Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2007:AZ7566

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
24-01-2007
Datum publicatie
01-02-2007
Zaaknummer
150248 / FA RK 06-4390
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

VErzoek tot opheffing van de curatele afgewezen. Benoeming van een andere curator wegens wangedrag van de onder curatele gestelden jegens voormalig curator.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

Zaaknummer: 150248/FA RK 06-4390

Uitspraak: 24 januari 2007

Beschikking betreffende curatele van:

1. [naam verzoeker sub 1],

2. [naam verzoeker sub 2],

beiden wonende te [plaatsnaam],

verzoekers,

procureur mr. C.M.M. Mikkers.

De curator van verzoekers is:

[naam curator ],

kantoorhoudende bij [naam onderneming].

Belanghebbende is:

[naam belanghebbende],

kantoorhoudende bij [naam onderneming].

De procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van:

- het verzoekschrift (met bijlagen), ter griffie ingekomen op 31 oktober 2006.

- een brief (met bijlagen), gedateerd 8 januari 2007, van [naam belanghebbende], directeur van [naam onderneming], en een brief (met bijlagen), gedateerd 8 januari 2007, van mr. Mikkers.

Het verzoekschrift strekt tot opheffing van de curatele van verzoekers.

De zaak is behandeld ter zitting van 9 januari 2007.Verschenen zijn verzoekers, bijgestaan door mr. Mikkers, [naam curator], curator, en [naam belanghebbende] voornoemd.

Mr. Mikkers heeft het woord gevoerd aan de hand van door haar overgelegde pleitnotities.

[belanghebbende] heeft een productie in het geding gebracht.

Van het verhandelde ter zitting is proces-verbaal opgemaakt.

De beoordeling

Bij beschikking van 4 november 2004 van de rechtbank Arnhem zijn verzoekers op eigen verzoek, nadat was geoordeeld dat verzoekers niet in staat zijn de inkomsten en de uitgaven met elkaar in verhouding te brengen, wegens verkwisting onder curatele gesteld.

Tot curator is benoemd [naam curator], werkzaam bij [naam onderneming] te [plaatsnaam].

Verzoekers vragen opheffing van hun ondercuratelestelling. Zij voeren daartoe aan dat de gronden die destijds tot de curatele hebben geleid thans niet meer aanwezig zijn.

Verzoekers stellen dat zij, zonder tussenkomst van de curator, met diverse schuldeisers afspraken omtrent de afbetaling van de schulden hebben gemaakt. Zij zeggen toe zich in de toekomst aan deze afspraken te houden. Verzoeker wijzen erop dat zij daartoe goed in staat zijn omdat verzoeker sub 1 inmiddels een volledige baan heeft met een vast salaris, waaruit alle lasten kunnen worden voldaan. Inmiddels is verzoeker sub 1 via zijn werkgever met een opleiding begonnen. Verzoekers menen dat zij hebben aangetoond, dat zij voor het oplossen van hun financiële problemen niet langer van de curator afhankelijk zijn. Verzoekers voeren voorts aan dat de communicatie met Bewindvoerderskantoor [naam onderneming] te wensen overlaat, omdat het kantoor niet bereikbaar is voor overleg. Zij wijzen erop dat de curator [naam curator] hen slechts éénmaal heeft bezocht. Zij worden door de curator in het ongewisse gelaten omtrent de schuldenlast en de wijze van aflossing, waardoor zij niet goed weten wat er met hun geld gebeurt. Aangezien verzoekers brieven bleven ontvangen van deurwaarders van de schuldeisers, hebben zij vorenbedoelde betalingsafspraken gemaakt. Verzoekers stellen dat zij Maatschappelijk Werk te [plaatsnaam] bereid hebben bevonden om hen hulp en steun te verlenen bij het beheren van hun budget. Verzoekers zeggen toe dat zij geen zaken meer bij postorderbedrijven e.d. zullen bestellen en dat zij zullen proberen hun uitgavenpatroon in de hand te houden. Zij wijzen erop dat zij thans goed in staat zijn om de uitgaven in een goede verhouding tot hun inkomsten te brengen en te houden. Voorts wijzen verzoekers erop dat zij geen vertrouwen meer hebben in de curator.

[belanghebbende] heeft ter zitting verklaard, dat hij inmiddels de taken als curator van zijn kantoorgenoot [naam curator] heeft overgenomen. [belanghebbende] stelt dat hij daartoe door het wangedrag van verzoekers tegen de curator [naam curator], vanuit zijn verantwoordelijkheden als werkgever van [naam curator] en hoofd van het bewindvoerderskantoor, wel was genoodzaakt. [belanghebbende] stelt dat dit wangedrag bestond uit zowel aan de curator als aan hem door verzoekers geuite bedreigingen met de dood, het meermalen plegen van valsheid in geschrift, bijstandsfraude en het verzwijgen van de curatele door verzoekers, onder meer bij het openen van een bankrekening bij [naam bank ], waarvan het overzicht inmiddels een saldotekort vertoont.

[belanghebbende] stelt dat hij bij de politie te [plaatsnaam] aangifte heeft gedaan van door verzoekster sub 2 tegen [naam curator] schriftelijk geuite bedreigingen. Onder verwijzing naar een ter zitting overgelegde brief, gedateerd 27 juni 2006, stelt [belanghebbende] dat de officier van justitie te 's-Hertogenbosch heeft besloten niet tot vervolging over te gaan, onder de voorwaarde dat verzoekster sub 2 medewerking zal verlenen aan een alternatieve sanctie.

Onder verwijzing naar de inhoud van bij zijn brief van 8 januari 2007 gevoegde producties, wijst [belanghebbende] erop dat de rechtbank Arnhem bij beschikkingen van 1 maart 2004 en 28 november 2005 telkens een verzoek van verzoekers tot toepassing van de schuldsaneringsregeling heeft afgewezen, nadat de rechtbank had geoordeeld dat de desbetreffende schulden van verzoekers niet te goeder trouw waren ontstaan.

[belanghebbende] wijst erop, dat sinds de ondercuratelestelling van verzoekers hun schuldenlast juist is toegenomen. In 2004 bedroeg de totale schuldenlast ongeveer

? 37.000,00, terwijl de schulden in november 2005 ongeveer ? 45.000,00 beliepen.

[belanghebbende] stelt dat - hoewel de gronden die destijds tot de ondercuratelestelling van verzoekers hebben geleid nog onverkort aanwezig zijn - er desondanks gronden zijn voor de opheffing van de curatele. Hij wijst erop dat curatele een beschermingsmaatregel is voor personen, die hun eigen belangen niet naar behoren kunnen waarnemen. [belanghebbende] meent dat verzoekers deze wettelijke bescherming niet verdienen, aangezien hun financiële problemen vooral door hun laakbaar en crimineel gedrag worden veroorzaakt.

[De curator] heeft zich ter zitting aangesloten bij het hiervoor weergegeven standpunt van [belanghebbende]. Zij verzoekt de rechtbank haar als curator van verzoekers ontslag te verlenen, omdat zij zich door de bedreigingen zijdens verzoekers en hun laakbaar gedrag en de daardoor ontstane emotionele druk niet langer tegen verzoekers opgewassen voelt.

[belanghebbende] heeft ter zitting verklaard, nu naar zijn mening de curatele van verzoekers behoort te worden opgeheven, er geen aanleiding bestaat voor de benoeming van een opvolgende curator. [belanghebbende] stelt dat hij niet bereid is de taken van curator van verzoekers te blijven uitoefenen, zulks mede van wege de door verzoekers tegen hem geuite bedreigingen.

De rechtbank is van oordeel dat verzoekers hun stelling, dat zij thans in staat zijn om de inkomsten en uitgaven met elkaar in verhouding te brengen, niet aannemelijk hebben weten te maken. Mede gelet op het feit dat sedert de instelling van de curatele de schuldenlast van verzoekers zelfs is toegenomen, moet worden geoordeeld dat de grond voor curatele

- verkwisting - nog onverkort aanwezig is. Gelet op dit oordeel dient de vraag of verzoekers de curatele behoren te "verdienen", zoals door [belanghebbende] is geopperd, niet aan de orde te komen.

Op grond van het voorgaande, zal het inleidende verzoek tot opheffing van de curatele worden afgewezen.

Zoals onder meer blijkt uit de door [belanghebbende] overgelegde producties, met name een aangifte bij de politie te [plaatsnaam] en de daarop volgende voorwaardelijke seponering door de officier van justitie, hebben verzoekers zich uiterst kwalijk ten opzichte van de curator [naam curator] gedragen. Het ter zitting door [naam curator] gedaan verzoek om van haar taak als curator van verzoekers te worden ontheven, komt dan ook alleszins begrijpelijk voor en zal mitsdien worden ingewilligd.

Weliswaar is er ook sprake van wangedrag van verzoekers tegen [belanghebbende] doch de rechtbank zal ambtshalve overgaan tot benoeming van hem tot opvolgende curator, aangezien door geen der partijen een geschikte opvolger is voorgedragen.

Door de benoeming van [belanghebbende] tot curator zal de huidige situatie, waarin hij de taken van [naam curator] als curator heeft overgenomen, worden geformaliseerd.

[belanghebbende] wordt als hoofd van het bewindvoerderskantoor in staat geacht zijn taak als opvolgende curator naar behoren te vervullen. De rechtbank gaat ervan uit, dat [belanghebbende] bij elk redelijk vermoeden van enig strafbaar feit aan de zijde van verzoekers daarvan onverwijld aangifte zal doen. Voorts gaat de rechtbank ervan uit dat verzoekers in het vervolg hun volle medewerking zullen verlenen aan een goede uitvoering van de curatele en zich zullen gedragen naar de door de curator te geven aanwijzingen, opdat door alle betrokkenen kan worden gestreefd naar een harmonieuze beëindiging van de curatele op termijn.

De beslissing

De rechtbank:

wijst af het inleidende verzoek;

verleent [naam curator ], werkzaam bij

[naam onderneming], ontslag als curator van verzoekers;

benoemt tot opvolgende curator van verzoekers:

[naam belanghebbende], werkzaam bij [naam onderneming].

Deze beschikking is gegeven door mr. E.J.M. Walstock-Krens, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 januari 2007, in aanwezigheid van de griffier.

Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een procureur (advocaat)- hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden, binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hen op andere wijze bekend is geworden.