Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2007:AZ8247

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
12-02-2007
Datum publicatie
13-02-2007
Zaaknummer
01/855205-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vijf jaar en 6 maanden gevangenisstraf voor onder meer diverse geweldsdelicten, waaronder een overval op een bejaard echtpaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Parketnummer: 01/855205-06

Uitspraakdatum: 12 februari 2007

VERKORT VONNIS

Verkort vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op (geboortedatum) 1985,

wonende te [adres],

thans verblijvende: PI Vught, Vosseveld 2 HvB Regulier te Vught.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 29 januari 2007.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 8 januari 2007.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 24 september 2005 te Zeeland, gemeente Landerd, tezamen en

in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffers]

heeft gedwongen tot de afgifte van pinpassen en/of geld en/of sieraden, in elk

geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffers], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld en/of

bankpassen en/of sieraden en/of een scheerapparaat en/of sleutels en/of

portemonnees en/of een kratje bier, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffers], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal

werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging

met geweld tegen [slachtoffers], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn mededader(s) [slachtoffers] met kracht de

woning in heeft/hebben geduwd en/of op de grond heeft/hebben geduwd en/of

dreigend een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op

[slachtoffers] heeft/hebben gericht en/of [slachtoffers] heeft/hebben geschopt en/of geslagen en/of (daarbij) telkens

dreigend tegen [slachtoffers] heeft/hebben gezegd dat ze

moesten zeggen waar de kluis was en/of waar geld en/of bankpassen lagen en/of

dat ze geld en/of bankpassen en/of de bijbehorende pincode en/of sieraden

moesten afgeven;

(artikel 317 en/of 312 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij meermalen, althans eenmaal, op of omstreeks 24 september 2005 te Zeeland,

gemeente Landerd, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (telkens) in/uit een

geldautomaat van de Rabobank heeft weggenomen een hoeveelheid geld (totaal ten

bedrage van 2500 euro), in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffers], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte

en/of zijn mededader(s) zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel (te weten een

of meer pin-/bankpassen met bijbehorende pincode(s), tot welk gebruik waarvan

hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) niet gerechtigd was/waren);

(artikel 311 Wetboek van Strafrecht)

3.

hij op of omstreeks 17 september 2005 te Uden, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een armband en/of

een ring en/of een horloge en/of een portemonnee en/of geld en/of diverse

pasjes en/of een sleutel en/of een paar schoenen en/of een GSM-telefoon, in

elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of

welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer] heeft getackeld

en/of in het gezicht en/of tegen het lichaam heeft geschopt;

(artikel 312 Wetboek van Strafrecht)

4.

hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 01 augustus 2005 tot en met

30 september 2005 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen een handtas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s);

(artikel 311 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op enig tijdstip in of omstreeks de periode van 01 augustus 2005 tot en

met 30 september 2005 te Nijmegen ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen

een handtas, geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), met zijn mededader(s) die handtas heeft

vastgepakt en/of daarmee is weggelopen, terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 311 juncto 45 Wetboek van Strafrecht)

5.

hij op of omstreeks 13 september 2005 te Cuijk tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen een portemonnee en/of geld, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke

diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk

geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een

autoportier heeft geopend terwijl [slachtoffer] op zijn fiets zodanig

dicht die auto was genaderd dat deze daardoor ten val kwam en/of (vervolgens)

op die (slachtoffer) is gaan zitten en/of [slachtoffer] (met een helm) heeft

geslagen;

(artikel 312 Wetboek van Strafrecht)

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De geldigheid van de dagvaarding.

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

Bewijsoverweging

Feiten 1 en 2:

De raadsvrouw betoogt dat er bij het plegen van de onderhavige feiten sprake is van een voortgezette handeling. De rechtbank verwerpt dit verweer. Ten tijde van de gewelddadige overval is de mededader van verdachte gaan pinnen met bankpassen van de slachtoffers. Toen dit aanvankelijk mislukte is hij eerst teruggekeerd naar de woning en daarna weer naar de geldautomaat gereden. De mededader heeft vervolgens meerdere keren gepind. Aan de beide feiten liggen naar het oordeel van de rechtbank meerdere afzonderlijke wilsbesluiten ten grondslag, zodat een voortgezette handeling niet aan de orde is.

Feiten 4 en 5:

De raadsvrouw pleit voor vrijspraak van verdachte. Verdachte zou feitelijk niet bij de diefstal van de tas in Nijmegen en bij de overval op de fietser in Cuijk aanwezig zijn geweest. De rechtbank verwerpt dit verweer. De mededaders van verdachte leggen gedetailleerde verklaringen af over voormelde feiten, alsmede over de feitelijke en directe betrokkenheid van verdachte, met deze verklaringen belasten zij bovendien niet alleen Van Heesch, maar ook zichzelf. Daarbij komt dat de feiten plaatsvonden in een periode dat verdachte en zijn mededaders regelmatig met elkaar optrokken en soortgelijke strafbare feiten pleegden. Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte bij de tasjesroof alsmede bij de overval op de fietser aanwezig is geweest.

Feit 4:

De raadsvrouw betoogt dat er niet gesproken kan worden van een voltooide diefstal van de tas, maar hooguit van een poging daartoe. De rechtbank verwerpt dit verweer. Verdachte en zijn mededaders hebben de tas, die naast de stoel van het slachtoffer stond, weggenomen en zijn weggevlucht. De tas hebben zij op enig moment weggegooid, omdat zij achterna werden gezeten. De rechtbank overweegt dat dit laatste niets afdoet aan het feit dat door middel van het wegnemen en meenemen van de tas deze uit de macht van het slachtoffer is geraakt en in de macht van verdachte en zijn mededaders, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank een voltooide diefstal oplevert.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

1.

op 24 september 2005 te Zeeland, gemeente Landerd, tezamen en

in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich

en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging

met geweld [slachtoffers] heeft gedwongen tot de afgifte

van pinpassen en geld en sieraden, toebehorende aan [slachtoffers];

en

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld en

bankpassen en sieraden en een scheerapparaat en sleutels en een

portemonnee en een kratje bier, toebehorende aan [slachtoffers],

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging

met geweld tegen [slachtoffers], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, en zijn mededaders [slachtoffers] met kracht de

woning in hebben geduwd en op de grond hebben geduwd en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op [slachtoffers] hebben gericht en die (slachtoffer) en (slachtoffer) hebben geschopt en/of geslagen en (daarbij) telkens

dreigend tegen [slachtoffers] hebben gezegd dat ze

moesten zeggen waar de kluis was en/of waar geld en/of bankpassen lagen en/of

dat ze geld en/of bankpassen en/of de bijbehorende pincode en/of sieraden

moesten afgeven;

2.

meermalen op 24 september 2005 te Zeeland, gemeente Landerd, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (telkens) uit een

geldautomaat van de Rabobank heeft weggenomen een hoeveelheid geld (totaal ten

bedrage van 2500 euro) (telkens) toebehorende aan [slachtoffers],

waarbij verdachte en zijn mededaders het weg te nemen goed onder hun

bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel (te weten pin-/bankpassen met bijbehorende pincode(s), tot welk gebruik waarvan verdachte en zijn mededader (telkens) niet gerechtigd was;

3.

op 17 september 2005 te Uden, tezamen en in vereniging met anderen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een armband en

een ring en een horloge en een portemonnee en geld en diverse

pasjes en een sleutel en een paar schoenen en een GSM-telefoon, toebehorende aan

[slachtoffer] ,welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld

tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en

gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat verdachte tezamen en in

vereniging met anderen [slachtoffer] heeft getackeld en in het gezicht en tegen het lichaam

heeft geschopt;

4.

op een tijdstip in of omstreeks de periode van 01 augustus 2005 tot en met

30 september 2005 te Nijmegen tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een handtas,

toebehorende aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededaders;

5.

op 13 september 2005 te Cuijk tezamen en in vereniging met een

anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een portemonnee en geld toebehorende aan [slachtoffer], welke

diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen [slachtoffer], gepleegd

met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welk

geweld hierin bestond dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen, een

autoportier heeft geopend terwijl [slachtoffer] op zijn fiets zodanig

dicht die auto was genaderd dat deze daardoor ten val kwam en (vervolgens)

op die (slachtoffer) is gaan zitten en [slachtoffer] heeft geslagen;

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 24c, 27, 36f, 57, 63, 310, 311, 312, 317

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

Ten aanzien van de feiten 1, 2, 3, 4 primair en 5 een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van het voorarrest.

