Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2007:BA8760

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-06-2007
Datum publicatie
04-07-2007
Zaaknummer
AWB 06/4588
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Administratiekosten die zijn gemaakt in verband met een ten onrechte opgelegde loondoorbetalingverplichting moeten worden aangemerkt als schade die aan het bestuursorgaan als gevolg van die ten onrechte opgelegde loondoorbetalingverplichting kan worden toegerekend. Deze kosten behoren niet tot het normale bedrijfsrisico.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH

Sector bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 06/4588

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juni 2007

inzake

de firmanten van de V.O.F. [eisers],

[eisers],

te [plaats],

eisers,

gemachtigde mr. M.C.F.M. Mollee,

tegen

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv),

te Amsterdam,

verweerder,

gemachtigde A.P. London, werkzaam bij het Uwv-kantoor te Eindhoven.

Procesverloop

Bij zelfstandig schadebesluit van 20 juli 2006 heeft verweerder het verzoek van eisers namens de v.o.f. [eisers] (hierna: de vof) om schadevergoeding volledig afgewezen.

Het hiertegen namens de vof ingediende bezwaar is door verweerder bij besluit van 29 september 2006 gegrond verklaard. Verweerder heeft hierbij medegedeeld een bedrag van € 8.801,78 bruto aan ten onrechte door de vof aan de voormalig werknemer, [werknemer], (hierna: de werknemer) over de periode van 1 oktober 2003 tot 1 juni 2004 uitbetaald salaris te vergoeden, alsmede de wettelijke rente hierover. Verweerder weigert echter over te gaan tot vergoeding van de administratieve kosten ten bedrage van € 2.247,50, die de belastingadviseur Contour aan de vof in rekening heeft gebracht, aangezien deze kosten inherent zijn aan het werkgeverschap en tot het normale bedrijfsrisico behoren.

Tegen laatstgenoemd besluit is beroep ingesteld

De zaak is behandeld op de zitting van 8 mei 2007, waar de gemachtigden van partijen zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het geschil betreft de vraag of verweerder terecht heeft geweigerd de vof in aanmerking te brengen voor vergoeding van administratieve kosten welke de vof heeft moeten maken voor Contour belastingadviseurs ten bedrage van € 2.247,50.

2. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.

3. Bij besluit van 28 juli 2003 heeft verweerder de uit artikel 7:629 van het Burgerlijk Wetboek voortvloeiende verplichting ( hierna: de loondoorbetalingverplichting) van de vof jegens de werknemer met toepassing van artikel 71a, negende lid, van de wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) verlengd gedurende de periode van 1 oktober 2003 tot 1 februari 2004. Het tegen dit besluit gemaakte bezwaar heeft verweerder bij besluit van 10 oktober 2003 ongegrond verklaard.

Bij besluit van 4 december 2003 heeft verweerder deze loondoorbetalingverplichting van de vof verlengd voor de periode van 1 februari 2004 tot 1 juni 2004. Het tegen dit besluit gemaakte bezwaar heeft verweerder bij besluit van 13 april 2004 ongegrond verklaard.

Tegen voornoemde besluiten op bezwaar is namens de vof beroep ingesteld bij deze rechtbank. Nadien is door verweerder bij besluiten van 1 september 2004 en 3 december 2004 geheel tegemoetgekomen aan de bezwaren van de vof en is de loondoorbetalingverplichting vanaf 1 oktober 2003 ingetrokken. Namens de vof is vervolgens onder intrekking van de beroepen de rechtbank onder meer verzocht verweerder te veroordelen tot vergoeding van de door de vof geleden schade. De rechtbank heeft dit schadeverzoek in haar uitspraken van 29 maart 2005 afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Namens de vof is op 15 juli 2005 verzocht om afgifte van een zelfstandig schadebesluit, waarbij schadevergoeding is gevraagd van het aan de werknemer betaalde loon en de kosten gemoeid met de extra werkzaamheden die de vof heeft moeten laten uitvoeren ter zake de afhandeling van deze langere loondoorbetaling en ter zake het opstellen van twee nieuwe re-integratieverslagen bij de indiening van de hernieuwde WAO-aanvragen, alsmede de wettelijke rente hierover.

