Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2007:AZ9206

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
26-02-2007
Datum publicatie
26-02-2007
Zaaknummer
01/833099-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Jeugdige veroordeeld voor roofovervallen te Eindhoven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Parketnummer: 01/833099-06

Uitspraakdatum: 26 februari 2007

VERKORT VONNIS

Verkort vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[slachtoffer],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

wonende te [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 12 februari 2007.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 15 januari 2007.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 29 oktober 2006 te Eindhoven (op of aan de openbare weg,

De Antony van Leeuwenhoeklaan) tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffers] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer bankpas(sen) en/of telefoon, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan voornoemde [slachtoffers], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn

mededaders met voormeld oogmerk

- zich vermomd met bandana's en/of mutsen/capuchons naar [slachtoffers] heeft/hebben begeven en/of

- die [slachtoffers] tot stoppen heeft/hebben gedwongen en/of

- (vervolgens) die [slachtoffers] een mes en/of schaar, in elk geval

een scherp en/of puntig voorwerp, tegen hun/diens keel/nek heeft/hebben gezet

en/of

- (vervolgens) met een mes en/of schaar, in elk geval een scherp en/of puntig

voorwerp, een of meer stekende beweging(en) in de richting van [slachtoffers] heeft/hebben gemaakt, althans die [slachtoffers]

(dreigend) een mes en/of een schaar, althans een scherp en/of puntig voorwerp

heeft/hebben voorgehouden en/of

- (daarbij) die [slachtoffers] (dreigend) de woorden heeft/hebben

toegevoegd: "Je mobiel en je geld" en/of "Leeg je zakken", althans woorden van

soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

[artikel 317 jo 47 Wetboek van Strafrecht];

(incident 3)

2.

hij op of omstreeks 21 oktober 2006 te Eindhoven (op of aan de openbare weg,

de Oude Bossche Baan) tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk

te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft

gedwongen tot de afgifte van een tas met inhoud, in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn

mededader(s) met voormeld oogmerk

- met bivakmuts(en) over hun/zijn hoofd(en) en/of vermomd met bandana's uit de

bosjes is/zijn gesprongen en/of die [slachtoffer] tot stoppen heeft/hebben gedwongen

en/of

-(daarbij) die [slachtoffer] een mes, in elk geval een scherp en puntig voorwerp

heeft/hebben voorgehouden en/of

- (daarbij) (dreigend) tegen die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd: "Ik wil jouw

telefoon, ik wil jouw tas", althans woorden van soortgelijke aard en/of

strekking;

[artikel 317 jo 47 Wetboek van Strafrecht];

(incident 4);

3.

hij op of omstreeks 24 september 2006 te Eindhoven (op of aan de openbare weg,

de Hofstraat) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

(onder andere)

-een gsm en/of een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer] en/of

-een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer] en/of

-een gsm, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval (telkens) toebehorende aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of

vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die

[slachtoffers], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

-[slachtoffer] heeft gedwongen tot afgifte van een gsm en/of een geldbedrag, in

elk geval enig goed, en/of

-[slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk

geval enig goed, en/of

-[slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een gsm, in elk geval enig

goed,

(telkens) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffers], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte en/of zijn mededaders

-vermomd met bandana's en/of mutsen/capuchons naar [slachtoffers] is/zijn gerend/gelopen en/of

-[slachtoffers] heeft/hebben belet weg te gaan

en/of

-een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp dichtbij de keel/nek

van [slachtoffer] heeft/hebben gehouden, althans [slachtoffer] een mes, in elk

geval een scherp en/of puntig voorwerp heeft/hebben voorgehouden en/of

(daarbij) (dreigend) tegen [slachtoffer] heeft/hebben gezegd: "Telefoon" en/of

"Geef me geld", althans woorden van gelijke strekking en/of de zakken van die

Verhoef heeft/hebben doorzocht en/of

-[slachtoffer] een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp

op/tegen haar keel/nek heeft/hebben gehouden en/of [slachtoffer] (op korte

afstand) een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp heeft/hebben

voorgehouden en/of (daarbij) (dreigend) tegen [slachtoffer] heeft/hebben

gezegd: "Mobiel, mobiel" en/of "Geld, geld", althans woorden van gelijke

strekking en/of

-[slachtoffer] (op korte afstand) een mes, in elk geval een scherp en/of puntig

voorwerp heeft/hebben voorgehouden en/of (daarbij) (dreigend) tegen die

Vermeer heeft/hebben gezegd: "Telefoons geven" en/of "Geld, geld", althans

woorden van gelijke strekking en/of de zakken van [slachtoffer] heeft/hebben

doorzocht;

(artikel 312 en/of 317 Wetboek van Strafrecht)

(incident 9)

Ter terechtzitting zullen onderstaande strafbare feiten zoals verdachte die

bij de politie heeft erkend ter kennis van de rechter worden gebracht. De

rechter kan aldus bij het bepalen van de straf rekening houden met die feiten.

Doet de rechter dit, dan kunnen die feiten als strafrechtelijk afgedan

worden beschouwd;

a. medeplegen van diefstal met geweld cq afpersing, gepleegd te Eindhoven op

de Oude Bossche Baan ten nadele van [slachtoffer] op of omstreeks 20 oktober 2006

(incident 1);

b. medeplegen van diefstal met geweld cq afpersing, gepleegd te Eindhoven op

de Oude Bossche Baan ten nadele van [slachtoffer] op of omstreeks 21 oktober

2006 (incident 5);

c. medeplegen van diefstal met geweld cq afpersing, gepleegd te Eindhoven

op/in de Tempellaan/het Henri Dunantpark ten nadele van [slachtoffer] op of omstreeks 17 oktober 2006 (incident 6);

d. medeplegen van diefstal met geweld cq afpersing, gepleegd te Eindhoven aan

de Schweitzerlaan ten nadele van [slachtoffer] op of omstreeks 15 september

2006 (incident 7);

e. medeplegen van diefstal met geweld cq afpersing, gepleegd te Eindhoven aan

de Onyx ten nadele van [slachtoffer] op of omstreeks 17 september 2006

(incident 8);

f. medeplegen diefstal middels braak/verbreking, gepleegd te Eindhoven op of

omstreeks 16 april 2006 ten nadele van (slachtoffer) (incident 19);

De tenlastelegging is op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van 12 februari 2007 gewijzigd. Van deze vordering is een kopie aan dit vonnis gehecht.

De geldigheid van de dagvaarding.

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

1.

op 29 oktober 2006 te Eindhoven op of aan de openbare weg,

De Antony van Leeuwenhoeklaan tezamen en in vereniging met

anderen, met het oogmerk om zich en anderen

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffers] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee met inhoud en twee telefoons, toebehorende aan voornoemde [slachtoffers],

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, en/of zijn

mededaders met voormeld oogmerk

- zich vermomd met bandana's en/of mutsen/capuchons naar [slachtoffer] en

Thissen hebben begeven en

- die [slachtoffers] tot stoppen hebben gedwongen en

-vervolgens [slachtoffer]

een scherp en/of puntig voorwerp, tegen diens keel hebben gezet

en

- vervolgens [slachtoffer] dreigend een mes

hebben voorgehouden en

- daarbij [slachtoffer] dreigend de woorden hebben

toegevoegd: "Je mobiel en je geld" en "Leeg je zakken".

2.

op of omstreeks 21 oktober 2006 te Eindhoven (op of aan de openbare weg,

de Oude Bossche Baan) tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk

te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachto[slachtoffer] heeft

gedwongen tot de afgifte van een tas met inhoud,

toebehorende aan voornoemde [slachtoffer],

welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of zijn

mededader(s) met voormeld oogmerk

- met bivakmuts(en) over hun hoofden en/of vermomd met bandana's uit de

bosjes zijn gesprongen en die [slachtoffer] tot stoppen hebben gedwongen

en

-daarbij die [slachtoffer] een mes hebben voorgehouden en

- (daarbij) (dreigend) tegen die [slachtoffer] hebben gezegd: "Ik wil jouw

telefoon, ik wil jouw tas", althans woorden van soortgelijke aard en

strekking.

