Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2007:BA1539

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
29-03-2007
Datum publicatie
29-03-2007
Zaaknummer
01/839291-06
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2008:BC7056, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

15 jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met dwangverpleging voor onder meer het verkrachten en ombrengen van een 15-jarig meisje.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Parketnummer: 01/839291-06

Uitspraakdatum: 29 maart 2007

VERKORT VONNIS

Verkort vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,

wonende te [adres],

thans gedetineerd te P.I. Limburg Zuid - HvB Overmaze te Maastricht.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 15 maart 2007.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 22 december 2006.

De tenlastelegging is op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van 15 maart 2007 gewijzigd. Van deze vordering is een kopie aan dit vonnis gehecht. Met inachtneming van deze wijziging is aan verdachte tenlastegelegd dat:

1.

hij op een tijdstip in de periode van 7 september 2006 tot en met 22 september 2006 te Geldrop, althans in de gemeente(n) Geldrop-Mierlo en/of Someren, althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade, [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, zijn hand(en), in elk geval een of meer lichaamsdelen en/of (een) voorwerp(en) op en/of om de mond en/of neus en/of keel/hals van [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of gehouden, terwijl hij, verdachte (met zijn volle gewicht) op de rug van die (slachtoffer) zat (terwijl zij op haar buik op de grond lag) en/of hij, verdachte, (daarbij)

voorover leunde en/of (daarbij) (tegen) het (achter)hoofd van [slachtoffer] duwde en/of drukte tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

[artikel 289/287 Wetboek van Strafrecht];

2.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 7 september 2006 tot en met 22 september 2006 te Geldrop, althans in de gemeente(n) Geldrop-Mierlo en/of Someren, althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch, (telkens) door geweld

of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] (geboren op (datum) 1991) (telkens) heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte (telkens)

- zijn penis in de mond van [slachtoffer] gebracht/geduwd/gehouden en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin dat verdachte

- [slachtoffer] heeft vastgebonden/vastgehouden door middel van zogenaamde tie-raps om/aan de armen en/of handen en/of polsen van [slachtoffer] te binden, in elk geval vast te maken en/of

- het T-shirt en/of de bh van [slachtoffer] losgeknipt en/of losgetrokken en/of (aldus) voor [slachtoffer] (telkens) een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

[artikel 242 Wetboek van Strafrecht];

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 7 september 2006 tot en met 22 september 2006 te Geldrop, althans in de gemeente(n) Geldrop-Mierlo en/of Someren, althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch, met [slachtoffer]

(geboren op (datum) 1991), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, (telkens) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die (telkens) bestond(en) uit of mede

bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte (telkens) zijn penis in de mond van [slachtoffer] gebracht/geduwd/gehouden en/of is verdachte (daarbij) klaargekomen in de mond van [slachtoffer];

[artikel 245 Wetboek van Strafrecht];

3.

hij in of omstreeks de periode van 7 september 2006 tot en met 22 september 2006 te Geldrop, althans in de gemeente(n) Geldrop-Mierlo en/of Someren, althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en / of beroofd gehouden, immers heeft hij verdachte toen daar opzettelijk en wederrechtelijk

-[slachtoffer] in een auto meegenomen naar een loods (aan de (adres) te Geldrop) en/of (vervolgens)

-de polsen van [slachtoffer] vastgebonden/vastgemaakt met tie-raps en/of (vervolgens)

-[slachtoffer] in de kofferbak van een auto geduwd/gebracht en/of (vervolgens)

-[slachtoffer] in auto vervoerd naar een bosgebied (in de gemeente Someren) en/of (vervolgens)

-[slachtoffer] op de grond geduwd/gebracht en/of (vervolgens)

-(nadat hij op [slachtoffer] is gaan zitten) zijn hand(en), in elk geval een of meer lichaamsdelen en/of (een) voorwerp(en) op en/of om de mond en/of neus en/of keel/hals van [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of gehouden, en aldus [slachtoffer] belet zich vrijelijk te bewegen;

[artikel 282 Wetboek van Strafrecht];

4.

hij op of omstreeks 25 april 2006 te Mierlo, gemeente Geldrop-Mierlo, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]), gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, weg te nemen electriciteitsmeter(s), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen electriciteitsmeter(s) onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, door de poort aan de achterzijde van de woning te forceren met een schroevendraaier, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen

misdrijf niet is voltooid;

[artikel 311 lid 1 sub 3 en 5 jo 45 Wetboek van Strafrecht];

[parketnr. 830550-06)

5.

hij op of omstreeks 03 april 2006 te Geldrop, gemeente Geldrop-Mierlo, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een electriciteitsmeter, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich

de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming door een achterraam te forceren;

[artikel 311 lid 1 sub 5 Wetboek van Strafrecht];

[parketnr. 830550-06];

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De geldigheid van de dagvaarding.