4. Verweerder beroept zich op ongeschreven beleid van het Uwv dat administratieve kosten die zijn gemaakt in verband met een onrechtmatig genomen besluit niet behoeven te worden vergoed omdat deze tot het normale bedrijfsrisico behoren. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder gesteld dat als de besluiten van 28 juli 2003 en 4 december 2003 niet waren genomen, de vof een andere werknemer had moeten aannemen en derhalve soortgelijke kosten zou hebben moeten maken als thans zijn gevorderd.

5. De vof is van mening dat de kosten van Contour wel voor vergoeding in aanmerking komen aangezien deze als direct gevolg van de herroepen beschikkingen, extra werkzaamheden heeft moeten uitvoeren ter zake van de afhandeling van de langere loondoorbetaling, het latere terugdraaien van die langere loondoorbetaling en ten behoeve van het opstellen van nieuwe re-integratieverslagen bij de indiening van de nieuwe WAO-aanvraag. Bij brief van 23 februari 2007 heeft de belastingadviseur van Contour nader toegelicht dat de gedeclareerde kosten samenhangen met extra berekeningen die zijn gemaakt in verband met de onrechtmatige besluiten. Voorts is er sprake geweest van voorlichting en begeleiding van zowel de werknemer als de vof in verband met de gevolgen van de onrechtmatige besluiten en was er sprake van nadere informatieverstrekking aan verweerder.

6. Naar vaste jurisprudentie wordt bij de beoordeling van een verzoek om veroordeling tot vergoeding van geleden schade als gevolg van een vernietigd besluit of onrechtmatig besluit zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij het civielrechtelijke schadevergoedingsrecht. Daarbij geldt dat voor vergoeding slechts in aanmerking komt schade die in zodanig verband staat met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid van de aangesprokene berust, dat zij hem, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als een gevolg van die gebeurtenis kan worden toegerekend. Dit betekent dat, wil een verzoek om schadevergoeding voor inwilliging in aanmerking komen, de gestelde schade in zodanig verband moet staan met het vernietigde of onrechtmatige besluit dat zij het bestuursorgaan, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als een gevolg van dat besluit kan worden toegerekend. Bij de beoordeling of toegerekend moet worden, wordt ook de aard en de strekking van het vernietigde besluit een relevante factor geacht (zie Centrale Raad van Beroep d.d. 14 maart 2002, www.rechtspraak.nl, LJN: AE2442).

7. Gelet op het hiervoor genoemde beoordelingskader, dient de vraag of schade aan een betrokkene moet worden vergoed te worden beoordeeld aan de hand van het civielrechtelijke schadevergoedingsrecht. Aan verweerder komt bij deze beoordeling geen beleidsvrijheid toe.

8. Het standpunt van verweerder, welk standpunt de grondslag vormt van het bestreden besluit, dat nimmer tot vergoeding van administratieve kosten wordt overgegaan is naar het oordeel van de rechtbank in strijd met het civielrechtelijke schadevergoedingsrecht, nu daarin geen bepaling voorkomt waarbij administratieve kosten van vergoeding worden uitgesloten. Indien door de belastingadviseur extra werkzaamheden zijn verricht ten gevolge van de onrechtmatige besluiten, valt niet in te zien dat die extra werkzaamheden behoren tot het normale bedrijfsrisico. Dat soortgelijke werkzaamheden ook in een normale bedrijfsvoering worden verricht doet er niet aan af dat indien die werkzaamheden moeten worden verricht ten gevolge van een onrechtmatig besluit, de kosten van die werkzaamheden kunnen worden toegerekend aan het bestuursorgaan dat het onrechtmatige besluit heeft genomen. De algemene stelling van verweerder dat indien de besluiten van 28 juli 2003 en 4 december 2003 niet waren genomen, een andere arbeidskracht had moeten worden ingeschakeld voor wie dezelfde loonadministratiekosten zouden moeten worden gemaakt, acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Het ligt op de weg van verweerder om aannemelijk te maken dat de vof ook indien de betreffende besluiten niet waren genomen dezelfde kosten zou hebben gehad als thans zijn gevorderd en verweerder is hier naar het oordeel van de rechtbank niet in geslaagd. In dit verband acht de rechtbank van belang dat namens de vof ter zitting is aangevoerd dat naast de in deze procedure gevorderde kosten ad € 2.247,50 tevens kosten zijn gemaakt in verband met de inschakeling van een extra arbeidskracht en er derhalve geen sprake is geweest van dezelfde kosten.