3.

op 24 september 2006 te Eindhoven (op of aan de openbare weg,

de Hofstraat) tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

(onder andere)

-een gsm toebehorende aan [slachtoffer], welke diefstal werd voorafgegaan en

vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die

Vermeer, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

en

met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en bedreiging met geweld

-[slachtoffer] heeft gedwongen tot afgifte van een gsm en een geldbedrag

en

-[slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag

telkens toebehorende aan [slachtoffer] en [slachtoffer],

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij,

verdachte en zijn mededaders

-vermomd met bandana's en/of mutsen/capuchons naar [slachtoffers] zijn gerend en

-[slachtoffers] hebben belet weg te gaan

en

-een mes dichtbij de keel van [slachtoffer] hebben gehouden,

en

(daarbij) (dreigend) tegen [slachtoffer] hebben gezegd: "Telefoon" en

"Geef me geld", en de zakken van [slachtoffer] hebben doorzocht en

-[slachtoffer] een mes,

op haar keel hebben gehouden en [slachtoffer] (op korte

afstand) een mes hebben voorgehouden en (daarbij) (dreigend) tegen [slachtoffer] hebben

gezegd: "Mobiel, mobiel" en "Geld, geld", althans woorden van gelijke

strekking en

-[slachtoffer] (op korte afstand) een mes

hebben voorgehouden en (daarbij) (dreigend) tegen die

Vermeer hebben gezegd: "Telefoons geven" en "Geld, geld"

en de zakken van [slachtoffer] hebben doorzocht.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 27, 36f, 77a, 77g, 77h, 77i, 77l, 77m,

77n, 77v, 77x, 77y, 77z, 77aa, 310, 312, 317.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

Gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met aftrek van voorarrest. Bijzondere voorwaarde toezicht van de jeugdreclassering.

Toewijzen van de vorderingen van de benadeelde partijen[slachtoffer] (€ 1019), [slachtoffer] (€ 91) en [slachtoffer] (366,21) met oplegging van de maatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Beslag (zie lijst):

Nr. 1 en 3 teruggeven aan verdachte.

Nr.2 onttrekken aan het verkeer.

Nr. 4 verbeurd verklaren.

De op te leggen straf(fen) en/of maatregel(en).

Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dienen te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte waaronder de draagkracht.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte:

- de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

- verdachte heeft ter terechtzitting toegegeven dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de strafbare feit die "ad informandum" zijn vermeld op de inleidende dagvaarding, voor welke feiten verdachte niet afzonderlijk is of zal worden vervolgd.

- verdachte heeft een zeer groot aantal strafbare feiten gepleegd;

- verdachte heeft -samen met anderen- de hiervoor genoemde slachtoffers overvallen, onder voor deze slachtoffers zeer bedreigende omstandigheden. Immers de slachtoffers zijn door verdachte en zijn mededaders, die allen gemaskerd waren, bedreigd met een mes.

Slachtoffers van dergelijke overvallen ondervinden daarvan vaak nog gedurende lange tijd de nadelige gevolgen. Bovendien veroorzaken dergelijke feiten grote onrust en gevoelens van onveiligheid in de samenleving.