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

Bewijsbeslissingen.

T.a.v. feit 1 (moord):

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte heeft gehandeld met voorbedachten rade op de dood van het slachtoffer [slachtoffer] en spreekt hem derhalve daarvan vrij. Verdachte heeft zelf verklaard dat hij heeft gehandeld in paniek toen hij in het bos stemmen van voorbijgangers hoorde. Deze verklaring wordt niet weersproken door enig bewijsmiddel. Derhalve is niet komen vast te staan dat er voor verdachte gelegenheid heeft bestaan dat hij over de betekenis en gevolgen van zijn voorgenomen daad heeft nagedacht en zich daarvan rekenschap heeft gegeven.

T.a.v. feit 4:

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 4 is tenlastegelegd, aangezien niet is gebleken dat verdachte voornemens was uit de woning van [slachtoffer 2] (een) elektriciteitsmeter(s) weg te nemen. Verdachte heeft - zowel tijdens het onderzoek ter terechtzitting als tijdens het verhoor door de politie d.d. 25 april 2006 (pag. 30-31 van het proces-verbaal in dossiernummer 830550-06) - weliswaar verklaard dat hij op 25 april 2006 uit een leegstaande woning elektriciteitsvoorzieningen wilde wegnemen, maar hij heeft voorts verklaard dat hij voorafgaand daaraan in de tuin van de woning van [slachtoffer 2] terecht was gekomen en daar slechts heeft gekeken of hij drank kon wegnemen. De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van het onder 4 tenlastegelegde.

Bewijsoverweging.

T.a.v. feit 1 (doodslag) en feit 2 primair:

Verdachte heeft gedurende het onderzoek zijn verklaring met betrekking tot de toedracht van het gebeurde op en rond 7 september 2006 diverse keren gewijzigd. Verdachte heeft ter terechtzitting d.d. 15 maart 2007 wederom een andere lezing dan voordien gegeven, onder meer inhoudende dat op 7 september 2006 geen seksuele handelingen tussen hem en het slachtoffer [slachtoffer] hebben plaatsgevonden. Voorts heeft hij ter terechtzitting verklaard dat zijn eerdere verklaringen met betrekking tot de tenlastegelegde feiten onjuist zijn.

Voor wat betreft de feitelijke toedracht gaat de rechtbank uit van de verklaring van verdachte d.d. 25 september 2006. Verdachte heeft op 25 september 2006 bij de politie een uitgebreide en gedetailleerde verklaring afgelegd omtrent het gebeurde op 7 september 2006. Kort gezegd houdt deze verklaring in dat verdachte het slachtoffer heeft meegenomen naar een loods aan de (adres) te Geldrop, waar hij haar heeft vastgebonden met tie-raps en haar heeft gedwongen tot het ondergaan van seksuele handelingen. Vervolgens heeft hij haar meegenomen naar een bos in de gemeente Someren en heeft hij haar daar van het leven beroofd. Verdachte heeft deze toedracht bevestigd en/of nader toegelicht bij de verhoren afgenomen op 26 september 2006, 28 september 2006, 25 oktober 2006 en 26 oktober 2006. De rechtbank acht deze meermaals herhaalde verklaring van verdachte voldoende consistent om deze voor het bewijs te bezigen. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat deze verklaring op specifieke punten wordt ondersteund door de overige bewijsmiddelen, onder meer de resultaten van de forensische en technische onderzoeken alsmede de gegevens omtrent het gebruik van de mobiele telefoon van verdachte op 7 september 2006. In het bijzonder merkt de rechtbank op dat verdachte reeds een zichzelf belastende verklaring omtrent de seksuele handelingen heeft afgelegd, voordat in bovengenoemde loods een spermaspoor werd aangetroffen dat DNA-materiaal van zowel verdachte als het slachtoffer bevatte.

Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank de door verdachte ter terechtzitting d.d. 15 maart 2007 afgelegde verklaring dan ook ongeloofwaardig.

