Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2007:BA1933

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
30-03-2007
Datum publicatie
30-03-2007
Zaaknummer
01/839067-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Twee jaar gevangenisstraf voor o.a. het witwassen en deelneming aan een criminele organisatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Parketnummer: 01/839067-05

Uitspraakdatum: 30 maart 2007

VERKORT VONNIS

Verkort vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1950,

wonende te [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak

gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 14 juni 2006, 8 december 2006, 12 maart 2007, 13 maart 2007 en 16 maart 2007.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht

.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 24 mei 2006. Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1. hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met 7 maart 2006 te Helmond, althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke bestond uit een samenwerkingsverband van een of meer natuurlijke perso(o)n(en), te weten [medeverdachte1] en/of [medeverdachte2] en/of [medeverdachte3] en/of [medeverdachte4] en/of [medeverdachte5] en/of [medeverdachte6] en/of [medeverdachte7] en/of [medeverdachte8] en/of [medeverdachte9] en/of een of meer andere natuurlijke perso(o)n(en) en/of een of meer rechtsperso(o)n(en), te weten [medeverdachte10] en/of [medeverdachte11] en/of [medeverdachte12] en/of [medeverdachte13] en/of [medeverdachte14] en/of een of meer andere rechtsperso(o)n(en) en hem, verdachte, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het overtreden van artikel 3 onder B en/of C van de Opiumwet en/of artikel 420bis (witwassen) en/of artikel 420ter (gewoontewitwassen) en/of een of meer andere misdrijven,zulks terwijl hij, verdachte, de oprichter en/of leider en/of bestuurder van voormelde organisatie was [artikel 140 lid 1 en 3 Wetboek van strafrecht] [delict 1 proces-verbaal];

2. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met 7 maart 2006 te Helmond en/of Mariahout, gemeente Laarbeek, althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, en/althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of vervoerd en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad (onder meer)

- een hoeveelheid of hoeveelheden van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep (in de vorm van hennepplanten en/of hennepstekken en/of henneptoppen) (delict 3) en/of

- op of omstreeks 20 september 2005 51 kilogram, in elk geval meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep (delict 15 proces-verbaal) en/of

- op of omstreeks 7 maart 2006 268 kilogram, in elk geval meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep (in de vorm van hennepplanten) (delict 20 proces-verbaal) en/of

- op of omstreeks 24 maart 2004 9555 gram, in elk geval meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep (parketnr. 830540-05),

in elk geval (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of vervoerd en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid of hoeveelheden van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep en/of een hoeveelheid of hoeveelheden van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hashish) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hennep en/of hashish (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, zulks terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) voormeld opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of vervoeren en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken heeft/hebben gepleegd in de uitoefening van een beroep of bedrijf [Artikel 3 jo 11 Opiumwet];

3. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met 7 maart 2006, te Helmond en/of Lieshout, gemeente Laarbeek, althans in het arrodissement 's-Hertogenbosch, en/of te Waalwijk, althans in het arrondissement Breda, in elk geval in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), en/althans alleen, van (een) voorwerp(en), te weten:

- (een) hoeveelheid/hoeveelheden euro's, althans van enige valuta en/of

- een of meer auto's en/of

- een vaartuig (merk Valk, type Falcon 50 Sirocco) en/of

- een of meer sieraden en/of horloges,

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dat/die voorwerp(en) was/waren of wie bovenomschreven voorwerp(en) voorhanden had(den), terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,en/of heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s) dat/die voorwerp(en) verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet of van een of meer voorwerp(en) gebruik gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) -onmiddellijk of middellijk- afkomstig was uit enig misdrijf,zulks terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) van het plegen van voormeld(e) feit(en) een gewoonte heeft/hebben gemaakt;[artikel 420bis/ter Wetboek van strafrecht][delict 19 proces-verbaal];