Tevens verzoekt de officier van justitie ten aanzien van de benadeelde partijen:

- een gedeeltelijke toewijzing van de vordering van [slachtoffer] bij wijze van voorschot ten bedrage van € 2.500,=, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, hoofdelijk, voor het overige niet ontvankelijk;

- toewijzing van de vordering van [slachtoffer] ten bedrage van € 290,=, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, hoofdelijk.

De op te leggen straf en maatregelen.

Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank enerzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte:

- de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- verdachte heeft gedurende een periode in de maanden augustus en september 2005 een aantal strafbare feiten gepleegd;

- verdachte heeft bij het plegen van de feiten gehandeld uit puur winstbejag en heeft zich niets aangetrokken van de belangen van de benadeelden;

- de door verdachte gepleegde strafbare feiten hebben een zeer gewelddadig karakter en verdachte is er niet voor teruggeschrokken om samen met anderen dergelijk zwaar, nodeloos en excessief geweld tegen zijn medemensen te gebruiken;

- verdachte heeft zich om het lot van de slachtoffers volstrekt niet bekommerd en heeft deze in een aantal gevallen zwaar gewond achtergelaten;

- het geweld werd zelfs in één van de woningen van de slachtoffers toegepast, een plek waar men zich veilig waant;

- verdachte heeft zijn slachtoffers een (vrijwel) onherstelbaar leed aangedaan;

- de door verdachte gepleegde strafbare feiten veroorzaken onrust in de maatschappij.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de lichtere straf de ernst van het bewezenverklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] (feit 3).

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, een bedrag van

€ 2.000,=, zijnde de immateriële schade.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het hoger gevorderde deel van haar vordering, aangezien dit deel niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding. De benadeelde partij kan dit hogere deel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] (feit 5).

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, zijnde een bedrag van € 290,=.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

Motivering van de hoofdelijkheid ten aanzien van voormelde benadeelde partijen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte de strafbare feiten samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelden hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

en

diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen

personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk

te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

T.a.v. feit 2:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd

T.a.v. feit 3:

diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt

gepleegd door twee of meer verenigde personen

T.a.v. feit 4 primair:

diefstal door twee of meer verenigde personen

T.a.v. feit 5:

diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk

om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt

gepleegd door twee of meer verenigde personen

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3, feit 4 primair, feit 5:

Gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren en 6 maanden met aftrek overeenkomstig

artikel 27 Wetboek van Strafrecht

T.a.v. feit 3:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 2000,00 subsidiair 40 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] van een bedrag van EUR 2.000,=

(zegge: tweeduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen

door 40 dagen hechtenis.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde

betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot

betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van een bedrag van EUR 2.000,=

(zegge: tweeduizend euro).

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet

ontvankelijk is.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd

voorzover hij of (een van) zijn mededader(s)/medeplichtige(n) heeft/hebben

voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze

schade.

T.a.v. feit 5:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 290,00 subsidiair 5 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] ,van een bedrag van EUR 290,=

(zegge: tweehonderdnegentig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te

vervangen door 5 dagen hechtenis.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde

betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot

betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van een bedrag van EUR

290,= (zegge: tweehonderdnegentig euro).

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s)/medeplichtige(n) is betaald.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd

voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot

vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M. Kooijmans-de Kort, voorzitter,

mr. E.C.M. de Klerk en mr. F.P.E. Wiemans, leden,

in tegenwoordigheid van mr. B.J. Jansen, griffier

en is uitgesproken op 12 februari 2007.