Omtrent de dood van het slachtoffer heeft verdachte op 25 september 2006 het navolgende verklaard. In het bos te Someren heeft hij op enig moment op 7 september 2006 zijn hand op haar mond gelegd en haar naar de grond gedrukt. Hij ging met zijn volle gewicht op haar onderrug zitten. Het slachtoffer lag met haar gezicht naar beneden op haar buik op de grond. Verdachte heeft steeds zijn rechterhand op haar mond gehouden. Met zijn linkerhand duwde hij op haar achterhoofd. Toen verdachte voelde dat het slachtoffer spartelde is hij met zijn volle gewicht op haar onderrug gaan zitten en met zijn schouders op haar gaan hangen. Na enige minuten heeft hij haar losgelaten.

Naar het oordeel van de rechtbank is de kans dat het slachtoffer door bovengenoemde handelingen het leven zou verliezen aanmerkelijk te noemen. Voorts zijn de aard van deze gedragingen van verdachte en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan naar het oordeel van de rechtbank reeds naar hun uiterlijke verschijningsvorm zo zeer gericht op de levensberoving van het slachtoffer dat hieruit valt af te leiden dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte zich hiervan bewust moet zijn geweest en dat hij de aanmerkelijke kans op dit gevolg welbewust heeft aanvaard. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte opzet had op het doden van het slachtoffer.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

(1.)

op 7 september 2006 te Someren opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet zijn hand op de mond van [slachtoffer] gebracht en gehouden, terwijl hij, verdachte, met zijn volle gewicht op de rug van [slachtoffer] zat terwijl zij op haar buik op de grond lag en hij, verdachte, daarbij voorover leunde en daarbij tegen het achterhoofd van [slachtoffer] duwde en/of drukte tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

(2. primair)

op 7 september 2006 te Geldrop telkens door geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] (geboren op (datum) 1991) telkens heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte telkens

- zijn penis in de mond van [slachtoffer] gebracht/geduwd/gehouden en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid hierin dat verdachte

- [slachtoffer] heeft vastgebonden/vastgehouden door zogenaamde tie-raps om de handen en polsen van [slachtoffer] te binden en

- het T-shirt en de bh van [slachtoffer] losgeknipt en aldus voor [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

(3.)

op 7 september 2006 in de gemeenten Geldrop-Mierlo en/of Someren, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd, immers heeft hij verdachte toen daar opzettelijk en wederrechtelijk

-[slachtoffer] in een auto meegenomen naar een loods (aan de (adres) te Geldrop) en vervolgens

-de polsen van [slachtoffer] vastgebonden/vastgemaakt met tie-raps en vervolgens

-[slachtoffer] in de kofferbak van een auto gebracht en vervolgens

-[slachtoffer] in de auto vervoerd naar een bosgebied (in de gemeente Someren) en vervolgens

-[slachtoffer] op de grond geduwd/gebracht en vervolgens

-nadat hij op [slachtoffer] is gaan zitten zijn hand op de mond van [slachtoffer] geduwd/gebracht en gehouden, en aldus [slachtoffer] belet zich vrijelijk te bewegen;

(5.)

op 03 april 2006 te Geldrop, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen enig goed, toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak en inklimming door een achterraam te forceren.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 24c, 27, 36f, 37a, 37b, 57, 60a, 242, 282, 287, 310 en 311.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

T.a.v. feit 1 subsidiair (doodslag), feit 2 primair, feit 3, feit 4 en feit 5 en met inachtneming van het ad informandum gevoegde feit:

- gevangenisstraf voor de duur van 18 jaar met aftrek van voorarrest;

- terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege (niet aan te vangen voordat verdachte twee/derde deel van de gevangenisstraf heeft ondergaan);

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [nabestaande 1 van het slachtoffer] tot een bedrag ad EUR 4,732,27 (terzake van materiële schade bestaande uit begrafeniskosten ad EUR 1.594,27 en kosten grafmonument ad EUR 3.048,=) met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht. Voorts referte aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de materiële schade bestaande uit de kosten beslaglegging ad EUR 144,24;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [nabestaande 2 van het slachtoffer] tot een bedrag ad EUR 199,= (terzake van materiële schade bestaande uit reiskosten naar mortuarium ad EUR 36,=, bloemstuk bij begrafenis ad EUR 65,=, reiskosten vindplaats dochter ad EUR 72,= en bloemen bij bezoek vindplaats ad EUR 26,=) met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht;

- teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen 1, 3 en 4 aan verdachte. Voorts heeft de officier van justitie opgemerkt dat de rechtbank geen oordeel hoeft te geven over het onder 2 op de beslaglijst vermelde voorwerp, aangezien dit voorwerp niet onder verdachte in beslag is genomen.