9. De vraag die moet worden beantwoord is of de door de belastingadviseur verrichte werkzaamheden in zodanig verband met de onrechtmatige besluiten van 28 juli 2003 en 4 december 2003 staan, dat de kosten van die werkzaamheden aan verweerder, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van die schade, als gevolg van die besluiten kunnen worden toegerekend. De rechtbank kan aan de hand van de bij brief van 6 september 2006 overgelegde specificaties niet vast stellen welke werkzaamheden de belastingadviseur precies heeft verricht in verband met de besluiten van 28 juli 2003 en 4 december 2003 en het latere terugdraaien van die besluiten. Indien komt vast te staan dat de belastingadviseur ten gevolge van de onrechtmatige primaire besluiten extra werkzaamheden heeft moeten verrichten in verband met de coördinatie van nieuwe re-integratieverslagen, het maken van extra berekeningen, het geven van extra voorlichting en bieden van begeleiding aan zowel de werknemer als de vof, en het verschaffen van nadere informatie aan verweerder, dan dienen de kosten van deze werkzaamheden naar het oordeel van de rechtbank te worden aangemerkt als schade die aan verweerder als gevolg van de onrechtmatige primaire besluiten kan worden toegerekend.

10. Nu het geschil zich vooralsnog heeft toegespitst op de vraag of verweerder überhaupt tot vergoeding van administratieve kosten was gehouden en niet zozeer op de gestelde kostenpost van € 2.247,50, zal de rechtbank het betreden besluit vernietigen en verweerder opdragen een nieuw besluit te nemen over de omvang van de te vergoeden administratieve kosten. Daarbij merkt de rechtbank op dat van de vof een nadere onderbouwing van de werkzaamheden van de belastingadviseur mag worden verwacht.

11. Gelet op het vorenstaande zal het beroep gegrond worden verklaard.

12. De rechtbank acht termen aanwezig verweerder te veroordelen in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze kosten zijn met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage begroot op in totaal € 644,00 voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand:

• 1 punt voor het indienen van een (aanvullend) beroepschrift;

• 1 punt voor het verschijnen ter zitting;

• waarde per punt € 322,00

• wegingsfactor 1.

Tevens zal de rechtbank bepalen dat door het Uwv aan eisers het gestorte griffierecht ad € 281,00 dient te worden vergoed.

13. Nu verweerder nog een nieuwe beslissing op bezwaar dient te nemen, ziet de rechtbank thans geen aanleiding verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten in bezwaar of tot vergoeding van wettelijke rente over ten onrechte ingevorderde uitkering.

14. Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De rechtbank,

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat verweerder een nieuw besluit dient te nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;

- gelast het Uwv aan eisers te vergoeden het gestorte griffierecht ad € 281,00;

- veroordeelt verweerder in de door eisers gemaakte proceskosten vastgesteld op € 644,00;

- wijst het Uwv aan als de rechtspersoon die de proceskosten dient te vergoeden.

Aldus gedaan door mr. G.H. de Heer-Schotman als rechter in tegenwoordigheid van mr. H.C. Dollekamp als griffier en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2007.

De griffier is buiten staat deze uitspraak te ondertekenen.

Belanghebbenden kunnen tegen deze uitspraak binnen zes weken na de datum van toezending hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep, postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Afschriften verzonden: