bank rijden en bij de bank aangekomen sloeg een van de daders met de moker de ruiten van de bank stuk of poogde dat te doen om aldus bij de kluis van de bank te geraken6. Na de (poging tot een) overval lieten de twee daders van de dadergroep de gebruikte moker achter op de plaats van het delict en reden vervolgens met de gestolen bromfiets/scooter weg, lieten deze bromfiets/scooter op korte afstand van de bank achter en vluchtten verder in een gereedstaande auto die ook gestolen was in Amsterdam.7

Tijdens het plegen van het misdrijf werden tussen de leden van de dadergroep geen telefonische gesprekken gevoerd.

Er is sprake geweest van een zekere mate van taakverdeling binnen de dadergroep waarbij een aantal deelnemers meerdere taken verrichtte en waarbij het voor alle deelnemers volstrekt helder was wat men ging doen.

Een aantal leden van de dadergroep [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en in enkele gevallen [medeverdachte 3] en [verdachte]) verkenden de te overvallen banken en de vluchtwegen door met een auto rond te rijden in de nabijheid van de betreffende bank. Anderen ([medeverdachte 4], [medeverdachte 5] [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7]) waren belast met het kopen van de mokers bij een vast adres in Amsterdam en met het stelen van (vlucht) bromfietsen/scooters en auto’s. Vervolgens werden de overvallen door leden van de dadergroep, gekleed in donkere kleding en zoveel mogelijk onherkenbaar, uitgevoerd.

Doordat het voor de leden van de dadergroep duidelijk was hoe de taken verdeeld waren, was een strakke hiërarchie niet nodig en behoefde de organisatiegraad niet hoog te zijn.

Gelet op de mate van taakverdeling tussen de leden van de dadergroep is er naar het oordeel van de rechtbank sprake geweest van een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht.

Uit het strafdossier blijkt dat de deelnemers van de organisatie op een af andere manier betrokken zijn geweest bij een groot aantal bankovervallen of pogingen dan wel voorbereidingen daartoe. De deelnemer behoeft volgens vaste jurisprudentie niet zelf te hebben meegewerkt aan een concreet misdrijf; het verlenen van ondersteuning is reeds voldoende.

Mede gelet op het feit dat de onderlinge taakverdeling gericht was op het plegen van misdrijven, is de rechtbank van oordeel dat binnen deze organisatie gehandeld werd met het oogmerk het plegen van delicten.

De rechtbank is van oordeel dat de organisatie tevens een duurzaam karakter had nu de dadergroep gedurende een periode van ongeveer twee jaar bezig is geweest met het plegen van genoemde delicten.

Nu verdachte in feitelijke zin heeft deelgenomen aan dit gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband dat tot oogmerk had het plegen van misdrijven is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het deelnemen aan een criminele organisatie.

(m.b.t. tot het in de dagvaarding met parketnummer 01/885012/07 onder 1 en 2 tenlastegelegde:)

De raadsman heeft met betrekking tot de in de dagvaarding met de in parketnummer 01/885012/07 onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten gesteld dat enkel een positieve dna-uitslag onvoldoende is voor een bewezenverklaring. Nu in deze zaken steunbewijs ontbreekt, moet verdachte volgens de raadsman van beide feiten worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt hierover het navolgende.

DNA-bewijs, zeker indien de rapportage aangeeft dat de kans op een gelijk profiel minder dan één op één miljard is, levert in beginsel wettig en overtuigend bewijs op van een strafbaar feit indien het aangetroffen spoor in min of meer rechtstreeks verband met het gepleegde delict kan worden gebracht. In de thans aan de rechtbank voorgelegde, hierna bewezen te verklaren, delicten betrof het steeds sporendragers (bloed) die op zodanige plaatsen waren aangetroffen dat een rechtstreeks causaal verband is te leggen tussen de delicten en de sporendragers.

