Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2007:BA5001

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
11-05-2007
Datum publicatie
14-05-2007
Zaaknummer
158946 - KG ZA 07-313
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Misleidende reclame Campina Beemsterkaas.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
IER 2007, 88 met annotatie van E.H. Hoogenraad
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 158946 / KG ZA 07-313

Vonnis in kort geding van 11 mei 2007

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CAMPINA B.V., gevestigd te Zaltbommel,

eiseres,

procureur mr. F.C.J.J. Jessen

advocaat mr. J.J. Brinkhof te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CONO B.V., gevestigd te Westbeemster,

gedaagde,

procureur mr. J.E. Lenglet,

advocaat mr. H.J.M. Boukema te 's-Gravenhage.

Partijen zullen hierna Campina en Cono genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Campina

- de pleitnota van Cono.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. De voorzieningenrechter heeft terstond mondeling vonnis gewezen.

2. De feiten

2.1. Campina is een producent van melk en melkproducten. Cono is een kaasproducent en produceert onder andere kaas onder het merk Beemster.

2.2. In de periode van 1992 tot 1997 heeft de vennootschap “MelkUnie” voor zuivelproducten, vooral melk, met de Merkaanduiding “Melkunie “ en “Boerenmelk” een intensieve en populaire reclamecampagne gevoerd met televisie- en radiocommercials waarin de Nederlandse acteur Peer Mascini een hoofdrol speelde. In de commercials waren koeien aanwezig, die op humoristische wijze menselijk gedrag vertoonden, waar Peer Mascini bij betrokken raakt of dat hij van commentaar voorziet. De commercials werden geregisseerd door regisseur Hans van Rijs.

2.3. In 2002 heeft Campina afstand genomen van het merk ‘Melkunie’ en is zij al haar producten onder de merknaam ‘Campina’ gaan voeren. Teneinde deze verandering van merk bij het publiek onder de aandacht te brengen heeft Campina een kostbare mediacampagne gevoerd. Daarbij is Campina gestopt met de hiervoor onder 2.2 beschreven commercials. Voor wijze waarop Campina binnen één jaar erin is geslaagd om in de gedachten van de consument het merk ‘Melkunie’ om te zetten in dat van ‘Campina’ heeft Campina een zogenaamde Effie als prijs ontvangen.

2.4. Sedertdien heeft Campina verscheidene reclamecampagnes gevoerd, die met name het doel hebben gehad om aan de nieuwe merk identiteit van Campina inhoud te geven.

2.5. Cono heeft op 9 mei 2007 op haar website “www.beemsterkaas.nl”, ter introductie van de start van haar reclamecampagne voor haar Beemsterkaas op 10 mei 2007, met de volgende tekst een commercial aangekondigd:

‘BEEMSTER BRENGT RECLAMEHELD PEER MASCINI TERUG OP DE BUIS

Peer Mascini maakt zijn rentree als reclame-icoon in de nieuwe commercial van Beemster. In de sport van de kaasmaker bezoekt Peer de Beemster waar de koeien flink in de watten worden gelegd. Zo neemt hij een kijkje bij de ‘jakkoezzie’ en houdt hij een oogje in het zeil tijdens een wilde rodeorit van één van de gevlekte viervoeters. De commercial is vanaf 10 mei op de buis op RTL 4, 5, en 7’.

2.6. De eerste zinnen die Peer Mascini in deze commercial, staand in een weiland met koeien op de achtergrond, uitspreekt luiden als volgt:

‘Nee, nee, nee, nee, nee, ik ben het niet. Ik ben mijn broer. Ik ben van de kaas.’