Nadere overweging met betrekking tot de straf

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan jeugddetentie welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

Met betrekking tot deel van de op te leggen jeugddetentie zal de rechtbank bepalen dat dat deel van die straf niet zal worden tenuitvoergelegd mits verdachte zich gedurende een hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken en de hierna te stellen bijzondere voorwaarde naleeft. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in vereniging plegen van een aantal overvallen c.q. berovingen. Dit zijn ernstige feiten die zeer belastend zijn geweest voor de slachtoffers en daarnaast ook veel maatschappelijke onrust hebben veroorzaakt. Op zichzelf genomen zou het opleggen van een onvoorwaardelijke jeugd detentie van aanzienlijke duur een passende reactie zijn op deze feiten. Toch zal de rechtbank de daartoe strekkende eis van de officier van justitie niet volgen. De rechtbank overweegt daarover het volgende:

De voorlopige hechtenis van verdachte is, na 68 dagen (deels onder beperkingen) te hebben geduurd, op 5 januari 2007 door het Gerechtshof geschorst. Uit het rapport van de jeugdreclassering blijkt dat verdachte vervolgens een positieve start heeft gemaakt. Meteen na zijn schorsing is hij terug gegaan naar school. Tussen verdachte, zijn moeder en de school zijn afspraken gemaakt over een beter passende opleiding en dagbesteding voor verdachte. Een van deze afspraken houdt in dat verdachte zal deelnemen aan het "Opleiding en Keuze programma" van het ROC te Eindhoven dat eind februari van start zal gaan. Als onderdeel van deze opleiding zal door een psychosociaal begeleider onder meer gewerkt worden aan het verder verbeteren van motivatie en houding van de leerlingen. Uit het rapport van de jeugdreclassering blijkt tevens dat verdachte, eenmaal geconfronteerd met de gevolgen van zijn daden, heeft laten zien dat hij kiest voor een ander pad. De reclassering wijst er op dat dit proces van bewustwording en schoolgang ernstig zou worden doorkruist indien er een onvoorwaardelijke jeugddetentie zou worden opgelegd. De jeugdreclassering adviseert een forse voorwaardelijke jeugddetentie met als bijzondere voorwaarde begeleiding door de jeugdreclassering gedurende de hele proeftijd, alsmede een taakstraf bestaande uit Sociale vaardigheidstraining.

Met de jeugdreclassering is de rechtbank van mening dat de positieve veranderingen in de bewustwording en schoolgang van verdachte, die kunnen worden aangemerkt als een belangrijke aanzet voor een normale, niet delinquente deelname aan de samenleving, zouden worden doorkruist door het opleggen van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf die de duur van de voorlopige hechtenis te boven gaat. De rechtbank meent dat het belang dat de jeugdige dader heeft bij het kunnen voortgaan op de inmiddels ingeslagen weg zich verzet tegen het opleggen van een voornamelijk op de ernst van de feiten gebaseerde onvoorwaardelijke detentie. Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank er derhalve rekening mee gehouden dat verdachte niet terug hoeft in detentie, tenzij hij opnieuw de fout in gaat.

Verder heeft de rechtbank bij het opleggen van de straf betrokken dat verdachte reeds 68 dagen in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan 25 dagen onder volledige beperkingen. Gedurende die 25 dagen mocht verdachte behalve met zijn raadsman en reclasseringsmedewerker en zijn ouders geen enkel contact hebben met de buitenwereld. Onder dit contact verbod viel ook het contact met zijn medegevangenen, het luisteren naar de radio, kijken naar de televisie en ontvangen van tijdschriften.

Verder heeft de rechtbank bij het bepalen van de straf in aanmerking genomen dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.

Om toch de ernst van de door verdachte gepleegde feiten voldoende te benadrukken heeft de rechtbank de maximaal wettelijk toegestane werk- en taakstraf en een forse voorwaardelijke jeugddetentie opgelegd.

De rechtbank is van oordeel dat het in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerp onder nr. 4 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar is voor verbeurdverklaring, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting - dit een voorwerp is welke ten tijde van het begaan van het feit aan verdachte toebehoorde en met behulp van welke het feit is begaan of voorbereid.

De rechtbank is van oordeel dat het in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerp onder nummer 2 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting - dit een voorwerp is met behulp van welke het feit is begaan of voorbereid en waarvan het ongecontroleerde bezit is strijd is met de wet of het algemene belang.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen genoemd onder de nummers 1 en 3 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen aan verdachte nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen goederen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer].

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar tot een bedrag van ? 366,21.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer].