De conclusie van de rechtbank is dat het juist verdachte is die (tezamen met anderen) de inbraken heeft gepleegd. Deze conclusie is gerechtvaardigd omdat het vergelijkend DNA-onderzoek is uitgevoerd op bloed dat zich telkens bevond ter plaatse van het misdrijf (een zogenaamd “daderspoor”) en het DNA-profiel dat van verdachte is verkregen. Volgens het NFI-rapport van 29 december 2006 is de kans dat het bloed dat ter plaatse is aangetroffen van een ander dan verdachte afkomstig is, kleiner dan één op één miljard. Het vorenstaande vormt voor de rechtbank de grondslag voor het wettig bewijs en van haar overtuiging dat verdachte de overval mede heeft gepleegd.

De rechtbank merkt in dit verband nog het navolgende op. DNA-onderzoek biedt -onder omstandigheden- een grote mate van zekerheid bij de identificatie van lichaamsmateriaal. Dat neemt niet weg dat zo’n onderzoek slechts een -negatief geformuleerde- kans oplevert. Hoe gering die kans vaak ook is, zij doet zich voor en zij kan in bepaalde gevallen aanleiding zijn (nader) te onderzoeken of de identificatie die op grond van het resultaat van het DNA-onderzoek voor de hand ligt, gerechtvaardigd is. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waaronder de grootte van die kans, ligt het op de weg van de verdediging om gemotiveerd te stellen dat in het concrete geval die aanleiding bestaat. Ook kunnen uiteraard aanwijzingen in het dossier zodanige aanleiding vormen.

In de onderhavige zaken heeft de verdediging -afgezien van het opperen van mogelijkheden- geen feiten of omstandigheden gesteld, die aanleiding zouden kunnen geven tot nader onderzoek. Tenslotte zijn uit de stukken in het dossier noch uit het onderzoek ter terechtzitting aanwijzingen te putten die de rechtbank tot zodanig onderzoek aanleiding geven.

Samenvatting.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte in de zaak met parketnummer 01/889104/05 onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en subsidiair, 6 primair en subsidiair en 7 primair en subsidiair is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte:

(in de zaak met parketnummer 01/889104/05:)

1.

op 8 juni 2006 te Schijndel, tezamen en in vereniging met anderen, ter voorbereiding van

een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met geweldpleging door twee of meer verenigde personen (art. 312 Wetboek van Strafrecht) ten nadele van de SNS-bank te Schijndel,

opzettelijk een vervoermiddel, te weten een (ontvreemde) bromfiets, kennelijk

bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad;

2.

op 08 juni 2006, te Schijndel, tezamen en in vereniging met anderen, een bromfiets, merk Vespa, voorhanden heeft gehad terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het voorhanden krijgen van die bromfiets wisten dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

4.

op 28 maart 2006 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een winkelfiliaal van Albert Heijn (aan de Oostelijke Handelskade) heeft weggenomen een hoeveelheid rookartikelen toebehorende aan Albert Heijn, waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak, te weten het verbreken van een toegangsdeur en een glazen winkelpui van dat winkelfiliaal;

5.

op 25 april 2006 te Amsterdam tezamen en in vereniging anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een winkelfiliaal van Albert Heijn (aan de Oostelijke

Handelskade) heeft weggenomen een hoeveelheid rookartikelen toebehorende aan Albert Heijn, waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak, te weten het verbreken van een glazen winkelpui van dat

winkelfiliaal en het verbreken van een aantal rolluiken van enkele kasten;

8.

in de periode van 1 juli 2005 tot en met 26 september 2006 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, welke bestond uit een samenwerkingsverband van hem, verdachte, en andere natuurlijke personen, te weten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en/of een of meer ander(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het overtreden van artikel 312 Wetboek van Strafrecht en artikel 311 Wetboek van Strafrecht en artikel 416 Wetboek van Strafrecht en artikel 46 Wetboek van Strafrecht en/of een of meer andere misdrijven.