3. Het geschil

3.1. Campina vordert - samengevat – om Cono:

A. te bevelen iedere inbreuk op de auteursrechten van Campina op de format van de oude reclamecampagne te staken en gestaakt te houden;

B. te verbieden iedere openbaarmaking van de in het lichaam van de dagvaarding

beschreven televisiecommercial voor Beemsterkaas, alsmede van iedere andere

reclame-uiting, die op verwarringwekkende en misleidende wijze aanhaakt bij de

in het lichaam van de dagvaarding beschreven televisiecommercials van Campina;

C. te bevelen een rectificatie te plaatsen dan wel uit te zenden;

D. te veroordelen tot betaling van een dwangsom;

E. te veroordelen in de proceskosten.

3.2. Campina legt hieraan - kort en zakelijk weergegeven - het volgende ten grondslag.

(a) Van het format dat aan de oude commercials voor Melkunie ten grondslag ligt, zijn alle auteursrechten aan Campina overgedragen. De televisiecommercial voor Beemsterkaas is een ongeoorloofde verveelvoudiging van dit format en maakt daarmee inbreuk op de auteursrechten van Campina.

(b) Met de televisiecommercial voor Beemsterkaas handelt Cono onrechtmatig in de zin van artikel 6:194 en 6:194a BW jegens Campina.

3.3. Cono voert - kort en zakelijk - weergegeven het volgende verweer.

- de voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Hertogenbosch is onbevoegd van dit geschil kennis te nemen;

- zij betwist dat Campina auteursrechthebbende is van het format dat aan de oude commercials van Melkunie ten grondslag ligt;

- zij betwist dat Campina rechthebbende is op het merk Melkunie;

- zij beroept zich op de parodie-exceptie ex artikel 18b Auteurswet;

- de gevorderde rectificatie voldoet niet aan de maatstaven van artikel 10 EHRM;

- zij betwist dat in onderhavig geval sprake is van onrechtmatig handelen in de zin van de artikelen 6:194 en 6:194a BW.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. In artikel 102 Rv is bepaald: ‘In zaken betreffende verbintenissen uit onrechtmatige daad is mede bevoegd de rechter van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan’. De vraag is of aan deze bepaling een restrictie moet worden toegekend al door gedaagde in het bevoegdheidsincident is beoogd. Gelet op de Memorie van Toelichting behorende bij dit wetsartikel betekent ‘mede’ bevoegd dat het gaat om een alternatieve bevoegdheid naast die van artikel 99 Rv, zodat de aanlegger kan kiezen. Exclusieve bevoegdheden zijn zoveel mogelijk vermeden; bij de opstelling van de bepalingen is een belangrijk richtsnoer geweest dat de bepalingen soepel moeten zijn. In dagvaardingsprocedures bestaan volgens de wetgever meestal geen redenen om aan de aanlegger een keuze zoals hier bedoeld te onthouden.

Bij deze door de wetgever voorgestane ruime uitleg van artikel 102 Rv acht de voorzieningenrechter zich bevoegd van de vordering kennis te nemen.

4.2. De rechter is er, op de betwisting door Cono, niet van overtuigd dat Campina, meer in het bijzonder de vennootschap die als onderdeel van het Campina-concern in dit geding als eiser optreedt, auteursrechthebbende is op het concept/format van de oude commercials van Melkunie. De “Akte van levering van auteursrecht” dateert van enkele dagen geleden en een titel voor deze levering is duister.

Op die grond zal de voorzieningenrechter het gevorderde onder A afwijzen en wordt hetgeen toewijsbaar is op andere grondslag dan het auteursrecht toegewezen. Dientengevolge: is (1) niet langer aan de orde of de commercial van Cono als een parodie in de zin van artikel 18b Auteurswet 1912 dient te worden beschouwd en moet (2) de volledige proceskostenveroordeling van artikel 1019h Rv. achterwege blijven.

4.3. Nu merkenrecht niet aan het gevorderde ten grondslag is gelegd, worden de in dat verband door Cono gevoerde verweren gepasseerd.

4.4. Het beroep van Campina op Boek 6, Titel 3, Afdeling 3, betreffende ‘Misleidende en vergelijkende reclame’ slaagt.

Onder vergelijkende reclame wordt ingevolge artikel 194a, eerste lid, BW verstaan: ‘elke vorm van reclame waarbij een concurrent dan wel door een concurrent aangeboden goederen of diensten uitdrukkelijk of impliciet worden genoemd.’