4. hij op of omstreeks 7 maart 2006 te Lieshout, gemeente Laarbeek, een of meer wapens van categorie III onder 1, te weten een pistool en/of een geweer (merk Marlin) .44 W, en/of munitie van categorie III, te weten een of meer patronen, kaliber 9 mm, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd [artikel 26 Wet wapens en munitie] [delict 23 proces-verbaal];

De tenlastelegging is op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van 8 december 2006 gewijzigd. Deze wijziging houdt onder meer in dat in het onder 3 tenlastegelegde:

* "in de eerste regel de woorden "1 januari 2003" worden vervangen door "1 juni 2002" en

* wordt gewist:

* het 2e streepje [een of meer auto's]

* het 4e streepje [een of meer sieraden en/of horloges]

* en dat daaraan wordt toegevoegd:

* in de derde regel na "in elk geval in Nederland", de woorden "en/of in België" en

* bij het 1e streepje na het woord "valuta":

(waaronder:

- een geldbedrag van ca ? 25.128,-- (betreffende (de) betaling(en) voor een vakantie in/naar Zuid Afrika) in december 2005/januari 2006 en/of

- geldbedragen tot een totaalbedrag van ? 22.530,-- (of daaromtrent) van 30 september 2002 tot 31 maart 2005 (betreffende betalingen aan de prive-kliniek Klein Rosendael te Rozendaal) en/of

- geldbedragen tot een totaalbedrag van circa ? 17.575,-- (betreffende betalingen van 3 nota's van Daniëls Kunststof Kozijnen te Gemert) en/of

- een geldbedrag van ? 50.000,-- of daaromtrent (betreffende een betaling aan Pegasus NV in Belgie voor (onder meer) een Mercedes gekentekend ANK-002)

- geldbedragen tot een totaalbedrag van ? 139.350,-- (of daaromtrent) (betreffende betalingen voor een vaartuig merk Valk, type Falcon 50 Sirocco) en/of

- geldbedragen tot een totaalbedrag van circa ? 9.564,-- (betreffende betalingen verzekeringen en liggeld) voor een vaartuig merk Valk, type Falcon 50 Sirocco))".

De geldigheid van de dagvaarding.

ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde

Op de in de pleitnota genoemde gronden [p. 14] heeft de raadsman geconcludeerd tot partiële nietigheid van de dagvaarding ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde.

De rechtbank is van oordeel dat de feiten die de grondslag hebben gevormd voor de ingetrokken dagvaarding van verdachte om voor de politierechter te verschijnen, deel uitmaken van een veel meer omvattend feitencomplex. Het totaal van dit feitencomplex is van zodanige omvang en zwaarte dat de officier van justitie in redelijkheid heeft kunnen beslissen om ook de feiten die op de ingetrokken dagvaarding voor de politierechter stonden, aan de meervoudige kamer konden worden voorgelegd.

Het door de raadsman gevoerde verweer tot partiële nietigheid van de dagvaarding wordt verworpen.

Daarnaast merkt de rechtbank op dat een redelijk uitleg van het onder 1 tenlastegelegde met zich meebrengt dat de officier van justitie met de passage "het overtreden van artikel 3 onder B en/of C van de Opiumwet", de opzetvariant van deze delicten voor ogen moet hebben gehad.

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

Bewijsoverweging

ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde

Uit informatie van de Kamer van Koophandel is komen vast te staan dat in januari 2003 growshop "de Tussendijk B.V." gelegen aan de [adres] te Helmond is opgericht, met als bestuurders [verdachte] en zijn [medeverdachte1]. Op 24 maart 2004, 14 juli 2005 en 7 maart 2006 zijn doorzoekingen uitgevoerd in deze growshop. Bij deze doorzoekingen zijn grote hoeveelheden hennep, hennepstekken en/of hennepafval aangetroffen.