(in de zaak met parketnummer 01/885012-07:)

1.

op 21 mei 2003 te Winschoten tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een winkelpand gelegen aan de Langestraat 54 heeft

weggenomen 12 videocamera's en 17 digitale fotocamera's en 300 euro, toebehorende aan Combi Foto Meijer en/of (benadeelde), waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak, te weten, door het verbuigen van een hekwerk voor de winkelpui en het forceren van een rolluik en het verbreken van het glas van de winkelpui en het verbreken van het glas van twee vitrines;

2.

op 18 december 2003 te Winschoten tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een winkelpand gelegen aan de Langestraat no. 54 heeft weggenomen 15 digitale fotocamera's en 9 filmcamera's, toebehorende aan Combi Foto Meijer en/of (benadeelde), waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak, te weten door het forceren van een rolluik en het forceren van een toegangsdeur en het vernielen van een vitrine en het

vernielen van een kassa;

3.

op 26 september 2006 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 36,3 gram van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, en 19,2 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

4.

op 26 september 2006 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 2,49 gram van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de

Opiumwet behorende lijst I.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10,27,33,33a,36b,36c,46,47,57,63,140,310,311,416.

Opiumwet art. 1,2,10, 13,14.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

Vrijspraak voor het in de dagvaarding met parketnummer 01/889104/05 onder 2 primair, 3 primair en 7 primair tenlastegelegde.

(voor het in de dagvaarding met parketnummer 01/889104/05 onder 1 primair, 2 subsidiair, 3 subsidiair, 4, 5, 6 primair, 7 subsidiair en 8 en voor het in de dagvaarding met parketnummer 01/885012/07 onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde:)

- een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van voorarrest,

- onttrekking aan het verkeer van mokers en van de verdovende middelen

- teruggave van de overige inbeslaggenomen goederen aan verdachte.

De op te leggen straf.

Bij de beslissing over de straf, bijkomende straf en maatregel die aan verdachte dienen te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte waaronder de draagkracht.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte:

- de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- verdachte werd terzake van vermogensdelicten blijkens een hem betreffend uittreksel uit het algemeen documentatieregister reeds eerder veroordeeld;

- verdachte heeft de mede door hem gepleegde strafbare feiten begaan na een lange periode van voorbereiding en heeft er dus goed over kunnen nadenken;

- verdachte heeft gedurende een langere periode een zeer groot aantal strafbare feiten gepleegd danwel is hij bij het plegen van die strafbare feiten betrokken geweest;

- verdachte heeft bij het plegen van de feiten gehandeld uit puur winstbejag en heeft zich niets aangetrokken van de belangen van de benadeelden.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

De rechtbank is van oordeel dat het in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit voorwerpen zijn met behulp van welke de feiten zijn begaan en deze voorwerpen ten tijde van het begaan van dit feit aan verdachte toebehoorden.

De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen aan verdachte nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen goederen.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte in de zaak met parketnummer 01/889104/05 onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en subsidiair, 6 primair en subsidiair en 7 primair en subsidiair is tenlastegelegd, en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 01/889104/05 onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 4, 5 en 8 tenlastegelegde en het in de zaak met parketnummer 01/885012/07 onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte in de zaak met parketnummer 01/889104/05 onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 4, 5 en 8 tenlastegelegde en het in de zaak met parketnummer 01/885012/07 onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. 01/889104-05 feit 1 subsidiair:

medeplegen van:

ter voorbereiding van diefstal, voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld

of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op

heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl

het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

opzettelijk een vervoermiddel, kennelijk bestemd tot het plegen van dat

misdrijf, voorhanden hebben.