De op te leggen straf en maatregelen.

Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dienen te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank enerzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte:

- de ernst van de door verdachte gepleegde en onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- verdachte heeft door zijn handelen, zoals bewezenverklaard onder feit 1, het slachtoffer beroofd van haar meest kostbare bezit: haar leven. Door dat handelen is het leven van een 15-jarige op abrupte wijze beëindigd, waardoor onpeilbaar leed is toegebracht aan familie, vrienden en kennissen van het slachtoffer. Door het verbergen van het lichaam van het slachtoffer heeft verdachte nog meer leed veroorzaakt, nu de nabestaanden gedurende geruime tijd in onzekerheid hebben verkeerd over de vraag of het slachtoffer nog in leven was;

- verdachte heeft door de onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde feiten ernstig misbruik gemaakt van het vertrouwen dat het slachtoffer in hem stelde;

- de rechtsorde is ernstig geschokt door de feiten 1, 2 en 3;

- verdachte werd terzake van strafbare feiten soortgelijk aan de door hem gepleegde feit 2 blijkens een hem betreffend uittreksel uit het algemeen documentatieregister reeds eerder veroordeeld en wel in 1987 en 1990;

- verdachte heeft ter terechtzitting toegegeven dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het strafbare feit dat "ad informandum" is vermeld op de inleidende dagvaarding, voor welk feit verdachte niet afzonderlijk is of zal worden vervolgd.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank anderzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheid die tot matiging van de straf heeft geleid:

- uit een omtrent de geestvermogens van verdachte uitgebracht rapport door psycholoog H.A. van Kempen en psychiater P.K.J. Ronhaar d.d. 7 maart 2007 blijkt dat de door hem gepleegde strafbare feiten 1, 2 en 3 in verminderde mate aan hem kunnen worden toegerekend.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

De rechtbank zal een lagere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de op te leggen straf naar het oordeel van de rechtbank in overeenstemming is met de ernst van het bewezenverklaarde, daarbij met name rekening houdend met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte.

Voorts overweegt de rechtbank het volgende:

Op 7 maart 2007 is door psycholoog H.A. van Kempen en psychiater P.K.J. Ronhaar - zoals hiervoor reeds aangegeven - een rapport omtrent verdachte uitgebracht. In dit rapport wordt onder meer het navolgende gesteld:

Ten tijde van de hem ten laste gelegde feiten 1, 2 en 3 - indien bewezen - heeft betrokkene weliswaar de ongeoorloofdheid hiervan kunnen inzien, doch is hij in mindere mate dan de gemiddeld normale mens in staat geweest zijn wil in vrijheid - overeenkomstig een dergelijk besef - te bepalen. Ten tijde van de hem ten laste gelegde feiten 1, 2 en 3 was hij lijdende aan een zodanig gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis zijner geestvermogens dat deze feiten - indien bewezen - hem slechts in verminderde mate kunnen worden toegerekend.

Betrokkene lijdt aan een antisociale persoonlijkheidsstoornis die zo ernstig en zo allesdoordringend is dat gesproken moet worden van psychopathie. Twee belangrijke pijlers van deze stoornis - antisociaal gedrag en manipulatie (waaronder pathologisch liegen) - zijn in overmaat bij betrokkene aanwezig. De persoonlijkheidsstoornis van betrokkene kenmerkt zich verder door enkele aspecten, waardoor betrokkene zich nadrukkelijk onderscheidt van vele anderen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Zo is hij niet erg impulsief, eerder is hij gecontroleerd en berekenend in zjin handelen. Verder valt zijn contactbehoefte op.

In betrokkenes leven speelt seksualiteit een belangrijke rol. Seksualiteit is bij hem verbonden met macht, controle, vernedering en ook wraakgevoelens en hoe het uitleven hiervan hem een gevoel van welbevinden of genoegdoening verschaft. Er moet gesproken worden van parafilie, zonder dat dit precies kan worden omschreven.

Sinds 2004 is ook sprake (geweest) van alcoholafhankelijkheid, welke thans door de detentie in gedwongen remissie is. Betrokkenes langdurige gebruik van cannabis is opvallend, zonder dat op basis van de beschikbare informatie gesproken kan worden van cannabisafhankelijkheid.