Verder is uit het onderzoek gebleken dat er op diverse plaatsen panden waren gehuurd waarin hennepkwekerijen waren gevestigd, waarbij de huurders van die panden zich hebben geïdentificeerd met legitimatiebewijzen die bij de doorzoeking op 14 juli 2005 in de growshop zijn aangetroffen. Bovendien hebben diverse personen verklaard dat zij de benodigdheden voor het opzetten van een hennepkwekerij in de growshop hebben gekocht.

Uit de afgeluisterde telefoongesprekken, de observaties en de overige bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien, blijkt dat in de dagvaarding genoemde personen in een samenwerkingsverband actief waren, dat zij op de hoogte waren van de illegale activiteiten die werden uitgevoerd, dat de organisatie op zeer professionele wijze heeft gewerkt, dat verdachte in deze organisatie willens en wetens een leidinggevende rol heeft vervuld, waarbij de rol van verdachte in de loop van de tijd is veranderd van dagelijkse leidinggever naar een meer coördinerende, sturende rol op de achtergrond.

Uit deze feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en zijn mededaders zoals die in de dagvaarding zijn genoemd in georganiseerd verband, langdurig actief zijn geweest in een grootscheepse handel in hennepprodukten en daarmee samenhangende delicten.

ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde

De betalingen van de in de dagvaarding genoemde geldbedragen zijn zodanig van omvang dat het niet aannemelijk is geworden dat verdachte die uit zijn legale inkomsten heeft kunnen betalen. Nu de rechtbank bewezen acht dat verdachte deel heeft uitgemaakt van een criminele organisatie die zich onder meer bezig hield met een zeer lucratieve handel in hennepprodukten gaat de rechtbank er van uit dat verdachte laatstbedoelde geldbedragen heeft betaald uit de inkomsten die hij uit voormelde hennephandel heeft gegenereerd. Daardoor heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van de in de bewezenverklaring nader te noemen geldbedragen.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

1. in de periode van 1 januari 2003 tot en met 7 maart 2006 te Helmond, althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke bestond uit een samenwerkingsverband van een of meer natuurlijke perso(o)n(en), te weten [medeverdachte1] en/of [medeverdachte2] en/of [medeverdachte3] en/of [medeverdachte4] en/of [medeverdachte5] en/of [medeverdachte6] en/of [medeverdachte7] en/of [medeverdachte8] en/of [medeverdachte9] en/of een of meer andere natuurlijke perso(o)n(en) en een rechtspersoon, te weten [medeverdachte11] en hem, verdachte, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het overtreden van artikel 3 onder B en/of C van de Opiumwet en/of artikel 420bis (witwassen) en/of artikel 420ter (gewoontewitwassen) en/of een of meer andere misdrijven, zulks terwijl hij, verdachte, de oprichter en/of leider en/of bestuurder van voormelde organisatie was;

2. op tijdstippen in de periode van 1 januari 2003 tot en met 7 maart 2006 te Helmond en/of Mariahout, gemeente Laarbeek, althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, telkens opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of vervoerd en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad (onder meer)

- een hoeveelheid of hoeveelheden van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep (in de vorm van hennepplanten en/of hennepstekken en/of henneptoppen) (delict 3) en

- op of omstreeks 20 september 2005 ongeveer 51 kilogram van een materiaal bevattende hennep (delict 15 proces-verbaal) en

- op of omstreeks 7 maart 2006 268 kilogram van een materiaal bevattende hennep (in de vorm van hennepplanten) (delict 20 proces-verbaal) en

- op of omstreeks 24 maart 2004 9555 gram van een materiaal bevattende hennep (parketnr. 830540-05),

zulks terwijl hij, verdachte, en zijn mededaders voormeld opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of vervoeren en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken heeft/hebben gepleegd in de uitoefening van een beroep of bedrijf;

3. op tijdstippen in de periode van 1 juni 2002 tot en met 7 maart 2006, te Helmond en/of Lieshout, gemeente Laarbeek, althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch, en/of te Waalwijk, althans in het arrondissement Breda, in elk geval in Nederland en/of België telkens tezamen en in vereniging met (een) ander(en), en/althans alleen, van (een) voorwerp(en), te weten:

- (een) hoeveelheid/hoeveelheden euro's, althans van enige valuta waaronder

- een geldbedrag van ca ? 25.128,-- (betreffende (de) betaling(en) voor een vakantie in/naar Zuid Afrika) in december 2005/januari 2006 en

- geldbedragen tot een totaalbedrag van ? 22.530,-- (of daaromtrent) van 30 september 2002 tot 31 maart 2005 (betreffende betalingen aan de privékliniek Klein Rosendael te Rozendaal) en

- geldbedragen tot een totaalbedrag van circa ? 17.575,-- (betreffende betalingen van 3 nota's van Daniëls Kunststof Kozijnen te Gemert) en

- een geldbedrag van ? 50.000,-- of daaromtrent (betreffende een betaling aan Pegasus NV in Belgie voor (onder meer) een Mercedes gekentekend ANK-002) en

- geldbedragen tot een totaalbedrag van ? 139.350,-- (of daaromtrent) (betreffende betalingen voor een vaartuig merk Valk, type Falcon 50 Sirocco) en

- geldbedragen tot een totaalbedrag van circa ? 9.564,-- (betreffende betalingen verzekeringen en liggeld) voor een vaartuig merk Valk, type Falcon 50 Sirocco)) en

- een vaartuig (merk Valk, type Falcon 50 Sirocco)

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dat/die voorwerp(en) was/waren of wie bovenomschreven voorwerp(en) voorhanden had(den), terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf, zulks terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) van het plegen van voormeld(e) feit(en) een gewoonte heeft/hebben gemaakt;

4. op 7 maart 2006 te Lieshout, gemeente Laarbeek, wapens van categorie III onder 1, te weten een pistool en een geweer (merk Marlin) .44 W, en munitie van categorie III, te weten een of meer patronen, kaliber 9 mm, voorhanden heeft gehad.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

10, 27, 33, 33a, 36b, 36c, 47, 57, 140, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht en

3, 11 van de Opiumwet en

26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

* een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en

* verbeurdverklaring van de voorwerpen genoemd onder nummer 24 op de lijst van onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen en

* onttrekking aan het verkeer van de voorwerpen genoemd onder nummers 19 tot en met 23 op de lijst van onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen.

De op te leggen straf(fen) en/of maatregel(en).

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte:

- de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- verdachte heeft de door hem gepleegde strafbare feiten gepleegd in georganiseerd verband en heeft willens en wetens een leidinggevende rol in die organisatie vervuld;

- verdachte was op de hoogte van de activiteiten van de organisatie waarbij de rol van verdachte is veranderd van het dagelijks leiding geven aan de activiteiten van de organisatie naar een meer coördinerende en sturende rol met een algemene betrokkenheid bij de organisatie;

- de organisatie waarvan verdachte deel uitmaakte heeft op zeer professionele wijze gewerkt en heeft bij haar activiteiten uit puur winstbejag gehandeld.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

Vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek

De verdediging heeft onder meer gesteld dat in deze zaak sprake is van afluisteren van geheimhouders en/of het gebruikmaken van gegevens uit dergelijke gesprekken ten behoeve van het onderzoek en/of het gebruik van dergelijke informatie bij het opstellen van CIE-informatie, meer in het bijzonder het proces-verbaal van 27 februari 2007, dat deze verzuimen niet tot niet ontvankelijkheid van de officier van justitie leiden maar dat met die verzuimen op de voet van het bepaalde in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering in strafmatigende zin rekening moet worden gehouden.

Allereerst merkt de rechtbank op dat reeds in het CIE-verbaal van 9 november 2006 gesproken wordt van beïnvloeding van getuigen door of vanwege verdachten. Ter openbare zitting is in december 2006 van de zijde van de verdediging al geopperd dat sprake zou zijn van direct afluisteren, en ook toen werd door de verdediging deze, vermeend gebleken, opsporingsmethode uitgebreid ter sprake gebracht.