T.a.v. 01/889104-05 feit 2 subsidiair:

medeplegen van opzetheling

T.a.v. 01/889104-05 feit 4:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

T.a.v. 01/889104-05 feit 5:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen

goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak

T.a.v. 01/889104-05 feit 8:

deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

T.a.v. 01/885012-07 feit 1:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen

goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak

T.a.v. 01/885012-07 feit 2:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen

goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak

T.a.v. 01/885012-07 feit 3:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, aanhef en onder C, van de

Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

T.a.v. 01/885012-07 feit 4:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, aanhef en onder C, van de

Opiumwet gegeven verbod

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

T.a.v. 01/889104-05 feit 1 primair, feit 2 primair, feit 3 primair, feit 3 subsidiair, feit 6 primair, feit 6 subsidiair, feit 7 primair, feit 7 subsidiair:

Vrijspraak

T.a.v. 01/889104-05 feit 1 subsidiair, feit 2 subsidiair, feit 4 , feit 5, feit 8 en

01/885012-07 feit 1, feit 2, feit 3, feit 4:

Gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht.

Onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen, te weten: de

voorwerpen vermeld op de als bijlage aan dit vonnis gehechte lijst van inbeslaggenomen

voorwerpen onder nummers 30 en 48 tot en met 54.

Verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen, te weten: een tas met twee

mokers, vermeld op de als bijlage aan dit vonnis gehechte lijst van inbeslaggenomen

voorwerpen onder nummer 27 (H03-2401-04) en een moker, vermeld op de als bijlage aan dit vonnis gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder nummer 28

(H03-2401-04a).

Teruggave inbeslaggenomen goederen, te weten: de voorwerpen vermeld op de aan

dit vonnis gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, met uitzondering van

de nummers 27, 28, 30 en 48 tot en met 54, aan verdachte.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.W.H. Renneberg, voorzitter,

mr. C.B.M. Bruens en mr. C.F.E. van Olden-Smit, leden,

in tegenwoordigheid van G.G. Dirks, griffier,

en is uitgesproken op 5 juli 2007.

1 zaak 1 (Schijndel) , zaak 3 (Wageningen), zaak 4 (CBR-Rotterdam), zaak 9 (Geleen), zaak 10 (Almere), zaak 11 (Wezep), zaak 14 (Zaandam), zaak 18 (Lelystad), zaak 19 (Boxtel), zaak 20 (Voorburg) en zaak 25 (Sliedrecht).

2 Zaak 1 (Schijndel) en zaak 15 (Barneveld)

3 Zaak 2 (Zevenbergen), zaak 3 (Wageningen), zaak 9 (Geleen), zaak 20 (Voorburg) en zaak 24 (Reuver).

4 Zaak 1 (Schijndel), zaak 2 (Zevenbergen), zaak 9 (Geleen), zaak 11 (Wezep), zaak 13 (Papendrecht), zaak 14 (Zaandam), zaak 16 (ABN-Rotterdam), zaak 17 (Berkel en Rodenrijs), zaak 19 (Boxtel), zaak 20 (Voorburg), zaak 25 (Sliedrecht) en zaak 26 (Rijen)

5 Zaak 2 (Zevenbergen), zaak 9 (Geleen), zaak 11 (Wezep), zaak 14 (Zaandam), zaak 18 (Lelystad), zaak 19 (Boxtel), zaak 20 (Voorburg), zaak 25 (Sliedrecht) en zaak 26 (Rijen)

6 Zaak 2 (Zevenbergen), zaak 3 (Wageningen), zaak 4 (CBR-Rotterdam), zaak 9 (Geleen), zaak 11 (Wezep), zaak 12 (Wateringen), zaak 13 (Papendrecht), zaak 14 (Zaandam), zaak 16 (ABN-Rotterdam), zaak 17 (Berkel en Rodenrijs), zaak 18 (Lelystad), zaak 20 (Voorburg), zaak 24 (Reuver), zaak 25 (Sliedrecht) en zaak 26 (Rijen).

7 Zaak 2 (Zevenbergen), zaak 3 (Wageningen), zaak 9 (Geleen), zaak 11 (Wezep), zaak 12 (Wateringen), zaak 13 (Papendrecht), zaak 14 (Zaandam), zaak 16 (ABN-Rotterdam), zaak 17 (Berkel en Rodenrijs), zaak 19 (Boxtel), zaak 20 (Voorburg), zaak 24 (Reuver), zaak 25 (Sliedrecht) en zaak 26 (Rijen).