4.4.1. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dit geval sprake van

vergelijkende reclame. Dat de associatie - en wel meteen aan het begin van de televisiecommercial van Cono - wordt gelegd met de eerdere reclamecampagne van Melkunie is met de woorden ‘Ik ben mijn broer, ik ben van de kaas’, hoe geestig ook, duidelijk het geval. In de televisiecommercial van Cono wordt Beemsterkaas impliciet als opvolger van zuivelproducten van Melkunie naar voren gebracht. Dit terwijl Campina als rechtsopvolgster van Melkunie met succes in een kostbare reclamecampagne de overgang van Melkunie naar Campina in de markt heeft gezet.

4.4.2. Vergelijkende reclame is, wat de vergelijking betreft, geoorloofd op

voorwaarde dat deze voldoet aan het bepaalde in artikel 194a, tweede lid, aanhef, sub a tot en met h, BW. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de televisiecommercial van Cono een kopie van de eerdere reclamecampagne van Melkunie is, hetgeen ertoe leidt dat bij het publiek verwarring ontstaat dat Beemsterkaas van Campina afkomstig is. Dat is onrechtmatig in de zin van boek 6, titel 3, afdeling 3 BW over misleidende en vergelijkende reclame.

4.5. De bescherming van artikel 10 EVRM strekt zich ook uit tot reclame-uitingen, maar het beroep daarop door Cono faalt.

Bij de beantwoording van de vraag of en in hoeverre een beperking van die bescherming noodzakelijk is, zowel op het stuk van de wetgeving als op het stuk van de beslissingen die aan die wetgeving toepassing geven, moet aan de Verdragsstaten een zekere beoordelingsvrijheid worden gelaten. Tegen deze achtergrond moet worden geoordeeld dat de wetgever tot de slotsom is kunnen komen dat de beperkingen van de vrijheid van reclame-uitingen, die het gevolg zijn van de regeling van de misleidende reclame in artikel 6:194 BW e.v., in onze maatschappij noodzakelijk zijn ter bescherming van de rechten en belangen van consumenten en concurrenten.

Gegeven deze wettelijke regeling behoeft in onderhavig geval niet verder getoetst te worden aan artikel 10 EVRM zelf (HR 15 januari 1999, NJ 1999/665, Procter & Gamble/Kimberly Clark, ook wel: Luierbroekjes II).

4.6. De vordering onder B zal, gelet op het vorenstaande, op de grondslag van artikel 6:194a BW worden toegewezen als na te melden, met de mede gevorderde dwangsom.

4.7. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding tot toewijzing van de vordering onder C. De onrechtmatige reclame-uiting zijdens Cono heeft zich immers slechts zéér kort, hoogsten op twee dagen, voorgedaan, waardoor de noodzaak voor rectificatie ontbreekt.

4.8. Cono zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld, met uitzondering van de gevorderde kosten als bedoeld in artikel 1019h Rv.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. verbiedt Cono na vandaag iedere openbaarmaking van de in het lichaam van de dagvaarding beschreven televisiecommercial voor Beemsterkaas, alsmede van iedere andere reclame-uiting, in welk medium ook (dus ook via internet), die op overeenkomstige en misleidende wijze aanhaakt bij de in het lichaam van de dagvaarding beschreven televisiecommercial van Campina, voorheen Melkunie, met Peer Mascini in de hoofdrol,

5.2. veroordeelt Cono tot betaling van een dwangsom van EUR 20.000,00 per dag of per keer, naar keuze van Campina, dat zij na betekening van het in deze te wijzen vonnis in strijd handelt met hiervoor onder 5.1 genoemde verbod;

5.3 verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. veroordeelt Cono in de proceskosten, aan de zijde van Campina tot op heden begroot op EUR 3.321,85, waarvan EUR 321,85 verschotten en EUR 3000,00 salaris procureur,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H.W. Rullmann en in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2007.