Bij de ten laste gelegde feiten 2 en 3, indien bewezen, is een evidente doorwerking van de persoonlijkheids- en seksuele stoornis zichtbaar. In de ten laste gelegde feiten 2 en 3 wordt de doorwerking zichtbaar van zowel betrokkenes persoonlijkheidsstoornis als zijn (niet nader te definiëren) seksuele stoornis. Bij feit 1 is doorwerking van de seksuele stoornis of van eventueel alcoholgebruik niet zichtbaar, wel de bij de psychopathie behorende kilheid en berekening, tegelijk met de neiging zijn handelen te loochenen en de regie over de situatie te herwinnen.

De kans op herhaling van feiten als de tenlastgelegde is ons inziens groot. De stoornissen en cruciale elementen daarin zijn ernstig en onverminderd aanwezig. Opnieuw kan betrokkene bij langdurige, voor anderen al dan niet herkenbare, tegenslagen komen tot seksueel gekleurde uitleving van macht, controle en vernedering. Ook op basis van meer algemene (statistische) risicofactoren is de kans op ernstige recidieven groot.

Niet vanwege de behandelbaarheid van betrokkene, maar vanwege de aanwezigheid van ernstige psychische stoornissen, hun relatie met de ten laste gelegde feiten 1, 2 en 3 - indien bewezen - en het hoge recidivegevaar, adviseert het onderzoekend team betrokkene de maatregel van een tbs met dwangverpleging op te leggen. Perspectief op een succesvolle behandeling van betrokkene achten wij vanwege de ernst van de stoornissen en vanwege een reeds eerder gevolgd langdurig tbs-traject zeer beperkt.

De rechtbank neemt deze conclusie en de gronden waarop zij berust over en maakt deze tot de hare.

De rechtbank overweegt dat de hierna te kwalificeren feiten 1, 2 en 3 misdrijven betreffen waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld terwijl de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling eist en het misdrijven betreft die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

De vordering van de benadeelde partij [nabestaande 1 van het slachtoffer].

De rechtbank acht in haar geheel toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit 1 toegebrachte schade, de vordering terzake van de materiële schade ter hoogte van EUR 4.876,51, bestaande uit begrafeniskosten ad EUR 1.594,27, kosten grafmonument ad 3.048,= en kosten beslaglegging ad EUR 144,24.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De vordering van de benadeelde partij [nabestaande 2 van het slachtoffer].

De rechtbank acht in haar geheel toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit 1 toegebrachte schade, de vordering terzake van de materiële schade ter hoogte van EUR 199,=, bestaande uit reiskosten naar mortuarium ad EUR 36,=, kosten bloemstuk ad EUR 65,=, reiskosten naar vindsplaats dochter ad EUR 72,= en kosten bloemen bij bezoek vindplaats ad EUR 26,=, ), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

Beslag.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen aan verdachte, nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen goederen.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1:

doodslag

T.a.v. feit 2 primair:

verkrachting, meermalen gepleegd

T.a.v. feit 3:

opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven

T.a.v. feit 5:

diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

T.a.v. feit 4:

Vrijspraak

T.a.v. feit 1, feit 2 primair, feit 3, feit 5:

- Gevangenisstraf voor de duur van 15 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht;

T.a.v. feit 1, feit 2 primair, feit 3:

- Terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging.

T.a.v. feit 1:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 4876,51 subsidiair 54 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [nabestaande 1 van het slachtoffer] van een bedrag van EUR 4.876,51 (zegge: vierduizendachthonderdzesenzeventig euro en eenenvijftig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 54 dagen hechtenis. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1], van een bedrag van EUR 4.876,51 (zegge: vierduizendachthonderdzesenzeventig euro en eenenvijftig eurocent).

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

T.a.v. feit 1:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 199,= subsidiair 3 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [nabestaande 2 van het slachtoffer] van een bedrag van EUR 199,= (zegge: honderdnegenennegentig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 dagen hechtenis.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2], van een bedrag van EUR 199,= (zegge: honderdnegenennegentig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Teruggave inbeslaggenomen goederen aan verdachte, te weten: personenauto Opel Vectra [kentekennummer], één stuk kleding, één horloge.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.E. Bartels, voorzitter,

mr. P.J.H. Van Dellen en mr. R.P.G.L.M. Verbunt, leden,

in tegenwoordigheid van mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, griffier

en is uitgesproken op 29 maart 2007.

Mr. R.P.G.L.M. Verbunt is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.