Uit het verhoor van de runners door de rechter-commissaris en het verhoor ter zitting van inspecteur [persoon] is gebleken dat de twee informanten die de informatie hebben verstrekt die is verwoord in laatstgenoemd proces-verbaal en dat daarbij geen sprake is geweest van het gebruikmaken van bijzondere opsporingsmiddelen. De rechtbank stelt vast dat er geen enkele aanwijzing is gevonden voor het tegendeel. Inspecteur [persoon] heeft ter zitting uiteengezet hoe het proces-verbaal tot stand is gekomen. De rechtbank heeft kennis genomen van zijn uitleg omtrent de afgrenzing van het beantwoorden van vragen in verband met het afschermingsbelang (van de identiteit van de informanten) en van het feit dat hij daartoe voorafgaand aan het verhoor van de runners overleg met hen heeft gehad . De rechtbank acht deze uitleg genoegzaam, te meer omdat zij het CIE-proces-verbaal volledig buiten beschouwing zal laten bij het beoordelen van deze strafzaak.

De rechtbank heeft geen onherstelbare vormverzuimen vastgesteld, zodat er geen reden is voor enige sanctionering ervan. Voor de door de raadsman bepleite strafvermindering op deze grond bestaat dus geen reden.

Beslag

De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen, vermeld op de lijst met inbeslaggenomen voorwerpen onder verdachte, vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat dit voorwerpen zijn die ten tijde van het begaan van de feiten aan verdachte toebehoorde en met behulp van welk voorwerp de strafbare feiten zijn gepleegd.

De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen, vermeld op de lijst met inbeslaggenomen voorwerpen onder verdachte, vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, omdat dit voor-werpen zijn van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en met alge-meen belang en die voorwerpen geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van de feiten is verkregen.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

1. Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, terwijl hij een van de oprichters, leiders of bestuurders van deze organisatie was [artikel 140 eerste en derde lid van het Wetboek van Strafrecht].

2. Medeplegen van: In de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 aanhef en onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd [artikel 47 eerste lid aanhef en onder 1 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 3 aanhef en onder B en artikel 11 derde lid van de Opiumwet]

en/of

Medeplegen van: Opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 aanhef en onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd [artikel 47 eerste lid aanhef en onder 1 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 3 aanhef en onder C en artikel 11 tweede lid van de Opiumwet].

3. Medeplegen van: Van het plegen van witwassen een gewoonte maken [artikel 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht].

4. Handelen in strijd met artikel 26 eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd [- t.a.v. pistool en geweer - artikel 26 eerste lid en artikel 55 derde lid van de Wet wapens en munitie]

en

Handelen in strijd met artikel 26 eerste lid van de Wet wapens en munitie [- t.a.v. de munitie - artikel 26 eerste lid en artikel 55 eerste lid van de Wet wapens en munitie].

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

* Gevangenisstraf voor de duur van 2 [twee] jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht.

* Verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen, zoals vermeld op de lijst van de onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen, te weten: de aankoopbewijzen van omega horloges en een aansteker [nr. 24].

* Onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen, zoals vermeld op de lijst van onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen, te weten: de chrome loop van een vuurwapen, het daarbij behorende magazijn en doosje patronen CZ75 [nr. 19], hennepkweekapparatuur [nr. 20] vier tassen, big shoppers blauw/rood/wit [nr. 21], drie stuks munitie 2.43/3.75 [nr. 22] en een jachtgeweer van het merk Marlin Safety 44W nr. 43842 [nr. 23].

Opheffing van het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden. Deze voorlopige hechtenis is op 24 april 2006 reeds geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.A. van Biesbergen, voorzitter,

mr. L.G.J.M. van Ekert en mr. drs. W.A.F. Damen, leden,

in tegenwoordigheid van H.A. van Neerven, griffier

en is uitgesproken op 30 maart 2007.

Parketnummer: 01/83[verdachte]