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd

T.a.v. feit 2:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

T.a.v. feit 3:

diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen

personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en

gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer

verenigde personen

en

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde

personen, meermalen gepleegd

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3:

Jeugddetentie voor de duur van 360 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht waarvan 292 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2

Jaren en bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de aanwijzingen

hem in het kader van jeugdreclassering te geven door of namens het Bureau

Jeugdzorg Noord-Brabant, Wal 20, 5611 GG Eindhoven.

Verleent opdracht aan voornoemd Bureau om aan de veroordeelde terzake van de

naleving van deze bijzondere voorwaarde hulp en steun te verlenen.

T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3:

Werkstraf voor de duur van 200 uren subsidiair 100 dagen jeugddetentie

Deze werkstraf dient te zijn verricht binnen een jaar.

T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3:

Leerstraf voor de duur van 30 uren subsidiair 15 dagen jeugddetentie

Deze leerstraf bestaat uit het volgen van een sociale vaardigheidstraining en

dient te zijn verricht binnen 6 maanden na het onherroepelijk worden van dit

vonnis.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden, welk bevel op 5 januari 2007 werd geschorst.

T.a.v. feit 1:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 366,21 subsidiair 7 dagen jeugddetentie

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] van een bedrag van EUR 366,21

(zegge: driehonderdzesenzestig euro en eenentwintig cent ), bij gebreke van

betaling en verhaal te vervangen door 7 dagen jeugddetentie.

De toepassing van deze vervangende jeugddetentie heft de hiervoor genoemde

betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte

mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] , van een bedrag

van EUR 366,21 (zegge: driehonderdzesenzestig euro en eenentwintig cent).

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd

voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot

vergoeding van deze schade.

T.a.v. feit 3:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 91,00 subsidiair 1 dag jeugddetentie

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] van een bedrag van EUR 91 (zegge:

eenennegentig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1

dag jeugddetentie.

De toepassing van deze vervangende jeugddetentie heft de hiervoor genoemde

betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte

mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] , van een bedrag van

EUR 91 (zegge: eenennegentig euro).

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd

voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot

vergoeding van deze schade.

T.a.v. feit 3:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 1019,00 subsidiair 20 dagen

jeugddetentie

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] van een bedrag van EUR 1019 ,-

(zegge: duizendnegentien euro), bij gebreke van betaling en verhaal te

vervangen door 20 dagen jeugddetentie, te vermeerderen met de wettelijke rente

over een bedrag ad euro 269 vanaf 24 september 2006 tot de dag der algehele

voldoening en te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag ad euro

750 vanaf de dag van de uitspraak van het vonnis tot de dag der algehele

voldoening.

De toepassing van deze vervangende jeugddetentie heft de hiervoor genoemde

betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte

mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] , van een bedrag

van EUR 1019,- (zegge: duizendnegentien euro), te vermeerderen met de

wettelijke rente over een bedrag ad euro 269 vanaf 24 september 2006 tot de dag

der algehele voldoening en te vermeerderen met de wettelijke rente over een

bedrag ad euro 750 vanaf de dag van de uitspraak van het vonnis tot de dag der

algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd

voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot

vergoeding van deze schade.

Onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen, te weten: een voorwerp genoemd onder nummer 2 op een lijst van inbeslaggenomen voorwerpen welke aan dit vonnis is gehecht.

Verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen, te weten: een voorwerp genoemd onder nummer 4 op een lijst van inbeslaggenomen voorwerpen welke aan dit vonnis is gehecht.

Teruggave van de inbeslaggenomen goederen, te weten: de voorwerpen genoemd onder nummers 1 en 3 op een lijst van inbeslaggenomen voorwerpen welke aan dit vonnis is gehecht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M. Kooijmans-de Kort, voorzitter, tevens kinderrechter-plv.,

mr. F.P.E. Wiemans en mr. M.H. Kobussen, leden,

in tegenwoordigheid van L.D. Wittenberg, griffier

en is uitgesproken op 26 februari 2007.